Tegenwoordig praten we over carnaval maar in mijn kinderjaren kenden we dat woord nog niet. Vastenavond is toch duidelijk de avond vóór de vasten begint, dus op dinsdag voor Aswoensdag.
Het is echter niet bij die ene avond gebleven want vastenavond begon op zondag en eindigde na de dinsdag. Men probeerde tijdens die drie dagen nog even van al het goede dat de wereld te bieden had, te genieten. Wij als kinderen hadden dan ook maandag en dinsdag na de middag vrij van school. Op zondag waren de feestelijkheden beperkt tot lekker eten en een extra snoepje. De grote mensen dronken een glaasje en waren druk met het leggen van een kaartje en biljarten. Op de maandag vóór de middag moesten we gewoon naar school , maar op dinsdag kregen we ieder jaar weer lichtbeelden met de toverlantaarn. Dat gebeurde dan in het patronaat en werd persoonlijk verzorgd door pastoor Bertens. Ieder jaar liet hij dan weer dezelfde plaatjes zien. Dat was de eerste paar keer wel leuk, maar na zo’n vijf jaar hadden we daar wel genoeg van.

Maandag en dinsdag na de middag werden volksfeesten georganiseerd, zoals zaklopen, blaasslaan, koekhappen, ringsteken en plankfietsen. Ik hoef dit niet meer uit te leggen, want het ging uiteindelijk om de winnaar en de prijzen die je daarmee kon verdienen. Bovendien waren het voor ons, als kinderen, toch leuke dagen.
Bij de volwassenen werd het werk van de dag al vroeg onderbroken om de vastenavond te vieren. Als in een dorp iets te doen was, werd daar meestal de rijvereniging bij betrokken. Er waren heel wat jonge boeren die over een paard konden beschikken en speciaal daarvoor werd ieder jaar een evenement georganiseerd, het zogenaamde ‘gentrijden’. De dode gent (gans) werd aan de poten vastgebonden aan een houten stelling, die over de weg was gespannen. De nek van de gent werd eerst flink ingewreven met groene zeep en was dus spekglad. Eén voor één probeerden de ruiters onder de stelling door te rijden en vervolgens de kop van de gent te trekken. Dat trok natuurlijk heel veel kijkers, want het was een spannende strijd en die was niet zomaar afgelopen. De uiteindelijke winnaar mocht dan de gent mee naar huis nemen.


(foto: collectie RHC Eindhoven)
Als jongens hadden we zo ook onze eigen bezigheden. Vóór vastenavond maakten we een foekepot. Dat was een glazen pot waarover een varkensblaas werd gespannen met daarin een stevige rietstok vastgemaakt. Door met de binnenkant van de hand daaroverheen te strijken, kwam er een geluid uit van een basinstrument. We gingen dan van huis tot huis en zongen daarbij het volgende lied:
Jan het is vastenavond
Kom niet thuis voor t’avond
T’avond in de manenschijn
Als de boeren naar bed toe zijn
Dan dansen wij op klompen
Foekepotterij, foekepotterij
Geef me een cent
Dan ga ik voorbij
Uit: H.S. Ebben, De eerste vijfentwintig jaar van mijn leven in Beers aan de Maas (2010)
