Het dorp Uitwijk ligt hoog op een zanddonk aan de oevers van de rivier de Alm en haar bewoningsgeschiedenis gaat terug tot in de Romeinse tijd. In het jaar 800 werd Uitwijk voor het eerst genoemd in geschriften van het Utrechtse bisdom. Met de bouw van de kerk werd rond 1100 begonnen. De kerktoren kwam in 1265 gereed.

(Bron: Wikimedia Commons (opent in een nieuw tabblad))
Voor de Reformatie was de kerk verbonden met de proost van de Utrechtse St. Salvatorskerk. Met de komst in 1607 van Cornelis van der Stigt als predikant kreeg de reformatie er vaste voet aan de grond.
In de twaalfde eeuw bouwde de heer van Uitwijk op de kunstmatig opgeworpen Alversberg of Uitwijkse heuvel een houten kasteel. Kasteel en heuvel bestaan niet meer, maar verder is het dorpsgezicht van Uitwijk met de talloze fraaie boerderijen en huizen vrijwel onaangetast gebleven.
Tijdens het Ancièn Regime was Uitwijk een heerlijkheid. Begin negentiende eeuw werd Uitwijk bij de gemeente Almkerk ingedeeld. Het buurtschap telde in die eeuw ongeveer 200 inwoners voor wie landbouw en veeteelt de voornaamste middelen van bestaan vormden. Van Uitwijks zonen mag Hendrik Colijn niet onvermeld blijven.
Deze ARP-politicus begon zijn carrière als officier in Nederlands Indië kreeg vooral bekendheid als premier van diverse kabinetten tijdens de dertiger jaren van de twintigste eeuw. In die hoedanigheid was hij overigens niet geheel onomstreden. Met name zijn vasthouden aan de ‘harde gulden’ zagen zijn critici als contraproductief in de crisisbestrijding.
