Als iemand haar thuis in Heesch had verteld dat zij in Huize Sint Jacob wakker zou gaan liggen van getrompetter van olifanten, dan had Annie diegene direct uitgelachen. Maar hier lag ze dan toch echt. Klaarwakker in haar hokje op de slaapzaal. Wachtend op het volgende teken van leven uit de dierentuin aan de overkant van de straat. Het straaltje maanlicht dat door het raam naast haar naar binnen schijnt maakt het onvermijdelijk om de tijd te zien: 03:15. Nog zo’n drie uur en haar wekker zou alweer gaan. Aan sommige geluiden die ze ‘s nachts in het Huize Sint Jacob hoorde zal ze nooit wennen. Ze had alleen niet gedacht dat olifantengetetter daar één van zou zijn. Aan het gedraai aan de andere kant van het gordijntje naast haar te horen, is ze gelukkig niet de enige.

‘Artis stond recht tegenover Sint Jacob dus ’s nachts hoorde je die dieren ook weleens. zegt Annie terwijl ze door het fotoalbum voor haar op tafel bladert. ‘Wij kregen ook allemaal een abonnement op die dierentuin. Dus als we eens een keer vrij hadden op een zondagmiddag, dan gingen we daar vaak op een bankje zitten leren’. Dat moment met de andere dienstmeisjes was een fijne onderbreking van haar drukke week.
‘Op die leeftijd is het ook een stuk werken aan jezelf. Als je in zo'n stad komt, dan heb je een andere omgeving. Je krijgt toch andere beelden binnen dan hier op een dorp.’
Het rennen en vliegen van de kamers op de zolder en dan weer naar de herenafdeling was dagelijkse kost. Vanuit verschillende hoeken van de zaal klinkt het onmiskenbare accent uit de Jordaan, ‘de echte Amsterdamse mensen’, zoals Annie zich nog herinnert. Voor haar een nieuw geluid. ‘Voor mijn idee als zestienjarige waren die… ‘brutaler’ is niet het goede woord… maar ‘vrijer’ in het uitspreken van het gevoel dan wij in Brabant gewend waren.’ Maar er woonden ook mensen zoals mevrouw Kalmthout, met altijd keurig roodgelakte nagels (zoiets hadden wij ook nog nooit gezien), dure kleding en een rijkelijk met zilver gevulde besteklade.

De bestekbak van mevrouw Kalmthout — lees: tientallen kleine lepeltjes — was één moment waarop Annie en de andere dienstmeisjes dichter bij elkaar werden gebracht. Door de gedeelde smart van de hele middag samen afwassen en oppoetsen, maar ook het moment van even ‘meiden onder elkaar’. Het was één moment uit velen. Een heel verschil met thuis waarbij Annies eerste zus boven haar zes jaar ouder was en haar broers toen nog vooral met elkaar speelden. ‘Thuis werd er sowieso niet veel gepraat. Dat hebben wij nooit geleerd, maar doordat je daar allemaal ongeveer dezelfde leeftijd had begon je dus steeds meer en meer dingen met elkaar te delen. Over thuis of dingen die je daar in het huis meemaakte’.
‘Als je als jong meisje, dat “de harde weg nog nooit op is geweest”, je in de grote stad moet zien te redden en je pas na drie maanden voor het eerst naar huis mag, dan ga je je ook wel binden aan sommige patiënten’. Annies oog valt op de houten met marmer afgewerkte stoof in de hoek van haar woonkamer. ‘Die heb ik van mevrouw Ravenstein gekregen, omdat ze wist dat mijn moeder een open been had. Dan kon ze hem daarop laten rusten’, zo dacht ze. In die grote mengelmoes aan mensen klinkt ook ergens een zuidelijke tongval. Als enige van Annies patiënten komt mevrouw Van der Lande uit Brabant. ‘Haar zoon woonde nog in Brabant en als die weleens op bezoek kwam, vonden ze het leuk als ik dan héél even kon komen buurten. Op de één of andere manier trok dat toch, hè, dat je ook uit Brabant kwam’.

Hoe die tijd nog wel eens terugkomt zo’n zeven decennia later? In de vorm van een beschuit met een plak kaas. Een compleet nieuwe smaakcombinatie. Net zoals komijnekaas. ‘Dat kende ik van de boerderij uit helemaal niet en dat lustte ik in het begin ook helemaal niet. Maar die combinatie van kaas bovenop een beschuit, dat kreeg ik dan weleens van zuster Margaretha. Zoiets vergeet ik nooit meer. Dat eet ik dus nog steeds weleens’.
Dit verhaal is gebaseerd op een interview van de auteur met Annie Hendriks-Schel in 2025. In dit interview vertelt Annie over haar verblijf bij de Zusters van Liefde van Huize Sint Jacob in Amsterdam in de jaren vijftig. Het interview maakt deel uit van een reeks.



Zij hoort dan bij de eerste lichting van Huize Sint-Jacob die dit certificaat op zak heeft.
(Bron: privécollectie Annie Hendriks-Schel)
