Zowel de Etten-Leurse schout Pieter Nuyts (1640-1709) als de Bredase historicus Thomas Ernst van Goor (1688-1756) beweren in hun publicaties dat het dorp Etten reeds in de Salische Wetten bekend was.

(bron: National Gallery of Art, nr. 2000.79.1 (opent in een nieuw tabblad). Publiek domein)
De Salische Wet, in het Latijn de Lex Salica of het Pactus legis Salicae, is een wetboek van de Salische Franken, samengesteld door koning Clovis in de vierde of vijfde eeuw. In het boek zijn de tot dan toe mondeling overgeleverde regels van gewoonterecht die bij de Salische volken golden, opgeschreven. Klopt het wel wat beide heren beweren en hoe komen zij aan die wijsheid?
In zijn handschrift ‘Beschrijving van de Vrije Heerlijkheid Etten, Leur en Sprundel (1698-1709)' schrijft Nuyts het volgende: Etten, dat vroeger Ethatia genoemd werd, zoals de kroniekschrijver Godefridus Wendelinus ad leges Salicensus: getuigt, is een van de oudste plaatsen in Brabant. Er is over de stichting ervan geen herinnering of geschreven bewijs aan te voeren. Het werd al vernoemd in het jaar 422. Nuyts zelf twijfelt al als hij constateert dat hiervoor geen hard bewijs is.
In ‘Beschrijving der Stadt en Lande van Breda’ (1744) schrijft Van Goor: Etten, een zeer oud dorp, in de Salische Wetten reeds bekent, alwaar het als een der Maelsteden of Vergaderplaetzen der Francken, omtrent de vijfde eeuw, al opgenoemt wordt.

Publiek domein)
Waarop is bovenstaande bewering gebaseerd? Volgens Nuyts op de publicatie Leges Salicensus door Godefridus Wendelinus.
Godefridus Wendelinus, Latijns voor Govert Wendel, werd in 1580 in Herk-de-Stad in Belgisch Limburg geboren. Hij overleed in 1667 in Gent. Hij was sterrenkundige en behaalde in 1612 zijn doctoraat in het wereldlijk en kerkelijk recht aan de universiteit in Orange. Hij was bestuurder aan de Latijnse school in Herk-de-Stad. Van 1650 tot 1659 was hij pastoor en officiaal bij de kerkelijke rechtbank te Doornik. Hij heeft een aantal publicaties in verschillende disciplines op zijn naam, waaronder een verhandeling over de Salische wetten van zo’n 1.000 jaar eerder.
De publicatie Leges Salicae van Godefridus Wendelinus werd in 1649 uitgegeven door Plantin Moretus te Antwerpen. Op twee pagina’s in de publicatie komen we de naam Ethatia tegen.

Op pagina 2 staat een stukje wetgeving dat betrekking heeft op diefstal van varkens in Ethatia.
Op pagina 120 staat dat Ethatia een indrukwekkend dorp is, Hatten genaamd. Wendelinus wordt door Geuartius gecorrigeerd, die schrijft dat de plaats nu (in 1649) Etten wordt genoemd.

Diverse gerenommeerde historici zijn van mening dat met Ethatia in de Salische wetten niet het huidige Etten in Noord-Brabant wordt bedoeld.
Volgens geschiedschrijver Mr. C.A. Kleijn, de eerste archivaris van Breda, was Etten tot kort voor 1250 niet veel meer dan een moerweide, terwijl de naam Breda voor het eerst genoemd werd in het begin van de 12de eeuw.[1]
Dr. P.C. Boeren schrijft in zijn artikel Zuidelijke aansluitingen van West-Noord-Brabant in de vroege middeleeuwen in Jaarboek 4 van De Ghulden Roos (1944) het volgende: ‘De theorie van Wendelinus is tot op heden door geen feiten gestaafd, en zal dat ook we1 nooit, omdat Wendelinus den corrupten tekst der editio Heroldiana van 1557 volgt.'
De historicus K.A.H. W. Leenders schrijft in zijn publicatie Etten en de Turf: 'Enkele documenten lijken in het eerste gezicht te wijzen op bewoning te “Etten” vér voor 1200. Van Goor weet te melden dat Etten een der “Maelsteden of vergaderplaetzen der Franken” was. Sprundel zou eveneens een zeer oud dorp zijn, want in 922 werd “Sprundelheim” al genoemd. Deze mededelingen, die later kritiekloos door heel wat schrijvers over de Ettense historie zijn overgenomen, berusten echter op onbetrouwbare documenten. Ze werden verzonnen of véél later onzorgvuldig of met opzet onjuist gekopieerd van een inmiddels verdwenen origineel. Ze missen derhalve bewijskracht.'
Algemeen wordt aangenomen dat de oudste schriftelijke vermelding van Etten dateert uit 1261 wanneer de abdis van Thorn de kerk van Etten verheft van een kwart (opent in een nieuw tabblad) naar een halve kerk (opent in een nieuw tabblad).[2]
Noten
[1] A. G. Kleijn, Geschiedenis van het land en de heeren van Breda, tot het tijdstip der afscheiding van Bergen op Zoom, Breda 1861, pagina 91.
[2] Oorkonde uit 1261 met de vermelding Etten in het RHC Limburg, Abdij Thorn I, nr. 27 (opent in een nieuw tabblad).
