VIOS werd opgericht rond de jaren dertig. De naam ‘VIOS betekent’ ofwel ‘voetballen is onze sport, ofwel ‘voetballen is ons streven’.
Voorgeschiedenis
Of er in Beers vóór de jaren 1920 al een voetbalclub was, zou ik niet weten, want daarover heb ik nooit iets gehoord of gelezen. Wél weet ik uit eigen waarneming, dat er eind 1924 gevoetbald werd op een terrein gelegen achter de boomgaard van Piet Hurkens.
Rond het jaar 1926 werd er gevoetbald op een terrein gelegen ten zuiden van de provinciale weg naar Cuijk, tegenover het huis van Hubert Hendriks, de schoenmaker. Het clubhuis was toen bij Piet Wagemans, de molenaar, van wie verschillende zoons ook bij de club speelden.
Ik weet dat nog zo goed, omdat ik daar zelf bij betrokken was, bij gelegenheid van de bekerwedstrijden. Vanaf het clubhuis liepen toen de deelnemende verenigingen in optocht naar het terrein, voorafgegaan door het bestuur. Mietje Heinen en ik liepen daartussen, elk met en fluwelen kussen, waarop de trofeeën waren uitgestald.

Omstreeks die tijd is er een voetbaltoernooi gehouden op het Ossenbroek. Dat vond plaats op een weiland, gelegen aan de zandweg door de ‘Noot’, vlak ten zuiden van de boswachterwoning van Piet Nelissen. Ook speelden daar enkele zonen mee van baron Van Hövell tot Westerflier. Het was een stralende zomerdag en er was veel belangstelling. De kastelein, Wim Wagemans, uit Beers, waar toen ook het clubhuis was, had door vrachtrijder Jan Siebers (opent in een nieuw tabblad), de nodige verfrissingen laten aanvoeren.
In het boek over de geschiedenis van de familie Van Hövell tot Westerflier staat een foto van de voetbalclub, die toen op het Ossenbroek werd opgericht, genaamd de ‘Beerse Boys’ en tot eind 1929 heeft bestaan.
VIOS
Na een tijd van stilte rondom de voetbalvereniging, hebben enkele voetballiefhebbers het hoofd van de school, Herman Janssen, zover gekregen, dat hij het voorzitterschap van de club op zich wilde nemen. Er werd een nieuw voetbalterrein aangelegd aan de provinciale weg naar Gassel, even voorbij het huis van Jan Langen.
De nieuwe club ‘VIOS’ beschikte nu over een bestuur, een voorzitter een goed terrein en natuurlijk ontbrak ook de ‘geestelijk adviseur’ niet. Dit was in die tijd niet zo vreemd; de meeste verenigingen hadden een dergelijke adviseur. Normaal was dat de pastoor van de parochie, die zich meestal liet vertegenwoordigen door de kapelaan, in die tijd een kruisheer.
De Kerk bepaalde in die tijd ook wanneer op zondag gevoetbald mocht worden. De wedstrijd moest afgelopen zijn vóór aanvang van het lof, dat om drie uur in de middag begon. De aanvang van de wedstrijd werd zodoende om één uur vastgesteld en met het kwartier rust meegerekend, eindigde die dan om kwart voor drie. Dit gold voor alle parochies in het bisdom.
VIOS voetbalde in de competitie in de eerste klas ‘Maasbuurt’, bijvoorbeeld tegen Schaijk, Zeeland, Ravenstein, Herpen. De eerste wedstrijd was uit tegen Ravenstein. Voor het vervoer daar naar toe maakte de club gebruik van de vrachtauto van Jan Siebers. Ze meenden toen goed voorbereid te zijn, maar helaas verloren ze met 8 – 0. Ze hebben zich hierdoor niet laten ontmoedigen en maakten al gauw goede vorderingen. VIOS werd voor veel clubs in latere wedstrijden een geduchte tegenstander.
Onderscheiden hebben zich daarbij de vaste keeper, Piet Essers, en de vaste middenvoor, Martien Terburg. Ze hebben de hele periode vanaf de oprichting tot aan de opheffing, eind dertiger jaren, deel uitgemaakt van het eerste elftal.
De jeugvoetbalclub van VIOS
In die tijd bestond er nog geen jeugdopleiding van de toekomstige Beerse voetballers. Wel hadden we plaatselijke clubjes, die tegen elkaar voetbalden. We moesten dan één cent per maand betalen om af en toe een nieuwe bal te kopen.
In het begin van de jaren dertig is daar verandering in gekomen. Herman Janssen, het hoofd van de school en tevens voorzitter van de voetbalclub, heeft ons daarbij gestimuleerd. Op een of andere manier kwam er een voetbal, een groep jongens werd er verzameld en het voetballen kon beginnen. Er werden twee partijen gevormd, die probeerden er een leuk potje van te maken. Kleedruimte of overige voorzieningen waren er niet, maar daar hadden we ook geen behoefte aan; wèl aan water voor de dorst!
Aan de zuidzijde van het veld, twee weilanden verderop, lag het boerderijtje van Piet Schraven. Vóór het huis lag een ouderwetse put met een hefboom. Als we daar aankwamen, was vrouw Schraven al een emmer water aan het putten, want die had natuurlijk allang door wat wij kwamen doen. Ze haalde een grote soeplepel voor de dag en daar konden we dan uit drinken.

Voetballeiding was er helemaal niet bij en we hebben elkaar dan ook voetballen geleerd. Natuurlijk gingen we iedere zondag naar het voetballen kijken, als ‘Vios’ moest spelen en daar staken we ook een heleboel van op.
Geleidelijk aan ontstonden er voetbalclubjes, die wedstrijden tegen elkaar organiseerden. Meestal speelden de jongens uit ‘de Hei’, die in de meerderheid waren, tegen de rest van de Beerse jeugd. In ‘de Hei’ werd dan gevoetbald op een braakliggend stuk land van Jan Driessen en de thuiswedstrijden werden gehouden op een weitje achter het huis van Marinus Jans bij de molen van van Riet.
Het hoofd van de school had deze ontwikkeling wel in de gaten gehouden en zei op zekere dag tegen ons: “Jongens wat denken jullie er van, als we eens tegen de Fratersschool van Cuijk gaan voetballen?” Nou, dat was niet tegen dovemansoren gezegd en iedereen popelde van ongeduld om de strijd tegen de Fratersschool aan te binden.
Voetbalschoenen hadden de meesten wel, maar een gelijk uitziend tenue, dat was er nog niet bij, alhoewel de meesten toch wel beschikten over een zwart voetbalbroekje. Wij wilden natuurlijk, net als de club ‘VIOS’, geheel in het zwart spelen.
Eindelijk was de lang verwachte dag aangebroken en we verzamelden ons onder begeleiding van meester Janssen bij de familie Smits, steenhouwer aan de Stationsstraat in Cuijk.

Het voetbalveld van de fraters lag aan de oostkant van de Veldweg en was voorzien van een afrastering, maar er stond geen spier gras op, dus het was gewoon een zandvlakte.
Natuurlijk ging het er hard aan toe, maar het was wel een faire wedstrijd. Wie er gewonnen heeft, weet ik niet meer, maar toen de wedstrijd afgelopen was, zagen we eruit alsof we de hele dag op het land gewerkt hadden.
Voetbal tijdens de oorlog
We kwamen toen in een periode van de mobilisatie en de jaren van de Tweede Wereldoorlog. Onderling hadden we nog wel kontakten, maar voetballen was er niet meer bij.
Dat duurde tot het einde van het jaar 1944. We waren inmiddels bevrijd door het Tweede Britse Leger, waarvan veel militairen in Beers waren gelegerd. Er ontstonden algauw kontakten met deze militairen, die maar één ding wilden en dat was voetballen. In korte tijd werd dan ook een elftal samengesteld en ging het in optocht naar het voetbalterrein, dat was gelegen op het land van Martien van den Boogaard, achter het pakhuis van de N.C.B. De optocht werd voorafgegaan door de tamboer met grote trom, omhangen met een tijgervel. Daarachter volgden de doedelzakspelers, die er lustig op los speelden.

Een Engelse scheidsrechter blies voor de aftrap en het spel was begonnen. De Beerse jongens lieten zich niet op de kop zitten en gingen er hard tegenaan. Er werden toen gelukkig nog geen gele kaarten uitgedeeld, maar de scheidsrechter moest wel eens handelend optreden. Enkele keren klonk het dan ook “shake hands” en alles was dan weer pais en vree. Hoe de uitslag van de wedstrijd geworden is, weet ik me helaas niet meer te herinneren.
De nieuwe club HBV
Nadat de oorlog voorbij was, werd er zo spoedig mogelijk een nieuwe club opgericht. De toenmalige onderwijzer, Karel van den Berg, was bereid om het voorzitterschap op zich te nemen, bijgestaan door Toon Linsen, die secretaris werd.
De club wilde de naam VIOS weer aannemen, maar dat werd door de bond niet goedgekeurd; er was namelijk intussen al een voetbalvereniging in Beugen opgericht met de naam ‘VIOS’.
Iemand kwam toen op het idee om de club dan maar ‘Herboren VIOS’, kortweg ‘HBV’, te noemen!
Intussen werd er ook uitgezien naar een geschikt terrein om te voetballen. In eerste instantie was dat op een weiland achter de boerderij van Martien van den Boogerd. Later werd, in overleg met de gemeente, een terrein aangelegd aan de Hapseweg in de nabijheid van de Graafsedijk. Dat ging in die tijd nogal moeizaam, want alles moest zoveel mogelijk gedaan worden door de eigen leden. De afrastering langs de Hapseweg met de toegangspoorten werden gemaakt door het timmerbedrijf van Albert Thijssen, tevens lid en speler van de club. De aanzet van het huidige sportpark ‘Calbroek’ was hierbij gemaakt.
In de loop van de jaren is het geheel verder uitgebreid en ligt in Beers een sportaccomodatie, waarop de voetbalvereniging trots mag zijn en tot op de dag van vandaag heet de Beerse voetbalclub nog steeds HBV!
Uit: H.S. Ebben, De eerste vijfentwintig jaar van mijn leven in Beers aan de Maas (2010)
Noot van de redactie: Uit de Graafsche Courant van 28 juli 1920 (opent in een nieuw tabblad) en de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche Courant van 25 september 1920 (opent in een nieuw tabblad) blijkt, dat er ook toen al een voetbalclub uit Beers onder de naam VIOS speelde.
