Alvorens over het bedrijf verder te gaan eerst een foto van Jo Meesters en zijn vrouw uit de collectie van zijn kleinzoon Rene van Dijke. Jo is onder toezicht van zijn vrouw aan het werk in de zadelmakerij. Door het raam links zien we het kleine halfronde raam van de schuur waar achterlangs de werkplaats wordt bereikt.

Aanleiding van dit verhaal
Deze advertentie in Dagblad De Stem van 31 december 1949 doet opsteller herinneren dat hij klant is bij de zadelmakerij.

Opsteller komt er in zijn jeugdjaren als de naden van zijn leren schooltas kapot zijn. Jo zorgt ervoor dat de tas weer heel wordt door de randen telkens aan elkaar vast te stikken. Opsteller hoeft daarvoor alleen de straatweg even over te steken, want hij woont aan dezelfde straatweg op nummer 382.
Het huis van Jo Meesters
Op de foto van opsteller is het huis van Jo het middelste huis.

De oude werkplaats is nog steeds zichtbaar vanuit de Achillesstraat, links op de foto met de drie huizen. In de Achillesstraat staand is, over de schutting van de naaststaande woning, de werkplaats nu in gele steen te zien. Om de werkplaats te bereiken moest men in die straat achterom een schuur grenzend aan die straat.

De geschiedenis van de woning
In de tweede helft van de negentiende eeuw verkopen de grootgrondbezitters zoals die daar zijn, Roosen, Meganck en Baron De Borrekens, van lieverlee hun grondeigendommen. Zo komt het perceel kadastraal sectie F 1213, de ondergrond van de woning van Jo, terecht bij Petrus Johannes van Meel, landbouwer en herbergier in de aloude herberg Het Vosje aan de straatweg. Op de plek van de herberg staat later de zelfbedieningswinkel van Bart en Jan van Geel. Hij verkoopt op 11 mei 1900 aan Johannes Baptist van Meel de herberg en het perceel F 1213. De nieuwe eigenaar adverteert in de Gids voor Bergen op Zoom en omstreken, ten dienste van stadgenoot en vreemdeling, uit 1901.

De halte voor de tram wordt later verplaatst. Dit zal mogelijk zijn rond 1910, als een koffiehuis wordt gebouwd op de hoek Rembrandtstraat, Antwerpsestraatweg. Het etablissement heet zelfs nog een tijd Café - Restaurant Tramstation blijkens een advertentie in dagblad De Zoom op 1 augustus 1931.

Johannes Baptist van Meel vraagt medio 1902 aan burgemeester en wethouders om een vergunning voor de bouw van twee woonhuizen op zijn perceel grond. De vergunning wordt op 1 augustus 1902 verleend.

De landmeter legt de bouw van de woningen vast onder meer in juli 1903 op een veldwerktekening. Het veldwerk kent vernummering van de sectie F 1213 naar F 1373 en F 1372.

Johannes Baptist van Meel, timmerman en herbergier, verkoopt het ontoerend goed op 14 augustus 1904 aan arbeider Cornelis de Krom. Blijkens een kadastrale Hulpkaart van september 1904 verkoopt Johannes Baptist ook een strook grond rechts van het huidige huis Antwerpsestraat 369 aan smid Hertogs, later smederij en garage Van Kaam. Hertogs bouwt later zijn woning tegen 369.
Op 1 februari 1906 vraagt Cornelis de Krom om toestemming tot herbouw van de twee woningen. Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning op 3 februari 1906.

Op 8 januari 1920 vraagt Cornelis de Krom een vergunning voor het bouwen van een woning tegen de linker van twee reeds bestaande huizen. In de huisnummering wordt voor de nieuwe woning 365 en voor de twee bestaande huizen 367 en 369 gekozen. De vergunning wordt verleend op 16 januari 1920. De gele lijn op de tekening is de muur met het latere huis van Jo Meesters.

Op 7 oktober 1924 vraagt Cornelis toestemming tot de bouw van een houten schuur van 5 bij 6 meter met pannendak en gemetselde fundering achter zijn huizen. De vergunning wordt door burgemeester en wethouders verleend op 22 oktober 1924 met de aantekening dat de schuur moet aansluiten op reeds bestaande gemetselde varkenshokken.
Op 17 juni 1923 verkoopt Cornelis het huis Antwerpsestraatweg 369 aan Arnoldus Buijs. Opsteller herinnert zich de vrouw van Arnoldus nog als “vrouwke Buijs”.
Het ontstaan van de werkplaats
Op 2 januari 1929 dient Cornelis opnieuw een aanvraag voor een bouwvergunning in. Dit voor het wijzigen van zijn pand Antwerpsestraatweg 367. De bouwvergunning wordt verleend op 11 januari 1929.
De uitbouw wordt de werkplaats van drijfriem- en zadelmaker Jo Meester, die sedert 15 mei 1922 zijn schoonzoon is.


Na zijn huwelijk op 15 mei 1922 wonen Jo en zijn gezin eerst op het adres Williamstraat 2 in de binnenstad. Wanneer het gezin naar Nieuw-Borgvliet verhuist is onduidelijk.
Het bedrijf van Jo
Jo in de zadelmakerij op een foto uit de collectie van kleinzoon René van Dijke:

Ook de beeldbank van het Westbrabants Archief bevat twee foto’s van Jo in zijn bedrijf (met de nummers SANW 180 (opent in een nieuw tabblad) en 181 (opent in een nieuw tabblad)).
In de herinnering van opsteller was er veel gereedschap aanwezig. Maar gelukkig heeft fotograaf Ben Steffen de werkplaats van een collega van Jo op beeld vastgelegd in 1971. De foto (hieronder te zien) geeft een beeld van de werkplaats van en met Alexander van der Velden (de Sander) in Kruisland, die dan al vijftig jaar het beroep van zadelmaker uitoefent. Zo’n wand herinnert zich opsteller ook in de werkplaats van Jo.

De inboedel van de zadelmakarij van Jo is later geschonken aan streekmuseum Den Aanwas te Ossendrecht (opent in een nieuw tabblad).
In 1948 wordt Jo eigenaar van zijn woning met werkplaats. Op de bijgaande kadastrale kaart is, rood gemarkeerd, de ingang naar de werkplaats vanaf de Achillesstraat te zien. De twee vierkanten zijn de nieuwe huizen aan die straat.

Jo adverteert met nieuwjaarswensen
Jo komt terug in de krant met oudjaar en wel in Dagblad De Stem gedurende meerdere jaren. Voor de fijnproever: vergelijk de advertenties hieronder van donderdag 31 december 1953 en vrijdag 31 december 1954.
Jo doet in 1954 ook in twee kleuren drumbanddraagbanden als specialiteit.


De laatste advertentie van Jo vindt opsteller terug in het Brabants Nieuwsblad van zaterdag 30 december 1961. Jo is dan op twee maanden na 65 jaar oud.
De echtenote van Jo overlijdt in Bergen op Zoom op 12 mei 1971 en Jo op 20 maart 1975 in een verzorgingshuis te Putte.
De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie (opent in een nieuw tabblad). Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.
