Het tweede Vaticaanse concilie betekent het einde van het tijdperk van 'het Rijke Roomsche Leven'. Alle - veelal overtollige - pracht en praal wordt in het museum geparkeerd. In de liturgische vieringen wordt het Latijn vervangen door onze landstaal. In het pittoreske Westerhoven is inmiddels Pastoorke van der Eerden overleden. Als opvolger van deze aimabele man, wordt Petrus Laurentius Brands (20-09-1909/03-08-1986) benoemd.

Brands is dan nog kapelaan in een Tilburgse parochie en staat bekend om zijn moderne opvattingen. Maar hij hecht wel aan zijn status! Daarom draagt hij ook altijd een lange zwarte toog met een lange rij kleine knoopjes. Op zijn hoofd de grote ronde pastoorshoed. 'Don Camillo' in optima forma.
Op 12 oktober 1956 wordt deze nieuwe pastoor met heel veel ceremonieel 'ingehaald' in Westerhoven. Nagenoeg het hele dorp heeft zich verzameld op Braambos. Daar, op de gemeentegrens, omlijst fanfare Irene de ceremonie met vrolijke muziek. Via Loveren, de Hoeverstraat, de Provincialeweg en de Dorpstraat, gaat de feestelijke stoet naar het Mgr. Biermansplein. Daar staan alle Westerhovense notabelen klaar om de nieuwe pastoor te verwelkomen.
Uiteraard is burgemeester F. Schram de eerste spreker, die de nieuwe pastoor verwelkomt. Dan volgt de eerste wethouder. Die staat bekend als een notoire 'verspreker'. En bij deze gelegenheid is het dus niet anders. Hij begint met een woord van welkom aan de burgemeester en zijn vrouw; de huisarts met zijn vrouw; en de pastoor... met zijn vrouw! Het in grote getale toegestroomde publiek kan een schaterlach nauwelijks onderdrukken. Vervolgens heet hij hartelijk welkom het bestuur van de voetbal; het bestuur van de volleybal en... het bestuur van de tennisbal!!! Hilariteit alom. Het publiek ligt natuurlijk dubbel van het lachen. Onze redenaar maakt vlug een einde aan zijn toespraak en verstopt zich snel en beschaamd tussen het publiek.
Ondanks zijn ouderwetse outfit begint onze nieuwe pastoor voortvarend aan zijn vernieuwingen. Alles moet wat moderner en luchtiger worden, te beginnen met de parochiekerk. De communiebanken verdwijnen en er wordt een nieuw altaar geplaatst, zodat de priester voortaan met zijn gezicht naar de kerkgangers staat. Ook het interieur moet grondig gerenoveerd worden. Het duurt dus niet lang of ook alle oude kerkbanken verdwijnen. Kort daarop verschijnen er enorme steigers van schildersbedrijf Caspar de Haan uit Eindhoven. Het hele interieur wordt geschilderd. Alle laat-gotische wand- en pilaardecoraties worden met een egale ecrukleurige teint overgeschilderd tot een ingetogen en strak geheel.
Door al deze werkzaamheden is het kerkgebouw natuurlijk tijdelijk ongeschikt voor alle liturgische vieringen. Daarvoor wordt uitgeweken naar het tegenovergelegen gymnastieklokaal. Elke zaterdag is het dan ook hetzelfde tafereel. De pastoor stapt dan bij mijn ouders binnen. Hij is weer op zoek naar 'werkkrachten'. Samen met mijn broers en de buurjongens moeten we dat gymlokaal geschikt maken voor de liturgie vieringen. In de berging onder het toneel liggen grote stapels klapstoelen. Die worden in keurige rijen in de gymzaal gezet. De 'beminde gelovigen' hebben dus een zitplaats. Onze pastoor komt altijd persoonlijk inspecteren of alles naar wens is. Met name moet er voldoende ruimte zijn voor de collectanten. Geld is voor de kerk uitermate belangrijk. Zeker nu, met zijn kostbare renovatie. Zondagnamiddag volgt dezelfde stoelenexercitie, maar in de omgekeerde volgorde. Immers, op maandag moeten de leerlingen weer de gymnastieklessen kunnen volgen.
Het spreekt voor zich, dat onze zielenherder bij de vele verenigingen de functie van 'geestelijk adviseur' krijgt toebedeeld. Of hij ook daarvoor zo geschikt is? De Katholieke Vrouwenbond houdt haar jaarvergadering. Het thema is: "de positie van de vrouw in het gezin". Onze pastoor dringt zich op, om dat onderwerp wel eens even te behandelen! Hij heeft er immers voor gestudeerd!: is zijn motivatie. Dat is voor Anneke Hoppenbrouwers toch een brug te ver. Hoewel klein van stuk, staat zij haar mannetje. Ruim dertig jaar getrouwd en met dertien kinderen weet zij beter dan wie ook 'hoe de hazen lopen'. Dus: exit pastoor.
Bij de plaatselijke voetbalclub ZSC, is het niet veel beter. Het eerste elftal speelt altijd 's-zondags om half drie de thuiswedstrijd. Maar ook het wekelijkse lof met aanbidding is op die middag altijd om drie uur. Wat een dilemma. Onze plaatselijke Don Camillo zet dus een flinke vaart achter de afhandeling van de rituelen en gebeden. Na afloop spoedt hij zich naar de pastorie, springt op zijn fiets en haast zich naar het voetbalveld. Langs de lijn ontpopt hij zich als een fervente en felle supporter van 'zijn ZSC'! De verbale aanmoedigingen zijn evenwel niet altijd even diplomatiek. Dat levert dan weer gefronste wenkbrauwen en een wat ongemakkelijk gevoel op. Oei, meneer pastoor, dat moet je gaan biechten! Maar ja, bij wie?
En toch kun je niet anders dan veel bewondering en respect voor deze priester hebben. Je zult maar moeten leven en werken in de turbulente tijd, waarin hij de zielenherder van Westerhoven is. De naweeën van de Tweede Wereldoorlog zijn nog volop aanwezig. De industrialisatie en mechanisatie nemen de samenleving mee in een stroomversnelling. De eerste signalen van ontkerstening en ontkerkelijking zijn ook al zichtbaar. Daar heeft hij het zichtbaar moeilijk mee. Zeker omdat hij een bijzonder groot liefhebber is van de gregoriaanse muziek.
Het vergt dus veel tact en inlevingsvermogen om een goede voorganger te zijn van de St. Servatius parochie. De reis die hij maakt naar Het Heilig Land zal hem daarvoor ongetwijfeld de nodige inspiratie geven.
Het is een strenge pastoor. Menige parochiaan wordt - soms vanaf de preekstoel - vermanend toegesproken als die ongeduldig in de kerkbank zit te wiebelen of te ijverig in het kerkboek zit te bladeren.
Wat hem vooral siert, is zijn voorliefde voor tradities. De jaarlijkse bedevaart naar Onze Lieve Vrouw ter Eik in Meerveldhoven is voor hem een hoogtepunt van het kerkelijk jaar.
In de zeventiger jaren van de vorige eeuw is hij ook de prominente initiatiefnemer van het weer 'heropstarten' van de jaarlijkse lichtprocessie naar de Valentinuskapel. Zijn toespraken en gebeden, daar bij het kapelletje bij de vredig kabbelende Keersop, maken steeds diepe indruk. Door hem krijgt de Valentinusverering weer een nieuwe impuls. Mede door de aanstelling van Kapelmeesters is er een garantie voor de continuïteit van deze verering. Ontroostbaar is hij als - begin jaren zeventig - het schitterende houten beeldje van Valentinus uit de kapel wordt gestolen.
Maar ook pastoors hebben geen eeuwig leven. Ook bij hem beginnen de vele jaren van dienstbaarheid aan de medemens hun tol te eisen. Op 69-jarige leeftijd gaat hij in september 1978 weliswaar met emeritaat, maar blijft toch in zijn geliefde Westerhoven wonen. Wanneer zijn gezondheid te wensen overlaat, wordt hij liefdevol verzorgd door zijn broers en zussen, waar hij een enorme sterke band mee heeft. Op zondag 3 augustus 1986 overlijdt hij in Eindhoven.
Een markante persoonlijkheid verdwijnt uit ons dagelijkse blikveld. Hij neemt plaats in de geschiedenis van zijn geliefde bisdom 's-Hertogenbosch en het mooie Westerhoven.
Dit verhaal verscheen eerder in dorpsblad de MikMak (opent in een nieuw tabblad) (20 maart 2025).
