Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Pottenavonden en een queenverkiezing: de spraakmakende activiteiten van de Lesbiese Werkgroep Den Bosch

Pottenavonden en een queenverkiezing: de spraakmakende activiteiten van de Lesbiese Werkgroep Den Bosch

Laura in 't Hout

22 juni 2026

Bijgewerkt op 22 juni 2026

Vrouwenbeweging

'Financieel zijn we nu helemaal onafhankelijk van de mannen en kunnen we (eindelijk) ons eigen beleid bepalen', aldus de Lesbiese Werkgroep van het COC Den Bosch in haar informatieblad "Uit de Doofpot" in november 1981. Hiermee werd gedoeld op het voorstel van het Bossche COC, aangenomen op het jaarlijkse COC-congres, om de eigen vrouwen- en mannengroep voortaan van elkaar te scheiden. Hoe valt dit besluit, dat het Bossche COC vrij uniek maakte, te verklaren? Hoe zagen de activiteiten van de COC-vrouwen eruit? Dit verhaal neemt je mee in een serie aan ‘potteuze’ activiteiten van de werkgroep tussen 1981 en 1989.

Verslag van het COC-congres in november 1981. Bron: Uit de Doofpot. Informatieblaadje voor lesbiese vrouwen, privécollectie Marion van Creij, tweede jaargang nummer 1 (1982).

Het 'experiment' van Den Bosch

De meeste COC-afdelingen en -activiteiten in Nederland bestonden uit een gemengde groep van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen, maar de mannen waren bijna altijd in de meerderheid. Hoewel homoseksuele mannen en lesbische vrouwen beiden gediscrimineerd konden worden vanwege hun seksuele geaardheid, bleek deze gedeelde ervaring van discriminatie niet genoeg te zijn om sommige COC-mannen te weerhouden van seksisme. Zou een disbalans tussen de COC-mannen en -vrouwen de werkgroepsplitsing in Den Bosch kunnen verklaren?

Meerdere uitspraken van de Lesbiese Werkgroep doen vermoeden van wel. De Lesbiese Werkgroep schreef bijvoorbeeld in hun informatieblaadje dat ze: ‘door de splitsing helemaal onafhankelijk van de mannen waren en (eindelijk) hun eigen beleid konden bepalen’. De schrijfwijze van deze zin lijkt erop te wijzen dat samenwerken met de COC-mannen een beperkte stem voor de COC-vrouwen betekende. Tegelijkertijd vraagt samenwerken wel om compromissen.

Voorzijde Uit de Doofpot. Bron: Uit de Doofpot. Informatieblaadje voor lesbiese vrouwen, privécollectie Marion van Creij, tweede jaargang nummer 1 (1982).

Toch lijkt het erop dat de COC-vrouwen ervoor moesten waken dat de COC-mannen niet de overhand namen. Zelfs na de splitsing van de werkgroepen. Uit een beleidsnota van de Lesbiese Werkgroep blijkt dat de mannen en vrouwen wél permanent samenwerkten bij voorlichtingen, informatiestands, en het COC-congres. Direct nadat er geschreven wordt over de samenwerking, staat geschreven dat: ‘de vrouwen die deze taken verrichten de verantwoordelijkheid dragen dat er binnen deze samenwerking voldoende aandacht besteed wordt aan specifieke vrouwenzaken’. Verderop in de beleidsnota worden nog twee zinnen gewijd aan een soortgelijke boodschap. Zo moesten er voor de gezamenlijke voorlichtingen ‘afspraken worden gemaakt met de mannen, om als potten evenredig aan bod te komen bij een voorlichting’ én de vrouwen van de voorlichtingsgroep ‘moesten ervoor waken dat dubbele onderdrukking, rolpatronen en dergelijke voldoende aan de orde kwamen tijdens een voorlichting’. Deze uitspraken laten zien dat een gelijkwaardige positie voor de COC-vrouwen niet vanzelfsprekend was. Mogelijk verklaart dit ook de keuze voor het opsplitsen in twee aparte groepen.

Bellen met Jopy

Over de precieze verklaring voor de splitsing tussen mannen en vrouwen valt alleen te speculeren. De verschillende diensten en activiteiten van de Lesbiese Werkgroep zijn daarentegen wel goed gedocumenteerd. Zo is vrij veel informatie bewaard gebleven over de drie verschillende hulpdiensten die de werkgroep aanbood aan lesbische vrouwen.

Een van deze diensten was de telefonische hulpdienst. De hulpdienst werd georganiseerd door Jopy. Hoewel zij geen direct lid van de Lesbiese Werkgroep was, stelde zij haar telefoonnummer wel enkele jaren beschikbaar voor hulpbehoevenden. Vrouwen die vragen hadden over hun lesbisch-zijn konden met Jopy bellen. De telefoonlijn was echter niet alleen gericht op hulpverlening. Volgens een oud-lid van de werkgroep belden lesbische vrouwen ook af en toe om te peilen ‘waar er iets te doen was voor lesbische vrouwen’.

Mededeling over de telefonische hulpdienst in de nieuwsbrief van de Lesbiese Werkgroep. Bron: Uit de Doofpot. Informatieblaadje voor lesbiese vrouwen, privécollectie Marion van Creij, tweede jaargang nummer 6 (1982).

Naast de telefonische hulpdienst was individuele opvang ook een mogelijkheid. Deze werd net als de telefonische hulpdienst toevertrouwd aan Jopy. Vrouwen konden bij haar terecht om te praten over hun (problemen met) lesbisch-zijn. Ook hielp Jopy op deze wijze de lesbische vrouwen bewust te maken van hun maatschappelijke posititie.

Hoewel Jopy de individuele opvang en telefonische hulpdienst uitvoerde, hoorden beide diensten wel bij de Lesbiese Werkgroep. Daarom overlegde Jopy regelmatig met de werkgroep en sloot Jopy in ieder geval tweemaal per jaar aan bij een werkgroepoverleg. Op deze manier bleven Jopy en de werkgroep op de hoogte van elkaars activiteiten.

Oproep voor de start van een gesloten praatgroep in 1982. Bron: Uit de Doofpot. Informatieblaadje voor lesbiese vrouwen, privécollectie Marion van Creij, tweede jaargang nummer 5 (1982).

Zo kon Jopy vrouwen, die bezig waren met hun coming-out, doorsturen naar praatgroepen van de Lesbiese Werkgroep. In deze groepen kwamen vrouwen circa vijftien keer bij elkaar voor herkenning, steun en solidariteit in hun coming-outproces. Op deze wijze wilde de Lesbiese Werkgroep bijdragen aan het zichtbaar worden en blijven van lesbische vrouwen. Ook plande de werkgroep bewust de praatgroepen en pottenavonden in op dinsdagavonden, om de drempel voor nieuwe bezoekers te verlagen.

De ‘pottenlook’

In de hoogtijdagen van de Lesbiese Werkgroep was er iedere dinsdagavond wel een 'pottenavond', waarop een introvrouw nieuwe bezoeksters ontving. Zij ‘maakte nieuwe potten wegwijs in het vrouwenhuis’ en ‘verschafte hen van informatie over de werkwijze en activiteiten van de Lesbiese Werkgroep’.

Toch voelde niet iedereen zich thuis. Zo schreven twee lesbische bezoeksters in een brief dat het vrouwenhuis meer toegankelijk zou worden als ‘vrouwen die niet de pottenlook vertegenwoordigden’ niet zo aangestaard zouden worden. Voor hen voelde het blijkbaar alsof alleen degenen met een ‘pottenlook’ welkom waren in het vrouwenhuis. Volgens de Lesbiese Werkgroep was ‘het vrouwenhuis zowel toegankelijk voor vrouwelijke lesbiënnes als potteuze heterovrouwen en alle variaties vrouwen’. Bovendien schreef de Lesbiese Werkgroep dat de vrouwen wellicht aangestaard werden, omdat ze ‘er gewoon leuk uitzagen’.

Ongeacht het wel of niet thuisvoelen waren de pottenavonden vrij drukbezocht, vertelt een oud-lid van de werkgroep. Volgens haar kwamen op de pottenavonden wel ‘tussen de 20 en 30 vrouwen’ af. De Lesbiese Werkgroep vervulde hierin een belangrijke regionale functie. Niet alleen lesbische vrouwen uit Den Bosch konden er gelijkgestemde vrouwen ontmoeten. Het oud-lid van de werkgroep herinnert zich dat er ook ‘vrouwen op afkwamen van twintig tot dertig kilometer ver’. Via flyers, advertenties in regionale kranten, affiches, de nieuwsbrief van het vrouwenhuis in Den Bosch en een eigen nieuwsbrief bereikten de maandelijkse activiteiten van de werkgroep dus allerlei les(bi)sche vrouwen.

Provoceren op Koninginnedag

De activiteiten van de Lesbiese Werkgroep bestonden voornamelijk uit de pottenavonden in het vrouwenhuis. Deze avonden werden, door de verantwoordelijke themagroep, opgedeeld in vier soorten: 1) Thema-avonden (een keer per maand), waarbij onder andere lesbisch moederschap, biseksualiteit en clausule 28 van Margaret Thatcher aan bod kwamen; 2) muziekavonden, waarop een zogenaamde ‘diskamazone’ allerlei (lesbische) muziek draaide, waardoor de bezoekers met andere vrouwen konden swingen; 3) een spelletjesavond, voor wie niet zo hield van swingen en waarbij zelfgemaakte lesbische spellen werden gespeeld, en 4) ideeën- en activiteitenavonden.

De Lesbiese Werkgroep was niet bang voor provocatie. Toen een van hun swingavonden op Koninginnedag viel, besloten de leden om niet iets te organiseren ter ere van de koningin, maar ter ere van henzelf. Ze organiseerden een Roze Bal met een queenverkiezing, vertelt een vrouw van de werkgroep in een aflevering van de Bossche vrouwenradio. ‘Is een queenverkiezing niet iets waar de vrouwen- en pottenbeweging vanaf moeten?’, vroeg de radio-interviewster zich af. Nee hoor: een lid van de Lesbiese Werkgroep legt uit dat ze niet ‘één queen eruit halen, maar zeggen dat iedereen van hen de queen is’. Zo wilden ze ‘juist laten zien dat een queenverkiezing niet gaat om één iemand kiezen, maar dat iedereen evenveel waard is’. De queenverkiezing moest vooral met een korreltje zout genomen worden.

Al met al waren de verschillende activiteiten van de Lesbiese Werkgroep een groot succes. Rond 1989 veranderde dit echter. De pottenavonden werden toen welsiwaar nog door verschillende vrouwen bezocht, maar ze leverden nauwelijks wat op. De ‘sluimerende toestand’ van de Lesbiese Werkgroep kwam volgens het oud-lid door de gemiddelde leeftijd: ze waren ‘allemaal een beetje dertigers geworden’, waardoor ze andere dingen deden. Ook speelde mee dat rond het begin van de jaren ’90 een jongerengroep actief was geworden ‘die faliekant tegen scheiding van mannen en vrouwen’ was.

Tot wanneer de Lesbiese Werkgroep precies heeft bestaan, is onduidelijk. Volgens het oud-lid was dat in ieder geval tot in het begin van de jaren negentig.

Achterzijde nieuwsbrief van de Lesbiese Werkgroep. Bron: Uit de Doofpot. Informatieblaadje voor lesbiese vrouwen, privécollectie Marion van Creij, tweede jaargang nummer 1 (1982).

Bronnen

  • BHIC, toegangsnummer 2158 Audio-archief Vrouwenradio Den Bosch, 1981-1986, inv. nr. 174.
  • BHIC, toegangsnummer 2234 Archief Anita Koster (Vrouwenbeweging ‘s-Hertogenbosch), inv. nrs. 2, 3, 4, 5, 8, 10, 11, 12, 13 en 27.
  • BHIC, toegangsnummer 1142 Kleintje Muurkrant, 1982 en 1983.
  • BHIC, toegangsnummer 1142, Rosa Vrouwenkrant, 1980-1982.
  • Uit de Doofpot. Informatieblaadje voor lesbiese vrouwen, privécollectie Marion van Creij, tweede jaargang nummer 1 tot en met 6 (1982).
  • Erfgoed ’s-Hertogenbosch, 0685 COC ’s-Hertogenbosch, (1978)1981-2006, inv. nr. 76 Beleidsnota Lesbiese Werkgroep Den Bosch.
  • Atria, Archief Vrouwenbewegingen Den Bosch, toegangsnummer IIAV00000701, doos 4 VTSG, Lesbiese Werkgroep, Vrouwenradio en Vrouwenopvang.
  • Atria, Archief Vrouwenbewegingen Den Bosch, toegangsnummer IIAV00000701, doos 1 Vrouwenhuis Den Bosch Nieuwsbrieven Vrouwenhuis Den Bosch 1982-1983.
  • Atria, Archief Vrouwenbewegingen Den Bosch, toegangsnummer IIAV00000701, doos 1 Vrouwenhuis Den Bosch Nieuwsbrieven Vrouwenhuis Den Bosch 1984-1986.
  • Interview met een voormalig lid van de Lesbiese Werkgroep door Laura in ‘t Hout, Den Bosch, 19 mei 2026.

Bekijk ook

Queer Brabant

Rebellerende vrouwen

Protest in Brabant

Reacties

Reacties laden…

Gerelateerde verhalen

VerhaalVrouwenradio Den BoschEen vriendin van me maakte een radioprogramma, ‘Krijg jij ook zo’n kippevel van hanengedrag?’, dat werd uitgezonden door Radio Vrij Den Bosch. Daardoor kwam een groep vrouwen van het Vrouwenhuis, waaronder ik, op het idee om een eigen vrouwenradio te beginnen.VerhaalHet Bossche VrouwenhuisDe wekelijkse thema-avonden van Brood en Rozen in het vrouwentrefcentrum in de Knillispoort waren een groot succes. De grote toeloop werd echter te veel voor de beschikbare ruimte. Er moest een eigen ruimte voor deze activiteiten komen en die werd eind 1977 gevonden in een winkelruimte in een net gekraakt pand aan het Stationsplein.VerhaalRebellerende vrouwen: de tweede feministische golf in Brabant, 1970-1990Eind jaren zestig groeide onder vrouwen in Nederland een gevoel van onvrede. In 1967 gaf Joke Smit woorden aan dat gevoel in het beroemd geworden artikel 'Het onbehagen bij de vrouw', waarin zij de juridische en sociale ongelijkheid tussen vrouwen en mannen aan de kaak stelde. Voor haar was emancipatie iets van vrouwen en mannen samen. In 1968 is ze dan ook een van de oprichtsters van de gemengde actiegroep Man Vrouw Maatschappij (MVM).VerhaalHerinneringen aan het vrouwenhuisToen ik in het voorjaar van 1979 naar Den Bosch kwam voor een toelatingsgesprek op de Sociale Academie was ik lid van een Jesuspeople-achtige sekte. Overtuigd als ik was dat de waarheid in de bijbel te vinden was, maakte ik iedereen daarvan deelgenoot, want dat zag ik als mijn opdracht. Zo ook de docent en studente die het toelatingsgesprek met mij voerden. Die studente was Nelleke. Zij adviseerde mij met klem naar de christelijke sociale academie in Kampen te gaan. Daar zou ik beter op mijn plek zijn dan op de linkse opleiding die Den Bosch was.

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.