In het archief kwamen we deze advertentie uit 1954 tegen, waarin een mooi beeld geschetst wordt van Haaren als vakantieoord. Maar hoe zat dat eigenlijk in de jaren '50? Was toerisme echt een belangrijke bron van inkomsten voor het dorp?

Een andere vraag die ons bezig houdt, is wat er precies bedoeld wordt met het "(minimum)" achter de pensionprijs per dag.
Is dat wat we tegenwoordig "vanaf-prijzen" zouden noemen? En die vijf gulden dus waarschijnlijk alleen in het laagseizoen?
Wie kan ons over dit soort zaken (of andere dingen over "vakantie in Haaren") wijzer maken?
En staat op de bijgaande foto van Langeweg 30 het bewuste pension?
We zijn benieuwd naar je reactie.




