In mijn geboortedorp Westerhoven ligt, in het midden van de vorige eeuw, het economisch centrum van het dorp op een locatie die je daar niet echt verwacht. Het is niet bakkerij De Ster van Harrie, Theo en Frits Schellens in de Dorpstraat. Immers op het hoogtepunt van zijn activiteiten, heeft deze bakkerij zo'n twintig bezorgers en dito bestelauto 's. Daarenboven nog eens een groot aantal bakkers en banketbakkers. In die tijd is het dus wel de grootste werkgever in Westerhoven.

Het zijn ook niet de overbekende transportbedrijven van Nic, van Abke of van Jan Kwinten. Het steenfabriekje van Giel 'plimp' (Heesakkers) laten we ook maar buiten beschouwing.
Neen, dat economisch centrum ligt 'op den Heuvel'.
Het is gevestigd in een langgevelgebouw met aan de voorkant een opvallend laadperron. Het is de Boerenbond, maar beter bekend als: 'ut Pakhuis'. Het ruikt ernaar meel, maar ook hangt er de scherpe geur van kunstmest.
In die tijd is Westerhoven een overwegend agrarische gemeenschap. Voor hun bedrijfsvoering hebben de boeren dan ook veel kunstmest, zaai- en pootgoed en allerlei graansoorten nodig. Maar ook lijnzaadkoeken als extra voer voor de melkkoeien, onkruidbestrijdingsmiddelen etc. En, niet te vergeten, allerlei handgereedschappen. Ook dat is allemaal verkrijgbaar bij ut Pakhuis.
Jac Neutkens (Sjoak Neut) en Jac van der Zanden (Sjaok de Mulder) zijn de zaakvoerders. Elk met zijn eigen deskundigheid en ervaring.
In het vroege voorjaar is het bij het pakhuis dan ook altijd een drukte van belang. De akkers en graslanden zijn uit de winterslaap gehaald en zijn secuur geploegd en geëgd. Er is wel geen wedstrijd uitgeschreven en dus ook geen beker te winnen, maar het is altijd een statussymbool en een bewijs van vakmanschap om kaarsrechte voren te ploegen of de akkers zo strak mogelijk te eggen.
Zo liggen deze er verwachtingsvol te wachten om ingezaaid te worden.
Daarvoor liggen in het pakhuis vele zakken kunstmest, granen en pootgoed klaar om afgehaald te worden.
Jack Neutkens heeft een slecht oog. Bij het spelen met pijl en boog, krijgt hij - ongelukkigerwijs- een pijl in zijn oog. Die visuele beperking is totaal geen belemmering voor zijn functioneren. Integendeel, het heeft hem een fenomenaal geheugen opgeleverd. Alles weet hij. Niet alleen de complete inventaris van ut pakhuis, maar ook alles wat zijn klanten op dat moment nodig hebben. Hij is een lopende computer.
"Sjaok Neut" kent niet alleen al zijn klanten, maar ook hoeveel akkerland, gras- en weiland zij bezitten en wat er bewerkt moet worden. Hij weet van iedereen ook het aantal koeien, varkens en pluimvee dat zij hebben. Dat is natuurlijk heel erg handig.
Als de klant kunstmest, granen of pootgoed komt halen, weet hij meteen de benodigde hoeveelheid exact te vertellen. Maar soms is er een ongelovige Thomas, die zijn advies in twijfel trekt. Onverstoorbaar scheurt hij dan een stuk van een papieren kunstmest zak. Trekt zijn potlood vanachter zijn oor en rekent precies voor hoeveel nodig is om de akkers en graslanden succesvol in te zaaien en zodoende verzekerd te zijn van een royale oogst.
Sjaok de Mulder zorgt voor de " logistieke ondersteuning". Met een houten steekwagen met dikke ijzeren wieltjes verzamelt hij de zakken kunstmest, granen en pootgoed. Met snerpende wieltjes gaat de tocht dan door het pakhuis naar het laadperron. Heel geroutineerd wordt de bestelling op de klaarstaande platte wagen geladen. Er wordt geen tijd verspild en haastig vertrekt men richting de gereed liggende akkers.
En afrekenen? "Sjaok Neut", draagt altijd een kaki kleurige overall. In zijn borstzakje zit een bruin lederen notitiboekje. Dat is de volledige bedrijfsadministratie. In dat boekje wordt alles genoteerd.
Want, afgerekend wordt er pas, als " ut Stoom" uit Bergeijk, de boer zijn "melk geld" uitbetaald.
Na de zondagmiddag maaltijd, maken de gezinnen de wekelijkse wandeling en worden de akkers geïnspecteerd. Heel verwachtingsvol wordt geconstateerd dat het zaaigoed goed ontkiemt en de oogst misschien wel heel goed zal uitpakken.
Dat kan natuurlijk niet zonder "de hulp van boven". Op Palmpasen worden de akkers dan ook "gepalmd". Op elk van de vier hoeken van de ingezaaide akkers wordt zorgvuldig een gewijd palmtakje in de grond gestoken.
Soms wordt er -ten overvloede- nog een "schietgebedje" bij gepreveld. Immers voor een goede oogst is alle hulp welkom. Niet?
Maar soms moet er ook hulp bij "ut pakhuis" gehaald worden.
Als er tussen de gewassen teveel onkruid komt, moet een verdelgingsmiddel worden ingezet. Dat is vooral het geval als de gevreesde aardappelziekte phytophthora wordt geconstateerd.
De meeste Westerhovense boeren hebben een zogeheten "gemengd bedrijf". Dat betekent een - in die tijd nog beperkt - aantal melkkoeien, wat gras- en akkerland en ook wat pluimvee. De kippen zijn aan de zorgen van de boerin toevertrouwd.
Niet alle eieren zijn voor eigen gebruik, of voor de verkoop in de buurt. Het meerendeel wordt immers verhandeld.
Achter " ut pakhuis" is de "eierbond". In grote aantallen worden daar de eieren aan verkocht. Vandaar vinden die hun weg naar de bakkers of voor een andere industriële verwerking. Driek Adams (Driek Sjef) regelt al het wel en wee van deze onderneming.
De wederopbouw na de tweede wereldoorlog heeft uiteraard ook ingrijpende consequenties voor de Kempische boeren.
Schaalvergroting en mechanisatie vragen om forse investeringen. Een groot aantal ziet daar geen mogelijkheden voor en kiest voor een carrière switch. Veel van hen gaan werken bij de exceptioneel snel groeiende bedrijven als Daf en Philips. Anderen maken een nog meer rigoureuze keuze. Die kiezen voor een bestaan in de vreemde. Zij gaan een nieuw bestaan opbouwen in de emigratie landen, zoals Canada en Australië.
Valt dan " ut pakhuis" daardoor ook stil als economische motor?
Neen. De bestemming wordt gewijzigd in een mooie fietsenwinkel.
Het draait dus gewoon door. Wel in een andere versnelling en op twee wielen.
Als de klant kunstmest, granen of pootgoed komt halen, weet hij meteen de benodigde hoeveelheid exact te vertellen. Maar soms is er een ongelovige Thomas, die zijn advies in twijfel trekt. Onverstoorbaar scheurt hij dan een stuk van een papieren kunstmestzak. Trekt zijn potlood vanachter zijn oor en rekent precies voor hoeveel nodig is om de akkers en graslanden succesvol in te zaaien en zodoende verzekerd te zijn van een royale oogst.
Sjaak de Mulder zorgt voor de 'logistieke ondersteuning'. Met een houten steekwagen met dikke ijzeren wieltjes verzamelt hij de zakken kunstmest, granen en pootgoed. Met snerpende wieltjes gaat de tocht dan door het pakhuis naar het laadperron. Heel geroutineerd wordt de bestelling op de klaarstaande platte wagen geladen. Er wordt geen tijd verspild en haastig vertrekt men richting de gereedliggende akkers.
En afrekenen? 'De Neut' draagt altijd een kakikleurige overall. In zijn borstzakje zit een bruin lederen notitieboekje. Dat is de volledige bedrijfsadministratie. In dat boekje wordt alles genoteerd.
Want, afgerekend wordt er pas, als 'ut Stoom' uit Bergeijk, de boer zijn 'melkgeld' uitbetaalt.
Na de zondagmiddagmaaltijd maken de gezinnen de wekelijkse wandeling en worden de akkers geïnspecteerd. Heel verwachtingsvol wordt geconstateerd dat het zaaigoed goed ontkiemt en de oogst misschien wel heel goed zal uitpakken.
Dat kan natuurlijk niet zonder 'de hulp van boven'. Op Palmpasen worden de akkers dan ook 'gepalmd'. Op elk van de vier hoeken van de ingezaaide akkers wordt zorgvuldig een gewijd palmtakje in de grond gestoken.
Soms wordt er - ten overvloede - nog een 'schietgebedje' bij gepreveld. Immers voor een goede oogst is alle hulp welkom. Niet?
Maar soms moet er ook hulp bij 'ut pakhuis' gehaald worden.
Als er tussen de gewassen teveel onkruid komt, moet een verdelgingsmiddel worden ingezet. Dat is vooral het geval als de gevreesde aardappelziekte phytophthora wordt geconstateerd.
De meeste Westerhovense boeren hebben een zogeheten 'gemengd bedrijf'. Dat betekent een - in die tijd nog beperkt - aantal melkkoeien, wat gras- en akkerland en ook wat pluimvee. De kippen zijn aan de zorgen van de boerin toevertrouwd.

Niet alle eieren zijn voor eigen gebruik, of voor de verkoop in de buurt. Het meerendeel wordt immers verhandeld.
Achter 'ut pakhuis' is de 'eierbond'. In grote aantallen worden daar de eieren aan verkocht. Vandaar vinden die hun weg naar de bakkers of voor een andere industriële verwerking.
De wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog heeft uiteraard ook ingrijpende consequenties voor de Kempische boeren.
Schaalvergroting en mechanisatie vragen om forse investeringen. Een groot aantal ziet daar geen mogelijkheden voor en kiest voor een carrièreswitch. Veel van hen gaan werken bij de exceptioneel snel groeiende bedrijven als Daf en Philips. Anderen maken een nog meer rigoureuze keuze. Die kiezen voor een bestaan in den vreemde. Zij gaan een nieuw bestaan opbouwen in de emigratielanden, zoals Canada en Australië.
Valt dan 'ut pakhuis' daardoor ook stil als economische motor?
Neen. De bestemming wordt gewijzigd in een mooie fietsenwinkel.
Het draait dus gewoon door. Wel in een andere versnelling en op twee wielen.
Dit verhaal verscheen eerder in dorpsblad de MikMak (opent in een nieuw tabblad) (8 november 2024).

