vesting Steenbergen
1330-1812
Je moet voor alles betalen, voor bescherming door één
en voor hulp door zijn vijand, goud voor onthouding van roof,
voor mangel aan brand, zilver voor het sparen van oogsten.
Vriend en vijand liggen dicht opeen, als zoutstof in gekookte as,
voor dit semi-front geronseld, van heinde en ver. Met hen mee
loopt de haastige ziekte, de zomer slaat huizen met de helwitte P.
Waar biedt je weerstand, ben je zacht? Je verlangen open te zijn,
nooit hoger dan drie handen, doet ook de wering der meidoorns
te niet. Alleen voor ogen uit de hemel leg jij je geschiedenis bloot.
Y. Né
Uit: de Zuiderwaterlinie, gedichten. (Uitg. NBKS)

