Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Van 'knollen hopen' in Vinkel naar carnaval in Amsterdam

Van 'knollen hopen' in Vinkel naar carnaval in Amsterdam

Xia van Beuningen

25 maart 2025

Bijgewerkt op 25 maart 2025

'Kom we gaan naar boven, gaan we ons verkleden en dan gaan we de stad in!’ Een handvol tienermeiden sluipt de trap op naar de toneelzolder van Huize Sint-Jacob. Ze hebben het gemunt op de rijkgevulde verkleedkist. Stilletjes gaan ze op zoek naar een geschikt kostuum. Onder andere een kabouter en politieagent verlaten even later de zaal. Op hun hoede om niet gezien te worden, vervolgt het markante gezelschap haar weg naar de achterdeur. Terwijl Annie de kraag van haar matrozenpak rechttrekt, voelt ze spanning van wat ze van plan zijn. Nóg een voordeel om met zoveel Brabantse meiden in Amsterdam te zijn: ze zou carnaval gelukkig niet hoeven te missen.

Annies oog valt op de foto van die carnavalsmiddag, in het boek dat voor haar op tafel ligt. ‘We zijn toen door de achterdeur naar buiten gegaan. Dat waren van die hele grote deuren waar de goederen voor de keuken door werden gebracht. En toen had iemand de deur voor ons opengemaakt. (Of waren wij dat zelf? Dat weet ik eigenlijk niet…) Maar toen zijn we allemaal de stad ingegaan. Verkleed en wel.’ Terugdenkend aan dat moment verschijnt er een lach op Annies gezicht. ‘Dat mocht natuurlijk helemaal niet. En toen hebben ze dat ontdekt en kwamen wij terug. We moesten beloven dat we dat nóóit meer zouden doen.’

Toen ze twee jaar daarvoor voet zette in de Plantage Middenlaan 52, had ze nooit gedacht hier zo haar draai te vinden. ‘Verschrikkelijk waren die eerste dagen. Je bent nóóit nergens geweest. Ik kende eigenlijk alleen de meisjes waarmee ik daar gekomen was. Ik kende verder helemaal níemand. En ook het werk niet, want als je op zo'n afdeling komt weet je helemaal niks! Helemaal niks.’ Thuis in Vinkel zat iedereen vast knus rond de openhaard met de warme chocolademelk en speculaas van haar vader. En zij lag hier op een grote slaapzaal aan de andere kant van het land, met slechts één gordijntje tussen haar en een ander dienstmeisje.

Carnaval in Huize Sint-Jacob, 1957. Annie als matroos verkleed in het midden. Bron: privécollectie Annie van Zandvoort-van Lokven
Carnaval in Huize Sint-Jacob, 1957. Annie als
matroos verkleed in het midden. (Bron: privécollectie
Annie van Zandvoort-van Lokven)

Maar die eenzame avonden op de slaapzaal maken plaats voor gezellige avonden in de eet- en recreatiezaal. Om 18:00 uur verzamelen alle dienstmeisjes zich voor het eten. ‘Kijk jij weer of ze hierheen komt?’, vraagt Annie aan Truus, die naast haar zit. Terwijl Truus zuster Ermelinda in de gaten houdt, grist Annie snel hun half opgegeten sneeën brood van het bord. Gisterenavond hebben ze die vissoep al tegen heug en meug naar binnen moeten werken, die drie sneeën brood op de vroege ochtend gaan er nu echt niet meer in, denkt Annie. Terwijl ze de restjes op de bekende plek onder het elastiek van het molton tafelkleed wegmoffelt wisselt ze een veelbetekenende blik uit met Riek, die ondertussen met een stapel borden haar kant op komt. ‘Dat we dat daaronder stopten was onder ons onderling algemeen bekend. De meiden die aan de beurt waren om de tafels af te halen, die voelden dan overal en gooiden dat dan weg.'

Die avond schalt het radioprogramma Arbeidsvitaminen door de recreatiezaal met een aankondiging van Huize Sint-Jacob. Enkele dienstmeisjes leggen hun haakwerk neer en spitsen hun oren. ‘Flinke katholieke meisjes en jonge vrouwen die zich willen bekwamen voor een mooie taak in de maatschappij, kunnen in Huize Sint-Jacob worden opgeleid tot Bejaardenhelpster en Bejaardenverzorgster’. Annie hoeft geen twee keer na te denken als de zusters haar vragen of zij dit zou willen. Horen ze bij de állereerste lichting met zo'n diploma? Deze kans laat ze niet voorbij gaan.

Samen met een zuster en de dienstmeisjes gaat Annie
in Amsterdam ook naar de film Du Bist die Welt für mich.
Dat maakte veel indruk. Het gelijknamige nummer van
Richard Tauber kent ze nog steeds.

Met haar diploma Bejaardenhelpster op zak, verlaat Annie in 1957 het Sint Jacob: ze moet van haar vader weer terug naar Vinkel. Hij is bang dat ze daar anders zal blijven; en daar heeft hij misschien ook wel gelijk in. Ze zou dan zeker nog doorgeleerd hebben tot Bejaardenverzorgster. De stilte van de boerderij is oorverdovend en weer even enorm wennen. “Ze hebben ook trouw geprobeerd mij koeien te laten melken maar dat heb dus nooit gekund, want ál wat met boeren te maken had vond ik verschrikkelijk. Ik heb altijd bij mijn eigen gedacht, ik heb het nooit hardop gezegd: ik wil nóóit een boer.”

Dit verhaal is gebaseerd op een interview van de auteur met Annie van Zandvoort-van Lokven in 2025. In dit interview vertelt Annie over haar verblijf bij de Zusters van Liefde van Huize Sint Jacob in Amsterdam in de jaren vijftig. Het interview maakt deel uit van een reeks.

Ga hier naar alle interviews

Annie (in het midden aan de rechtertafel) in de recreatiezaal van Huize Sint-Jacob. Hier kunnen de meisjes, nadat ze om 19:00 zijn afgewerkt, ontspannen. (Bron: privécollectie Annie van Zandvoort-van Lokven)
In 1957 rondt Annie haar opleiding Bejaardenhelpster af. Zij hoort dan bij de eerste lichting van Huize Sint-Jacob die dit certificaat op zak heeft. (Bron: privécollectie Annie van Zandvoort-van Lokven)
Annie (onderste rij, 2e van links) samen met haar medecursisten van de eerste lichting Bejaardenwerksters opleiding in 1956 (Bron: privécollectie Annie van Zandvoort-van Lokven)

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Van 'knollen hopen' in Vinkel naar carnaval in Amsterdam | BHIC