Strakke rijen militairen, streng ogende officieren en kapiteins. Met de Tweede Wereldoorlog nog vers in het geheugen heerste er vastberadenheid en orde in het Nederlandse leger van 1949. Dat dit beeld niet altijd klopt, lezen we terug in honderden uitspraken van de Krijgsraad. Van slaperige soldaten, kleine diefstallen en scheldpartijen tot dienstweigering en serieuze schietincidenten. Ontdek de roerige wereld achter de wapenen!


In 1815 werd de militaire rechtspraak bij wet geregeld. De krijgsraden spraken recht over militaire en gewone misdrijven van militairen. In het geval van een veldtocht werd een Krijgsraad te velde opgericht. De pas openbaar geworden dossiers van de Krijgsraad te velde Zuid uit 1949 laten een keur aan overtredingen en misdrijven zien.
Slaaptekort
Ondanks de verscheidenheid aan soorten delicten, zijn er ook duidelijke lijnen waarneembaar. Zo lees je vaak over kleine diefstallen en ongehoorzaamheid. Opvallend is ook het slaaptekort, dat vele soldaten parten speelde.
Regelmatig kom je strafbladen tegen met vermeldingen waarbij de militair ‘slapende is aangetroffen.’ Dit gold ook voor de Duitse Peter. Bij herhaling kon hij zijn ogen niet open houden tijdens de wacht. Maar hij had nog meer op zijn kerfstok. Hij werd veroordeeld voor diefstal van een radiotoestel, een ‘actetas’ en een ‘sportcostuum.’ Bovendien wist hij te ontsnappen uit de Willem II kazerne te Tilburg, waar hij in streng arrest was geplaatst. Al deze vergrijpen leverden hem in 1949 een gevangenisstraf op van anderhalf jaar.
Stelende Sint
Peter blijkt niet de enige met lange vingers. Ook een zekere Petrus kon zich niet inhouden en verdonkeremaande koffie, thee, margarine en 1000 gram oranjekleurige hagelslag uit de Lunettenkazerne in Vught.
De verklaring van Petrus roept toch enige sympathie op. Hij geeft namelijk toe dat hij de producten had meegenomen om deze ‘als St-Nicolaasverrassing aan zijn moeder te geven.’ Door dit goedbedoelde geschenk draaide hij zes weken de bak in.


Schelden en schieten
Respect staat in het leger altijd hoog in het vaandel. Uit vele dossiers blijkt echter dat lang niet alle militairen ontzag hadden voor hun meerdere en dat hooggeplaatste officieren hun minderen ook vaak uitscholden.
Zo werd een opperwachtmeester en brigadecommandant, die nogal klein van stuk was, door een zekere Johannes als volgt luidkeels beschreven: “Dat kleine rot oppertje, dat kreng, die zal ik morgen wel klein krijgen.” Tegelijkertijd beschreef hij twee marechaussees, die lager in rang waren, als ‘flikkers.’ Het leverde Johannes een gevangenisstraf van een maand op en een boete van 40 gulden.
Kapitein Jozef nam ook geen blad voor zijn mond. Hij bezocht in 1949 een schoenententoonstelling in Waalwijk, waar hij een reserve luitenant-vlieger tegenkwam. Meerdere getuigen verklaren dat Jozef hem toesnauwde: “Waar bemoei jij je mee, snotneus?” Dit grapje kostte de kapitein 50 gulden.
Er was niet alleen sprake van verbaal geweld. We vinden ook diverse mishandelingen en schietincidenten terug. Zo werd een korporaal in december 1948 dodelijk getroffen bij een schietoefening. Maar soms verwondde een militair zichzelf met opzet, zodat hij zijn functie niet uit kon oefenen.
Hoogste straffen
De meeste straffen variëren van boetes of een paar dagen licht of verzwaard arrest tot gevangenisstraffen van enkele maanden. De hoogste straffen werden opgelegd aan de zogeheten dienstweigeraars.
De dienstdoende luitenant vraagt Frederik in de Isabellakazerne te Den Bosch zijn uniform aan te trekken. Frederik weigert dit pertinent: “Ik weiger deze uniform aan te trekken, ik ben principieel dienstweigeraar.” Zijn meerdere wijst hem op de mogelijke gevolgen, maar Frederik blijft bij zijn beslising. Dit levert hem een gevangenisstraf op van maar liefst drie jaar.
Steeds meer stukken in te zien
Vanaf 1 januari 2025 zijn nieuwe archieven in te zien want na 75 jaar vervalt voor veel dossiers de beperking van openbaarheid. De Archiefwet 1995 bepaalt dat documenten van overheidsinstellingen na twintig jaar worden overgedragen aan het historisch archief. Ruim 95 procent van de overgedragen stukken is direct in te zien.
Voor de rest geldt een beperking op de openbaarheid, meestal omwille van de privacy van nog levende personen. Over particuliere archieven maakt het BHIC speciale afspraken met de schenkers. De beperkingen gelden altijd voor een van tevoren vastgestelde periode. En daarom worden er jaarlijks nieuwe archieven openbaar. Het bovenstaand verhaal is hier een voorbeeld van en is gebaseerd op toegangsnummer 20, inventarisnummers 601 en 602.



