Machtige mannen die hun seksuele escapades proberen af te kopen, zien we bijna dagelijks terug in de media. Onderzoeker Adriaan van de Akker stuitte in onze archieven van de Berghemse schepenbank op een vergelijkbare kwestie. Hierin zien we hoe onderwijzer Caspar Veugdingh zijn poging tot verkrachting probeert af te kopen met een zak rogge. We schrijven het jaar 1713.
Het is de bijna tachtigjarige Thomas Willems die in 1717 zijn verhaal doet, en vertelt hoe hij vier jaar eerder het veld op is gegaan en er daar achterkomt dat hij zijn riek is vergeten. Hij loopt terug naar huis en hoort dan zijn vrouw kermen. ‘Met een sware bevende ende zuchtende stemme riepe zij och Thomas och Thomas.’
In de keuken ziet Thomas hoe de onderwijzer Caspar Veugdingh ‘met zijn blote mannelijke instrument ende broek neder hangende’ voor zijn vrouw Jenneke staan. Caspar heeft Jenneke achterover gegooid en haar onderlichaam ontbloot. Thomas roept ontzet: ‘Ghij schelm wils ghij mijn vrou verkrachten?’ en slaat Veugdingh met een stok tegen de grond.
Op zijn blote knieën om vergiffenis
Dan smeekt de onderwijzer op zijn blote knieën om vergiffenis en ‘om Gods wil’ het niet bekend te maken. Hij belooft een zak rogge als het echtpaar zal zwijgen. “Ik begeer uwe rogge niet”, antwoordt Willems en werkt de onderwijzer de deur uit. Nog dezelfde dag komt de vrouw van Veugdingh aan de deur van Thomas en Jenneke Willems. Met een ernstig dreigement: “Als je het aanbrengt, dan schiet Caspar haar dood.”
In ’t Vagevenster, het blad van heemkundevereniging Berchs-Heem, lezen we dat er in die tijd veel meer speelt. Onderwijzer Veugdingh blijkt zo goed als doof waardoor hij nauwelijks meer les kan geven. Daarbij heeft hij een drankprobleem en staat hij regelmatig zwaar vloekend voor de klas. Ook het echtpaar Willems is bekend bij de schout omdat wordt gesteld dat zij enkele personen ‘die niet als best betrouwbare lieden werden aangezien’ in hun huisje onderdak hadden gegeven. Een armetierig hutje dat wellicht om ver wordt gehaald, aldus de kwartierschout.
Zo blijkt Berghem begin achttiende eeuw allesbehalve een vredig dorpje. Uiteindelijk beslist de classis dat Veugdingh zijn werk als onderwijzer moet neerleggen, en het dorp moet verlaten. Daartegen tekent zijn vrouw dan weer beroep aan en het gezin mag toch blijven, mits Caspar geen meer problemen meer veroorzaakt.
Bron:
7350 Schepenbank Berghem, 1656 – 1810
En met dank voor de tip van onderzoeker Adriaan van de Akker!

