Op 12 februari 1968 verhuisden wij vanaf de flat naar het Pater van den Elzenplein. Nieuw huis en nieuwe buren, Gerrit en Aly. Gerrit werkte bij de NS.
Ze hadden net als wij ook twee kinderen. De bestrating was nog niet klaar en we konden ons huis bijna niet bereiken van wege de modderpoelen en de grote berg zand die voor de deur lag. De woningen tegenover ons waren ook bijna klaar. Al gauw hadden we het goed naar ons zin op het Paters Pleintje. Tegenover ons kwamen Jan en Babs te wonen, Jan werkte ook bij de NS. Hun buren waren Dick en Jetty. Dick was leraar op de levensschool, er was altijd jeugd bij hen over de vloer.

Omdat alle buren tot laat in de avond werkten, hadden de vrouwen een kaartclub opgericht en werd het nog gezelliger. Gerrit en Jan hadden het altijd over 'Ut Spoor' en wisten tot de kleinste details wat er tussen, boven en onder de spoorbielzen gebeurde. Ik luisterde altijd aandachtig maar toch, na een tijdje gaf ik het op. Treinen met een hondenkop, treinbeïnvloeding, baanvaksnelheid en dwergseinen op het emplacement. Mijn god, ik snapte er niets meer van - maar dat zou later anders worden. "De treinen krijgen een gele kleur", zei Jan. "En de groene blauwe banen. De locs van de serie 450 worden in de toekomst vervangen door de serie 600, de 'bakkies'." Het zal wel, dacht ik dan.

Gerrit had een modelspoorbaan op zolder die zijn weerga niet kende. Vaak ging ik mee naar de zolder om nooit meer naar beneden te komen. Om daarna een biertje te kopen moesten we naar Chrisje Senders aan het eind van de Maastrichtsestraat. Eén van de buren hield dan wel een oogje in het zeil. Het was de laatste kroeg in de buurt, want Chrisje moest ook plaatsmaken voor de nieuwbouw. Om bij Chrisje te komen moest je wel het bouwterrein van de Dr. de Brouwerlaan oversteken. Maar dan had je ook wat. Een bruin café met Boxtelse gezelligheid.
Dit verhaal is eerder gepubliceerd in de MooiBoxtelKrant van28 oktober 2015.
