Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Van aardappels schillen in Loosbroek naar nylonkousen scoren in de Kalverstraat

Van aardappels schillen in Loosbroek naar nylonkousen scoren in de Kalverstraat

Xia van Beuningen

25 maart 2025

Bijgewerkt op 26 maart 2025

Op de Dam verzamelen zich steeds meer mensen. Halsrijkend kijken ze uit naar het Koninklijk Paleis waar Wilhelmina zo dadelijk zal aankondigen af te treden en het stokje aan Juliana zal doorgeven. Zouden ze zo dan eindelijk op het balkon verschijnen? Ondertussen wordt het steeds drukker en drukker. Zo is ook Doortje erbij komen staan. Samen met zuster Theodora en zo’n vijftien andere dienstmeisjes heeft ze deze middag Huize Sint-Jacob verlaten in de hoop een glimp van de vorstinnen op te vangen. En dan zijn ze daar eindelijk. Maar Doortje hoort amper wat de Koningin zegt, perplex van alle indrukken. Als ze ‘Leve onze koningin!’ hoort komt ze weer bij zinnen. ‘Hoera, hoera, hoera!!’ roept ze mee.

‘Gewoon heel skôn was dat’, zegt ze, bijna tachtig jaar later en 94 lentes jong, over die jaren in Amsterdam als bejaardenhelpster. Als achtste uit een gezin van elf neemt ze in 1946 haar intrek in Huize Sint-Jacob. ‘Ik had nichtjes die daar een tante zuster hadden. Thuis op de boerderij was het de hele tijd buiten en koud. En ik dacht: binnen werken lijkt mij eigenlijk ook wel heel fijn’. Ze had nooit kunnen bedenken dit allemaal te zullen zien op haar zestiende. Want het bleef niet bij de huldiging op de Dam.

Ze ziet ook voor het eerst het Bloemencorso. ‘Dat was zo’n leuke herinnering! De zusters namen ons dan mee naar Bennenbroek. En daar kwamen dan van die rijtoeren met praalwagens voorbij. Rijen dik stonden mensen te kijken. Maar het leuke was, dat ze dan wisten waar het minder druk was. Dus dan gingen we daar staan zodat we het allemaal gewoon goed konden zien. Dat was zo mooi, dat vond ik echt indrukwekkend’. ‘En wat dacht je van de Kalverstraat? Daar had je van alles te zien. Zoals bijvoorbeeld een heel groot en duur warenhuis aan de Dam. Daar gingen wij dan gewoon kijken en daar kochten wij dan ook ooit weleens iets.’ Die nieuwe nylonkousen zijn haar het meeste bijgebleven. ‘Die hadden dan een zwart naadje met zwarte hakjes. Als je die aanhad dan leek het net alsof je blote benen had, dat zag je toen nog niet zoveel’.

Ingelijste afbeelding van Maria met kind. Op de achterkant
van het schilderij staat: 'Herinnering aan mijn verblijf in
St. Jacobshuis 1946-1949. Bij afscheid gekregen van de Rector
bij mijn vertrek in 1949.' (Bron: privécollectie Doortje van
Lieshout-Roefs)

Maar ook ik in het Sint Jacob was er genoeg te ontdekken. Die nylonkousen kon Doortje kopen van het geld dat de bewoners van het Sint Jacob haar zo nu en dan toestopte. ‘Die stonden heel positief tegenover ons en die gaven je echt het gevoel dat ze je waardeerden.’ Die dankbaarheid kwam ook in de vorm van een paasei. ‘Er was bijvoorbeeld een man en daar had ik dan, voor ik eens in de zoveel tijd naar huis ging, zo’n heel skôn chocoladepaasei van gekregen. Dat was zo bijzonder! ‘Dat had ik dan met heel veel zorg mee in de trein terug naar Loosbroek moeten nemen, zodat het ei heelhuids aankwam thuis’.

Door die bewoners kwam ze ook tot de ontdekking dat er nog andere manieren zijn om elkaar te begroeten. ‘Als het bezoektijd was, kwamen er allemaal mensen uit Amsterdam en omgeving in het huis, dat waren dan van vijf zalen met ieder twaalf bedden. Om te groeten kusten die elkaar allemaal op de wang. Ik had dat nog nooit zo gezien. Natuurlijk wist ik wel wat kussen was, maar dat zag je in Brabant niet. Dat was toen nog helemaal geen Brabants gebruik. Dus dat was op zich wel hilarisch’.

‘Ik zou die tijd in Amsterdam niet hebben willen missen. Ik vind eigenlijk wel dat ik bevoorrecht ben dat ik die tijd meegemaakt heb. Het heeft mijn blik verruimd.’

Beeldje dat Doortje kreeg van een bewoonster

In de gang van het Sint-Jacob stond ook een typemachine waar de dienstmeisjes gebruik van mochten maken. Eindelijk kon ze hier wat doen met haar interesse voor muziek! ‘Ik heb daar liedjes op zitten typen voor de kapel die in het Sint-Jacob zat.’ Thuis op de boerderij had ze dat nooit kunnen doen. ‘Ik kwam wel uit een muzikale familie. Mijn vier broers hadden alle vier een accordeon en die waren ook, samen met mijn vader, bij het koor van de kerk. Maar voor meisjes was er altijd wel stop- en naaiwerk. Door de oorlog was er niet veel en alles werd versteld.’

Het mooiste ding in het Sint-Jacob? ‘Er was een bad! En daar mochten wij dan weleens in. Als je hoorde dat je gewoon in bad mocht, dat was gewoon hartstikke lekker! Die luxe, die had je op een boerderij niet. Zalig vond ik dat!

Dit verhaal is gebaseerd op een interview van de auteur met Doortje van Lieshout-Roefs in 2025. In dit interview vertelt Doortje over haar verblijf bij de Zusters van Liefde van Huize Sint Jacob in Amsterdam in de jaren vijftig. Het interview maakt deel uit van een reeks.

Ga hier naar alle interviews

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.