Bij de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815 kregen alle gemeenten het verzoek om een voorstel voor een gemeentewapen in te dienen bij de Hoge Raad van Adel, die koning Willem I dat jaar had opgericht. De meeste van die voorstellen werden enkele jaren later omgezet in een wapenbevestiging (met wapendiploma) door de Raad.

Heel veel gemeenten grepen voor hun voorstellen terug op het zegel waarmee in de eeuwen daarvoor de schepenen van een plaats hun officiële stukken hadden bekrachtigd.Zoniet het gemeentebestuur van Lithoijen: dat deed helemaal niets, hoewel ze een prachtig schepenzegel als voorbeeld hadden, namelijk een wapenschild met twee klimmende leeuwen, het wapen van de hertog van Brabant, met in een driehoek onderin de patroonheilige van de kerk, de heilige Remigius.
Dat is trouwens meteen een mooi voorbeeld van machtsstrijd tusen hoge heren (de abdij van Sint-Remigius uit Reims als grootgrondbezitter in Lithoijen en de hertog van Brabant als bezitter van de heerlijke rechten in deze plaats), uitgevochten op de paar vierkante centimeter van een schepenzegel. De heilige heeft hier letterlijk het onderspit moeten delven (in tegenstelling tot bijvoorbeeld Sint-Servatius in Oijen).
Het lijkt niet waarschijnlijk dat deze “onderwaardering” van de parochieheilige enige rol heeft gespeeld bij de beslissing van het gemeentebestuur om geen wapen aan te vragen. Waarschijnlijk waren de ƒ15,- die ze voor het wapendiploma zouden moeten betalen een zwaardere reden.
Lithoijen volstond met een gemeentestempel, waarin heel gewoon de gemeentenaam stond gegraveerd. Ook de ambtsketen van de burgemeester, die in 1852 werd ingevoerd, droeg alleen de naam van de gemeente. Lithoijen doet het dus al ruim twee eeuwen zonder gemeenschapssymbool, of het zou de dorpsvlag moeten zijn die als zodanig genoemd mag worden. Overigens maakt daarin de kerk een triomfantelijke come-back!
