Als veearts kon Piet Leermakers ook tijdens de oorlog op allerlei plekken komen, zonder zich verdacht te maken. Tot vermoedelijk verraad een eind maakt aan zijn ondergrondse activiteiten. En aan zijn leven.

Mijn ome Piet (opent in een nieuw tabblad) is in Helvoirt geboren. Hij was de zoon van Clasina Bergman en Antoon Leermakers. Hij was een van de jongste in een gezin van negen kinderen. Er waren vijf jongens en vier meisjes. Drie van de vier meisjes zijn ingetreden in het klooster.
De vader van ome Piet was veearts in Helvoirt. Ome Piet werd ook veearts. Hij trouwde met Jans van Gestel en ging in Biest-Houtakker wonen. Het leven van ome Piet en tante Jans is een triest verhaal.
Ome Piet was lid van de ondergrondse en omdat hij veearts was mocht hij overal bij de boeren komen. Zo kon hij de parachutisten, uit de vliegtuigen die door de Duitsers neergeschoten werden, onderbrengen bij verschillende boerderijen totdat zij weer naar Engeland konden.
Maar op een morgen hebben zij hem en een onderduiker, deze man heette Jan van Dongen (opent in een nieuw tabblad), een jongen van zo ronde de twintig, opgepakt. Vermoedelijk was het verraden werk. Samen met Jan is hij doodgeschoten.
Korte tijd later is zijn huis in brand gestoken. Tante Jans moest vluchten met acht kinderen. Dit alles gebeurde in Biest-Houtakker, waar een straat is vernoemd naar ome Piet. Het huis van ome Piet en tante Jans is weer opnieuw gebouwd en in de voorgevel is een steen gemetseld met een afbeelding van St. Joris met de Draak.


