Gewikkeld in een versleten dekentje, in een kinderhemdje dat slordig aan elkaar is genaaid, liggend tussen versleten en verscheurde lappen: zo begint het leven van Johannis Huiskens op 19 april 1835 in Sint-Michielsgestel. Zijn achternaam dankt hij vermoedelijk aan de plek waar hij is gevonden: ‘het huisje’, ook wel de benaming voor het toilet.

Het verhaal begint in 2019 met een vraag op ons forum over het proces-verbaal over de vondeling Huiskens. Met hulp van andere onderzoekers ontrolt zich daar het leven van deze Johannis, waarvan zowel vader als moeder onbekend zijn. Op het moment dat hij wordt gevonden, is hij vermoedelijk twee à drie dagen oud, afgaande op zijn navel.
Vinder is ‘kanonnier stukrijder’ Kroos die om half zes in de ochtend van die zondag de 19de april als eerste naar het toilet gaat. Mogelijk is deze Kroos op dat moment woonachtig in het nabijgelegen huis. In het proces-verbaal lezen we dat Johannis voorlopig wordt bekostigd uit de armenkas, wat er op neer komt dat er geen directe opvang voor hem is geregeld.
Hoe verder?
Achter deze nauwgezette, bijna onderkoelde beschrijving in het proces-verbaal van de vondst van het jongetje gaat een wereld van radeloosheid, verdriet en vermoedelijk armoe schuil. Wie heeft deze baby in haar eentje op de wereld gezet, en met het weinige dat ze had - zo goed en zo kwaad mogelijk - in de kleertjes gestoken? Hoe is het deze vrouw verder vergaan? Heeft de vader geweten van de geboorte van zijn zoontje?
Op die vragen krijgen we geen antwoord maar Johannis zien we nog wel terug in de archieven. Hij trouwt met Sophia Hubertina van Eijk, krijgt meerdere kinderen en overlijdt uiteindelijk in 1913 in Maastricht. Het verhaal dat de achternaam terug zou gaan tot het ‘geheim gemak’ (het huisken) is een verhaal dat binnen van de familie van generatie op generatie wordt verteld, zo leert het forum ons.



