Xia van Beuningen, fellow 2024
Xia van Beuningen was van september 2024 t/m januari 2025 gastonderzoeker bij het BHIC in het kader van onze Fellowships. Hieronder lees je daar meer over. Ook vind je hier de eindresultaten.

Tussen huis en haard: arbeidsmigratie van Brabantse plattelandsmeiden naar de stad, 1940-1960
Xia van Beuningen studeerde geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is daar momenteel werkzaam als junior-onderzoeker. Ook is ze bestuurslid bij Jong KNHG. Als BHIC-fellow doet ze onderzoek naar de ervaringen van Brabantse plattelandsmeisjes in de jaren dertig, veertig en vijftig, die voor langere tijd hun ouderlijk huis verlieten om te werken in de grote stad.
"Op haar vertiende verhuist mijn oma in 1954 van haar boerderij in Vinkel voor werk naar het R.K. bejaardentehuis St. Jacob in Amsterdam", aldus Xia. "Haar vader kent de dorpspastoor en die tipte hem over de werkgelegenheid daar bij de Zusters van Liefde van Tilburg. Als een-na-jongste van haar acht broers en zussen is mijn oma de enige die vervolgens door haar vader intern gestuurd wordt. Rouwig is ze niet. Met de andere Brabantse meiden is het avontuur van de grote stad hartstikke gezellig en er is zelfs stromend water!"
In het twintigste-eeuwse Nederland waren er nog tienduizenden andere jongvolwassen vrouwen die 'in betrekking gingen' of 'intern verbleven' bij óf een rijker huishouden óf een rooms-katholieke instelling. Zij bewogen zich in de maatschappelijke context waarin de 'natuurlijke bestemming van de vrouw' steeds meer werd benadrukt: de privésfeer van het huishouden, de kinderen en de verzorging. Ook werd de keuze om op jonge leeftijd naar de stad te vertrekken vaak niet dóór maar vóór hen gemaakt. Hun nieuwe werkomgeving was er vervolgens een van een strenge hiërarchie, waarin hun positie strikt ondergeschikt was. Bovendien kwamen plattelandsvrouwen uit een omgeving waar, door de invloed van traditie en economische omstandigheden, weinig mogelijkheden waren om hun eigen leven vorm te geven.
In het onderzoek van Xia staan twee groepen jongvolwassen vrouwen centraal: meer algemeen wordt gekeken naar de ervaringen van vrouwen die als dienstbode in een grote stad in betrekking gingen, en in het bijzonder wordt de aandacht gericht op de vrouwen die naar het R.K. St. Jacob tehuis in Amsterdam verhuisden.
Onderzocht wordt welke waarde deze arbeidsmigratie naar de stad voor deze plattelandsmeisjes heeft gehad. Problematisch is dat onderzoek in dienstbodenregisters, een belangrijke bron voor onderzoek naar migrerende jonge vrouwen, hier maar in beperkte mate antwoord op kan geven. En afgezien van een sporadisch handboek of enkele correspondenties van de hand van een dienstbode of de publicatie van een levensverhaal, zijn de stemmen van de vrouwen zélf heel beperkt vastgelegd. In plaats van een onderzoek op basis van bestaand bronmateriaal is daarom gekozen voor een oral history benadering.
De meerwaarde van deze oral history benadering voor dit onderzoek heeft verschillende redenen. Achter die oral history interviews ligt een 'democratische impuls' door de stem van deze vrouwen een plek te geven door het creëren van nieuw bronmateriaal. Bovenal past de kracht van oral history goed bij het doel van dit onderzoek: de persoonlijke ervaring en waarde van de migratie naar de grote stad in midden 20e eeuw voor die jonge plattelandsvrouwen doorgronden. De persoonlijke verhalen zouden informatie kunnen geven over de cultuurverschillen tussen stad en platteland, de kennismaking met het stedelijk vertier en hoe het was een leven te leiden onttrokken aan het oog van het thuisfront. Dit vind je niet in bronnen zoals registers.
Het beoogde eindproduct van het onderzoek een collectie van interviews. Het idee is bovendien om deze interviews in de vorm van een podcast te gieten. Hier komen de stemmen van de vrouwen goed tot zijn recht. Bovendien zit de kracht van een podcast hem in de mogelijkheid om geluidsfragmenten zo naast elkaar te presenteren dat verschillen en overeenkomsten uit de interviews op een heldere manier naar voren komen. Dit eindproduct is ook een herinnering aan dat de tijd niet stil staat en dat het vastleggen van individuele verhalen uit deze periode geen vanzelfsprekendheid meer is. Met het verstrijken van de tijd zal het aantal vrouwen dat hier iets over kan vertellen steeds kleiner worden.
Resultaten
Eindpresentatie - 27 maart 2025 (PDF) (opent in een nieuw tabblad)
Eindpresentatie - 27 maart 2025 (audio):
In de pers
Brabants Dagblad - 29 maart 2025 (opent in een nieuw tabblad)