Na de slag om Stalingrad (23 augustus 1942 – 2 februari 1943) werd duidelijk dat Duitsland de oorlog niet meer kon winnen.[i] De Duitsers wilden van opgeven niets weten en riepen de ‘Totale Krieg’ uit. Dat kwam neer op een alles of niets strijd waarbij men liever strijdend ten onder ging dan op te geven. En dat gebeurde ook.
Eind 1943 stonden bij Leningrad 930.000 manschappen aan Russische troepen, 21.600 kanonnen, 600 stuks luchtdoelgeschut, 1500 Katjoesja-kanonnen, 1475 tanks en 1500 vliegtuigen tegenover 741.000 manschappen van de Duitsers met 10.070 kanonnen, 385 tanks en 370 vliegtuigen.[ii]


In januari 1944 arriveert Jan Janse met het Nederlandse vrijwilligerslegioen bij Leningrad. Jan Janse uit Oisterwijk, bijnaam ’t Koopmenneke, is op dat moment pas achttien jaar oud. De strijd barst los en na bijna 900 dagen komt op 27 januari 1944 een einde aan het beleg van Leningrad. Janse en de andere vrijwilligers trekken zich terug naar de stellingen rondom de Estse stad Narva. In februari 1944 openen de Russen ook hier een massa-aanval. Het moet een hel geweest zijn met onophoudelijke bombardementen en artilleriebeschietingen op de Duitse stellingen. Terwijl de Russische troepen rouleren en de Duitse eenheden leegbloeden, is een terugtocht naar een beter verdedigbare stelling onvermijdelijk.
Het ‘Generaal Seyffardt’ regiment van het Nederlandse vrijwilligerslegioen krijgt de taak om de aftocht te dekken. Janse bedient in de veertiende compagnie van dit regiment een twee centimeter luchtafweerkanon tegen zowel infanteristen als aanvallende vliegtuigen. Het lukt ze om de aftocht voor andere eenheden te dekken, maar daarna moeten ze zelf nog een veilig heenkomen vinden. Het wordt de grootste vernietigingsslag tijdens de Tweede Wereldoorlog van ‘’Nederlandse troepen” aan Duitse kant. Het Seyffardt regiment verliest contact met andere eenheden en stuit overal op Russische troepen. Vervolgens trekt het noodgedwongen het bos met moerasgebied in. Een Russische omsingeling is het gevolg. Men probeert nog een frontale uitbraak te forceren, maar slechts een handjevol overlevenden weet de ‘Tannenbergstellung’ ten westen van Narva in de Blauwe Bergen te bereiken. De rest van het infanterieregiment wordt vernietigd of gevangen genomen.[iii]
Janse wordt op 26 juli 1944 door de Russen gevangen genomen. Op 30 september 1945 wordt hij op transport gezet naar Nederland. Hij is een van de weinige overlevenden van het Seyffardt regiment. Na anderhalf jaar gevangenschap in Rusland komt Janse eind 1945 aan in Nederland en wordt hij onder meer geïnterneerd in bewaringskampen in Den Helder en Vught.[iv]

Enkele jaren na het uitzitten van zijn straf meldt Janse zich aan bij het Vreemdelingenlegioen. Hier wordt hij uiteindelijk weggestuurd en hij keert terug naar Oisterwijk. In Oisterwijk groeit hij uit tot een beruchte koppelbaas. Op zijn hoogtepunt heeft hij in Duitsland meer dan tweehonderd bouwvakkers voor zich aan het werk. Het is een uniek verhaal dat vraagt om meer informatie en details. Waarom sloot Janse zich eigenlijk aan bij het vrijwilligerslegioen? Hoe verliep zijn oorlogstijd? Wat ging er vooraf aan Janse’s opkomst als een van de grootste koppelbazen? Hoe heeft Jan Janse uit Oisterwijk weten te overleven?
Lees hier zijn levensverhaal (opent in een nieuw tabblad)

Noten
[i] https://duitslandinstituut.nl/naslagwerk/70/der-totale-krieg (opent in een nieuw tabblad); www.verzetsmuseum.org/nl/kennisbank/introductie-14 (opent in een nieuw tabblad).
[ii] Paape, A.H., Bericht van de Tweede Wereldoorlog, deel 7 (Amsterdam 1970-1975) 1092.
[iii] https://historiek.net/slag-om-narva-estland-1944/71400/ (opent in een nieuw tabblad); Van der Schriek, ‘De Blauwe Heuvels. De slag om Narwa 1944 en de ondergang van “General Syffardt”’, Wereld in Oorlog, Nr. 41, 2014; https://militairespectator.nl/artikelen/betwist-verleden (opent in een nieuw tabblad).
[iv] Persoonsdossier J.J. Janse uit het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR).
