Naamgeving van hertrouwende vrouwen in Berlicum (1696-1702)

Bij het bewerken van het Berlicumse schepenprotocol over de periode 1695-1703 (BHIC, toegangsnummer 5120, inventarisnummer 91) stuitte ik op een behoorlijk aantal akten waarin de hoofdrol is weggelegd voor weduwen die op het punt stonden te hertrouwen.
Om precies te zijn gaat het om vier akten van huwelijkse voorwaarden tussen de aanstaande echtelieden en om elf inventarissen van de roerende goederen uit het eerste huwelijk van de vrouw. Zou ik deze huwelijken ook in de trouwregisters van Berlicum terug kunnen vinden?
Om die vraag te kunnen beantwoorden ben ik te rade gegaan bij de twee Berlicumse trouwboeken uit deze periode. Ten tijde van de Republiek was alleen een huwelijk voor de Nederduits Gereformeerde kerk rechtsgeldig. Huwelijken in andere kerken gesloten waren niet wettig, maar werden dat pas als ze ook nog eens voor de plaatselijke overheid werden geregistreerd. Vandaar dat katholieke huwelijken uit deze periode zowel in de registers van de parochie als van de schepenbank zijn terug te vinden. In Berlicum zijn dat voor de betreffende periode:
- het trouwboek van de rooms-katholieke parochie van Berlicum over de periode 1678-1806 (BHIC, DTB Berlicum 18).
- het trouwboek van de schepenbank van Berlicum over de periode 1664-1698 (BHIC, DTB Berlicum 12). Het volgende trouwboek van de schepenbank begint pas in 1708.
De resultaten van deze exercitie zijn te zien in onderstaande tabel. Per cel ziet u eerst de persoonsgegevens van bruid en bruidegom en in de laatste regel het folio/bladzijdenummer van de vermelding, de datering en - in het geval van het schepenprotocol - of het om een inventaris of om huwelijkse voorwaarden gaat.
Schepenprotocol (Berlicum RA 91) | RK trouwboek (Berlicum DTB 18) | Schepenbank trouwboek (Berlicum DTB 12) |
|---|---|---|
Peerken Peter Claes | Adamus Hendric | Adam Janse Gelaudimans |
Jenneken Janssen | Petrus Joannis | Peter Jan Jacobs |
Marijke Hendrick Jacobs | Joannes vander Westerlaeken | Jan Peters vande Westerlaecken jongeman |
Jenneken Hendrick Jacobs | Petrus Hermes | Peter Hermens van Vucht |
Jenneken Hendrick Willems van Helvoirt | Arnoldus Hendrix | Aert Hendricx van Beeckvelt jongeman |
Ariken Peter Sepen | Lambertus Jacobs | Lambert Jacobs jongeman |
Catelijn Frans Hendrick Rovers | Seeb Martens | Zebert Martens |
Grietie Teunis Jan Gielens | Adrianus Peters | Ariaen Peters vande Coevering jongeman |
Marija Hendricx van Gerwen | Theodorus Jacobs | Dirck Jacobs |
Lijsbet Aert Lamberts | Joannes Tunnissen | niet gevonden |
Catelijn Dircx Smulders | Petrus Fransen | Peter Frans Rovers jongeman |
Dircxken Arien Jan Teunis | Joannes Jansen van Gemert | register ontbreekt |
Erken Gijsberts van Deursen | Antonius Voets | register ontbreekt |
Lijsken Willem vande Ven | Joannes Lennaers Smulders | register ontbreekt |
Wat kunnen we uit deze vergelijking opmaken over de nauwkeurigheid van naamsaanduidingen in de verschillende bronnen?
De schepenen noemen van 14 van de 28 trouwlustigen een ‘achternaam’ als Gelaudimans, Van Vucht, Van Gemert etc. Van de andere 14 personen worden er 3 met slechts één patroniem aangeduid: Jenneken Claessen, Lambert Jacobs en Sebert Martens. Van de overige 11 worden minstens 2 generaties voorouders genoemd en soms zelfs 3: Peterken Peter Claes, Ariken Peter Sepen, Catelijn Frans Hendrick Rovers.

In schril contrast met deze vrij nauwkeurige naamgeving door de schepenen staat de registratie door de Berlicumse pastoor. Om te beginnen wordt in geen van de gevallen vermeld dat het om een nieuw huwelijk van een weduwe of weduwnaar gaat. En wat de naamgeving betreft wordt slechts viermaal een ‘achternaam’ genoemd, in 22 gevallen slechts één patroniem, tweemaal zelfs alleen een voornaam. Van de 14 bruiden worden er 2 alleen met hun voornaam aangeduid, de overige 12 krijgen van de pastoor een ‘patroniem’ toegevoegd. Maar vergelijking met de schepenregistratie wijst uit dat het hier in slechts 5 gevallen daadwerkelijk om de naam van de vader gaat. In de overige 7 gevallen blijkt het ‘patroniem’ afgeleid te zijn van de naam van eerste echtgenoot. Zo blijkt Margreta Lamers bijvoorbeeld de dochter van Teunis Jan Gielens te zijn, maar wordt ze hier ‘Lamers’ genoemd omdat ze eerder getrouwd was geweest met Lambert Dircx van Zochel.

De conclusie moge duidelijk zijn: de registratie van huwelijken (en waarschijnlijk dus ook van dopen en begraven) door de rooms-katholieke geestelijken was weinig nauwkeurig. Op basis van uitsluitend gegevens uit het katholieke trouwboek van Berlicum zijn genealogische fouten snel gemaakt. In de onderzochte gevallen is dat eenvoudig te voorkomen omdat er andere bronnen beschikbaar zijn. Maar het is een feit dat in veel plaatsen de katholieke Doop-, Trouw- en Begraafregisters het verst terug gaan en niet zelden de énige bron uit het DTB-bereik zijn.
Foutieve interpretaties liggen dan al snel op de loer. Het adagium ‘één bron is geen bron’ is net als in de journalistiek ook van toepassing op genealogisch onderzoek. Gelukkig komen de laatste tijd steeds meer secundaire bronnen, zoals bijvoorbeeld bewerkingen van schepenprotocollen van een groot aantal Noord-Brabantse plaatsen (opent in een nieuw tabblad) ter beschikking, met een schat aan informatie, zeker ook voor de genealoog.

