Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Zwarte Kaat

Zwarte Kaat

Wim van de Kerkhof

5 februari 2026

Bijgewerkt op 29 juni 2026

In onze regio worden ondeugende kinderen door hun ouders vaak gecorrigeerd met de opmerking: “Pas maar op voor de gloeiige”, of “Straks moet je met 'Zwarte Piet' mee in zijn zak naar Spanje”. Maar de Bladelse kinderen worden schrik aangejaagd met een boze heks: De Zwarte Kaat.

Heksenboom op landgoed Ten Vorsel te Bladel
(bron: collectie Heemkundekring Pladella Villa, nr. 002878 (opent in een nieuw tabblad).
Fotograaf onbekend)

In 1596 is het Kempische land nog een duister en donker gebied. Hier en daar worden de mysterieuze bossen onderbroken door kleine beekdalen. Heldere stroompjes doorsnijden het gebied. Aan de oevers daarvan verschijnen geleidelijk kleine boerendorpjes. Het oudste daarvan is Bladel. De bewoners wonen er veelal nog in plaggenhutten of schamele scheefgezakte houten huisjes. Er is wel een uitzondering. Langs het riviertje de Grote Beerze staat op het landgoed Ten Vorsel een versterkte boerenhoeve met een watermolen. De bewoner ervan is een rijk en zeer voornaam man. Het is Dirk, de heer van Ten Vorsel, schout en ook de President van de Dingbank van Kempenland. De Brabantse Hertog heeft hem aangesteld om de veiligheid en rust in dit uitgestrekte gebied te handhaven. Dat is een bittere noodzaak. Immers het Kempische land wordt veelvuldig geplaagd door rondtrekkende boevenbendes, die God noch gebod vrezen en niets en niemand ontzien.

Het zijn "Bokkenrijders". Bij nacht en ontij verschijnen zij uit het niets om, van de toch al armlastige bevolking, alles wat van hun gading is te roven en te stelen. De meest beruchte is de bende van "Bruno Rosso". Die heeft in Bladel aan het Helleneind haar kwartier gemaakt. Dat donkere onheilspellende zandpad eindigt in de Neterselse Heide. Een plek waar geen rechtschapen man zich in het donker durft te wagen. Bruno heeft een enorm postuur, een indrukwekkende rode bos haren, een dito baard en armen als molenwieken. Hij is weliswaar de hoofdman van de bende, maar het strategisch genie is: "Zwarte Kaat". Een afzichtelijke vrouw met een haakneus, diepliggende ogen en plakkerig lang ravenzwart haar.

Rovend en plunderend brengt de bende veel verdriet en ellende bij de godsvruchtige bevolking van de Kempen. Zelfs kerken en abdijen worden slachtoffer van hun ongebreidelde roofzucht. Ook de norbertijnenabdij in het Belgische Postel wordt niet ontzien. Bij een brutale overval wordt deze volledig geplunderd. Zelfs alle gouden en zilveren kerkrelieken, miskelken, monstransen en altaarstukken verdwijnen in de plunjezakken van de bende. Het brave kerkvolk is volledig ontdaan van zoveel heiligschennis.

Ondanks intensieve zoekacties en forse beloningen, slaagt schout Dirk ten Vorsel er niet in om deze bende een halt toe te roepen. De angst bij de bevolking is zo groot, dat niemand durft te spreken. Nagenoeg ongestoord kan de bende zijn misdadige praktijken uitoefenen. Maar een bijzondere ontwikkeling zal ook het einde van deze bende inleiden.

In februari 1596 vindt er een bijzondere gebeurtenis plaats op Hoeve Ten Vorsel. Er wordt een kindje geboren. Een jongen. Als stamhouder krijgt ook hij de naam van zijn voorvaders: Thomas. Dat heugelijke feit moet natuurlijk ook uitbundig worden gevierd. Het werkvolk en alle dienstmeiden zijn druk bezig met de voorbereidingen van de komende feestelijkheden. Er komen natuurlijk veel belangrijke gasten en voorname familieleden. Maar ook Bruno Rosso wordt deelgenoot van het grote nieuws. Hij glimlacht bij het vooruitzicht van een rijke en onbezorgde toekomst, want Zwarte Kaat heeft een duivels plan.

Uiteraard zal met veel pracht en praal de nieuwe wereldburger worden gedoopt in de parochiekerk van Bladel. De kerk is tot de nok gevuld met deze belangrijke gasten. De dorpsbewoners verzamelen in de herbergen en cafeetjes, want de heer van Ten Vorsel zal aan iedereen rijkelijk gratis spijs en drank geven. In het dorp is het een drukte van belang. Op de hoeve wordt het stiller. Immers alle familieleden zijn al vertrokken. Ook de Peter en Meter maken zich klaar om met de dopeling naar de kerk te gaan. Alleen wat knechten en dienstmeiden blijven achter. En dan slaat het noodlot toe.

Bruno Rosso en Zwarte Kaat overvallen de hoeve en... zij stelen het pasgeboren kind. De aanblik van dit kleine jongetje maakt Zwarte Kaat weekhartig. Ze besluit het kind te houden in plaats van het oorspronkelijke plan om een flinke som losgeld te eisen. In de scheefgevallen hut aan het Helleneind groeit de jongeling op. Hij komt tot het besef dat de situatie eigenlijk een heel ongewone is. Op tienjarige leeftijd ziet hij zijn kans schoon. Hij ontsnapt aan de wurggreep van zijn ‘moeder’ en vlucht naar Antwerpen.

Als lichtmatroos monstert hij aan op een grote schoener en vertrekt hij de wijde wereld in. Hij heeft veel talent voor het zeemansleven. In korte tijd werkt hij zich op door de rangen van roerganger, bootsman en schipper. Hij verdient daarbij zoveel geld, dat hij zelfs een eigen schip koopt. Hij wordt zelfs een heel vermogend man die alle wereldzeeën bevaart.

Maar diep van binnen vindt zijn gemoed geen rust. Na de laatste thuisreis naar Antwerpen verkoopt hij zijn schip en keert hij weer terug naar zijn vertrouwde Kempenland. Zijn nobele inborst zegt hem dat daar nog een opdracht ligt.

Hij volgt zijn oude vader op als President van de Dingbank Kempenland.

Dan gaat hij op zoek naar zijn oude kwelgeest. Door zijn bijzondere verschijning is het voor Bruno Rosso moeilijk om zich te verstoppen. Hij wordt dan ook snel gevat en naar het schavot gebracht. Onder toezicht en gejoel van de wraakzuchtige menigte wordt hij opgehangen.

Maar ook Zwarte Kaat ontloopt haar gerechte straf niet. De schout en zijn mannen besluipen haar hut op het Helleneind. De donkere nacht is in hun voordeel. Onder luid getier en gekrijs wordt Zwarte Kaat gevangen en stevig geboeid naar de markt in Bladel gebracht. Het proces is maar heel kort. De opgehitste menigte is snoeihard in zijn oordeel. “Aan de galg met die heks!” Onder luid gejoel van de hele bevolking gaat de tocht naar landgoed Ten Vorsel. President van de Dingbank Thomas Ten Vorsel wordt ongewild een tweede Pontius Pilatus. De uitzinnige menigte kent maar een straf: de dood.

Niet veel later hangt aan een grote forse beukenboom het ontzielde lichaam van de Zwarte Kaat. Het ravenzwart haar bedekt haar ongure gezicht. Zij moet maar zo snel mogelijk uit deze wereld en het blikveld van de toeschouwers. Een eenvoudige kuil als graf is onder deze boom snel gegraven. Zonder ook maar enige liturgische rituelen of andere plichtplegingen verdwijnt haar lichaam in deze naargeestige kuil.

Of het de giftige lichaamssappen zijn van deze toverkol, vertelt de historie niet. Maar de beuk begint aan een bijzonder groeiproces. Zijn takken wervelen en kronkelen alle richtingen uit. Het is of deze monumentale boom de haardracht aanneemt van de bij zijn wortels begraven heks.

Al eeuwenlang herinnert deze bijzondere boom op die manier aan een bijzondere historische gebeurtenis.

De vele natuurliefhebbers en wandelaars weten deze unieke boom ook zeker te appreciëren. Vandaar dat in 2019 deze heksenboom terecht wordt gekozen tot de mooiste boom van heel Europa.

Zou Zwarte Kaat dat weten te waarderen?

De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie (opent in een nieuw tabblad). Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.

Dit verhaal verscheen eerder in dorpsblad de MikMak (opent in een nieuw tabblad).

Bekijk hier alle verhalen in de serie

Lees meer verhalen over volksverhalen

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.