Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Veldwachter Wim Martens

Veldwachter Wim Martens

Embert van Vegchel

7 januari 2025

Bijgewerkt op 7 januari 2025

Op zoek naar familieverhalen over mijn moeder Jo Martens stuit ik op veldwachter Wim Martens, haar opa.

Familie Martens, Tongelre
Wilhelmus sr. (Wim) Martens, zijn vrouw Johanna Manders en hun kinderen. (Foto: collectie E. van Vegchel)

Nadat op 4 juni 1903 Willem Martens, jachtopziener te Deurne, door de Commissaris der Koningin benoemd is tot veldwachter van de gemeente Tongelre [1], vestigen hij en zijn gezin met acht kinderen, zich op 12 juni 1903 in de toen nog zelfstandige gemeente Tongelre [2]. Hij is dan 35 jaar, getrouwd met Jo(hanna) Manders, en heeft zich in Deurne opgewerkt van veenarbeider tot jachtopziener.

Tongelre, van oudsher een katholieke, armoedige, agrarische gemeente, is geleidelijk aan iets welvarender geworden met de komst van allerlei kleine ambachten als weverijen en sigarenmakers.

Er zijn een flink aantal kranten- en tijdschriftartikelen over hem geschreven en daaruit rijst een beeld op van een onverschrokken, moedige en plichtsgetrouwe man met een behoorlijke reputatie. Hierna beschrijf ik een aantal van zijn ‘avonturen’.

Veldwachter Wim Martens vat zijn taak, handhaven van de openbare orde, zeer serieus op en gaat voortvarend te werk. Zozeer zelfs dat diezelfde Commissaris van de Koningin Baron van Voorst tot Voorst in zijn reisverslag van 1903 opmerkt: “In de bosschen gaven vele vrijende paartjes zich aan onzedelijkheid over; de veldwachter bekeurde er driemaal; ze kregen respectievelijk f. 25 of 30 dagen, f. 25 of 14 dagen en f. 25 of dagen [sic!]. Nu zit er de schrik in!" [3]

Niet alleen vrijende paartjes zijn zijn doelwit. Vier maanden later weet hij twee stropers te strikken. [4]

“Ploert, laat me los!”

Op 11 oktober 1903 treft hij tijdens zijn surveillance de hem op dat moment onbekende heren T.v.L., 16 jaar, arbeider, en J.M.L.C., 17 jaar, arbeider, beide wonende te Eindhoven, 's middags rond 3 uur aan op het jachtveld, genaamd “Achterbosch”, terwijl zij het 'schaarhout' doorkruisen. De twee stropers zijn in het bezit van een geweer, een hond en een gedode haas die zij “in het veld buiten openbare wegen en voetpaden in open jachttijd, zonder consent, buitengewone machtiging of jachtakte, op dat ogenblik vervoerden”.

Martens aarzelt geen moment en grijpt de man vast om hem de haas af te pakken en in beslag te nemen. Maar dat stuit op verzet. Hij krijgt een stoot tegen de borst. De man probeert zich weer los te rukken en roept: “ploert!, laat me los”. De andere man houd zijn geweerloop boven het hoofd van de veldwachter en roept: “laat los of ik sla je de hersens in!”

Dat heeft geen effect op de veldwachter, waarop de man zijn geweer schietklaar maakt en hem onder schot neemt met de woorden “ ik schiet je kapot, ploert!” Martens verbergt zich daarop achter de man die hij nog vastheeft waardoor er geen mogelijkheid is om daadwerkelijk te schieten. Later blijkt dat het geweer geladen is met een hagelpatroon. Beide mannen worden voor het gerecht gedaagd en veroordeeld.

Leve de veldwachter van Tongelre!

Op 8 Februari 1904 verhoogt de gemeenteraad de jaarwedde van veldwachter Martens met fl. 50 en kent hem tevens een gratificatie van fl 25 toe. Zij wensen deze degelijke politiebeambte van harte geluk met deze beloning. Daags voor de gevallen beslissing van de raad, heeft veldwachter Martens nog blijken van moed, onverschrokkenheid, tact en beleid gegeven: een viertal, als bandieten gedragende sujetten, worden gevangengenomen en in Den Bosch ter beschikking van de Officier van Justitie gesteld. De krant schrijft enthousiast: "Leve de veldwachter van Tongelre!" [5] Waarschijnlijk heeft veldwachter Martens dit huldeblijk mede te danken aan zijn kranige optreden tegen deze twee stropers.

Een paar maanden later is het weer raak. Het zal duidelijk worden dat veldwachter Martens niet snel onder de indruk raakt van bedreigingen en klappen.

Broodmes

Op 12 juni 1904 gaat veldwachter Martens naar het huis van T.J.K., 23 jaar, sigarenmaker, om met hem te praten over een kort tevoren aldaar in die gemeente gepleegde vernieling of beschadiging van bomen staande langs de provinciale weg te Tongelre.

T.J.K. is hier niet van gediend, grijpt een broodmes van tafel en jaagt de veldwachter het huis uit en achtervolgt hem, zwaaiend met zijn broodmes. Als hij de veldwachter heeft ingehaald probeert hij tot tweemaal toe hem in de buik te steken onder het uitroepen van “Ik steek je kapot”. De steken missen echter hun doel doordat de veldwachter ze telkens weet te ontwijken. [6] Ook deze man moet zich verantwoorden voor de rechter.

Dat veldwachter Martens een scherp oog heeft voor details moge blijken uit het volgende incident.

Hondenmoordenaar

Op 29 november 1906 ziet de veldwachter een vreemde, niet in Tongelre thuis behorende, hond lopen met de staart tussen de benen. Deze hond bijt de hond van de 49-jarige landbouwer J. Gooyaarts. De veldwachter verdenkt daarom de loslopende hond van hondsdolheid en rapporteert dit aan de burgemeester. Deze draagt hem op de boer aan te zeggen dat hij zijn hond moet afzonderen en vastleggen.

Op 1 december ziet de veldwachter echter de hond van de boer nog steeds loslopen. Na dit aan de Burgemeester gerapporteerd te hebben, krijgt hij de opdracht de hond onmiddellijk dood te schieten. De boer scheldt hem daarop uit met de woorden: “Je bent een verrekte ploert, een hondenmoordenaar”. [7]

Begin 1907 gebeurt er iets waarbij veldwachter Martens zelfs landelijk de pers haalt.

Haas of konijn?

Op zaterdagavond 2 februari 1907 bezoekt de veldwachter de herberg van J. van den Broek. Er doen in de kranten verschillende versies van deze gebeurtenis de ronde [8]. Ik neem, voor de beschrijving van dit incident, het verslag van de zitting op 16 mei 1907 van de Arrondissements-Rechtbank te ‘s-Hertogenbosch. Dit is de getuigenis van de veldwachter zelf over wat hem overkomen is:

“1e getuige Martens verklaarde: Beklaagden gingen met den haas in de herberg van Van den Broek; ik ging hen in die herberg na om den haas in beslag te nemen; ik nam hem in beslag doch de beklaagden verhinderden mij er mede naar buiten te gaan, 1e beklaagde greep mij bij den hals vast en er ontstond tusschen beklaagde en mij een worsteling, van 2e beklaagde ontving ik buiten een slag op het hoofd; binnen sloeg 3e beklaagde mij met een stok op het hoofd, waardoor ik hevig bloedde.

Een half uur later ging ik naar de kom van het dorp waar ik 1e beklaagde ontmoette; deze vluchtte, doch ik zette hem na.

Deze beklaagde loste toen een schot uit een revolver of pistool. Ik greep beklaagde waarna hij op mij richtte met voornoemd wapen. Ik weerde evenwel tijdig met mijn linkerhand het wapen af, waardoor het afging en de kogel door mijn hand vloog.” [9]

De rechtbank veroordeeld T.J.K. 26 jaar, sigarenmaker te Tongelre, "thans gedetineerd, die 16 mei jongstleden ter zake van wederspannigheid in vereniging en van poging tot doodslag, althans poging tot zware mishandeling tegen de veldwachter Martens te Tongelre gepleegd, terecht staat tot een gevangenisstraf van drie jaar". De eis luidde 2 jaar gevangenisstraf. Antonius Berkers, 19 jaar, opperman te Nuenen en L.J., 19 jaar sigarenmaker te Tongelre, die met T.J.K. terecht staan ter zake van wederspannigheid in vereniging, worden veroordeeld elk tot een gevangenisstraf van zes maanden. [10]

Dat vijftig jaar later de herinneringen aan de reputatie van veldwachter Martens nog steeds niet zijn vervaagd blijkt uit het volgende verhaal.

Oud zeer

Veldwachter Martens, die een halve eeuw geleden in Tongelre orde en rust moest handhaven, wist ook van wanten, als er recherchewerk verricht diende te worden. Het volgende verhaal laat hieromtrent geen enkele onzekerheid.

“In den avond van 7 december vorig jaar werd van een inwoner van Nuenen een nieuw lantaarn van zijn fiets gestolen. Dader(s) natuurlijk onbekend. Acht dagen later gaven we bericht, als zou de lantaarn zijn teruggevonden op een zekere plaats.

Wat is nu het geval geweest? Toen op dien bewusten avond W. v.d. R. zijn rijwiel even onbeheerd buiten liet staan zagen enkele jongelui, dat twee personen, waarvan eene woonachtig in Tongelre, in de nabijheid van het rijwiel treuzelden. Zij sloegen hierop direct geen acht, doch toen zij later vernamen, dat er een lantaarn was ontvreemd gaven zij lachend W. v.d. R. te kennen, dat die twee het wel gedaan konden hebben.

Toen zij na enkele dagen hoorden dat de lantaarn was teruggevonden, waren zij blij dit slechts onder voorbehoud verteld te hebben. Dezer dagen is echter gebleken dat het terugvinden van de lantaarn op zekere plaats slechts een strik was om de dief er in te laten loopen. Zodra de jongelui hun vermoedens aan W. v.d. R. hadden medegedeeld, stelde deze de gemeenteveldwachter Martens uit Tongelre van een en ander in kennis. Deze, die op het gebied van naspeuringen zijn sporen reeds heeft verdiend, zou dat zaakje wel eens opknappen. Hij beval W. v.d. R. rond te vertellen, dat de lantaarn was terug bezorgd. De verdachte zou hij dan eens speciaal in de gaten houden.

Reeds meermalen ontmoette de veldwachter de verdachte per rijwiel, doch steeds zonder lantaarn. Hij begon reeds te twijfelen of hij wel op het rechte spoor was, toen hij n.l. zondag den verdachte weer ontmoette per fiets en op die fiets een mooie spiksplinternieuwe lantaarn, juist als die van W. v.d. R. Aangezien hij zich niet kon herinneren waar hij die mooie lantaarn vandaan had, nam de veldwachter deze in beslag. De lantaarn werd door W. v.d. R. direct herkend en wanneer de verdachte bij zijn verklaring blijft, dan zal de rechter hem zijn geheugen wel opfrisschen en veldwachter Martens krijgt gewis een pluimpje voor zijn activiteit.” [11]

Veldwachter Martens en zijn vrouw Jo krijgen in totaal 14 kinderen. Hij sterft op 1 juli 1942, 74 jaar oud. Uiteraard in Tongelre.

Noten

  1. [1] Provinciale Noordbrabantsche en ‘s Hertogenbossche Courant 06-06-1903
  2. [2] Archief 15428, reg.nr. 1226, pag 57 RHC Eindhoven
  3. [3] R. Wols, De Commissaris van de Koningin over Tongelre, op bhic.nl/ontdekken (02-04-2009)
  4. [4] Het paleis van justitie; populair weekblad voor binnen- en buitenlandsche rechtspleging 12-08-1904
  5. [5] De Peel- en Kempenbode 10-02-1904
  6. [6] Het paleis van justitie; populair weekblad voor binnen- en buitenlandsche rechtspleging 27-01-1905
  7. [7] Het paleis van justitie; populair weekblad voor binnen- en buitenlandsche rechtspleging 19-04-1907
  8. [8] Zie onder andere Nieuwe Tilburgsche Courant. 05-02-1907
  9. [9] Nieuwe Tilburgsche Courant. 18-05-1907
  10. [10] De Noord Brabander 31-05-1907
  11. [11] Nieuwe Eindhovense Courant 02-04-1964

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.