Bewoning was er al een paar eeuwen lang, daar op de Heuvel tegenover het Sint Paulusgasthuis. Maar het huis lag er in 1657 desolaat en onbewoond bij.
Omdat het huis niets meer oplevert geen pachten en cijnzen moest het eigenlijk afgebroken worden, maar Isaack Battem, rentmeester der geestelijke goederen besliste dat het dan beter verkocht kon worden. Dus laat hij beslag op het pand leggen en werd het huis verkocht aan Anthonis Leenaerts van Ham. Hij was de buurman, samen met Jan Lijcas de Roij

Heren van Helmond
Door de jaren heen krijgen het huis en de andere pandjes verschillende eigenaren en er moet vijf duiten cijns aan de heren van Helmond betaald worden. Wanneer Matijs van den Heuvel in 1745 het huis koopt staat er te lezen dat de huurster, de weduwe van Michiel van de Ven, gerechtigd is om door den hof naar de put te gaan om water te halen “zonder enig tegenzeggen van den koper.”
Gelegen tegenover het Paulusgasthuis
Jan van den Meerakker was op het einde van de achttiende eeuw de eigenaar van het huis aan Den Heuvel. Het geheel werd in 1812 verkocht aan klompenmaker Jan van de Vleuten, gehuwd met Petronella van de Meerakker, weduwe van Johannes Heesakkers. De verkoop zou plaats hebben in de herberg van Cornelis van der Hagen.
De gemeenschappelijk eeuwenoude put

De eerste koop bestond o.a. uit een gedeelte van een huizingen noordwaarts en scheidende door een muur en bestond uit vier vertrekken met een kelder en geut en een gedeelte van de hof. De tweede koop bestond uit een gedeelte van de huizingen gescheiden door een muur en bestond uit twee vertrekken. De put achter het huis bleef in gemeenschappelijk gebruik en onderhoud.

(collectie Jo van der Kaaij).
Klik voor een vergroting
Verdere eigenaren waren o.a. Jan van Gameren voerman, Johannes Cornelis van den Bosch timmerman. Notaris Daniel de Josselin de Jong koopt in 1865 een huis bestaande in twee woningen sectie G 129 en 130 en nog een schuur sectie G 128 voor honderd en vijftig gulden. De huisjes werden verhuurd.
Verdeling van de schuur sectie G 128
Alle percelen komen na een tijd in handen van de in de Rooise gemeenschap bekende Johan Antoon Joseph Muller, meesterkleermaker, en Johannes Jansen, broodbakker.
Het vreemde gebeurde toen dat het huis G 128 gedeeld werd door Muller en Jansen: het voorste gedeelte komt in handen van de familie Muller en het achterste gedeelte aan de familie Jansen. Muller vestigt er zijn kleermakerij en Jansen gebruikt zijn eigendom als bakkerij. In de voorgevel is die deling nu nog altijd duidelijk goed te zien. (Aanvulling: hoe ingewikkeld het eigendom van de panden Heuvel 32 en 34 in elkaar zit, legt Hans Hendriks in de reacties hieronder uit).

Zie voor de verdere geschiedenis over Muller en Jansen:
Ben Muller Heemschild (1998), afl.2 p. 25-52. BHIC, Rooidoc.0339