Met lef en karakter je eigen pad volgen: Jacques van Meer kán niet anders. Het verhaal van een jongen uit Wouwse Plantage die de Hel van de Pin trotseert en het uiteindelijk tot de Tour de France schopt. En dat is niet eens zijn eindstreep.

Op 18 mei 1958 wordt hij geboren in Wouwse Plantage. Voluit als Jacques maar dat wordt al snel Jac op papier. Zijn geboortedorp wordt ook wel 'Pindorp' genoemd, verwijzend naar het bosrijke karakter en de vele dennen daar. Jonge Jac crosst al snel tussen de bomen door. Van jongs af aan ademt hij koers.
Tijdens de jaarlijkse kermis wordt er een lokale wedstrijd gereden: de Hel van de Pin. Het is een vlakke race die deels over zand- en koolbaantjes gaat en Jac leeft zich erop uit. Die ruige kilometers vormen een voorproefje van de taaie rennersmentaliteit die hem later zal kenmerken. Zijn eerste successen komen al in zijn jeugd. In 1976 wordt hij Brabants kampioen bij de junioren. Via amateurteams fietst hij zich verder omhoog: hij wint etappes in de Olympia’s Tour, behaalt nationale titels bij de amateurs, en vertegenwoordigt Nederland op de Olympische Spelen van 1980 in Moskou. In 1981 maakt Jac de overstap naar het profpeloton. Hij rijdt voor verschillende ploegen en laat in 1983 nadrukkelijk van zich horen wanneer hij de GP José Samyn wint.
Grote rondes
Die zege vormt een kantelpunt in zijn carrière. Daarna volgen de grote rondes: de Tour de France, de Giro d’Italia en de Vuelta. De resultaten zijn niet altijd spectaculair, maar wielrennen draait niet alleen om winnen. Het gaat om volhouden, doorzetten, en onderweg blijven. En dat kan Jac als geen ander. In 1987, op 28-jarige leeftijd, besluit Van Meer te stoppen met profwielrennen. Het betekent niet het einde van de wielerwereld want hij gaat werken bij Skala, de sponsor waarvoor hij zijn laatste seizoen heeft gefietst. In 1995 start hij een groothandel in racefietsen. Zo blijft hij verbonden met de wereld waar hij in is opgegroeid.
In 2025 verschijnt 'Van de Hel tot in de Tour', de biografie over zijn leven, geschreven door Jan van Oers. Het boek gaat niet alleen over de koers, maar ook over de mens achter de renner: over zijn jeugd in Wouwse Plantage, de hoogte- en dieptepunten van zijn carrière, en de vele anekdotes en herinneringen die zijn verhaal kleur geven.
