Meneer Janssen heeft een auto gekocht. Een spiksplinternieuwe vierdeurs rode Renault Simca 1401. Op een mooie zondagmorgen, direct na de Hoogmis, stopt hij bij ons en komt achterom.

Hij is op zoek naar een reisgenoot om naar Antwerpen te gaan. Met wat geluk heeft hij twee kaartjes kunnen bemachtigen voor de altijd beladen voetbalinterland België - Nederland. Mijn vader is een excellente motorrijder en ook een verwoed voetballiefhebber. Immers elke zondag zit hij - met het Toto formulier in zijn hand - geconcentreerd naar de radio te luisteren, als Frits van Turenhout de voetbaluitslagen voorleest. Maar mijn vader kent de reputatie van meneer Janssen als chauffeur en die is niet al te best. Als hij vandaag de dag zou deelnemen aan het TV-programma "de slechtste chauffeur van Nederland", zal hij wel als winnaar worden uitgeroepen. Het is dan ook niet vreemd, dat mijn vader mijn moeder toefluistert: "Voor geen goud stap ik bij die mens in de auto".
De sfeer bij het koffie drinken voelt dan ook wat ongemakkelijk aan. Het is sneu voor mijnheer Janssen en zijn tickets.
Voetbal boeit mij totaal niet. Het is zelfs een straf als ik 's zondagnamiddag mee moet om naar ZSC te kijken. Ik sta dan ook versteld van mijzelf, als ik aanbied om mee te gaan.
Als door een wesp gestoken vliegt mijnheer Janssen overeind. De half opgedronken tas koffie laat hij staan, de jas wordt van de kapstok gegrist en weg zijn we. Via Eersel, Reusel en Turnhout arriveren we bij het Antwerpse voetbalstadion "De Hel van Deurne". We hebben staanplaatsen in een vak en wel te midden van een groot aantal bloedfanatieke Vlaamse supporters. De sfeer wordt tijdens de wedstrijd dan ook bijzonder hachelijk. Vooral omdat mijnheer Janssen heel luidruchtig en niet bepaald charmante opmerkingen maakt over de Belgische spelers. Ik vrees dat de "Hel van Deurne" wel eens de echte hel zou kunnen worden. Maar, we hebben geluk. De Belgen winnen de wedstrijd en zo dienen zij op die manier mijnheer Janssen van repliek.
De hatelijkheden zijn weer snel vergeten. Ongeschonden bereiken we de parking en we willen snel naar huis. Rijen dik proberen de vele automobilisten de parking af te rijden. De gendarmerie regelt het verkeer. Zijn Nederlands kenteken werkt natuurlijk als een rode lap op een stier en mijnheer Janssen is ook nog een ongeduldig type. Zijn irritant getoeter en druk gegesticuleer werkt natuurlijk averechts. Als we eindelijk mogen rijden, zwaait de gendarme sarcastisch goeiedag.
In Turnhout wil mijnheer Janssen nog een hapje eten. Als hij een eettentje in het vizier krijgt stampt hij zo hard op de rem, dat hij het pedaal bijna door de bodemplaat trapt en we dwars over de weg staan. De links en rechts staande Belgische automobilisten schudden meewarig hun hoofd. Na de Vlaamse frieten hervatten we de reis naar Westerhoven.
Op de vraag van mijn moeder hoe het ging, is er maar één antwoord. "Voor geen goud stap ik bij die mens in d'n auto".
Dat voornemen is maar van korte duur. Mijn broer heeft aan de ballonnen wedstrijd een Duits correspondentievriendinnetje overgehouden. Mijnheer Janssen heeft een Duitse vrouw, dus hij weet in Duitsland overal de weg; althans zegt hij! Op een mooie zondagmorgen rijden we naar het Duitse Grevenbroich. De ontvangst is allerhartelijkst met koffie en taart, soep en varkens gebraad.
De terugreis gaat via Roermond naar Weert. Vanaf daar wordt de autoweg A2 naar Eindhoven omgebouwd tot een dubbelbaans weg. Uiteraard neemt mijnheer Janssen de verkeerde rijbaan en gaat spookrijden. Als we hem daarop attenderen is zijn nuchter commentaar dat het nog maar een eindje is naar Leende en vervolgt hij doodleuk zijn kamikaze-actie. Gelukkig loopt alles goed af en komen zonder verdere kleerscheuren thuis. Op mijn vaders vraag, is mijn moeders enige reactie: "Voor geen goud stap ik bij die mens in d'n auto".
Overmoedig van zijn eigen kunnen, gaan de capriolen van mijnheer Janssen gewoon door. Op een zonnige zondagmorgen komt hij, samen met zijn vrouw, even goeie dag zeggen. Ze gaan op vakantie. Naar Frankrijk!
Voorzien van allerlei goed bedoelde adviezen vertrekt het echtpaar. Het belangrijkste advies aan de vakantiegangers is: Vermijd de périphérique, de beruchte zesbaans autosnelweg rondom Parijs. Maar ja, eigenwijs is ook wijs en dat geld zeker voor onze brokkenpiloot. Natuurlijk belandt hij dus op de périphérique. Als zijn vrouw heel laconiek opmerkt, dat ze inmiddels hetzelfde punt voor de zevende keer passeren, is de maat vol. Mijnheer Janssen zal wel even de weg vragen. Midden op deze zesbaanse snelweg zet hij zijn auto stil en opent zijn portier. Dat wordt er natuurlijk prompt vanaf gereden! Zo kan het niet verder.
De stemming in de auto tijdens de rit terug naar Westerhoven is ver onder nul. Zeg maar ijzig koud en dat wordt niet alleen veroorzaakt door het gemis van het portier dat op de Parijse snelweg is achtergebleven.
De volgende dag al zit mevrouw Janssen bij mijn moeder aan de koffie. De goeie ziel is nog helemaal ontdaan van de bizarre reis en de huiveringwekkende stuurmanskunsten van haar echtgenoot. Voor haar hoeft het nooit meer.
U kunt wel raden wat zij zegt. "Voor geen goud stap ik bij die mens in d'n auto".
Dit verhaal verscheen eerder in dorpsblad de MikMak (opent in een nieuw tabblad) (16 mei 2024).
