Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Verhalen rond het keetvuur 1: de dodenakker

Verhalen rond het keetvuur 1: de dodenakker

Louis de Bot (†)

14 april 2021

Bijgewerkt op 24 april 2025

In de ruige Biesbosch verbleven de arbeiders in vroeger jaren in keten. Door kieren en spleten was het verblijf vooral 's winters daar geen pretje. Geen water, geen stroom, geen toilet. Geen wonder dat ze blij waren als ze op zaterdagmiddag terug konden keren naar hun dorp Hank. Bij vroege duisternis in de winter waren ze gedwongen om al vroeg naar de keet te gaan.

In de keet knapperde het vuur, aangemaakt en onderhouden door de jongste arbeider, dikwijls nog een kind. Na het karige eenzijdige maal ging men rond het keetvuur zitten en om de tijd te doden kwamen al gauw de verhalen los. Sommige met waarheid, sommige met veel fantasie, de een nog sterker dan de andere. Sommige verhalen bewaard gebleven door overlevering van vader op zoon. Het waarheidsgehalte is onbekend.

De dodenakker

We schrijven 1880. In deze winter kwam ook de jeugd dikwijls bijeen in de Kerkstraat, die destijds Nieuwe Steeg heette. Bij de monumentale boerderij annex tapperij van Narriske van der Pluijm tegenover de oude kerk werd er wat gedold en gepraat. Maar algauw ging het deze winteravond er om eens wat stoers te doen. Naast de kerk lag het kerkhof. Een kerkhof was in die tijd een heilige en mysterieuze grond waar je s ’avonds als het donker was niet moest komen. Het kon er spoken op de dodenakker. Niemand die het waagde om dan het kerkhof op de gaan. Zelfs de pastoor niet. Ene Gerrit riep in de groep dat hij het wel aandurfde om even het kerkhof op te gaan. De anderen in de groep keken hem verbaasd aan. “Nee, dat durf je niet.” “Ik wel,” zei Gerrit. “Goed, hoe bewijs je dan dat je er geweest bent?” Een van de jongens holde snel naar huis en haalde een hamer en een spijker. De kruizen op de graven waren destijds allemaal van hout. “Om te bewijzen dat je er geweest bent moet je deze spijker slaan in het kruis van het graf van je moeder.”

Rattenkeet Jannezand. Bron: collectie stichting Archief*Kring Hank.
Rattenkeet Jannezand. Bron: collectie stichting Archief*Kring Hank.

Nagestaard door de groep verdween Gerrit in het donker naar het kerkhof. Met knikkende knieën kwam hij bij het graf van zijn moeder. Snel sloeg hij zittend op zijn knieën de spijker onder in het houten kruis van zijn moeder. Snel, heel snel stond hij op en probeerde het op een lopen te zetten. Maar een hand, diep uit de aarde, trok hem aan zijn jas. Gerrit verstijfde helemaal en stond stil. Hoorde hij de stem van zijn moeder? Hoorde hij gegil? Zelf slaakte hij een ontzettend harde schreeuw die door merg en been ging. Hij worstelde zich uit zijn jas en zette het op een lopen. De groep, inmiddels de rauwe kreet gehoord hebbende van Gerrit, had het ook op een lopen gezet. Omdat hij maar één jas had moest Gerrit de andere morgen terug naar het kerkhof. Hier ontdekte hij het mysterie. In zijn haast en angst had hij de spijker dwars door zijn jas geslagen!

Dit verhaal is eerder verschenen in de serie Stoere verhalen bij het keetvuur (website Stichting Archief*Kring Hank (opent in een nieuw tabblad))

Hebt u ook nog zo'n verhaal? Laat het Archief*Kring Hank weten!

Meer Stoere verhalen bij het keetvuur? Klik dan hier

In 2004 bracht René Bastiaanse voor een aflevering van het programma De Wandeling (Omroep Brabant) een bezoek aan zo'n keet.

Bekijk hier de aflevering van De Wandeling (opent in een nieuw tabblad)

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Verhalen rond het keetvuur 1: de dodenakker | BHIC