Toen ik nog op de lagere school zat, noemde iedereen mij Piet de Mars. Dat snapte ik toen helemaal niet, ik wist ook niet waarom ze dat tegen mij zeiden. Ik vond het een soort scheldnaam en vond het verschrikkelijk.

Vele jaren later ben ik in de familie op onderzoek gegaan naar de oorsprong van de naam "de Mars". Mijn vader werkte bij de GrondMij als uitvoerder, dus de bijnaam kon daar niet van komen. Mijn grootvader was klompenmaker, dus dat had er ook niets mee te maken. Zijn vader, mijn overgrootvader dus, was echter marskramer en liep met zijn mars op zijn schouder alle boeren in de verre omtrek af om wat te verkopen. Als de boeren hem van verre al aan zagen komen, dan riepen ze: "Daar komt de Mars aan!" Toen wist ik natuurlijk meteen waar de naam vandaan kwam. Heel veel later, wij woonden nog in ons oude huisje (zie foto), is mijn vader een winkeltje begonnen in galanterieën, alles voor de boer en fietsen, zoals ik ook al eerder vermeldde in het verhaal over de rooilijn.
Hieronder zie je een foto van het huis van mijn opa en oma. Je ziet ze nog net staan bij de deur. Op de voorgrond staan vier gebroeders Sanders, van links naar rechts mijn Ome Marinus, mijn peetoom, Ome Frans, Ome Leonard en mijn vader Driek helemaal rechts op de foto.

Vroeger werden alle boodschappen opgeschreven en als de boeren het melkgeld hadden ontvangen, stuurde ons vader mij en onze Frans of Marietje samen op pad om geld te beuren. Dan kwam ik bij de boer, dan zeiden ze tegen mij: "Bende gij er inne van Driek de Mars?" En dan zei ik "Ja." Daarna gingen we dan met het geld en een lekkere appel of peer huiswaarts. De goeie ouwe tijd.
