In heel kleine glazen flesjes, ter dikte van een potlood van ca. 4 cm, zat een licht gekleurde vloeistof. Het flesje was voorzien van een miniatuur kurk. Deze inhoud werd in een pan met kokende melk gegoten en omgeroerd, na afkoeling was het een enigszins vaste massa en dat moest pudding voorstellen.
Mede omdat veel melk was aangelengd met water was die “dril” niet te pruimen, het product heeft in de oorlog dan ook geen noemenswaardige opgang gemaakt .
Wel waren die lege flesjes gewild bij de ondergrondse, die er brandontstekingen van maakte. Het flesje werd gevuld met salpeterzuur, een houtschroefje werd door het krukje geschroefd en het geheel in cellofaanpapier gewikkeld.
Hooi, stro en heidetakjes moesten geleverd worden en stonden meestal op mijten klaar voor transport naar Duitsland. De mannen van de ondergrondse fietsten langs de klaarstaande mijt, draaiden de schroef aan waardoor het flesje kapot sprong, het zuur vrijkwam en zich door het cellofaan vrat. Dat duurde meestal een paar minuten en als er twee of meerdere lagen cellofaan om zaten hadden de mannen een grotere voorsprong. Ze gooiden het pakketje boven op de mijt en het zuur veroorzaakte broei, waardoor er brand ontstond. Het was een simpel te vervaardigen sabotageartikel.
Uit het geheugen van Martien v. Dooren.