Een mooi inzicht in hoe de inkomsten van een achttiende-eeuwse schoolmeester waren opgebouwd, krijgen we uit de verklaring die zuster Maria Rombouts aflegde voor de Udense schepenen op 7 februari 1739. Ze vertelde dat ze 17 jaar langs als meid en huishoudster voor meester Nicolaus van den Heuvel had gewerkt, die tot aan zijn dood koster en schoolmeester in Uden was geweest.
Na zijn dood hadden de schepenen haar gevraagd hoe de jaarlijkse inkomsten van de kosterij en de schoolmeesterij er uit hadden gezien. Ze gaf het volgende lijstje:
![]() |
o een bezem om de kerk te keren o olie voor het horlogie (het uurwerk van de torenklok)
|
Bekijk de scan van de originele bron: Schepenbank Land van Ravenstein, toeg.nr. 7618 inv.nr. 158, akte d.d. 07-02-1739

