Zoals in veel omringende dorpen en steden het geval is, wordt ook in achttiende-eeuws Boxtel het karige loon van de hoofdzakelijk agrarische beroepsbevolking aangevuld door in de kleine arbeiderswoningen ruimte te maken voor een weefgetouw.

Die extra inkomsten zijn hard nodig. Soms zijn meerdere personen uit één gezin bij die werkzaamheden betrokken: spinnen, weven, bleken, verven. Vanuit die huisnijverheid ontstaan op zeker moment fabrieken, ook te Boxtel.
Begin negentiende eeuw staan er meer dan tien weverijen in dit destijds bescheiden dorp. In die weeffabrieken staan verscheidene getouwen naast elkaar, aangedreven door een stoommachine en later elektro- of dieselmotor, doch vaak blijven er gedurende lange tijd nog enige handwevers in dienst voor speciale opdrachten, waarvan de producten weliswaar duurder zijn dan machinaal geweven stukken, doch onmiskenbaar superieur zijn.
Ondanks het feit dat begin jaren dertig van de negentiende eeuw de omstandigheden voor de textielindustrie niet optimaal zijn te noemen, ziet een Boxtelse wever kans dan een eigen weverij te beginnen.
Zijn bedrijf wordt later door zijn zoon voortgezet en nog later door een derde partij. Tot het einde blijft de oorspronkelijke bedrijfsnaam overeind. Flarden bewaard gebleven bedrijfsarchief staan aan de basis van bijgaand artikel en dragen in hoge mate bij aan inhoud en vormgeving ervan.
Lees hier het volledige artikel. (opent in een nieuw tabblad)
