Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Răzvan Rusu, fellow 2024

Razvan Rusu was van september 2024 t/m januari 2025 gastonderzoeker bij het BHIC in het kader van onze Fellowships. Hieronder lees je daar meer over. Ook vind je hier de resultaten.

Het rad van fortuin blijft draaien: een sociaalhistorische studie van het naoorlogse woonwagenbeleid in ’s-Hertogenbosch, Oss en omstreken (1945-2000)

Răzvan Rusu studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht, liep stage bij het Rijksmuseum en Paleis Het Loo en is momenteel assistent-conservator bij het Zeeuws Museum. Als fellow van het BHIC onderzoekt hij de geschiedenis van het woonwagencentrum Vorstengrafdonk in Oss tegen de achtergrond van het Noord-Brabantse woonwagenbeleid tussen 1946 en 2001. Hoe veranderden de leefomstandigheden daar in de loop der tijd als een gevolg van nieuw overheidsbeleid, ook vergeleken met andere subcentra in de regio? Welke kansen op sociale vooruitgang werden geboden aan jongeren uit het woonwagencentrum? Hoe reageerden de lokale bevolking en de media op de beleidswijzigingen?

Er wonen naar schatting zestig- tot zeventigduizend woonwagenbewoners in Nederland, hoewel er geen algemeen aanvaarde definitie van deze groep bestaat. Zes- tot tienduizend van hen zijn Roma en Sinti, waarvan sommigen hun etniciteit liever geheim houden. Hoewel niet alle bewoners van  woonwagenkampen Roma of Sinti zijn, hebben de meeste Roma en Sinti van oudsher in  woonwagenkampen gewoond. Minstens sinds 1420 werd de aanwezigheid van deze rondtrekkende volkeren  gedocumenteerd in de Lage Landen; toch belemmerde hun nomadische levensstijl – deels het product  van de intolerantie waarmee ze werden geconfronteerd – hun legale assimilatie in hun gastsamenlevingen.

Het Nederlandse woonwagenbeleid in de negentiende en twintigste eeuw kende weinig tot geen consistentie. Soms lag het accent vooral op repressie, dan weer op investeringen in onderwijs, de arbeidsmarktpositie en opbouwwerk. De betrokken bewoners werden zelden geraadpleegd, wat leidde tot weining verbetering van hun verhouding met de maatschappij. Halverwege de jaren zeventig verruilde de overheid haar concentratiebeleid (zoals de Woonwagenwet van 1968 dat met zich meebracht) voor een deconcentratiebeleid (de zogenaamde spreidingswet). Een deel van de bewoners die voorheen gedwongen naar de grote regionale centra waren verhuisd, zou weer verspreid worden over kleinere kampen. Een deel van de bewoners die voorheen gedwongen naar de grote regionale centra waren verhuisd, zou nu weer verspreid worden over kleinere kampen met tien tot vijftien standplaatsen, verdeeld over alle gemeenten. De grote regionale centra hadden zich namelijk ontwikkeld tot veilige havens voor criminaliteit, waar de gemeente, politie, belastingdienst en nutsbedrijven liever wegbleven of alleen in uiterste nood ingrepen.

Uiteindelijk werd in 1998 de Woonwagenwet helemaal afgeschaft en de cultuur van de ‘reizigers’ werd vrijwel van de ene op de andere dag niet meer door de wet beschermd. Hoe vertaalden deze beleidswijzigingen zich naar veranderingen in het dagelijks leven op het grootste regionale woonwagencentrum in Noordoost-Noord Brabant? En hoe werd de sluiting van het woonwagenkamp aangepakt?

Bronnen die voor dit onderzoek worden geraadpleegd zijn onder andere de notulen, krantenknipsels, ego- en overige documenten in het archief van het Woonwagenschap Noordoost-Noord-Brabant. De meeste stukken daarin hebben betrekking op het regionaal woonwagencentrum Vorstengrafdonk te Oss. Maar er zijn ook stukken in te vinden ver andere subcentra te weten in Beers, Berghem, Boekel, Boxmeer, Cuijk, Geffen, Grave, Haps, Heesch, Lith, Megen, Mill/St. Hubert, Nistelrode, Nuland, Oeffelt, Oploo en St. Anthonis, Ravenstein, Schaijk, Uden, Vierlingsbeek en Wanroij.

Răzvan: "Naast het wetenschappelijke belang van het opvullen van de kennislacune over het Noord-Brabantse woonwagenbeleid, heeft dit onderzoek ook een maatschappelijk belang. Helaas leven de vooroordelen rond deze bevolkingsgroep voort. Na de afschaffing van de Woonwagenwet in 1998 hanteerden veel gemeenten een 'uitsterfbeleid'. Als de bewoners overleden, verdween ook hun woonwagenstandplaats. Pas in 2018, na veel druk van het College voor de Rechten van de Mens, werd het uitsterfbeleid verboden. Hoewel de woonwagencultuur sinds 2014 in Nederland erkend is als immaterieel erfgoed, sluit de Nederlandse overheid Roma, Sinti en woonwagenbewoners nog steeds uit van de reikwijdte van het Kaderverdrag, ondanks hun verzoek om als nationale minderheid te worden erkend. Ook na de afschaffing van het uitsterfbeleid in 2018 blijft deze groep een van de meest kwetsbare groepen voor institutionele discriminatie in het land. Ik wil laten zien hoe het woonwagenbeleid van de overheid heeft bijgedragen aan het in stand houden van historische
ongelijkheden en het bevorderen van de achtergestelde positie van woonwagenbewoners in Noord-Brabant.

Resultaten

"Hoeren, hasjiesj-rokers en communisten" (artikel in Tussentijds, 2025) (opent in een nieuw tabblad)

Eindpresentatie - 27 maart 2025 (PDF) (opent in een nieuw tabblad)

Eindpresentatie - 27 maart 2025 (audio):

In de pers

Brabants Dagblad - 15 mrt. 2025 (opent in een nieuw tabblad)

DTv (artikel en video) - 27 mrt. 2025 (opent in een nieuw tabblad)

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.