Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Waar zijn al die mooie oude ambachten toch gebleven?

Waar zijn al die mooie oude ambachten toch gebleven?

Gerard Veltman

31 maart 2025

Bijgewerkt op 31 maart 2025

Je had de ketellapper, koperslager, loodgieter, scharenslijper, een man die paraplu’s repareerde, maar ook de ouderwetse smid, die alles nog maakte of repareerde. En datgene wat aan elkaar moest komen dat werd geklonken of in het vuur aan elkaar gelast en niets werd er weggegooid!

Houten hamer (foto: Gerard Veltman)
Houten hamer (foto: Gerard Veltman)

Dan had je ook nog de breeuwer, een man die de openingen tussen de duigen (wand) van oude zeilschepen waterdicht klopte met een houten hamer en beitel om het pekdraad in de naden te drijven. Het is allemaal verleden tijd!

De scharenslijper kwam met zijn handkar langs de deur, repareerde scharen en messen en sleep ze ook weer vlijmscherp. Hij bewoog de slijpsteen door die met de voeten rond te draaien. Dat was mooi om te zien; dit ging zo eenvoudig!

De man die paraplu’s repareerde naaide de baleinen weer aan het doek of zette een nieuwe balein of een nieuw handvat aan de paraplu. Die kon dan weer een tijdje mee. Hij liep altijd met een bundel oude paraplu’s op zijn rug, voor de onderdelen die hij er mogelijk van nodig had .

Felix Légramey, Ketellapper (bron: Nat. Gallery of Art nr. 1955.12.47. Publiek domein)
Felix Légramey, Ketellapper (bron: Nat. Gallery of Art nr. 1955.12.47 (opent in een nieuw tabblad). Publiek domein)

De ketellapper kwam langs de deur en repareerde alle potten en ketels waar een bodem onder of oren aan zaten om te kunnen koken of bakken. Was de soepketel  een beetje lek (heel vroeger had je nog geen pannen), maakte hij van een beetje hout terplekke een vuurtje, legde hij er zijn soldeerbout in en soldeerde het gaatje dicht, of het hengsel van de ketel klonk hij weer vast. Was de bodem niet meer te repareren felste hij er een andere bodem onder.

Van de koperslager was bekend dat hij ook wel repareerde, maar de meeste dingen maakte hij nieuw, van ketels tot fornuizen, dakgoten en regenpijpen. Zelfs een mooie haan voor op de kerktoren was hem toevertrouwd! Als er een nieuwe pompbak gemaakt moest worden dan werd de zuigleiding, compleet met de voet waar de klep op rust, in één stuk gegoten van lood. Dat was dan weer het vak van een loodgieter. Een tinnegieter was juist gespecialiseerd in het gieten van gebruiksartikelen, zoals borden, vazen of kannen, lepels of vorken. Ja,  de lepels en vorken waren vroeger van tin! Dit gebeurde allemaal in gietmallen en de producten werden later dan met de hand af gewerkt tot een bruikbaar geheel.

Aambeeld (foto: Gerard Veltman)
Aambeeld (foto: Gerard Veltman)
De koperen vaasjes die Gerard maakte (foto: Gerard Veltman)
De koperen vaasjes die Gerard maakte (foto: Gerard Veltman)

Ikzelf heb ook nog in het vak als koperslager gewerkt en moest als beginner op het werk van afvalpijp, 50 mm rond, deze twee vaasjes maken, met alleen een penhamer en een tas of een pijpenstaak als aambeeld. Dit om te laten zien, dat ik het vak van koperdrijver ook beheerste!  Ik werd aangenomen; ik dit deed dit werk ook heel graag. Ik had het vak afgekeken en nu mocht ik het zelf doen! Alles met de hand en met heel weinig gereedschap een gebruiksvoorwerp maken. Ik vond het een eer, had er ook geen opleiding voor gehad en daarom  werd ik als de jongste kracht overal in de koperslagerij ingezet, ook als loodgieter.

Ik heb in 1953 op de Ambacht school gezeten als bankwerker en kwam bij mijn eerste baas in een smederij terecht. Dat heb ik geweten! Het smeden was ook mijn hobby; het was heel warm en zwaar werk. Ik moest om te beginnen mijn eigen set smeedtangen en poken maken en het vuurlassen leren. Dit, terwijl ik het diploma NVL elektrisch en autogeen lassen had gehaald! Maar hij zei: “Dat elektrisch lassen laat hier maar uit je hersens! Hier wordt alles in het vuur gelast.” Na een tijdje laste ik zelfs assen, die ik doormidden zaagde als de uiteinden versleten waren, in het vuur weer aan elkaar (wellen). Deze assen gingen weer jaren mee. Niets werd weggegooid!

Als jongste had ik hier ook het onderhoud van de hoeven van de paarden: de ijzers verwijderen en de hoeven bekappen. Daarvoor had ik in de winter een avondcursus gevolgd bij Koos en Jac. Vermeer, een hoefsmederij in Haaren. Hier had ik geleerd om paarden geheel van nieuwe hoefijzers te voorzien. Maar bij mijn baas heb ik nooit een nieuw ijzer eronder te hoeven slaan; deze paarden moesten toch allemaal na een paar maanden naar het slachthuis. Zij mochten geen ijzers onder hebben, dat was voor het werk wat ze deden veel te gevaarlijk; dan gleden ze uit op de ijzeren bielzen.

De smederij van Jac. Vermeer in Haaren. Jac. is de man met de snor rechts op de foto (bron: collectie Gerard Veltman)
De smederij van Jac. Vermeer in Haaren. Jac. is de man met de snor rechts op de foto (bron: collectie Gerard Veltman)

Ik vond een andere baas en kreeg Fl. 0,05 meer, maar hier werd ik uitgebuit als jongste. Met twee hoefstallen buiten stond ik ook heel de dag buiten met een kromme rug. En als het regende kwamen de boeren juist naar de smid met hun paarden voor nieuwe ijzers, dan hoefden ze niet in de regen op het land te werken. Mijn baas bleef zelf binnen bij het vuur om mij van de passende ijzers te voorzien. Maar heel de dag met een natte rug staan had tot gevolg dat ik zulk een pijn had in mijn rug, dat ik er in het voorjaar ben gestopt.

Daarna ben ik bij een bandenfabriek begonnen als bankwerker-machinesteller. Buiten het machinestellen had ik ook het onderhoud en daar kwam ook plaatwerk, constructiewerk, pijpwerk, lassen bij en het zelf gieten van grote glijlagers, 180 mm rond, met babit. Die moesten dan weer worden uitgeschraapt op maat, zodat de as soepel liep. Lagers gieten, weer een oud ambacht wat weg is! Hier kon ik genieten van mijn werk.

In het Algemeen Dagblad van 11 maart 2025 las ik: "Jeugd ziet een hoog loon en leert voor loodgieter!" Loodgieter, een oude term die verwijst naar een oud vak, dat niet meer bestaat. Het moet zijn: Installatietechniekmonteur. Dit vak omvat: een kraantje aansluiten, boiler en sanitair plaatsen, met de afvoeren en riool tot aan de straat. Maar ook de dakgoten en regenpijpen. Dit vak is ook weer uit te breiden naar dakdekker en/of verwarmingsmonteur. Met een passend uurloon dat kan oplopen naar € 130,00 per uur… Heel aantrekkelijk, wie wil dat niet!

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Waar zijn al die mooie oude ambachten toch gebleven? | BHIC