Het is maar een klein schaartje, maar het zorgt voor grote commotie in Schijndel. Bij de verkoop ervan in 1743 vallen heftige woorden. Van “ick sal u voor uw kont schuppen” tot “strontapen en apenneuker” – ‘off diergelijcke scheltwoorden’. In het schepenprotocol van Schijndel lezen we hoe het zo ver heeft kunnen komen.

We gaan terug naar juli 1743 en bevinden ons in het huis van Rijnder van den Bogaert. Daar vindt de verkoop plaats van de inboedel van Andreas Adriaen Eijkentopff. In het huis hebben zich behoorlijk wat belangstellenden verzameld. Waarom precies dit ene schaartje zo begeerlijk is, blijft de vraag maar onder de aanwezigen maakt Jan van der Linden (alias Jan de Cuijper) zich al snel vreselijk druk.
“Onder schrikkelijke vloeken zeijde tegens hem […] Steekt het omhoog dat ick het sie? Het welk hij dikwils repeteerde met bijvoeginge van deeze off diergelijcke scheltwoorden? Aapenneuker steekt om hoogh dat ik het zie?”
Dat gaat de schepenen en secretaris te ver, ‘sulke baldadige woorden’ en zij proberen de vloekende Jan te bedaren en hem het praten te beletten. Dat valt niet goed, want Jan wordt alleen maar bozer. “Ik wil voor u niet zwijgen. Ick sal u voor uw kont schuppen. Dat ick schepen was, ik soude het u wel doen om hoog steeken maar schepenen en secretaris sijn maar strontaapen, aapenneuker.” Of ‘diergelijk’ staat er voor de zekerheid bij. ‘Platluijs’ is ook één van de verwensingen die voorbij komt, evenals het dreigende “ik zal u straeck wel krijgen’’.
De toon blijft onaangenaam want Jan blijft ‘baldadige moetwillige en injurieuse dreigementen uijtbrakende’. Daarom wordt de verkoop gestaakt. De schepenen en secretaris vinden dat zij in hun functie zijn tegengewerkt en op zo’n platvloerse wijze zijn behandeld dat zij hun beklag doen. Dat bevalt de tierende Jan nog minder. Getuigen verklaren hoe hij zijn zakken met stenen vult en voor het huis van de gemeentesecretaris gaat, ‘en al vloekende riep “Komt er maar uijt!”
Onderzoeker Wilbert Steenbakkers las deze opmerkelijke kwestie en tipte ons (waarover onze dank, Wilbert!)
Bron: Schepenbank Schijndel (T 5122, inventarisnummer 155)


