‘We waren eens aan het wandelen met een paar… ‘collega’s’ noem ik ze maar uit Geffen. En één vertelde dat ze voor arts aan het studeren was. En ze deed een stage op de OK. En ik dacht “oh, dat wil ik ook”, weet je wel. Daar is eigenlijk mijn roeping ontstaan. Dat is zo gek, dat ik dacht “oh, ik wil ook op zo’n OK”.

Nu, 70 jaar later, op haar bank bezaaid met leesboeken, puzzels en waterverfpaletten, uitkijkend over Amsterdam-Zuid, vertelt Desy hoe haar verblijf in Huize Sint-Jacob de springplank zou worden naar haar carrière als hoofd-OK in het Academisch Medisch Centrum en hoe de hoofdstad haar thuis zou worden.
In stilte loopt Desy samen met zeven andere meisjes achter regent Nijsten aan. Het draaiorgel verderop in de straat is het enige wat de rust in het groepje verstoort. Een half jaar geleden woonde ze nog op een boerderij in Vinkel en bemmelde ze op klompen naar school. Nu loopt ze hier in het centrum van Amsterdam. Al vertellend, gidst Nijsten hen vanaf het Huize Sint-Jacob, pal tegenover dierentuin Artis, via dat grandioze witte gebouw langs het water, dat ze al snel zou gaan kennen als Carré, langs het Rijksmuseum met vervolgens het concertgebouw als eindbestemming. Haar belangstelling voor kunst en cultuur is gewekt. Maar meer dan langslopen zou het voorlopig niet worden. ‘We durfden niet veel. We waren zo weinig alleen de stad in gegaan. En als we dan wel eens zo naar buiten gingen met dat hele stel, dan was dat omdat we zin hadden in een patatje’.

Waar ze wel veel is, is op haar werk: de ruimtes van Huize Sint-Jacob die niet bij een duidelijke afdeling horen. Denk hierbij aan de trappen en zolder. Enkele jaren later gaan een hoop van de meiden van Huize Sint-Jacob terug naar Brabant met hun diploma bejaardenwerkster op zak. Ze gaan trouwen of moeten hun verplichtingen in het gezin nakomen. Maar Desy niet. Desy kiest voor de vervolgopleiding Porta Coeli, een gloednieuwe katholieke opleiding tot bejaardenverzorgster, ontwikkeld door Huize Sint-Jacob. ‘Als ze zagen dat je iets méér kon dan met een sopje werken of het erf in een bepaald patroon harken, dan stimuleerden de zusters je erg om door te leren. Je moest wel minstens het niveau van de MULO hebben als je graag de verpleging in wilde. Dat stimuleerden ze dan ook. Dus ik heb eerst nog een half jaar natuur- en scheikunde moeten doen voor mijn diploma Verpleegkunde A.

Als Porta Coeli-cursiste is Desy ondertussen achttien en mag ze nu vaker zonder begeleiding de stad in van de zusters. Met een twintigtal medecursisten gaat ze naar het Requiem van Verdi. Ze zou Carré voor het eerst van binnen gaan zien! Al snel volgt ook een bezoek aan de stadsschouwburg voor het toneelstuk De Gijsbrecht van Aemstel, gevolgd door De bruiloft van Kloris en Roosje, dat daar traditiegetrouw op nieuwjaarsdag wordt gespeeld. ‘Dat was voor ons allemaal zo’n prachtig nieuws, die theaters. Dus ja, dat was heel leuk. Ik genoot daarvan.’ Haar liefde voor theater kan ze trouwens ook in het Sint-Jacob kwijt. Op de toneelzolder! ‘Het was een enorme ruimte. Er waren daar de mooiste voorstellingen. Daar hebben we nog eens Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen moeten opvoeren’.

(Bron: privécollectie Riet Tesser–van den Boer)
Twee jaar na de start als cursiste krijgt ze het insigne met passiebloem opgespeld: ze is nu Bejaardenverzorgster en begint haar lange loopbaan in het ziekenhuis. Vinkel blijft enkel terugkomen in de vorm van brieven en in haar hart reserveert ze steeds meer ruimte voor Amsterdam. Het Rijksmuseum, dat ze bij ‘het werk’ alleen van de buitenkant kon zien, is ondertussen haar achtertuin geworden.

Heel af en toe vindt ze haar weg terug naar het Zuiden en wordt dan ook meteen herinnert aan het verschil tussen Vinkel en Amsterdam. ‘Ik had een oom. En als ik dan ooit thuis was dan zei hij: “Oh, heb je de brand ook gezien?”. Dan dacht hij, als er nou ergens een fikkie in Amsterdam was geweest dat ik dat dan ook meekreeg. Die kon zich niet voorstellen dat het zo'n grote stad was. Prachtig’. ‘Het is mijn stad gewoon. Mijn land, mijn woonplaats. Ik denk omdat er alles kan. Je kunt zomaar naar het concert, je kunt naar ieder museum. Ja, prachtig’.
Dit verhaal is gebaseerd op een interview van de auteur met Desy Groenewoud-van de Ven in 2025. In dit interview vertelt Desy over haar verblijf bij de Zusters van Liefde in Huize Sint Jacob in Amsterdam. Het interview maakt deel uit van een reeks.
