"Nelly, kom eens van boven af!” klinkt haar moeders stem vanuit de keuken. Op haar kloffie, klaar om zo de koeien te gaan melken, komt Nelly de keuken binnen. Daar ziet ze haar vader, moeder en nog één onbekend gezicht met een kop koffie rond de tafel zitten. Haar moeder valt maar meteen met de deur in huis: ‘Deze mevrouw is op zoek naar meisjes die bij haar in Eindhoven in betrekking willen gaan.’ Uitkijkend over Budel neemt Nelly mij mee terug naar dat moment in Luyksgestel 1954.

‘Zou je dat willen, bij mij komen werken?’, vraagt de onbekende vrouw. Het blijft even stil. ‘Nou dat weet ik niet’, aarzelt Nelly, ‘ik ben nog nooit ergens zo lang alleen geweest...’ En daarmee was er voor Nelly op dat moment genoeg gezegd: de koeien zouden zich niet vanzelf melken en de Luyksgestelse kermis waar ze die middag met haar vriendinnen heen zou gaan wachtte zeker niet op haar.
‘Nelly, wil jij nog wat brood brengen?', klinkt het weer vanuit de keuken. Dit keer was het niet de stem van haar moeder, maar die van Mevrouw gevolgd door het geluid van een belletje. Twee weken nadat Nelly haar voor het eerst aan hun keukentafel in Budel aantrof had ze als ‘binnenmeisje’ haar intrek in het achtkoppige gezin genomen. Elfkoppig als je het andere binnenmeisje, keukenmeisje en de chauffeur van het gezin zou meetellen. Mevrouw weet dat ze het spannend vindt om zo’n volle eetkamer binnen te komen en toch heeft ze in het afgelopen uur al drie keer brood moeten brengen. Óf ze hielden heel erg van brood, of ze wilde haar er langzaam aan laten wennen. Het zal het tweede wel zijn, denkt ze. Nadat ze de pap van de kinderen uit de hooikist heeft gehaald is het, zoals iedere dag, tijd om de vier grote kamers in het huis van kroonluchter tot parketvloer af te stoffen. Gelukkig doet ze dit samen met Marie, het andere binnenmeisje. Ze worden er steeds sneller in.
Half acht ’s avonds ploft ze dan eindelijk op de bank van hun eigen huiskamertje. Met de TV op de achtergrond denkt ze aan wat haar ouders haar hadden meegedeeld nadat Mevrouw die middag uit hun keuken was vertrokken: ‘Je gaat er maar heen. Daar leer je wat van’. Misschien hebben ze ook wel gelijk. Later deze week zou de chauffeur haar en de twee andere dienstmeisjes weer naar hun wekelijkse zwemles brengen. Dat zou ze in Luyksgestel nooit hebben kunnen doen. En ook krijgt haar hoofd ondertussen een kleine maand later niet meer dezelfde kleur als de roodfluwelen gordijnen als ze de kamer in moet om thee en koffie te schenken. En dat is maar goed ook, want ze zou morgen voor het eerst een groot gezelschap van twintig man moeten serveren. Ze denkt aan haar zwart-witte tenue dat al klaar hangt, met daarnaast haar gehakte zwarte lakschoenen. Vanavond weer op tijd naar bed dus.
Twee jaar na die eerste maanden in de villa, fietst Nelly door de bosrijke omgeving van de Oirschotsedijk. Ze is op weg naar haar wekelijkse kookles voor de Fijne Keuken in Hemelrijken. Het keukenmeisje zou het huis gaan verlaten en nu ze alles van het binnenwerk onder de knie had, vindt Mevrouw dat ze moest doorgroeien naar de keuken. Nu ze daar Ans en Sien heeft leren kennen heeft ze eigenlijk best zin in de les. Dat zij als boerentrutjes tussen die bekakte stadsmeisjes staan (ze verbaast zich elke keer weer over hoe weinig die meiden soms lusten; bij haar thuis eet je gewoon wat de pot schaft) schept misschien onbewust een band. Na de les zouden ze zelfs met haar mee naar de villa fietsen om daar nog een kopje thee te drinken. Ze zijn echt vriendinnen geworden.
De volgende dag heeft ze nog net een klein half uurtje voor haar bus naar Budel vertrekt. Tijd dus om nog snel even langs de etalage van Peek & Cloppenburg te gaan om te kijken of die mooie jurk van laatst er nog hangt. Wat zouden ze er thuis van vinden dat ze dit allemaal alleen onderneemt? Als de bebouwde kom een poos later langzaam overgaat in weiland, bedenkt ze zich dat hun koeien in Luyksgestel waarschijnlijk nog gemolken moeten worden. Maar die vlieger gaat niet meer op. Ze is de hele week al weggeweest. Nu zijn haar broertjes en zusjes aan de beurt.
Dit verhaal is gebaseerd op een interview van de auteur met Nelly Duisters-Bax in 2025. In dit interview vertelt Nelly over haar jongere jaren als dienstbode in Eindhoven in de jaren vijftig. Het interview maakt deel uit van een reeks.
