Naamindex Dagboeken Jan de Quay
Alleen de namen waarover meer te vertellen valt zijn opgenomen in de index. De vetgedrukte namen in deze "Wie is wie in het dagboek van Jan de Quay" volgen de correcte spelling en - waar mogelijk - de roepnaam. Alternatieve spellingen in het dagboek zijn in de uitleg opgenomen. Deze uitleg heeft overigens alleen betrekking op de situatie ten tijde van het dagboek. Latere carrières zijn hierin niet altijd meegenomen.
Jacques M. Aarden
Jacques M. Aarden (1914-1997), KVP-politicus. Van 1947 tot 1968 was hij directiesecretaris van het Centrum voor Staatkundige Vorming van de partij. In 1962 werd hij ook Kamerlid tot hij in 1968, uit ontevredenheid over de samenwerking van de KVP met rechtse partijen, overstapte naar de Politieke Partij Radicalen (PPR).
Van Abbe
Jan, dan wel Albert van Abbe. Beiden waren als zonen van oprichter Henri van Abbe (1880-1940) directeur van de sigarenfabrieken Karel I in Eindhoven.
Johannes Abbink Spaink
In de dagboeken: v. Abbink Spaick. Johannus J. Abbink Spaink (1897-1964) werd in 1929 als RKSP’er burgemeester van IJsselstein. In 1943 werd hij door de bezetter ontslagen. Na de bevrijding keerde hij terug op zijn post.
B.S.A. Al
Dr. B.S.A. Al was lid van de Christofoorgroep.
Dr. Leo Albering
Dr. Leo A.H. Albering (1904-1972) was leraar geschiedenis en Nederlands aan het Bredase Onze-Lieve-Vrouwe Lyceum. Verbleef tijdens de bezetting als gijzelaar in Sint-Michielsgestel en was na de bevrijding in Breda actief in de Ordedienst en bij de Binnenlandse Strijdkrachten.
Piet Alberts
Petrus B.M. (Piet) Alberts (1909-1982) was in de oorlog kaderleider Zuid-Holland bij de Nederlandse Unie. In 1942 verbleef hij een half jaar als gijzelaar in Sint-Michielsgestel. Na de oorlog was hij enkele jaren waarnemend burgemeester van Schiedam. Van 1945 tot 1963 was hij penningmeester in het hoofdbestuur van de KVP. In 1949 werd hij burgemeester in Rucphen.
Guus Albregts
In de dagboeken ook: Albrechts. Guus H.M. Albregts (1900-1980) studeerde van 1932 tot 1937 economie in Tilburg en promoveerde daar in 1948. Hij werd later hoogleraar in Tilburg, secretaris van de katholieke werkgevers en in 1951 minister zonder portefeuille in het eerste Kabinet-Drees.
Hendrik Andriessen
Hendrik F.A. Andriessen (1892-1981), katholiek musicus, organist en componist. Van juli tot december 1942 werd hij gegijzeld in Haaren en vervolgens in Sint-Michielsgestel. Hij was een jongere broer van Willem Andriessen.
Willem Andriessen
Willem C.N. Andriessen (1887-1964), een Nederlandse componist en dirigent. Hij werd in de oorlogsjaren net als zijn broer Hendrik als gijzelaar vastgehouden in Haaren en Sint-Michielsgestel.
Jan van Angeren
J.R.M (Jan) Van Angeren (1894-1959) was voor de oorlog secretaris-generaal op het ministerie van Justitie, de eerste katholiek op die post. Hij week in mei 1940 met zijn minister, Gerbrandy, uit naar Londen. In februari 1942 volgde hij Gerbrandy op als minister van Justitie. Toen koningin Wilhelmina weigerde zijn ontwerp politiebesluit te ondertekenen, trad hij af en werd weer secretaris-generaal.
Majoor Aninga
In de dagboeken ook: Majoor Annegarn. Majoor, later luitenant-kolonel S. Aninga, coördinator van de vooruitgeschoven post van het Militair Gezag in Eindhoven. Aninga liet na de voedseldemonstratie van 21 november iets meer distribueren dan in het overleg met het Militair Gezag was toegezegd, om daarmee de gemoederen wat te bedaren.
Ds. Pieter van Arkel
Pieter W. van Arkel was predikant in Edam van november 1941 tot mei 1946.
Cas Arts
Casper (Cas) Arts (1887-1969), vader van zestien kinderen, werd in 1919 raadslid in Haps en was vervolgens twintig jaar lang wethouder. Hij werkte bij het Waterschap De Maaskant, bij Zuivelfabriek De Volharding en was schatter bij de Grondkamer. Ook was hij voorzitter van de Fok- en Controlevereniging. Daarnaast was hij uitvinder van een rooimachine die het rapen van aardappelen overbodig maakte. In 1954 werd hij voor zijn maatschappelijk werk benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Familie Arts
De bekende zouaaf Antoine Arts (1845-1926), tevens lid van de Tilburgse gemeenteraad en later ook van de Tweede Kamer, richtte in 1879 de Nieuwe Tilburgsche Courant op. Na zijn dood in 1926 kwam de directie in handen van zijn zonen Antoon C.B. (1873-1955) en Leo J.J. Arts (1883-1965).
F.M. van Asbeck
Frederick M. baron van Asbeck (1889-1968), jurist en gespecialiseerd in koloniale vraagstukken. Als buitengewoon hoogleraar aan de Rechtshogeschool in Batavia betoonde hij zich voorstander van de progressieve ideeën van De Stuwgroep, die ontvoogding van de Indonesische bevolking voorstond. In 1939 werd hij hoogleraar in Leiden in het Vergelijkend Koloniaal Staatsrecht.
J.B. van Asbeck
Ir. J.B. baron van Asbeck (1911-2010), die kort na de oorlog als restauratiearchitect diverse kerkgebouwen herstelde en herbouwde.
Anthony van Asch van Wijk
Jhr. mr. Anthony M.C. van Asch van Wijck (1880-1945) was sinds de jaren dertig secretaris-generaal op het ministerie van financiën. Toen het kabinet in mei 1940 uitweek naar Londen ging hij mee, op aandringen van minister-president De Geer, met wie hij bevriend was. Kort voor de bevrijding overleed hij in Londen
Jan Asselbergs
Johannes P.J. (Jan) Asselbergs (1879-1962), economisch directeur van een ijzer- en metaalgieterij, machinefabriek en handelsmaatschappij, een familiebedrijf in Bergen op Zoom. Een indrukwekkende hoeveelheid nevenbetrekkingen bezorgde hem de bijnaam ‘Jan Nietgering’. Zo was hij raadslid en wethouder in Bergen op Zoom, en vervolgens Statenlid (23 jaar) en gedeputeerde (12 jaar) in Noord-Brabant. Voorts bekleedde hij diverse commissariaten van Brabantse bedrijven en tal van bestuursfuncties, waaronder die bij de Kamer van Koophandel, werkgeversverenigingen, de Tilburgse Hogeschool en ook het E.T.I.N., het Economisch-Technologisch Instituut Noord-Brabant.
Karel Asselbergs
Ir. C.J. Asselbergs, suikerfabrikant in Breda.
Henk Aukes
Hendrikus W.F. (Henk) Aukes (1905-1999) studeerde rechtshistorie en middeleeuwse geschiedenis in Nijmegen. Na de bevrijding van het Zuiden werd hij hoofd van de afdeling gesproken woord van Radio Herrijzend Nederland in Eindhoven. Na de oorlog werd hij in Hilversum hoofd van de afdeling regionale omroepen van de Nederlandse Radio Unie.
Jan Baars
Jan A. Baars (1903-1989), een Amsterdamse marktkoopman, was voor de oorlog actief in fascistische kringen, onder meer als leider van de Algemene Nederlandsche Fascisten Bond (ANFB). Tijdens de bezetting nam hij deel aan het verzet. Na de oorlog werkte Baars bij de politie en bij inlichtingendiensten.
Frans Bachg
Mr. Frans H.J. Bachg (1902-1994) was jurist. Vanaf 1928 was hij directeur van de R.K. Middenstandsbond. Van 1937 tot 1952 had hij zitting in de Tweede Kamer, eerst voor de RKSP, nadien voor de KVP. Vanaf mei 1942 was hij 18 maanden gegijzeld in Sint-Michielsgestel. In 1945 was hij actief in de Nederlandse Volks Beweging.
Jan Backx
In de dagboeken: Bakcx. Dr. Johannes Ph. (Jan) Backx (1903-1982) kwam in 1929 in dienst van Thomsen’s Havenbedrijf, de firma van zijn vader. In 1935 werd hij directeur en bouwde de onderneming uit van 200 tot 2000 medewerkers. Overigens is Jan Backx tweemaal gehuwd geweest, maar niet met de door De Quay genoemde Suze Schilperoort.
W.N.J. Baekers
W.N.J. Baekers, textielfabrikant in Eindhoven.
Mgr. Joseph Baeten
Joseph W.M. Baeten (1893-1964) was sinds 1945 coadjutor van mgr. A.P.W. Hopmans, bisschop van Breda, die hij in 1951 zou opvolgen.
H. Bakker
H. Bakker (1904 - ?), voorheen directeur van de Tilburgse wollenstoffenfabriek W. Brands en Zn, en een buurtgenoot van De Quay, was van juli 1942 tot december 1943 gegijzeld in kamp Haaren. In 1944-1945 was hij directeur Abego, de Algemeen Gemachtigde in Beslag genomen Goederen, een onderafdeling van het College voor Economische Aangelegenheden waarvan Jan de Quay de leiding had. Daarna werd hij personeelschef bij Zwanenberg-Organon in Oss.
Daniël von Balluseck
In de dagboeken: Ballusec. Daniël J. von Balluseck (1895-1976) was van 1929 tot 1949 hoofdredacteur van het liberale Algemeen Handelsblad, dat zich in commentaren en anderszins warm voorstander betoonde van de Nederlandse Unie. In 1942 werd Von Balluseck gegijzeld, eerst in Haaren, later in Sint-Michielsgestel, waar hij deel uitmaakte van de Heeren Zeventien.
Gerardus Bannenberg
Gerardus P.J. Bannenberg (1898-1967) was een katholiek priester. Van juli 1942 tot maart 1943 werd hij door de bezetter gegijzeld in Haaren en Beekvliet. Na de bevrijding van het Zuiden was hij aalmoezenier en verbindingsofficier tussen de staf van het Militair Gezag en de Katholieke Kerk. Van 1949 tot 1959 was hij regent van het seminarie Beekvliet.
P.J. Bannier
Dr. P.J. Bannier (1897-?) fungeerde in de periode 1940-1950 als gecommitteerde voor Indische Zaken bij het ministerie van Overzeese Gebiedsdelen.
Prof. Banning
Willem Banning (1888-1971), een Friese vrijzinnig-hervormde predikant en een voorman van de religieus-socialistische beweging in Nederland. Voor de oorlog was hij lid van het partijbestuur van de SDAP. Van mei tot december 1943 was hij gegijzeld in Sint-Michielsgestel, waar hij als een van de Heeren Zeventien deelnam aan de discussies over de naoorlogse samenleving. Aansluitend daarop was hij actief in de Nederlandse Volksbeweging en ook bij de oprichting van de PvdA.
Mr. J. Barents
In de dagboeken: Barentz. Mr. J. Barents (1916-1961) was jurist en actief binnen de CHU. In 1940 werd hij lid van de Nederlandse Unie en redactiesecretaris van het weekblad van de Unie. Van 1945 tot 1947 was hij adjunct-hoofdredacteur van De Nieuwe Nederlander. Ook was hij, namens het protestants-christelijke deel, secretaris van de NVB. In 1947 werd hij directeur van de Wiardi Beckmanstichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Een jaar later werd hij benoemd tot hoogleraar politieke wetenschappen aan de UvA.
Ton Barge
Johannes A.J. (Ton) Barge (1884-1952), medicus en hoogleraar in Leiden. Toen eind 1940 joodse collega’s ontslagen werden, hield hij een openbaar college over de onzin van de rassenleer. Later, in 1942, werd hij acht maanden gegijzeld in Sint-Michielsgestel. Barge was - met uitzondering van de oorlogsjaren - van 1937 tot 1949 lid van de Eerste Kamer voor de RKSP en vervolgens de KVP.
Hr. Baud
Mr. J.C. (Chrétien) baron Baud (1893-1976) was sinds 1927 particulier secretaris van prinses Juliana. Hij zat om die reden vanaf juli 1940 als gijzelaar achtereenvolgens in Buchenwald, Haaren, Beekvliet, De Ruwenberg, Kamp Vught en Kamp Amersfoort. Werd op 17 september 1944 uit dat laatste kamp vrijgelaten, waarna hij door de linies naar het Zuiden kwam en vandaar naar Londen. Hij was het enige lid van de hofhouding dat koningin Wilhelmina in maart vergezelde op haar rondreis door bevrijd gebied. In 1945 was hij voorzitter van de HARK, de Hulpactie Rode Kruis. Twee van zijn zonen zouden omkomen in Duitse concentratiekampen.
E.K.L.M. Baumgarten
E.K.L.M. Baumgarten was redacteur geweest van het illegale blad Christofoor. Hij bewoog zich in de kringen rond het Katholieke Genootschap voor Geestelijke Vernieuwing, waarin ook dr. Hahn en de franciscaan Aemilius Emmen actief waren.
Pater Leo Beaufort
Leo J.C. Beaufort o.f.m (1890-1965). Trad in 1910 in bij de minderbroeders in Wychen. Studeerde rechten, publiceerde over vraagstukken van recht, oorlog en vrede. Promoveerde in 1933. Was lid van de Economische Raad en van de Raad van Toezicht van de Handelshogeschool in Tilburg. In 1937 werd hij Kamerlid voor de RKSP. In de oorlog verbleef hij in het minderbroedersklooster in Megen, waar hij in 1941 werd gekozen tot provinciaal overste. In 1945 werd hij rector van het gymnasium in Venray. In hetzelfde jaar was hij lid van de Nederlandse delegatie bij de oprichting van de Verenigde Naties in San Francisco.
Loeki de Beaufort
In de dagboeken: Mevr. de Beaufort. Louise Th. (Loeki) de Beaufort barones van Hardenbroek (1887-1952) was vanaf augustus 1945 dame du palais bij koningin Wilhelmina.
Jan Bechtold
In de dagboeken ook: Bechtolt. Johan G. (Jan) Bechtold (1892-1971) volgde een opleiding tot onderwijzer en raakte na de Eerste Wereldoorlog in de ban van het Brabantisme. Hij werd journalist, werkte in Groningen en Venlo, tot hij in 1944 werd aangesteld als hoofdredacteur van de Nieuwe Tilburgsche Courant. Later keerde hij terug naar het onderwijs. Van 1953 tot 1964 was hij godsdienstleraar aan de Willem II HBS in Tilburg.
Jos Bedaux
Josephus (Jos) Bedaux (1910-1989), zoon van een Tilburgse aannemer die als autodidact architect werd en vooral actief was in Tilburg en omgeving. Veel van zijn honderden ontwerpen zijn inmiddels aangewezen als monument. Een van zijn belangrijkste ontwerpen is het Cobbenhagengebouw van de Universiteit van Tilburg.
Walter Bedell Smith
Walter Bedell Smith (1895-1961), chef-staf van generaal Eisenhower in het geallieerde hoofdkwartier in Europa (SHAEF).
Louis Beel
Louis J.M. Beel (1902-1977). Na een studie rechten werd hij in 1935 gemeentesecretaris van Eindhoven. Toen daar een NSB-burgemeester werd aangesteld, nam hij vrijwillig ontslag. Hoewel hij voor de oorlog actief was geweest in de RKSP stelde hij zich na de bevrijding open voor vernieuwing van het sociale en politieke leven. Hij had het oor van de Eindhovense districts militair commissaris van het Militair Gezag, majoor Verhoef, en van de provinciaal militair commissaris, overste De van der Schueren. Beel was hoofdarchitect van het Eindhovens Adres dat zich uitsprak tegen een snel herstel van gemeenteraden en Provinciale Staten. Hij reisde op 1 januari naar Londen voor gesprekken met de regering. Tevens was hij verantwoordelijk voor de samenstelling van het Brabantse deel van de Zuidelijke delegatie die in februari gesprekken voerde met de koningin Nog diezelfde maand werd hij minister van Binnenlandse Zaken in het derde kabinet Gerbrandy, in juli 1946 minister-president van het naar hem genoemde eerste kabinet Beel.
Majoor Beelaerts van Blokland
Jhr. Jan J.G. Beelaerts van Blokland (1909-2005), bijgenaamd ‘Mickey’. Hij was sinds 1936 vriend van prins Bernhard, beroepsmilitair, verzetsman en Engelandvaarder – overgestoken met een Duits watervliegtuig dat hij met drie anderen had gestolen in de Amsterdamse Minervahaven. Hij werd in Engeland aangesteld als commandant in de Prinses Irene Brigade in de rang van majoor.
Vic Beermann
In de dagboeken ook: Beerman. Dr. Victor A.M. (Vic) Beermann (1915-2000) was in 1940 gepromoveerd als historicus. Beermann had een leidende rol in de Nederlandse Unie, onder meer als algemeen propagandaleider, was actief voor het illegale blad Christofoor en voor de LO, De Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Hij was enige tijd betrokken bij de Ordedienst maar werd na de bevrijding hoofd voorlichting van de provinciaal militair commissaris Gelderland van het Militair Gezag. Tevens was hij toen redactielid van Je Maintiendrai.
Eduard Benesj
Eduard Benesj (1884-1948), president van Tsjecho-Slowakije van 1935 tot 1938 en van 1945 tot 1948, toen de communisten de macht grepen. In de oorlog was hij president van Tsjechische regering in ballingschap in Londen.
Bens
Een buurtbewoner van de Hiersenhof. Bens was aardappelhandelaar.
Bernard Bercowitz
Bernard Bercowitz (1891-?), naar verluidt van Turkse herkomst, was voor de oorlog betrokken bij diverse zakelijke ondernemingen van Diederik van Buuren in Den Haag. Daaronder de NV Montan Export, die handelde in ertsen, metalen en machines. Bij de inval van de Duitsers week Bercowitz uit naar Canada, waar hij leiding gaf aan een bedrijf dat pompen vervaardigde voor gebruik in de luchtvaart, eveneens een onderneming in samenwerking met Van Buuren. In Canada liet Bercowitz zich naturaliseren.
Jan Berdenis van Berlekom
In de dagboeken: Berdenius van Berlekom. Luitenant-kolonel ir. Jan P. Berdenis van Berlekom was een Nederlandse luchtmachtofficier die tijdens de oorlog fungeerde als liaisonofficier van het ministerie van Oorlog bij het Britse Air Ministry.
Burgemeester Berger
Mr. Bernhard M. Berger (1887-1967) trad in 1941 af als burgemeester van Venlo, uit protest tegen de opheffing door de bezetter van de gemeenteraden. Gedurende de bezetting was hij ondergedoken. Na de bevrijding van geheel Venlo in maart 1945 hervatte hij zijn ambt.
Dr. Berger
W.L.J. Berger, huisarts in Cuyk.
Mevr. v.d. Bergh-Beltman
In de dagboeken: Mevr. v.d. Bergh. Johanna Beltman (1877-1955) had na de dood van haar echtgenoot, de Tilburgse fabrikant Hendrik van den Bergh (1876-1928) een huis laten bouwen aan de Gerard van Swietenstraat in Tilburg. In de bezetting, toen zij zelf inmiddels aan de Bredaseweg woonde, werd het huis gevorderd door de Wehrmacht. Na de bevrijding namen geallieerde troepen er hun intrek, en vervolgens het algemeen commissariaat voor de voedselvoorziening, onder leiding van ir. Hekma Wierda. Van september 1945 tot oktober 1946 woonde Jan de Quay met zijn gezin in het huis van de weduwe Van den Bergh.
Overste Sidney van den Bergh
Sidney J. van den Bergh (1898-1977), directeur van Unilever, werd in 1939 als reserveofficier gemobiliseerd en kreeg verantwoordelijkheid voor de voedselbevoorrading van de landmacht. In de oorlog was hij militair adjudant van de Nederlandse ambassadeur in Washington. Na de bevrijding werd hij hoofdintendant en vervolgens kwartiermeester-generaal. Na zijn demobilisatie in mei 1946 keerde hij terug naar Unilever. Als lid van de VVD werd hij in 1959 minister van Defensie in het kabinet De Quay.
Piet van Berkum
Maj. Prof. dr. Petrus P. (Piet) van Berkum (1901-1976) was in 1933 een van de eerste drie afgestudeerden van de Tilburgse Hogeschool (cum laude), was in 1938 de eerste promovendus (cum laude) en tevens de eerste die er – in 1939 − als voormalig student hoogleraar werd, in de bedrijfsleer. Begin december werd hij door generaal Kruls, samen met prof. Eggens en prof. Jurgens benoemd in het Militair Commissariaat voor het Rechtsherstel.
Prins Bernhard
Bernhard L.F.E.J.C.K.G.P. Prins der Nederlanden, Prins van Lippe-Biesterfeld (1911-2004), prins-gemaal van koningin Juliana der Nederlanden.
Ciel Beukers
Cecieltje L.M. Beukers (1933-1961), dochter van Janus Beukers.
Fam. cq. Janus Beukers
Dr. Adrianus C.M. (Janus) Beukers (1885-1969), chirurg en gynaecoloog in het Sint-Elisabethziekenhuis in Tilburg. Van 1920 tot 1968 was Beukers lid van de studieclub P.C. de Brouwer, waar ook Jan de Quay deel van uitmaakte.
Pieke Beukers
Pia J. Hensen (1899-1983), echtgenote van Janus Beukers.
Dr. Beumer
(Mogelijk) dr. Egbertus J. Beumer (1878-1946), namens de A.R.P. lid van de Tweede en later van de Eerste kamer, waar hij ook het woord voerde over koloniale aangelegenheden.
Pater Erik Bevort
In de dagboeken ook: Befort. Erik W. Bevort (1915-1966) trad in 1935 in bij missieorde van de paters MSC (‘de rooi harten’) in Tilburg. In 1945 begon hij met onder meer J. Bechtold van de Nieuwe Tilburgsche Courant een ‘Brabantsche Beweging’, die doortrokken was van katholiek en Brabants chauvinisme, maar die op politiek gebied aansluiting zocht bij de vernieuwers van de Doorbraakbeweging.
K. van der Bijl
K. van der Bijl was concertmeester van het Tilburgs Symfonieorkest.
Pieter Blaisse
In de dagboeken: Mr. Blaise. Pieter A. Blaisse (1911-1990) had rechten gestudeerd en economie. Hij werkte voor de oorlog in het bedrijfsleven. Na de bevrijding was hij actief binnen de Nederlandse Volksbeweging. Vanaf 1946 werkte hij bij het directoraat voor Herstel en Vernieuwing van het ministerie van Economische Zaken. Van 1952 tot 1967 was hij Kamerlid voor de KVP.
Mr. Dr. Van Blankenstein
Mr. dr. H. van Blankenstein, luitenant ter zee eerste klasse en Hoofd van de sectie Economische Zaken van het Militair Gezag. Hij was een zoon van de uit Nederland uitgeweken joodse journalist Marcus van Blankenstein (1880-1964), een gezaghebbend medewerker van de NRC die in Londen hoofdredacteur werd van het daar uitgegeven weekblad Vrij Nederland.
Vader van Blankenstein
Marcus van Blankenstein (1880-1964), een gezaghebbend medewerker van de NRC die wegens zijn joodse achtergrond in 1940 uitweek naar Londen en hoofdredacteur werd van het daar uitgegeven weekblad Vrij Nederland.
Pater Bleys
In de dagboeken ook: Pater Bleijs. Ludovicus Adrianus (Ludo) Bleys (1906-1945). Kloosterling in Roermond en tijdens de bezetting actief betrokken bij verzetswerk, onder meer voor de Landelijk Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Gezocht door de SD wist hij in 1944 te ontkomen naar Engeland. Met zijn rapporten over het verzet in Nederland en zijn kritiek op de regering in Londen had hij het oor van koningin Wilhelmina. Hij werd aalmoezenier bij de staf van prins Bernhard en lid van de Grote Adviescommissie van de Illegaliteit. In 1945 kwam hij om het leven bij een auto-ongeluk.
Anton de Block
In de dagboeken ook Antoon de Blok. Anton L. de Block (1901-1986) was jurist. In 1935 werd hij, als eerste katholiek, griffier van de Eerste Kamer. Drie jaar later kreeg hij een aanstelling als buitengewoon hoogleraar staats- en administratief recht aan de Katholieke Hogeschool in Tilburg. Van 1957 tot 1973 was hij lid van de Raad van State.
Jan Bloemen
Dr. J.F.J.M. (Jan) Bloemen was arts in Tilburg.
Harry Blomjous
H.M.J. (Harry) Blomjous (1877-1953). Wollenstoffenfabrikant in Tilburg en aldaar ook invloedrijk: zo was hij president-commissaris van het mede door hem opgerichte Nieuwsblad van het Zuiden en zowel betrokken bij de R.K. Leergangen als bij de Hogeschool. Voor de RKSP was hij van 1912 tot 1920 Statenlid in Brabant en van 1920 tot 1946 lid van de Eerste Kamer. Als verklaard tegenstander van Barend van Spaendonck stelde hij in 1944 over hem een belastend dossier samen dat hij doorgaf aan het Militair Gezag.
G.H.J.B. Bodewes
In de dagboeken: Den heer Bodewes. G.H.J.B. Bodewes, sinds 1939 directeur van de katholieke krant De Gelderlander. De krant werd in maart 1942 door de bezetter verboden. Na de bevrijding van Nijmegen in september 1944 begon hij weer te verschijnen.
Hendrik van Boeijen
In de tekst ook: Van Boeyen. Hendrik van Boeijen (1889-1947), politicus van de CHU, werd in 1937 minister van Binnenlandse Zaken in het vierde kabinet Colijn. Ondanks toenemende doofheid en soms ook een gebrek aan inhoudelijke kennis bleef hij vervolgens minister, onder andere van Algemene Zaken, van Oorlog en opnieuw van Binnenlandse Zaken, tot aan het aftreden van het tweede kabinet Gerbrandy in februari 1945.
Maria van Boekel-Jacobs
In de dagboeken: vrouw van Boekel. Maria C. Jacobs (1906-?), echtgenote van Petrus H. van Boekel.
Piet van Boekel
Petrus H. van Boekel (1904-?) pachtte vanaf 1932 een boerderij op de Hiersenhof. In 1951 emigreerde hij met zijn gezin naar Canada.
Feike de Boer
Feike de Boer (1892-1976) was sinds 1934 directeur van de Stoomvaart Maatschappij Nederland in Amsterdam. Tijdens de bezetting was hij betrokken bij de Nederlandse Unie. De Duitsers hielden hem in 1942 korte tijd vast in Sint-Michielsgestel. Nadien raakte hij betrokken bij het verzet via de Zeemanspot, onderdeel van het Nationaal Steunfonds (NSF). Van 1945 tot 1946 was De Boer de eerste naoorlogse burgemeester van Amsterdam. Daarna was hij lid van de commissie-generaal voor Nederlands-Indië, maar in maart 1947 stapte hij daaruit omdat hij tegen het akkoord van Lingadjatti was en juist voorstander van militair ingrijpen.
Lt.-Kol. J.H. de Boer
Luitenant-kolonel J.H. de Boer, sous-chef van het Militair Gezag, belast met repatriëring.
Bernard Boerebach
In de dagboeken: Boerenbach. Dr. Bernard M. Boerebach (1899-1969) was leraar Frans en werkte aan de universiteit van Nijmegen. In 1946 publiceerde hij Vaarwel aan een Godvergeten Tijd. Een personalistisch Essay.
Addeke Boerma
Addeke H. Boerma (1912-1992), een Wageningse landbouweconoom. Hij werkte sinds 1938 bij het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd. Toen deze tijd daadwerkelijk aanbrak was Boerma actief bij diverse instanties op het gebied van landbouw en voedselvoorziening. Na de bevrijding van het Zuiden ging hij met medeweten van de Duitse autoriteiten daarheen om behulpzaam te zijn bij de voedselvoorziening en om het sturen van hulpgoederen naar het gebied boven de rivieren voor te bereiden.
Murk Boerstra
Murk Boerstra (1883-1953), artillerieofficier en in de jaren ’20 militair attaché in China en Japan. In de jaren ’30, inmiddels in rang bevorderd tot generaal-majoor, was hij een zeer gewaardeerde commandant van het leger in Nederlands-Indië. In juli 1939 ging hij met pensioen.
Eduard van den Bogaert
In de dagboeken: Wardje. Eduard van den Bogaert, zoon uit het eerste huwelijk van Wilhelmien Coebergh-van der Lande, met E.A.A. (Eddy) van den Bogaert (1889-1938).
Miel Bogaerts
In de dagboeken ook: Bogaers. Mr. E.J.N.M. (Miel) Bogaerts, ambtenaar op het ministerie van Openbare Werken en Wederopbouw, werd in 1946 als eerste op de voordracht geplaatst voor de functie van griffier van de Staten van Noord-Brabant. De Staten gaven echter de voorkeur aan de tweede kandidaat, G. van Rooij. In 1963 werd Bogaerts alsnog benoemd tot griffier, als opvolger van Van Rooij. Hij vervulde deze functie tot 1975.
Gerrit Bolkestein
Gerrit Bolkestein (1871-1956) was oud-inspecteur van het onderwijs. Hij werd in 1939 minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen in het tweede kabinet De Geer en zou die post gedurende de gehele oorlog blijven bezetten tot aan het aftreden van het derde kabinet Gerbrandy in juni 1945.
August de Boodt
Augustus F.J. (August) de Boodt (1895-1986). Landbouwingenieur, werkte voor de Belgische Boerenbond. Hij had van 1936 tot 1968 zitting in de Senaat. Van 1950 tot 1952 was hij minister van Wederopbouw in België.
Toon Boomsma
In de dagboeken: Toon. Toon Boomsma was de huisknecht op de Hiersenhof.
Jim de Booy
J.M. (Jim) de Booy (1885-1969) werkte na een loopbaan bij de marine op een hoge post bij de Bataafsche Petroleum Maatschappij. In mei 1940 stak hij over naar Engeland. Hij was daar lid van de scheepvaart- en handelscommissie en werd in mei 1944 benoemd tot minister van Scheepvaart en Visserij. Ook in het derde kabinet Gerbrandy bekleedde hij deze post. Tevens was hij daarin minister van Oorlog a.i., totdat Jan de Quay hem in april 1945 opvolgde.
Jan Willem Bosch
Jan Willem Bosch (1890-?). De overledene tijdens de uitvaart op 13 maart 1946, Elisabeth van Hugenpoth – van Meeuwen, was zijn tante langs moederszijde.
Mr. dr. L.H.N. Bosch van Rosenthal
In de dagboeken: De heer van Rosenthal. Mr. dr. L.H.N. Bosch ridder van Rosenthal (1884-1953). Hij was vanaf 1934 commissaris van de koningin in Utrecht, tot hij in 1941 door de Duitsers aan de kant werd geschoven omdat hij weigerde zijn joodse ambtenaren te ontslaan. Hij raakte betrokken bij de verzetsactiviteiten van de Paroolgroep en bemiddelde in de conflicten tussen de illegaliteit en de Ordedienst. In 1944 werd hij aangesteld als voorzitter van het College van Vertrouwensmannen dat moest voorkomen dat er na de Duitse capitulatie een machtsvacuüm zou ontstaan.
Dr. P. Bouman
Pieter J. Bouman (1902-1977), historicus en socioloog. Sinds 1926 was hij leraar geschiedenis in Middelburg. Zoals zo velen zocht hij naar alternatieven voor de vooroorlogse democratie. Hij was betrokken bij het tijdschrift Het Gemeenebest en de daarmee samenhangende Woudschotenconferenties, en werd in 1940 een enthousiast aanhanger en actief lid van de Nederlandse Unie. Na de bevrijding werd hij economisch adviseur van het Militair Gezag. Als aanhanger van de doorbraak sloot hij zich aan bij de PvdA.
Paul van Boven
In de dagboeken: v. Boven. (Waarschijnlijk) Mr. P.M.H. (Paul) van Boven (1913-1997), directeur van N.V. Machinefabriek ‘Breda’ (v/h Backer en Rueb). Daarnaast was hij bestuurslid van het katholiek verbond van werkgeversverenigingen. Van 1970 tot 1975 was Van Boven voorzitter van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (NCW). Ook was hij voorzitter van het curatorium van de Universiteit van Tilburg en van 1962 tot 1966 commissaris bij Noury & Van der Lande, het familiebedrijf van de schoonfamilie van De Quay. In 1966 werd hij lid van de Studieclub P.C. de Brouwer, waar ook Jan de Quay toe behoorde.
Willem de Brauw
In de dagboeken: de Braauw en De Brouw. Jhr. Mr. Willem M. de Brauw (1876-1962) was vanaf 1920 rijksadvocaat en rechtsgeleerd adviseur van het Huis van de Koningin. In de bezettingsjaren was hij gegijzeld in Sint-Michielsgestel. In 1946 was hij lid van de Ereraad Nederlandse Unie.
Pastoor A. Brekelmans
Petrus A. Brekelmans (1864-1948) was van 1910 tot 1947 pastoor te Heumen.
Willy Brenninkmeyer
In 1931 was De Quay in dienst getreden bij C&A, het familiebedrijf van de Brenninkmeyers. Het was de bedoeling dat hij leiding zou gaan geven aan de Londense vestiging van het bedrijf, maar na veel wikken en wegen zag hij er van af. Desondanks bleef de verhouding met de familie zeer goed, zoals ook blijkt uit de hartelijke groeten die hem in 1944 vanuit Londen werden overgebracht.
Dolf van den Brink
Dr. R.E.M. (Dolf) van den Brink (1919-1997) was boekhouder en al snel adjunct-directeur en uitgever bij uitgeverij Elsevier die onder zijn leiding zou uitgroeien tot een concern van internationale allure. Dolf van den Brink was een broer van minister Jan van den Brink.
Jan van den Brink
Dr. J.R.M. (Jan) van den Brink (1915-2006) werd in november 1945 lid van de Eerste Kamer voor de KVP. Een maand later werd hij benoemd tot hoogleraar economie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Van 1948 tot 1952 was hij minister van Economische Zaken in de kabinetten-Drees I en II. In 1952 verliet hij de politiek voor een carrière in het bankwezen. Jan van den Brink was een broer van Dolf van den Brink.
Cor van den Broek
In de dagboeken ook: Van den Broek. De familie Van den Broek uit Sint Hubert bij wie Jan de Quay op het laatst was ondergedoken.
Johannes van den Broek
Johannes van den Broek (1882-1946), ondernemer bij de Billiton Maatschappij in Nederlands-Indië en minister van financiën in het tweede kabinet Gerbrandy. Vanaf mei 1944 was hij tevens minister van Handel, Nijverheid en Landbouw. Hij was een van de vijf minister-kwartiermakers die in november 1944 naar het bevrijde Zuiden kwamen.
E.H. Broekkamp
In de dagboeken: Broekman. E.H. Broekkamp, wijnhandelaar in Nijmegen en tijdens de bezetting actief in de illegale pers en bij de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Werd na de bevrijding de centrale persoon van het persbureau Illegale pers en als zodanig onder meer plaatselijk perscensor van alle bladen, die op militaire gegevens moesten worden gescreend.
Overste H. Broekman
H.G. Broekman was een reserve-kapitein en Engelandvaarder. Hij was in Amsterdam Oost groepscommandant geweest van de Ordedienst en in september 1941 uitgeweken naar Londen. Daar werd hij het eerste hoofd van het in november 1942 opgerichte Bureau Inlichtingen. Wegens hartklachten maakte hij al na enkele maanden plaats voor majoor Somer. Hij werd toen adviseur inlichtingenzaken voor minister van Lidth de Jeude van Oorlog.
Johan Brokmeier
In de dagboeken: Hr. Brokmeijer. Johan Brokmeier (1907-1967), directeur van de Zeeuwse Confectiefabrieken in Middelburg. Was gijzelaar in Beekvliet.
J.A.J. Brokx
In de dagboeken: Broex, Broekx. J.A.J. Brokx, eigenaar van een expeditiebedrijf in de Poststraat in Tilburg.
J.E. Brom
Jan Eloy Brom (1891-1954) was een edelsmid, werkzaam in het gelijknamige familiebedrijf in Utrecht dat tussen 1856 en 1961 edel- en siersmeedkunst vervaardigde, voornamelijk voor de rooms-katholieke kerk in Nederland.
Jef de Brouwer
Josephus Antonius Cornelius de Brouwer (1910-1959) was in 1940 verantwoordelijk voor de interne organisatie van de Nederlandsche Unie. Hij zat tijdens de oorlog gevangen in Scheveningen, Haaren en Sint-Michielsgestel. Na de oorlog was hij de eerste hoofdredacteur en later ook directeur van het katholieke dagblad Oost-Brabant, dat edities in Tilburg en Den Bosch had.
P.C. de Brouwer
In de dagboeken ook: P.C. Dr. P.C. (Piet) de Brouwer ( 1874-1961), katholiek priester. Oprichter van het Odulphuslyceum in Tilburg waar hij les gaf in de klassieke talen. De Brouwer werkte, onder meer via de beweging Brabantia Nostra, doelbewust aan de vorming van een katholieke intellectuele elite, die Brabant de nieuwe tijd moest binnenloodsen.
Henk Brugmans
Dr. H.J. (Henk) Brugmans (1906-1997) studeerde Franse taal- en letterkunde en was sinds april 1939 – met 32 jaar het jongste − lid van de Tweede Kamer, voor de SDAP. Vanaf mei 1942 werd hij bijna twee jaar als gijzelaar vastgehouden in het kamp Beekvliet in Sint-Michielsgestel. Hij nam daar deel aan de gesprekken over vernieuwing en was later ook actief in de Nederlandse Volksbeweging.
A.C. de Bruijn
Adrianus C. de Bruijn (1887-1968) was een metaalbewerker die carrière maakte in de vakbeweging. Vanaf 1925 was hij voorzitter van het Rooms-Katholiek Werknemers Verbond (RKWV). In mei 1942 werd hij enkele weken gegijzeld in Sint-Michielsgestel. Na de bevrijding maakte hij zich sterk voor herstel van zowel de katholieke vakbeweging, sindsdien Katholieke Arbeiders Beweging (KAB) geheten, als van de katholieke eenheidspartij. Daarmee keerde hij zich tegen vernieuwing en doorbraak, zoals door De Quay werd nagestreefd. De Bruijn was lid van de Eerste Kamer voor de KVP. In 1952 werd hij minister voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie in het tweede kabinet-Drees.
Sieuwert Bruins Slot
In dagboek: de Bruins Slot. Jan A.H.J.S. (Sieuwert) Bruins Slot (1906-1972) was advocaat. In de bezetting raakte hij betrokken bij het verzet als een van de voormannen van het illegale blad Trouw. Bij de bevrijding werd hij aangesteld als hoofdredacteur. Hij bleef dat tot 1971. In 1946 werd hij aangezocht als minister van Binnenlandse Zaken, maar hij zag daar van af. Hij werd in 1946 lid van de Tweede Kamer voor de ARP, sinds 1956 als fractievoorzitter.
J.J.H.A. Bruna
J.J.H.A. Bruna, hoofdredacteur van de Utrechtse Courant, werd in 1941 in Breda eerst waarnemer en daarna opvolger van de gearresteerde hoofdredacteur van het Dagblad van Noord-Brabant en Zeeland, Van de Poel. In juli 1942 werd hij zelf opgepakt als gijzelaar en opgesloten in Haaren. Pas na de bevrijding van Breda hervatte hij zijn werk bij de krant, die nu was omgedoopt tot Dagblad De Stem. In 1967 schreef hij op verzoek van het Driemanschap een geschiedenis van de Nederlandse Unie, die echter nooit werd gepubliceerd.
Dr. Jean Jacques Brutel de la Riviere
Jean Jacques Brutel de la Rivière (1895-1972) was schoolarts in Deventer en een van de grondleggers van het artsenverzet tijden de bezetting. Na de bevrijding werd hij voorzitter van de GAC, de Groote Advies-Commissie der Illegaliteit.
Frans van Buchem
Dr. Frans S.P. van Buchem (1897-1977), internist en geneesheer-directeur van het Sint-Elisabethziekenhuis in Tilburg. Hij was betrokken bij het verzet en speelde na de bevrijding een leidende rol in de bundeling van de oud-illegaliteit. Maakte ook deel uit van de onderzoekscommissie inzake Barend van Spaendonck.
August Buddemeijer
August J.E. Buddemeijer (1906-?) zong bij de Koninklijke Liedertafel Souvenir des Montagnards in Tilburg en ook bij het Heikes Mannenkoor.
Jaap Burger
Jacob A.W. (Jaap) Burger (1904-1986), advocaat. Hoewel sinds 1929 lid van de SDAP was hij aanvankelijk nauwelijks politiek actief. Als Engelandvaarder kwam hij in 1943 in Londen. Op aandringen van koningin Wilhelmina werd hij in augustus 1943 opgenomen in het tweede kabinet Gerbrandy. Vanaf mei 1944 was hij minister van Binnenlandse Zaken speciaal belast met de terugkeerwetgeving. Zowel in Londen als na zijn overkomst naar bevrijd gebied als een van de minister-kwartiermakers gaf hij onomwonden lucht aan zijn opvatting dat het Militair Gezag te veel bevoegdheden bezat, wat velen tegen hem in het harnas joeg. Een radiorede van januari 1945 waarin hij een pleidooi hield voor onderscheid tussen hen die fout waren geweest en hen die fouten hadden gemaakt, leidde tot zijn aftreden en tevens tot de val van het tweede kabinet Gerbrandy.
Ds. J. Buskes
In de dagboeken ook: Buskens. Johannes J. (Jan) Buskes (1899-1980), socialistisch en anti-militaristisch predikant. Hij was betrokken bij het verzet en zat onder meer als gijzelaar in Sint-Michielsgestel. Na de oorlog was hij actief voor de NVB. Hij werd lid van de PvdA.
Ed van Buul
Everardus W.C. (Ed) van Buul (1904 -?) was (adjunct-) directeur van de sigaren- (sinds 1858) en sigarettenfabriek (sinds 1911) Mignot & De Block in Eindhoven.
Diederik van Buuren
Adriaan D. (Diederik) van Buuren (1900-1975) was een internationale wapenhandelaar die in 1940 in Londen, op aanstichten van Van ’t Sant, geïnterneerd werd door de Engelse militaire inlichtingendienst. Aanleiding was dat hij in 1934, hoewel zelf geen NSB’er, Mussert had geïntroduceerd bij Mussolini. De ministers Dijxhoorn en Steenberghe, die met hem bevriend waren, benadrukten zijn loyaliteit aan de Nederlandse zaak en drongen aan op zijn vrijlating. Dat gebeurde uiteindelijk, maar het leidde wel tot spanningen binnen het kabinet. Blijkens het dagboek was Van Buuren ook een vriend van De Quay.
Deken Buve
L.I.D.B. Buve was deken van Groningen. In de bezetting werd hij gegijzeld in Beekvliet, Sint-Michielsgestel.
Prof. Frits Buytendijk
Frederik J.J. (Frits) Buytendijk (1887-1974), medicus en psycholoog, was hoogleraar in Amsterdam, in Groningen, in Nijmegen en in Utrecht. Van oorsprong was hij Nederlands-hervormd, maar in 1937 trad hij toe tot de katholieke kerk.
Willem van Bylant
Willem F.L. graaf van Bylandt (1896-1990), diplomaat. In de oorlogsjaren was hij waarnemend secretaris-generaal op het ministerie van Buitenlandse Zaken. In november 1945 ging hij naar Batavia als adviseur van gouverneur-generaal Van Mook. In 1952 werd hij Hoge Commissaris in Djakarta, van waaruit hij vergeefs probeerde de Nederlandse regering aan te sporen tot een minder onbuigzame benadering van Indonesië.
C.J.F. Caljé
Schuilnaam: Den heer Van Amstel, de vertegenwoordiger van de Ordedienst in de Contactcommissie van de Illegaliteit in bezet gebied. In oktober kwam hij door de linies naar het bevrijde Zuiden en werd daar toegevoegd aan de staf van de Binnenlandse Strijdkrachten onder prins Bernhard.
Kol. Michael Calmeijer
In de dagboeken ook: Calmeyer. Michael R.H. Calmeijer (1895-1990) vocht in de meidagen van 1940 als officier aan het zuidfront van de Vesting Holland. In 1940 en 1941 was hij actief voor de Nederlandse Unie. Het jaar daarop werd hij opgeroepen voor krijgsgevangenschap in Duitsland. Na de bevrijding maakte hij een snelle carrière in de landmachtstaf. In 1959 werd hij voor de CHU staatssecretaris van Defensie in het kabinet-De Quay.
Jo Cals
Jozef M.L. Th. (Jo) Cals (1914-1971) werd in 1941 lid van de Nederlandse Unie en raakte van daaruit betrokken bij de Christofoorgroep. Van 1945 tot 1948 was hij fractievoorzitter van de KVP in de gemeenteraad van Nijmegen. Nadien was hij twee jaar Kamerlid. Tussen 1950 en 1963 was hij eerst staatssecretaris en daarna minister van Onderwijs, onder meer ook in het kabinet-De Quay. In april 1965 trad hij aan als minister-president van het kabinet-Cals dat op 22 november 1966 in de Nacht van Schmelzer ten val werd gebracht.
Jan van Campen
Mr. J. Ph. M. (Jan) van Campen (1908-1991) was directeur van een ijzerhandel en behoorde tot de leidende kringen van de Nijmeegse afdeling van de Nederlandse Unie. Nadien was hij actief in het verzet. In 1944 was hij een van degenen die openlijk kritiek leverden op de terugkeer van voormalige bestuurders, onder wie de waarnemend burgemeester Van der Velden. Niet lang na de bevrijding werd hij opgenomen in de rangen van het Militair Gezag in Nijmegen.
Guus de Casembroot
Jhr. mr. A.F.Ch (Guus) de Casembroot (1906-1965) was sinds 1932, als toentertijd jongste van Nederland, burgemeester van Westkapelle. Werd in 1941 gedeputeerde in Zeeland. In 1943 door de Duitsers ontslagen, ging hij in het verzet als gewestelijk commandant van de Ordedienst. Na de bevrijding werd hij opgenomen in het Militair Gezag en fungeerde hij korte tijd als waarnemend commissaris van de koningin in Zeeland. In januari 1945 was hij verantwoordelijk voor het Zeeuwse deel van de delegatie uit het bevrijde Zuiden die naar Londen reisde voor besprekingen met koningin Wilhelmina.
Van Casteren
Bewoonde een boerderij naast de Hiersenhof.
Marius Chabot
In de dagboeken ook: Chabet. Marius Taudin Chabot (1884-1966) was van 1929 tot 1946 directeur van de Nederlandse Handelmaatschappij in Amsterdam.
Winston Churchill
Sir Winston L. Churchill (1874-1965), premier van het Verenigd Koninkrijk van 1940 tot 1945. Hij speelde een beslissende rol in de geallieerde overwinning in de Tweede Wereldoorlog.
Generaal Clark
Luitenant-Generaal J.G.W. (George) Clark (1892-1948) was een Britse militair die in 1944 leiding gaf aan Shaeff-Mission, de afvaardiging van het geallieerde hoofdkwartier in Nederland. In die functie werkte hij onder meer aan de voorbereiding van de voedselhulp aan het hongerende Westen van Nederland.
Vincent Cleerdin
Vincent F.L.W. Cleerdin (1888-1946) was vanaf 1928 tot zijn plotselinge overlijden griffier van Provinciale Staten in Noord-Brabant.
Jos Cobbenhagen
Prof. dr. Martinus J.H. (Jos) Cobbenhagen (1893-1954), r.k. priester en econoom. Hij was een van de grondleggers van de R.K. Handelshogeschool in Tilburg en daar als hoogleraar collega van Jan de Quay. Vanaf juli 1942 was hij gijzelaar in Haaren en later Sint-Michielsgestel, waar hij deelnam aan specifiek katholieke gespreksgroepen met mensen als De Quay, Sassen, vicaris Hendrikx en Toon Wijffels. Na de bevrijding riep Cobbenhagen in Tilburg een Comité voor Maatschappelijke Wederopbouw in het leven dat in de geest van saamhorigheid uit de bezettingstijd probeerde de vele praktische problemen op te lossen waarmee de bevolking in bevrijd gebied werd geconfronteerd. Het CMW kreeg al snel navolging in diverse andere steden in het Zuiden.
Willem Coebergh
Willem H.F. Coebergh (1891-1961) was een zwager van Jan de Quay. Hij was de tweede echtgenoot van Wilhelmien van der Lande (1893-1961), een oudere zus van Maria de Quay-van der Lande.
Martin Coenders
Martin W.J. Coenders (1893-1961) was burgemeester van Arcen en Velden, van Tegelen en sinds 1927 van Sittard. In 1941 werd hij vervangen door een NSB’er, in 1944 keerde hij terug op zijn post.
Hendrik Colijn
Hendrik Colijn (1869-1944), officier in het KNIL, ondernemer bij Shell, en tussen 1911 en 1939 zeven maal minister op verschillende departementen en vijf maal minister-president.
Ir. J.H. Coops
Ir. J.H.Coops was directeur van het Luchtvaartbedrijf, een afdeling van het ministerie van Defensie.
Dr. J.A.M. Cornelissen
Dr. J.A.M. Cornelissen (1902-1977), jurist en bibliothecaris van de Nijmeegse universiteitsbibliotheek. Na de bevrijding was hij voorzitter van de Rooms-Katholieke Commissie Herstel Nijmegen die – de naam zegt het al – zich keerde tegen de vernieuwingsbeweging. Hij meende dat deze een gevaar was voor de katholieke levensovertuiging. Zijn ideaal was een zo volledig mogelijk herstel van de katholieke zuil.
Van Crey
Was bode in het provinciehuis van Noord-Brabant.
Johannes Cuppen
Johannes C. F. Cuppen (1907-1981), boer in Beers en tevens kassier van de Boerenleenbank.
Van Daal
Een bakker in het dorp Beers.
Mr. Frits Daams
Mr. Frits H.J.M. Daams (1920-2001) werkte in de oorlog bij de katholieke middenstandsbond. Van 1945 tot 1947 was hij in dienst van het Militair Gezag als hoofd pers en voorlichting bij de Provinciaal Militair Commissaris. Hij sloot zich aan bij de PvdA, was daar bestuurslid van de katholieke werkgemeenschap binnen de partij en van 1956 tot 1969 kamerlid.
Jan Dalmulder
Jan J.J. Dalmulder (1910-1992) studeerde economie in Rotterdam en promoveerde daar in 1936. In 1940 werd hij lector Statistiek aan de Tilburgse Hogeschool. In 1950 volgde een benoeming tot buitengewoon hoogleraar en in 1953 tot gewoon hoogleraar Wiskundige economie en econometrie.
Huub Dassen
H.J.M. (Huub) Dassen (1909-1978), directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau in Heerlen, was in de oorlogsjaren lid geweest van de Nederlandse Unie. In 1945 werd hij benoemd in de Ereraad Nederlandse Unie. Van 1946 tot 1952 was hij Kamerlid voor de KVP en nadien burgemeester in Schaesberg en Sittard.
Laurentius Deckers
Laurentius N. Deckers (1883-1978) was kamerlid voor de RKSP en secretaris-penningmeester van de katholieke boeren- en tuindersbond. Van 1929 tot 1935 was hij minister van Defensie en van 1935 tot 1937 minister van Landbouw en Visserij. Vervolgens werd hij in de Tweede Kamer fractievoorzitter van de RKSP, later de KVP, tot hij in april 1946 aftrad. Deckers was huisvriend en executeur-testamentair van Jan Chr. L. van der Lande, de schoonvader van Jan de Quay. In 1944 werd hij commissaris bij Noury & Van der Lande.
Mr. Coenraad van Dedem
Mr. Coenraad W. baron van Dedem (1902-1985), jurist.
Mr. F.A.J. Deelen
Mr. F.A.J. Deelen, officier van justitie in Breda en tevens lid van de organisatie van oud-illegalen, de GOIWN. Nadat procureur-generaal Speyart van Woerden in januari 1945 wegens bedreigingen tegen zijn persoon naar Londen werd geroepen, nam Deelen zijn taken over.
W.J. van Deelen
W.J. van Deelen werd als bestuurder van de SDAP gegijzeld in Beekvliet, Sint-Michielsgestel. Na de oorlog was hij fractievoorzitter van de PvdA in de Eindhovense gemeenteraad.
Leon Degrelle
Leon Degrelle (1906-1994) was de oprichter en leider van de Waals-Belgische fascistenbeweging Rex. Bracht tevens een Waals SS-legioen op de been dat vocht aan het Oostfront. Hij werd na 1945 bij verstek ter dood veroordeeld, maar zocht en vond asiel in het Spanje van Franco.
J.G.M. Delfgauw
J.G.M. Delfgauw promoveerde in 1945 op het proefschrift Ordening en handelspolitiek: een sociaal-economische, -psychologische en wijsgerige studie.
Zuster Annie Delhaise
Annie Delhaise (1909-2001) kwam in de oorlog in contact met de familie De Quay. Als kraamverpleegster was zij betrokken bij de geboorte van enkele kinderen en raakte goed bevriend met de familie.
Hubert Delhaise
Hubert M.D. Delhaise (1903-?) werd in 1946 directeur van de Kempensche Zinkmaatschappij in Budel. Hij was een broer van zuster Annie Delhaise, die een zorgfunctie had in het gezin van De Quay.
Bert Derks
Lambertus M. Derks (1898-1965), vrachtrijder in Beers. Sinds 1933 had hij een vergunning voor de exploitatie van een benzinestation.
Gerardus Derks
Gerardus P. Derks (1908-1986), buurtbewoner (Graafsedijk) in Beers.
Jules Dewez
W.J. (Jules) Dewez was Rijkslandbouwconsulent in Limburg. Als reserve-kapitein van de infanterie raakte hij in de bezettingsjaren onder de schuilnaam ‘Custers’ betrokken bij de Ordedienst. Van juli tot december 1942 was hij geïnterneerd in Haaren en Sint-Michielsgestel. Na de bevrijding kwam hij bij het Militair Gezag en werd districts militair commissaris in Roermond. Tevens was hij actief in de GOIWN. Als voorstander van politieke vernieuwing trad hij in augustus 1945, samen met Jan de Quay, toe tot het bestuur van het Centrum voor Staatkundige Vorming, dat uiteindelijk een toegangspoort bleek waarlangs katholieke ‘vernieuwers’ werden binnengeloodst in de nieuw opgerichte Katholieke Volkspartij.
Coleta Diepen
Coleta J.M. Diepen (1919-?), dochter van dr. ir. Herman G.K.F Diepen, vennoot van de Tilburgse wollenstoffenfabriek gebr. Diepen, trouwde in december 1945 voor de wet met Henri J.M. van der Ven (1917-?), een zwager van de Quays vriend Frans Houben. Zij was een zus van Frits Diepen.
Ir. Frits Diepen
Frederik J.L. (Frits) Diepen (1915-1974), zoon van een Tilburgse textielondernemer die zich richtte op de luchtvaartindustrie. In 1942 en 1943 was hij gegijzeld in Haaren en Amersfoort. Na de oorlog richtte hij een eigen luchtvaartonderneming op die samenwerkte met Fokker.
Adriaan Dijxhoorn
In de dagboeken: Dyxhoorn en Dijxhooren. Adriaan Q.H. Dijxhoorn (1889-1953) was een Nederlandse militair die in 1939 minister van Defensie werd in het tweede kabinet De Geer. In februari 1940 verving hij generaal Reijnders als opperbevelhebber van het Nederlandse leger door generaal Winkelman. In juni 1941 trad hij af omdat de koningin het vertrouwen in hem had opgezegd. Vervolgens kwam hij weer actief in militaire dienst. Hij werd vertegenwoordiger van Nederland bij de Combined Chiefs of Staff in Washington. Vanaf oktober 1944 was hij weer in Londen waar hij de vorming van het naoorlogse Nederlandse leger voorbereidde. Ook vertegenwoordigde hij de Nederlandse regering bij Shaeff, het geallieerde opperbevel.
Pater Dito
De dominicaner pater J.K.M. Dito (1904-1977) was sinds 1938 voorzitter van de KRO. Tijdens de bezetting probeerde hij tevergeefs het Nederlandse omroepbestel overeind te houden en in het bijzonder de positie van de KRO. Daarbij begaf hij zich in de relatie met de bezetter op glad ijs. Zowel bij de KRO als bij het episcopaat zag men pater Dito na de oorlog liever niet meer terugkeren. Zeker niet toen hij in mei buiten medeweten van de aartsbisschop via Zwitserland en Spanje naar Londen reisde, om daar met de regering de toekomst van de Nederlandse radio te bespreken. In augustus 1945 zag hij zich gedwongen zijn positie bij de KRO ter beschikking te stellen.
Jan en Roos van der Does de Willebois
Jan J.M. van der Does de Willebois (1900-1963) was neuroloog-psychiater. Hij was gehuwd met Rosa J.W. Ingen Housz (1899-1984), een nicht van Jan de Quay langs moederszijde.
Joost en Marietje van der Does de Willebois
Pieter J. H.M. (Joost) van der Does de Willebois (1893 - ?), advocaat en procureur, was gehuwd met Maria E.E. Ingen Housz (1901-?), een nicht van Jan de Quay langs moederszijde.
Frans Dohmen
In de dagboeken: Doomen. Frans Dohmen (1910-1991), voorzitter van de Nederlandse Katholieke Mijnwerkersbond.
Stan Donders van Eijck
In de dagboeken: Donders. Stan Donders van Eijck (1903-1987), componist en dirigent in Tilburg. In de oorlog weigerde hij zich aan te sluiten bij de Kultuurkamer. Vervolgens werd hij gegijzeld in Haaren en Sint-Michielsgestel.
Jan Donner
Jan Donner (1891-1981) was jurist en politicus van de ARP. Voor de oorlog was hij minister van Justitie en vanaf 1933 raadsheer bij de Hoge Raad. In de oorlogsjaren was hij betrokken bij het kerkelijk verzet. Hij werd door de bezetter gegijzeld in Sint-Michielsgestel. Vanwege zijn houding in de oorlogsjaren werd hij in 1946 met voorbijgaan van anderen benoemd tot president van de Hoge Raad. Als tegenstander van de Doorbraak pleitte hij voor herstel van de vooroorlogse staatkundige verhoudingen.
Emma van Dooren
In de dagboeken: Mevr. Van Dooren en Mevr. Van Doorn. Emma N.L.M. Van Dooren-Swagermakers (1872-1969) was de weduwe van Henri E.A.L. van Dooren (1871-1928), directeur van de wollenstoffenfabriek Van Dooren en Dams in Tilburg. De Van Doorens behoorden tot het familienetwerk van De Quay. Zijn schoonvader, Jan van der Lande, was commissaris bij Van Dooren en Dams. En diens zoon Bernard, een broer van de Quays echtgenote Maria, was getrouwd met Angèle van Dooren, een dochter van Henri en Emma. Omdat zijn eigen huis in de Burgemeester Damsstraat in Tilburg was gevorderd door de Britten, had De Quay tijdelijk woonruimte gevonden bij mevrouw Van Dooren aan de Korvelseweg.
Henk van Dooren
Henricus A.M.E. van Dooren (1915-2000), commissaris bij de Tilburgse wollenstoffenfabriek Van Dooren en Dams. Hij was een jongere broer van Huub van Dooren.
Huub van Dooren
In de dagboeken ook: Huub van Doorn. Hubert A.L.H.M. (Huub) van Dooren (1896-1948) was directeur van de Tilburgse wollenstoffenfabriek Van Dooren en Dams. Voor zijn relatie met De Quay zie ook mevrouw Van Dooren. Hoewel hij zich in de bezettingsjaren had ingezet voor gijzelaars en geallieerde piloten, kwam hij na de bevrijding toch in het vizier van het Militair Gezag. Hij had immers – ook onverplicht – geleverd aan Duitse instanties. Net als enkele andere fabrikanten werd hem de toegang tot zijn bedrijf ontzegd en kreeg hij huisarrest opgelegd. Omdat hij zich daar niet aan hield, werd Van Dooren geïnterneerd tussen andere verdachten in het Odulphuslyceum. Uiteindelijk werd zijn zaak geseponeerd, zoals die van de meeste Tilburgse fabrikanten.
Imme van Dooren-Brouwers
Virginie M.H. Brouwers (1895-1979), echtgenote van Huub van Dooren.
Admiraal L. Doorman
Ludovicus A.C.M. (Lou) Doorman (1891-1955), marineofficier en de jongere broer van schout-bij-nacht Karel Doorman die in 1942 omkwam bij de Slag op de Javazee.
Kolonel P. Doorman
Luitenant-kolonel P.L.G. Doorman. Op 15 augustus 1944 was hij benoemd tot Inspecteur van de Nederlandse Troepen, verantwoordelijk voor de verzorging en training van de Nederlandse militairen in Groot-Brittannië. Twee weken later al ging deze functie op in de staf van de Bevelhebber Nederlandse Strijdkrachten. Kolonel Doorman werd toen de chef-staf van prins Bernhard.
Mr. J. van Doorn
Mr. J. van Doorn was hoofd afdeling Sociale Bijstand van het ministerie van Sociale Zaken.
Pater N.G.M. van Doornick
Dr. N.G.M. van Doornik MSC, een katholiek publicist.
Ds. Van Dorp
Jan van Dorp (1888-1949) was sinds 1929 dominee van de Nederlands-hervormde gemeente in Londen. Koningin Wilhelmina en leden van de regering in ballingschap kerkten vanaf mei 1940 bij hem in zijn kerk in Austin Friars. Op 31 mei doopte hij prinses Irene in de kapel van Buckingham Palace. Op verzoek van de regering organiseerde hij de geestelijke verzorging van de Nederlandse krijgsmacht in Engeland
Fjodor Dostojewski
Fjodor M. Dostojewski (1821-1881), schrijver en een van de groten in de Russische literatuur.
Dr. Willem Drees
Dr. Willem Drees (1886-1988). Hij werd in 1933 Kamerlid voor de SDAP en was vanaf september 1939 fractievoorzitter. Vanaf oktober 1940 werd hij een jaar lang als gijzelaar vastgehouden in Buchenwald. In mei 1942 werd hij opnieuw gegijzeld, nu in Beekvliet, maar al na een week liet men hem weer vrij wegens gezondheidsproblemen. Hij was intensief betrokken bij het overleg tussen politici en verzetsgroepen en werd in 1944 aangewezen als lid van het College van Vertrouwensmannen dat een bestuurlijk vacuüm na de capitulatie moest voorkomen. Drees had grote aarzelingen bij de idealen van de Nederlandse Volksbeweging. Hij achtte een sociaal-democratische partij onmisbaar. Voor hem bestond vernieuwing eruit dat ook confessionele arbeiders daarbij zouden aanhaken.
Maj. Paul Driebeek
P.J.M. (Paul) Driebeek (1899-1980) was een Engelandvaarder die daar werd ingezet bij het Bureau Inlichtingen. Na de oorlog was hij betrokken bij de oprichting, in februari 1946, van een Buitenlandse Inlichtingendienst (BID). Driebeek was daarvan hoofd van januari tot september 1948.
Majoor H. van Drimmelen
Majoor, later luitenant-kolonel H.J.M. van Drimmelen, hoofd sectie Economische zaken van het Militair Gezag.
Mr. Bernard Drion
Mr. Bernard W.M. Drion (1914-1973) was advocaat en procureur in Breda. In de bezetting deed hij illegaal werk. In 1944 werd hij veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voor zijn betrokkenheid bij de verzetskrant Het Parool. Hij zat gevangen in de S.D.-gevangenis in Scheveningen, ‘het Oranjehotel’. Van 1949 tot 1956 was hij gemeenteraadslid voor de KVP in Breda.
Prof. mr. Jan Drion
Prof. mr. Jan Drion (1915-1964) gaf in de oorlog samen met zijn broer Huib het verzetsblad De Geus onder studenten uit. Hij promoveerde in 1950 bij de vermaarde prof. E. Meijers en werd enkele maanden later diens opvolger als hoogleraar in Leiden.
Pater Drost
Anton J. Drost S.J. (1897-1958), rector van het jezuïetenklooster Mariëndaal (opent in een nieuw tabblad) in Grave.
Jan Drost
Ir. Jan D. Drost (1904-1991), voedselcommissaris voor Zeeland van het Militair Gezag. Hij was van mei tot december 1942 gijzelaar in Beekvliet.
Anton van Duinkerken
Anton van Duinkerken is het pseudoniem van Willem J.M.A. Asselbergs (1903-1968), een katholieke intellectueel en tijdens het interbellum aanvoerder van de katholieke jongeren rond het tijdschrift De Gemeenschap. In 1942 werd hij gegijzeld in Sint-Michielsgestel. Van 1952 tot zijn dood in 1968 was hij hoogleraar Nederlandse Letterkunde in Nijmegen. Daarvoor had hij wel zijn lidmaatschap van de PvdA moeten opgeven.
Pierre Dupuy
Pierre Dupuy (1896-1969) was een Canadees diplomaat. In de oorlogsjaren was hij in Londen de contactpersoon van de Canadese regering met de geallieerde regeringen in ballingschap. Van januari 1945 tot 1952 was hij Canadees ambassadeur in Nederland.
Jan van der Dussen
Jacobus Ae.H.J. (Jan) van der Dussen (1900-1989) was sinds 1937 burgemeester van Hengelo. In juni 1942 werd hij als gijzelaar geïnterneerd in Sint-Michielsgestel. Na de oorlog keerde hij terug op zijn post. In 1951 werd hij benoemd als burgemeester van Dordrecht.
Kap. / Maj. J.W. Duyff
Majoor dr. Jan Willem Duyff (1907-1969), arts en hoofd van het fysiologisch laboratorium van de universiteit van Leiden. Duyff was een zeer actief verzetsstrijder binnen de KP. Aan het eind van de oorlog werd hij als majoor opgenomen in de staf van prins Bernhard met wie hij bevriend raakte. Ook werd hij aangesteld als sabotagecommandant van de Binnenlandse Strijdkrachten. Na de oorlog zou Duyff in opspraak raken, onder meer wegens vermeende maar niet bewezen betrokkenheid bij de aanslag van kapitein Westerling in Indonesië.
Prof. Frans Duynstee
In de dagboeken ook: Duijnstee. Frans J.F.M. Duynstee (1914-1981) was sinds 1945 hoogleraar staatsrecht van de Universiteit van Nijmegen en politicus voor de KVP. In 1944 had hij in een illegale brochure getiteld Het glazen huis gepleit voor de heroprichting van een katholieke eenheidspartij, waarmee hij zich keerde tegen de doorbraakgedachte van De Quay c.s.
Anthony Eden
Anthony R. Eden (1897-1977) was in het oorlogskabinet van Winston Churchill eerst minister van Oorlog en vanaf december 1940 minister van Buitenlandse Zaken.
Ir. Gerard Edixhoven
Ir. Gerard H. Edixhoven (1892-1980), hoofdingenieur van de Laura Mijn in Eijgelshoven.
F.H.J.M. van den Eerenbeemt – kaarsen
Ferd. H.J.M. van den Eerenbeemt (1910-1986), kaarsenfabrikant en bestuurder in ’s-Hertogenbosch.
Overste Jannes Eggens
Luitenant-kolonel prof. mr. Jannes J. Eggens (1891-1964) was een vooraanstaande Nederlandse jurist die doceerde in Batavia, tot hij op verzoek van de regering in 1941 naar Londen kwam. Daar adviseerde hij over de wetgeving met betrekking tot het naoorlogse rechtsherstel. Hij was even in beeld voor een aanstelling als chef-staf, en later als sous-chef, van het Militair Gezag, maar diende in de organisatie als jurist.
Lou Einthoven
Louis Einthoven (1896-1979) werkte als jurist in Nederlands-Indië. Kwam in 1933 terug naar Nederland, waar hij politiecommissaris werd in Rotterdam. Zijn ergernis over de verdeeldheid in de vooroorlogse politiek uitte hij in de leidende rol die hij innam in de Nederlandse Unie, als lid van het Driemanschap. Maar ook nam hij daarin afstand van de soms al te grote toegeeflijkheid waarmee Linthorst Homan, een ander lid van het Driemanschap, de bezetters benaderde. In mei 1942 kwam hij als gijzelaar naar Beekvliet. In september 1944 wist hij uit het kamp te ontsnappen. Hij zocht contact met prins Bernhard en bracht een bezoek aan koningin Wilhelmina in Londen. Hij ging niet in op een verzoek van Gerbrandy om toe te treden tot diens derde kabinet.
Dwight Eisenhower
Dwight D. Eisenhower (1890-1969), opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten in Europa. Later werd hij de 34ste president van de verenigde Staten, van 1953 tot 1961.
M.F.A. Elisen
M.F.A. Elisen, expediteur en steenkolenhandelaar aan de Berkdijksestraat in Tilburg.
Pater Theo van den Elsen
In de dagboeken: v.d. Elzen. Pater Theo van den Elsen o. praem, een witheer uit de abdij van Berne in Heeswijk was na de oorlog aalmoezenier van emigratie. Van 1956 tot na 1967 was hij bisschoppelijk commissaris bij de Katholieke Emigratie Stichting in het bisdom ’s-Hertogenbosch. Theo van den Elsen was een neef van de bekende pater Gerlacus van den Elsen, eveneens witheer, de oprichter van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB).
Evert Elsenaar
In de dagboeken ook: Elzenaar. Evert Elsenaar (1892-1965) was een musicus en schrijver over muziek. Sinds 1934 was hij administrateur van de Arnhemse Orkest Vereniging. In de oorlogsjaren verruilde hij deze functie voor die van hoofd Centraal Bureau Orkestwezen bij het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten (1941-1943). Naar eigen zeggen deed hij dit, niettegenstaande zijn weerzin tegen het milieu aldaar, na een gesprek met De Quay als lid van het Driemanschap van de Nederlandse Unie die suggereerde dat hij daar wellicht heilzaam werk kon doen. Na de oorlog kwam hij door deze stap in de problemen. Het ministerie van O.K.W. betaalde weliswaar zijn salaris door, maar gaf hem geen werk meer. Uiteindelijk werd hij door de Ereraad veroordeeld. Met grote vasthoudendheid streefde Elsenaar naar eerherstel.
Pater Aquilinus Emmen
Aquilinus Emmen (1907-1987) o.f.m. was professor Ethiek aan het franciscaanse studiehuis in Venray. Hij was vice-voorzitter van het Katholiek Genootschap voor Geestelijke Vernieuwing, een initiatief van Dr. Hahn.
Ben Engelbertink
In de dagboeken ook: Engelberting. Bernardus A.A. (Ben) Engelbertink (1902-1971), een Twentse boerenzoon die diverse onderwijsakten behaalde en werkte in het landbouwonderwijs. Van juli 1942 tot december 1943 verbleef hij als gijzelaar in Haaren en Sint-Michielsgestel. In 1946 werd hij voor de KVP lid van de Tweede Kamer. Daarnaast was hij fractievoorzitter in de Staten van Overijssel.
Jacobus Ermers
Jacobus Ermers (1894-), pachter van een boerderij op de Barendonck, een landgoed en voormalig kasteel in Beers, aan wie de pacht werd opgezegd.
Laurens Esbach
Laurens Esbach (1886-1968), directeur van bouw- en woningtoezicht in Tilburg en tevens commandant van de brandweer.
Maj. H. van Everdingen
Majoor, later kolonel H. van Everdingen (1906), provinciaal militair commissaris voor het bevrijde deel van Gelderland bij het Militair Gezag. Om reden van zijn weinig doortastende optreden en de vele conflicten met zijn ondergeschikte, de meer daadkrachtige districts militair commissaris van Nijmegen majoor ir. August F.H. Blaauw, werd hij op 1 december 1944 door generaal Kruls ontslagen en vervangen door Blaauw. Van Everdingen werd vervolgens Commandant Grensbewaking.
Dr. Van der Eyden
Theo van der Eyden (1900-1991) werkte tussen 1928 en 1942 als arts in Nederlands-Indië. Als reserveofficier van gezondheid bij het KNIL werd hij in 1942 gemobiliseerd en raakte vervolgens krijgsgevangen. Als ervaren tropenarts werd hij in diverse Japanse kampen tewerkgesteld. In 1946 kwam de hereniging met zijn gezin. Hij werd toen huisarts in Amsterdam.
C.C.L. Eygenraam
In de dagboeken: Eijgenraam. C.C.L Eygenraam was in Londen voor het ministerie van Handel, Nijverheid en Landbouw werkzaam op het terrein van de voedselvoorziening.
Prof. Gaston Eyskens
Gaston F.M. burggraaf Eyskens (1905-1988), sinds 1934 hoogleraar Economie aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Na de bevrijding was hij minister van financiën in drie achtereenvolgende kabinetten en voorts ook drie maal minister-president van België.
Overste Fauré
Luitenant-kolonel J.C.A. Fauré, sous-chef van het Militair Gezag in Londen.
Pieter Fentener van Vlissingen
In de dagboeken: Piet van Vlissingen. Pieter J. Fentener van Vlissingen (1904-1944), textielfabrikant in Helmond.
Alexander Fiévez
In de dagboeken ook: Fievez. Alexander H.J.L. Fiévez (1902-1949) vocht in mei 1940 als officier bij de Grebbelinie. Vanaf mei 1943 was hij twee jaar lang krijgsgevangene in Duitsland. Van 1946 tot 1948 was hij minister van Oorlog in het eerste kabinet-Beel. Daarna werd hij vice-voorzitter van de KVP en Kamerlid voor die partij.
Gerard van der Flier
De jurist Gerard van der Flier (1879-1955) was sinds 1939 raadsheer in de Hoge Raad.
Majoor C. Fock
Majoor C.W.L. Fock was een officier van het Bureau Inlichtingen in Londen. Toen kolonel Somer en majoor Van Houten van het BI zich na de bevrijding van het Zuiden in Eindhoven vestigden, bleef Fock achter om leiding te geven aan het Bureau Londen.
J.P. Fockema Andreae
J.P. Fockema Andreae (1879-1949) was tussen 1914 en 1933 burgemeester van Utrecht geweest en van 1933 tot 1937 Commissaris van de Koningin in Groningen. In januari 1946 werd hij voorzitter van de Ereraad Nederlandse Unie.
Kol. Franciscus Fokkinga
Franciscus Fokkinga (1886-1956), officier bij de Intendance.
Lt.-gen. Charles Foulkes
In de dagboeken ook: Folckes. Charles Foulkes (1903-1969) was bevelhebber van de Canadese troepen die vochten bij de bevrijding van Nederland. In mei 1945 aanvaardde hij in Wageningen de capitulatie van de Duitse troepen in Nederland. Foulkes leverde niet alleen een bijdrage aan de Duitse nederlaag, maar ook aan de hulpverlening aan de bevolking en de naoorlogse wederopbouw.
Dr. Jean Franssen
In de dagboeken ook: Fransen. Johannes H. (Jean) Franssen (1893-1955), huisarts in Tilburg met een praktijk in de Koestraat in de wijk Besterd.
Karel Frederiks
Karel J. Frederiks (1881-1961) was van 1931 tot 1945 secretaris-generaal op het departement van Binnenlandse Zaken. Een zuiveringscommissie erkende na de oorlog zijn patriottische gezindheid, maar oordeelde dat zijn beleid door opportunisme en bewust afzien van principiële politiek gefaald had en zelfs noodlottig was geweest, zeker voor de Nederlandse joden. In januari 1946 kreeg hij ongevraagd eervol ontslag.
Louis Frequin
De journalist Louis H.A. Frequin (1914-1998) had zich in 1940 aangesloten bij het fascistische Nationaal Front van Arnold Meijer, maar brak later daarmee en ging werken voor de illegale pers. Na verraad zat hij enige maanden gevangen, onder andere in Kamp Vught. Van 1945 tot 1977 was hij hoofdredacteur van De Gelderlander.
Ir. W. Friedhoff
In de dagboeken: Friedhof. Ir. W. Friedhoff, secretaris van het Londens Comité van het Nederlandse Rode Kruis.
Majoor H. Frowein
Majoor H.W.L. Frowein, lid van de staf van prins Bernhard.
Johan Furstner
In de dagboeken: Fürstner. Johan Th. Furstner (1887-1970) was marine-officier. In 1941 werd hij bevorderd tot luitenant-admiraal. Hij was minister van Marine in het tweede kabinet Gerbrandy.
Jaap van der Gaag
In de dagboeken onder zijn schuilnaam: Kapt. Smulders. Naast deze schuilnaam gebruikte hij nog een andere: Richard van Dijk. Verzetsman Jacob (Jaap) van der Gaag (1905-1988). Lid van de Raad van Verzet en van het College van Vertrouwensmannen. In januari 1945 kwam hij namens het College een eerste maal door de linies naar het bevrijde Zuiden en vandaar naar Londen voor gesprekken met de regering. In april crosste hij een tweede keer, nu met medeweten van de Duitse autoriteiten in bezet gebied. Zijn missie droeg bij aan de voedselhulp die eind april in West-Nederland beschikbaar kwam, maar leverde hem hevige kritiek op van delen van de verzetsbeweging.
Gaius de Gaay Fortman
Wilhelm F. (Gaius) de Gaay Fortman (1911-1997) was afkomstig uit een progressief-gereformeerd milieu. Studeerde rechten en promoveerde in 1936 aan de V.U. bij prof. Gerbrandy, de latere minister-president. Hij werkte eerst voor het departement van Economische Zaken en vervolgens bij Sociale Zaken. Tijdens de bezetting was hij betrokken bij het illegale blad Vrij Nederland.
Pater H. Gall
De Tilburgse pater H.H.J.M. Gall MSC was in de oorlogsjaren gegijzeld geweest in Sint-Michielsgestel, waar hij werkte als ziekenbroeder. In 1944 was hij lid van de bisschoppelijke commissie die adviseerde over wederopbouw van de naoorlogse katholieke pers. In 1945 werd hij lid van de toen opgerichte Persraad, ingesteld omwille van de zuivering van de Nederlandse pers, maar ook met het oog op de schaarste aan papier en capaciteit bij drukkerijen.
Charles de Gaulle
De Franse generaal Charles A.J.M. de Gaulle (1890-1970) leidde in de Tweede Wereldoorlog de Franse regering in ballingschap. Na de bevrijding bleef hij voorzitter van de voorlopige regering, ma
ar trad af in januari 1946 omdat zijn ideeën over een sterk uitvoerend gezag niet in de grondwet werden opgenomen.
Dirk-Jan de Geer
Jhr. Dirk-Jan de Geer (1870-1960) was leider van de CHU en voor de oorlog enkele malen minister van Financiën. In juli 1939 vormde hij een kabinet met daarin ook sociaaldemocraten. Na het uitbreken van de oorlog en het uitwijken van de regering naar Londen betoonde hij zich uiterst defaitistisch. Daarop werd hij door de koningin ontslagen. De Geer reisde vervolgens in 1941 terug naar Nederland, buiten medeweten van de regering die dit beschouwde als verraad.
Johannes Geerdinck
In de dagboeken ook: Geerding. Johannes A. Geerdinck (1902-1977), officiaal van het aartsbisdom Utrecht en vanaf 1947 vicaris-generaal.
Jeannette Geldens
In de dagboeken: Mej. Geldens, Jeanette Geldens. Jeannette Geldens (1902-1996) was de eerste vrouw in het politiekorps van Nijmegen. Vanaf 1927 had ze daar de leiding over de kinderpolitie. In de bezettingsjaren werd ze ontslagen en enige tijd gevangen gehouden. Nadien deed ze koerierswerk voor het verzet. Direct na de oorlog werd ze particulier secretaresse van koningin Wilhelmina, tot deze in 1962 overleed. Jeanette Geldens was goed bevriend met het echtpaar De Quay.
Ir. A. Gelderblom
Ir. A.J. Gelderblom, een Philips-ingenieur die in het Zuiden leiding had gegeven aan het Nationaal Steunfonds. Na de bevrijding was hij een van de drijvende krachten achter de GOIWN, de Gemeenschap van Oud-Illegale Werkers in Nederland.
Henri Gelissen
Prof.dr.ir. H.C.J.H. (Henri) Gelissen (1895-1982), scheikundige. Werkte bij van 1920 tot 1930 bij de firma Noury & Van der Lande, het familiebedrijf van De Quays schoonvader. Vanaf 1 augustus 1930 was hij directeur van de Provinciale Limburgse Electriciteits-Maatschappij. Tevens van 1930 tot 1935 buitengewoon hoogleraar aan de Handelshogeschool in Tilburg en van 1935 tot 1937 minister van Economische Zaken in het vierde kabinet-Colijn. In december 1944 werd Gelissen samen met drie andere prominente Limburgers − op grond van hun vermeende Duitsvriendelijke houding – gearresteerd door de BS’er Van Kooten. Deze wilde daarmee echter vooral een protest laten horen tegen de plannen om de Binnenlandse Strijdkrachten hun arrestatiebevoegdheid te ontnemen. Gelissen werd na onderzoek weer vrijgelaten. Henri Gelissen was president-commissaris bij Mignot & De Block in Eindhoven.
Pater Jan van Geloven
Pater Jan van Geloven (1907-1988) was lid van de kloostercongregatie van de Missionarissen van het Heilig Hart (MSC), in Tilburg ook bekend als de ‘Rooi Harten’ aan de Bredaseweg. Pater van Geloven was biechtvader van Jan de Quay. In 1958 werd hij directeur van het Gerlachinstituut voor volwasseneneducatie in Tilburg.
Wim van Gent
W.J.M. (Wim) van Gent was boekhandelaar in ’s-Hertogenbosch. Voor de oorlog had hij zich aangetrokken gevoeld tot het fascisme, maar nadien nam hij daar afstand van. Kort na de bevrijding was hij secretaris en vervolgens voorzitter van de Bossche afdeling van de Nederlandse Volks Beweging. Hoewel hij geen voorstander was van herstel van de vooroorlogse partijen werd hij uiteindelijk toch lid van de KVP.
Pieter Gerbrandy
Pieter S. Gerbrandy (1885-1961) was hoogleraar rechten aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. In 1939 trad hij – tegen de zin van zijn partijgenoten van de ARP – als minister van Justitie toe tot het ‘nationale’ tweede kabinet De Geer. Nadat De Geer in augustus 1940 wegens verregaand defaitisme door koningin Wilhelmina tot aftreden was gedwongen werd Gerbrandy minister-president. Hij leidde tot mei 1945, in een toenemend moeizame verhouding met het staatshoofd, drie kabinetten in ballingschap in Londen. In november 1944 maakte hij met de minister-kwartiermakers een reis naar bevrijd gebied.
Prof. dr. Carel Gerretson
In de dagboeken ook: Gerritson. Prof.dr. Frederik C. (Carel) Gerretson (1884-1958), lid van de CHU, werd in 1925 in Utrecht benoemd tot bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van Nederlands-Indië. Hij was ook een bekend dichter onder het pseudoniem Geerten Gossaert. Na de oorlog verzette hij zich tegen de Indonesische onafhankelijkheid. Gerretson voerde actief propaganda voor het Nationaal Comité Handhaving Rijkseenheid. Hij werd in 1946 ook gehoord door de Ereraad Nederlandse Unie, waarbij hij zich, aldus Lou de Jong, ‘te buiten ging aan verwarde betogen’.
Pater A. van Gestel
Peter A. van Gestel s.j. (1897-?) zat gevangen in Dachau van maart 1942 tot april 1945. Hij was rector van het Canisianum in Maastricht en werd later assistent van de Generaal Overste van de jezuïetenorde in Duitsland, Nederland en België.
Dr. Jos Gielen
Jos J. Gielen (1898-1981) was werkzaam in het onderwijs en vanaf 1938 in de onderwijsinspectie. In het eerste kabinet Beel werd hij minister van Onderwijs. Nadien was hij korte tijd kamerlid voor de KVP. Van 1949 tot 1969 was hij hoogleraar Pedagogiek in Nijmegen en van 1956 tot 1966 ook lid van de Eerste Kamer.
R. Gielen
Mr. R. Gielen, directeur van het Economisch Technologisch Instituut in Limburg.
Frans Gijzels
Frans J.W. Gijzels (1911-1977) werkte als econoom voor de Kamer van Koophandel. In 1940 was hij in Eindhoven plaatselijk secretaris van de Nederlandse Unie. Hij had toen contact met Joan Willems als gewestelijk secretaris voor Noord-Brabant. Vanuit de Unie kwam Gijzels bij het verzet. Na de bevrijding werd hij raadslid en vervolgens wethouder in Eindhoven. Als staatssecretaris voor Economische Zaken kwam hij in 1961 in het kabinet-De Quay. Later was hij lid van Provinciale Staten van Limburg en burgemeester van Heerlen.
Mgr. Van Gils
Petrus J.M. van Gils (1869-1956) was priester en een onvermoeibaar promotor van het bijzondere, katholieke onderwijs. Louis Beel werd in 1924 zijn secretaris en ging op aansporen van Van Gils in datzelfde jaar rechten studeren aan de nieuw opgerichte Rooms-Katholieke Universiteit Nijmegen.
Miel en Phila Gimbrère
Emilius G.J. Gimbrère (1891-1949) was gehuwd met Philomea Herculijns. Vanaf 1917 was hij jurist en vervolgens bankier in Nederlands-Indië. Tien jaar later behoorde hij tot de eerste hoogleraren van de nieuw opgerichte R.K. Handelshogeschool in Tilburg en was daarmee een collega van De Quay. Hij gaf onderwijs in het burgerlijk en handelsrecht, alsook in krediet- en bankwezen. In de jaren dertig was hij tweemaal rector magnificus, evenals in de oorlogsjaren 1941-1945.
Miel Gimbrère jr.
Emiel Gimbrère (1920-1945) was een zoon van de gelijknamige hoogleraar aan de Hogeschool in Tilburg. Hij was gehuwd met Thérèse Spoorenberg. In de winter van 1944-1945 verbleef hij in bezet gebied en liep daar difterie op. Met veel moeite werd hij overgebracht naar huis, in het bevrijde Zuiden. Daar overleed hij echter op 4 mei 1945.
Mgr. Giobbe
In de dagboeken: Mgr. Giobe. Paolo Giobbe (1880-1972) was een Italiaanse geestelijke die van 1935 tot 1958 pauselijk internuntius was in Nederland. In de oorlogsjaren werd hij uitgewezen door de bezetter en verbleef hij in Rome.
Hans Gispen
J.H. (Hans) Gispen (1905-1968), commercieel directeur van de Organonfabrieken in Oss. Hij werd door het Militair Gezag benoemd in het College voor Economische Aangelegenheden, onder voorzitterschap van De Quay. Op deze benoeming kwam kritiek van het illegale blad Trouw dat hem verweet dat Organon de gehele oorlog had gewerkt voor de bezetter, wat natuurlijk niet vreemd was voor een joods bedrijf dat door de bezetter onder Verwaltung was gesteld. In februari 1945 werd Gispen in het derde kabinet Gerbrandy benoemd tot minister van Handel, Nijverheid en Landbouw.
Hr. en mevr. Gockel
A.G.M. Gockel was inkoper voor C&A en woonde aan de Nieuwe Bosscheweg in Tilburg.
Frans Goedhart
In het dagboek ook: Piet 't Hoen. Frans J. Goedhart (1904-1990) was een journalist die in de oorlog een illegaal blad begon, de Nieuwsbrief van Pieter ’t Hoen, later voortgezet als Het Parool. Namens de Parool Groep nam hij deel aan de discussies over de koers van de NVB. Hij werd lid van het dagelijks bestuur van de PvdA en was vanaf 1946 kamerlid voor deze partij.
Marinus van der Goes van Naters
In de dagboeken: Van de Goes van Naters. Jhr. Marinus van der Goes van Naters (1900-2005), afkomstig uit een Nijmeegse protestantse adellijke familie. Studeerde rechten aan de universiteit van Leiden. Voor de oorlog bestuurslid van de SDAP en voor deze partij lid van de Tweede Kamer. Was in 1940 actief voor de Nederlandse Unie. Van oktober 1940 tot september 1944 verbleef hij als gijzelaar in Buchenwald, in Haaren en in Sint-Michielsgestel. Hij nam hier deel aan discussies over vernieuwing van de sociaal-democratie. In februari 1946 was hij een van de oprichters van de PvdA en werd de eerste fractievoorzitter in de Tweede Kamer.
Hendrikus Goossens
In de dagboeken: Zeeofficier Goossen. Schout-bij-nacht Hendrikus A.W. Goossens (1909-1973) was commandant van onderzeeboten en, vanaf 1943, van Hr.Ms. Zwaardvisch, waarmee hij in actie kwam op de Javazee. Die acties bezorgden hem de Militaire Willemsorde. In 1945 werd hij adjudant van koningin Wilhelmina.
Aalmoezenier Leo Goossens
In de dagboeken: Gooskens. Leo A.M. Goossens o.f.m. (1916-1999) werd in 1942 priester gewijd. Na de bevrijding werd hij op verzoek van de KP-commandant Peter Zuid aalmoezenier bij de Stoottroepen. Vervolgens werd hij assistent van de hoofdaalmoezenier en in 1963 hoofdaalmoezenier van de Koninklijke Marine.
Th. Goossens
Th.J.A.J. Goossens (1882-1970), katholiek priester en historicus. In 1921 volgde hij Hendrik Moller op als rector van de Katholieke Leergangen in Tilburg. Hij was een van de grondleggers van de R.K. Handelshogeschool, waarvan hij de eerste rector-magnificus werd. In 1942 werd hij korte tijd gegijzeld in het kamp Haaren.
Janske Gorissen
In de dagboeken: Janske v. Steenberghe. Johanna (Janske) Gorissen (1906-1960), een omstreden zieneres uit Welberg bij Steenbergen die de stigmata droeg. Zij trok veel pelgrims aan, maar de cultus rond haar persoon werd in 1950 door Rome verboden.
Herman Götzen
In de dagboeken ook: Gotzen. Herman Götzen (1899-?), bankier, lid van de bankiersfirma Hörnchen & Götzen en verzetsman. Hij was betrokken bij de smokkel van Joodse kinderen uit de crèche tegenover de Hollandse Schouwburg in Amsterdam, een operatie die hij mede financierde. Hij werd gegijzeld in Beekvliet in Sint-Michielsgestel van september 1942 tot mei 1943.
Prof. ir. Jan Goudriaan
Prof. ir. Jan Goudriaan (1893-1974), werktuigbouwkundige. Voor de oorlog werkzaam bij o.a. de scheepswerf Fijenoord en bij Philips. Daarnaast bijzonder hoogleraar in Rotterdam en Delft. In 1938 trad hij toe tot de directie van de Nederlandse Spoorwegen. Zijn benoeming tot president-directeur leidde tot een machtsstrijd met zijn collega ir. Hupkes. Nadat Goudriaan door de Duitsers was geschorst, trad Hupkes aan als waarnemer. Bij de oprichting van de Nederlandse Unie had Goudriaan van De Quay een plaats in het Driemanschap aangeboden gekregen, die hij weigerde. Vanaf oktober 1940 verdween hij achter het prikkeldraad, eerst in Buchenwald, vervolgens in Haaren. Bij de verkiezing daar als kampleider versloeg hij Jan de Quay met een klein verschil. De toekomstidealen die De Quay ook in Haaren uitdroeg waren aan Goudriaan niet besteed. Hij deelde niet diens afkeer van de oude politieke partijen. Goudriaan beleefde net als De Quay een overplaatsing naar Sint-Michielsgestel, maar werd in 1943 vrijgelaten. Na de bevrijding werd Goudriaan opgenomen in de rangen van het Militair Gezag, met de opdracht het treinverkeer in het Zuiden weer op gang te brengen. Dat hij daarnaast door de regering in Londen opnieuw tot directeur van de NS werd benoemd, riep veel weerstand op.
Mgr. F.A.J.A. Goyaerts
In de dagboeken: Goyarts. Was president van het Klein Seminarie Beekvliet in Sint-Michielsgestel.
Ds. Koeno Gravemeijer
In de dagboeken ook: Gravemeyer. Koeno H.E. Gravemeijer (1883-1970) was predikant en vanaf mei 1940 secretaris van de hervormde synode. Hij gaf leiding aan het protestantse kerkelijke verzet tegen maatregelen van de bezetter. In 1942 verbleef hij zeven maanden in het gijzelaarskamp in Sint-Michielsgestel. Na de oorlog zette hij zich met Hendrik Kraemer en Willem Banning in voor vernieuwing van de Nederlands-hervormde kerk.
Henri de Greeve
Pater Henri Th. M. de Greeve (1892-1974) was van 1911 tot 1934 jezuïet en daarna seculier priester. Hij was een bekend schrijver en spreker. Vooral zijn ‘lichtbakens’, wekelijkse radiopraatjes van tien minuten voor de KRO, maakten hem beroemd. De Greeve was een verklaard criticus van het nationaal-socialisme en de NSB en werd mede om die reden als gijzelaar vastgehouden in Haaren, en in Beekvliet en de Ruwenberg in Sint-Michielsgestel.
Sir Percy James Grigg
In de dagboeken: Sir James Gripps. Sir Percy J. (James) Grigg (1890-1964) was van 1942 tot 1945 Secretary of State for War in het Britse oorlogskabinet.
Wim van der Grinten
Willem C.L. (Wim) van der Grinten (1913-1994), jurist en politicus voor de KVP. In 1949 werd hij voor deze partij fractievoorzitter in de gemeenteraad van Rotterdam. Vier jaar later werd hij staatssecretaris voor Economische Zaken. Vanaf 1959 was hij hoogleraar in achtereenvolgens Tilburg en Nijmegen. Hij speelde in 1959 een rol bij de keuze voor Jan de Quay als minister-president.
Gerard Groeneveld
De econoom Gerard W. Groeneveld (1909-1987) werkte van 1937 tot 1945 bij het ministerie van Economische Zaken. Hij promoveerde in 1945 in Tilburg op het proefschrift Beschouwingen over de waarde- en prijstheorie van Othmar Spann en werkte vervolgens bij de Nederlandse Bank, tot hij in 1948 in Nijmegen hoogleraar Economie werd. Hij bleef daar tot 1976.
Robert Groeninx van Zoelen
Jhr. Robert F. Groeninx van Zoelen (1889-1979) was voor de oorlog actief in verschillende fascistische bewegingen. In 1940 en 1941 zette hij zich in voor de Nederlandse Unie. Hij werd door de bezetter in 1942 gegijzeld in Haaren.
Prof. Louis Grondijs
Lodewijk H. (Louis) Grondijs (1878-1961) had een gemengd Nederlands-Indische achtergrond. Hij was wetenschapper: wis- en natuurkunde, maar ook kunstgeschiedenis en Byzantinologie, waarin hij in Utrecht leerstoelen bekleedde. Daarnaast was hij ook oorlogscorrespondent, onder meer in de Eerste Wereldoorlog, de Russische revolutie, de Japanse veldtocht in Mantsjoerije en de Spaanse burgeroorlog. Hij deed daar aan ‘participerende journalistiek’ wat wil zeggen dat hij zich regelmatig actief mengde in de strijd. Grondijs was uitgesproken anticommunist en hield er reactionaire en rechts-autoritaire opvattingen op na, maar was tegelijk te elitair om zich daadwerkelijk met het volkse nationaal-socialisme in te laten. Desondanks bleef er, vanwege zijn omgang met de bezettingsautoriteiten, na de oorlog een zweem van collaboratie om hem hangen.
Fam. Groot, nl. Moeder, Thijs en Truus en Hr. Obers
De familie Groot bewoonde de ontginningshoeve Rust Roest in Sevenum, waar De Quay van juni 1943 tot juni 1944 was ondergedoken. Na de schietpartij waarbij Siem Groot het leven verloor, moesten de bewoners het huis voor enige tijd ontvluchten. Toen zij terug kwamen was alles weg. Of het huis alleen door Duitsers of ook door anderen is geplunderd staat niet vast.
Miep Groot
De familie Groot bewoonde de ontginningshoeve Rust Roest in Sevenum, waar De Quay van juni 1943 tot juni 1944 was ondergedoken.
Siem Groot
Simon S. Groot (1911-1944) was een boer in het Limburgse Sevenum en betrokken bij de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Zijn ontginningsboerderij Rust Roest was een toevluchtsoord voor vele onderduikers en illegalen. Jan de Quay zat hier vanaf juni 1943 een jaar ondergedoken. In september 1944 vond er een schietpartij plaats met plunderende Duitse soldaten, waarbij Siem Groot en een gelijknamige neef omkwamen.
Majoor de Groot
Jozef G. de Groot (1916-1979) was onder de schuilnaam ‘Sjef’ actief in de illegaliteit. In 1944 was hij commandant van de gebundelde knokploegen in Brabant en hij behield die positie nadat de knokploegen waren overgegaan in de Stoottroepen van de Binnenlandse Strijdkrachten. Door de verdere bundeling van de Zuidelijke Stoottroepen in een enkel Regiment raakte hij in het voorjaar van 1945 verwikkeld in een competentiestrijd met de commandant van de Limburgse Stoottroepen, Bep van Kooten. Op aandringen van prins Bernhard stemde hij erin toe naar Engeland te gaan voor verdere militaire training. Dat leidde tot verbittering onder zijn manschappen, bij wie hij buitengewoon populair was en die van mening waren dat hij van hogerhand ter zijde was geschoven.
Majoor J.C. Grootenhuis
Majoor J. C. Grootenhuis was op het ministerie van oorlog in Londen hoofd van de afdeling die verantwoordelijk was voor het materiaal van het Nederlandse leger.
Ir. Ch. Groothoff
Dr. ir. Christiaan Th. Groothoff (1887-1969). Sinds 1919 werkte hij bij de Staatsmijnen, in 1937 trad hij toe tot de directie. In april 1943 werd hij door de bezetter aan de kant geschoven en enige tijd gevangen gehouden in Scheveningen. Van september tot november 1943 was hij gijzelaar in Sint-Michielsgestel. Jan de Quay was toen al uit het kamp ontslagen.
Prof. W. Grossouw
Willem K. Grossouw (1906-1990), katholiek priester en theoloog, was sinds 1936 docent aan het grootseminarie in Haaren. Zijn standpunt in 1945 ten aanzien van ‘de nieuwe richting’ werd weerspiegeld in zijn latere, progressieve opvattingen over het katholicisme. Na de oorlog was hij hoogleraar Exegese van het Nieuwe Testament in Nijmegen.
Marcel van Grunsven
Marcel F.G.M. van Grunsven (1896-1969) was van 1926 tot 1961 burgemeester van Heerlen.
Oscar Guermonprez
In de dagboeken: Guermonpres. Oscar V.L. Guermonprez (1912-1977) was een jurist die een leven lang werkzaam was in de idealistische beweging van de Volkshogescholen, eerst in Friesland, na de oorlog in Bergen, Noord-Holland. Tijdens de bezetting was hij actief in de Nederlandse Unie, net als zijn broer, de fotograaf en schrijver Paul Guermonprez. Deze werd later in de oorlog wegens illegaal werk gearresteerd en in 1944 gefusilleerd.
Felix Guljé
In de dagboeken ook: Gulpé. Felix H.E. Guljé (1893-1946) was ingenieur en directeur van de Hollandse Constructiewerkplaats in Leiden. Verdacht van economische collaboratie zat hij na de bevrijding enkele maanden gevangen en vervolgens in huisarrest. Op 1 maart 1946 werd hij bij zijn voordeur doodgeschoten. De moordaanslag werd niet opgehelderd, wel bleek later dat Guljé in de bezettingsjaren het verzet geholpen had. In 2011 bekende een oud-verzetsvrouw, gekweld door gewetenswroeging, de aanslag te hebben gepleegd.
Dominee ter Haar Rommeny
In de dagboeken: Dominee ter Haar Rommenie. Barend ter Haar Romeny (1887-1958) was predikant in de Nederlands-hervormde Laurentiuskerk in Ginneken bij Breda.
Van Haaren
Piet van Haaren (1886-1952) was van 1922 tot 1947 algemeen secretaris van de NCB en van 1929 tot 1946 tevens lid van Provinciale Staten. In 1934 werd hij secretaris van de Landbouwcrisis Organisatie voor Noord-Brabant. Vervolgens Provinciaal Voedselcommissaris van 1939 tot 1942 en ook weer korte tijd na de bevrijding. In 1942 was hij door de Duitsers een half jaar geïnterneerd in kamp Haaren. Het probleem van Van Haaren was dat hij enerzijds belangen van de (kleine) boeren moest behartigen en anderzijds als functionaris overheidsbeleid moest uitvoeren dat met die belangen in strijd was. Opmerkelijk – gezien alle kritiek van De Quay – is dat Van Haaren van 1946 tot 1948 gedeputeerde van Noord-Brabant zou worden onder commissaris van de koningin Jan de Quay.
Dr. Martien de Haas
Dr. Martien de Haas (1891-1964), rector van het St.-Odulphuslyceum in Tilburg van 1933 tot 1956. Hij verbleef van mei 1942 tot december 1943 als gijzelaar in Sint-Michielsgestel.
Student J. van Haeren
Josephus A.G. (Jos) van Haeren (1925-1975) was als scholier in Nijmegen betrokken bij verzetsgroepen als OD, LO en LKP. Tijdens en na operatie Market Garden heeft hij taken verricht voor de Amerikaanse 82ste Luchtlandingsdivisie, onder meer een verkenningstocht in Duitsland waarbij hij is gevangen genomen en weer ontsnapt. In december 1944 ging hij werken voor de Britse geheime dienst IS9, gericht op het opsporen en terugbrengen van geallieerde piloten. Daarbij maakte hij diverse crossings over de grote rivieren. In de laatste maanden van de oorlog was hij in Oost-Nederland waar hij militaire inlichtingen verzamelde voor de Groep Albrecht. Na de bevrijding heeft hij met een groep Nijmegenaren in Duitsland Nederlandse gevangenen opgehaald uit concentratiekampen. In 1945 ging hij economie studeren in Tilburg, maar ook maakte hij toen reizen naar Praag en Spanje, vermoedelijk daartoe aangezet door geallieerde geheime diensten.
Ignatius de Haes
Ignatius Th.E.C. de Haes (1893-1956), een Eindhovense textielfabrikant, was in de oorlog gijzelaar geweest in Beekvliet, Sint-Michielsgestel.
Oscar Haffmans
Oscar M. Haffmans (1897-1979), sinds 1938 burgemeester van Aarle-Rixtel. In 1955 werd hij benoemd in Nuenen, Gerwen en Nederwetten.
Mr. Roel Haffmans
In het dagboek ook: Hafmans. Mr. Roeland M.J.W. Haffmans (1899-1959) was beroepsofficier. Hij was een broer van Oscar Haffmans.
Mr. Kees ten Hagen
In de dagboeken: Mr. Kees ten Hage. Mr. Cornelis (Kees) J.A.M. ten Hagen (1904-1957), een advocaat en procureur die als secretaris de drijvende kracht was geweest van de Nijmeegse afdeling van de Nederlandse Unie. Van mei tot september 1942 zat hij als gijzelaar in Gestel. Contact met De Quay is er toen niet geweest, want die verbleef op dat moment nog in Haaren. Ten Hagen was medeoprichter en redacteur van de ideologisch verwante illegale bladen Christofoor en Je Maintiendrai. Toen de groep rond Christofoor in augustus 1944 werd opgerold, werd Ten Hagen gearresteerd, maar al op 11 september 1944 werd hij vanuit Vught weer vrijgelaten.
Dr. Henne Hahn
Dr. Karl J. (Henne) Hahn (1912-2001) was een Tsjechische intellectueel die via allerlei omzwervingen in Nederland verzeild was geraakt. Hij werd secretaris van het Katholiek Genootschap voor Geestelijke Vernieuwing, een gezelschap uit Bilthoven dat bezorgd was over de maatschappelijke ontwrichting in Duitsland na de oorlog en dat streefde naar herkerstening.
Mr. J.H.P.V. Haitsma Mulier
In de dagboeken ook: Mulier. Mr. J.H.P.V Haitsma Mulier (1906-1996), lid van de beweging Nederlandse Gemeenschap, had in 1940 een uitnodiging om adhesie te betuigen aan de Nederlandse Unie afgewezen omdat deze naar zijn idee niet radicaal genoeg brak met de vooroorlogse samenleving.
Alphonse Hamers
Alphonse Hamers (1875-1952) was directeur van de Oisterwijkse sigarenfabriek De Huifkar. In de oorlogsjaren deed hij zaken met de Duitsers. Beschuldigd van economische en geestelijke collaboratie werd hem door de Centrale Zuiveringsraad in 1947 gedurende twee jaar het recht ontzegd op een leidinggevende functie in de tabaksbranche. Ook kreeg hij twee jaar huisarrest opgelegd.
Pastoor Hamers
G.M. Hamers, pastoor van de Gerardus Majellakerk in Eindhoven, was gijzelaar in Beekvliet, Sint-Michielsgestel, tot november 1943.
Leo Hanekroot
Leonardus S.J. (Leo) Hanekroot (1908-1974) was een journalist bij de katholieke dagbladen De Maasbode en De Tijd. Hij werkte zowel voor de parlementaire redacties als voor de kunstredacties, onder meer als recensent voor muziek en ballet. Ook was hij voorzitter van de Katholieke Nederlandse Journalisten Kring.
Binnert Harinxma thoe Slooten
Mr. Binnert Ph. baron van Harinxma thoe Slooten (1893-?) was sinds 1938 Nederlandse gezant In Brussel. In de oorlogsjaren was hij enige tijd gemachtigde in Lissabon van de Regeringscommissaris voor de Vluchtelingen in Londen, voor hij zelf deze positie ging bekleden. Ook was hij voorzitter van het London Comittee van het Nederlandse Rode Kruis. De wijze waarop hij deze functies vervuld had, werd na de oorlog bekritiseerd.
Ds. W.G. Harrestein
Dr. W.G. Harrenstein (1886-1959) was gereformeerd leger- en vlootpredikant.
Ian Havelaar
Ian Jacob Havelaar, eerste-luitenant in de Prinses Irene Brigade. Hij zou op 25 november 1944 om het leven komen bij een vuurgevecht met Duitsers in Colijnsplaat in Zeeland.
Willem Heere
Willem R. Heere (1892-1909) was onderwijzer, volgde de lerarenopleiding aardrijkskunde en geschiedenis, werkte vervolgens in het middelbaar onderwijs en werd in 1946 in Tilburg hoogleraar in de Positieve en Beschrijvende Sociologie. In hetzelfde jaar volgde een aanstelling als hoogleraar in de Sociale en Economische Geografie in Nijmegen.
Pastoor Cornelis van der Heijden
In de dagboeken: pastoor v.d. Heyden. Cornelius A. J. M. v.d. ( 1883 - Grave 1960). Gewijd: 1907. Pastoor te Budel-Dorplein (1918-1925), Bergeijk (1925-1928), Deursen (1929-1932), Beers (1933-1947) en rector van De Wijnberg te Grave (1947-1953).
Ir. Jan Heijmeijer
In de dagboeken: Heymeyer. (Waarschijnlijk) ir. J.G. Heijmeijer (1903-1973). Hij studeerde in Wageningen. In 1935 werd hij rentmeester van het staatsdomein Niervaart in Klundert. Vier jaar later werd hij secretaris van de Katholieke Nederlandse Boeren en Tuindersbond (KNBTB). Toen deze organisatie in de bezettingstijd werd gelijkgeschakeld, trad hij af. Vervolgens werkte hij aan de vorming van een publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, in 1945 in het leven geroepen als de Stichting voor de Landbouw. Ook was Heijmeijer betrokken bij de Stichting Landverhuizing, die actief was bij initiatieven inzake emigratie.
Ir. O.S. Hekma Wierda
Ir. O.S. Hekma Wierda werd in april 1945 benoemd tot voedselcommissaris in algemene dienst.
Mr. Helb
Mr. H.A. Helb jr., medewerker van de Dienst voor de Wederopbouw, was door de dienstleiding in Den Haag met volmachten door de linies gestuurd naar het bevrijde Zuiden. Hij werd door het Militair Gezag aangesteld als Algemeen Gemachtigde voor de Wederopbouw en de Bouwnijverheid. In die rol nam hij onder meer het initiatief om in bevrijd gebied een Voorlopige Commissie voor de Monumentenzorg in te stellen, om (verdere) schade aan monumenten waar mogelijk te voorkomen.
Admiraal Conrad Helfrich
In de dagboeken: Hellfrich. Conrad E.L. Helfrich (1886-1962) was een Nederlandse marineofficier. In het begin van de oorlog was hij commandant van de zeemacht in Nederlands-Indië, en daarna bevelhebber van de zeestrijdmachten. Van oktober 1945 tot januari 1946 voerde hij opnieuw het bevel in Nederlands-Indië. Daarbij keerde hij zich met grote felheid tegen het sluiten van een overeenkomst met de Republiek Indonesië onder Soekarno. In oktober 1948 ging hij met pensioen.
Prof. H.J. Hellema
Prof.dr. H.J. Hellema (1900-1982) was hoogleraar belastingrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Teun van Hellenberg Hubar
Anthonius J.J.V. (Teun) van Hellenberg Hubar (1906-1988), burgemeester van Boxmeer van 1937 tot oktober 1942, toen hij werd ontslagen en gegijzeld in Haaren. Na de bevrijding opnieuw burgemeester van Haaren tot hij in 1946 werd benoemd in Valkenswaard.
Hein Hendriks
Hein Hendriks (1893 - 1944) was tijdens de oorlog actief in het verzet in Oost-Brabant. Na arrestatie in mei 1944 werd hij in Kamp Vught veelvuldig en hardhandig verhoord. Op 5 september 1944 is hij daar gefusilleerd.
Meisje Hendriks
In de dagboeken: Hendrix. Dochter van Hein Hendriks.
Mgr. Hendrikx
In de dagboeken: Mgr. Hendrix. Mgr. F.N.J. Hendrikx, vicaris-generaal van het bisdom ’s-Hertogenbosch. Tijdens de bezetting had Hendrikx het initiatief genomen voor het Fonds voor de Bijzondere Noden, waarmee de bisschoppen katholieken konden ondersteunen die omwille van een principiële houding tegenover de bezetter in financiële problemen waren geraakt. Mgr. Hendrikx was tegelijk met De Quay gegijzeld geweest in Beekvliet en daar gecharmeerd geraakt van de vernieuwingsdenkbeelden van De Quay en Sassen. In maart 1944 hadden de bisschoppen hem benoemd tot voorzitter van een studiecommissie die moest onderzoeken of de katholieke sociale, culturele en staatkundige organisaties na de oorlog weer opgebouwd moesten worden.
Martinus Hendrix
In de dagboeken ook: Hendriks en Hendrikx. Martinus L. Hendrix (1895-1977). Pachter, tot 1955, van een boerderij op de Hiersenhof. Zijn weiland werd gebruikt als vliegveldje ten behoeve van De Quay. Hendrix was in eerste echt gehuwd met Johanna van Diepenbeek (1923-1937), met wie hij zes kinderen kreeg. In 1946 trouwde hij Petronella M. Keijzers (1913-1949), die overleed bij de geboorte van haar derde kind.
Van Hengel
Luitenant-kolonel M.M. van Hengel, directeur van Hartogs Vleeschfabrieken in Oss en Commissaris Noodvoorziening van het Militair Gezag, een sectie die verantwoordelijk was voor de voedselvoorziening in het nog te bevrijden Noorden.
Herbers
W.J.A. Herbers, een Eindhovense architect. Hij was in de bezettingsjaren betrokken bij de verzetsbeweging Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) en ook actief in de Ordedienst. Herbers was een van de initiatiefnemers van de bundeling van voormalige illegalen in de GOIWN en werd daarvan ook de secretaris.
Hans Hermans
Hans G. Hermans (1908-?) was sinds 1932 parlementair redacteur van De Tijd, later van De Maasbode, beide katholieke kranten. In 1946 werd hij politiek secretaris van minister-president Beel.
Mr. Nico van den Heuvel
Mr. Nico H.L. van den Heuvel (1907-1985), advocaat in ’s-Hertogenbosch, werd in 1945 directeur van de katholieke middenstandsbond in het bisdom ’s-Hertogenbosch. Van 1948 tot 1971 was hij namens de KVP lid van de Tweede Kamer.
Van Heuven Goedhart
Mr. Gerrit Jan van Heuven Goedhart (1901-1956) was een jurist en journalist die zich voor de oorlog al fel tegen het nationaal-socialisme keerde. Tijdens de bezetting gaf hij leiding aan het illegale blad Het Parool. Omdat de SD hem op de hielen zat, week hij uit naar Londen. Hij werd minister van Justitie in het tweede kabinet Gerbrandy en kwam in november 1944 als minister-kwartiermaker naar het bevrijde Zuiden. Hier kwam hij al snel in conflict met het Militair Gezag en de voormalige illegaliteit over het arrestatiebeleid. Na zijn ontslag als minister werd hij opnieuw hoofdredacteur van Het Parool. Daarin uitte hij felle kritiek op de rol van Jan de Quay als lid van het Driemanschap van de Nederlandse Unie, zoals hij eerder ook als minister al had gedaan.
Hans Hirschfeld
In de dagboeken ook: Herschfeld. Hans M. Hirschfeld (1899-1961) was vanaf mei 1940 gedurende de gehele bezetting waarnemend secretaris-generaal van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, alsmede van Landbouw en Visserij. Zodoende was hij in die periode verantwoordelijk voor de gehele economische sector. Na de oorlog was hij niet geheel onomstreden. Zijn grote verdiensten voor de Nederlandse samenleving werden alom erkend, maar hem werd verweten dat hij onvoldoende begrip had getoond voor de geestelijke waarden van het verzet. Hij bleef in functie tot 1947. In 1954 werd hij commissaris bij Noury & Van der Lande, het familiebedrijf van De Quays schoonfamilie.
Dr. J.P.A. Hoefnagels
Dr. J.P.A. Hoefnagels (1883-1961), oogarts en president-curator van de Katholieke Universiteit Nijmegen.
Dr. J. Hoekstra
Dr. J. Hoekstra, chemisch ingenieur bij Philips en in de bezettingstijd onder de schuilnaam ‘Han’ Commandant Zuid van de RVV, de Raad van Verzet. Na de bevrijding deed hij als ‘gevolmachtigde voor politiezaken van de Binnenlandse Strijdkrachten’ verwoede pogingen om de oud-illegaliteit en de Binnenlandse Strijdkrachten het monopolie te bezorgen op de arrestatie van politieke verdachten. Zodoende groeide hij uit tot de grote tegenstrever van de procureur-generaal Speyart van Woerden die deze bevoegdheid weer exclusief in handen van de politie wilde leggen.
Piloot Hoekstra
Een van de piloten die De Quay bij de Hiersenhof ophaalde en thuis bracht.
Mr. Harry Holla
Mr. Harry Holla (1904-1992) vestigde zich in 1943 als advocaat in ’s-Hertogenbosch. Was actief in het verzetswerk als verspreider van Vrij Nederland en was een van de Zuidelijke topmannen in de organisatie van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Hij bood met zijn vrouw ook zelf onderdak aan een joods kind. Holla was ook als enige zuiderling betrokken bij de landelijke Grote Adviescommissie der Illegaliteit, de GAC. Na de oorlog was hij president van het Tribunaal ’s-Hertogenbosch dat collaboratie en oorlogsmisdaden berechtte.
Frans den Hollander
Franciscus Q. (Frans) den Hollander (1893-1982) was werktuigbouwkundig ingenieur en lange tijd werkzaam in de spoorwegsector. Kort voor de oorlog werd hij directeur van de Artillerie inrichtingen Hembrug. Omdat hij geen wapens voor de Duitsers wilde produceren, schakelde hij over op landbouwwerktuigen. In 1943 werd hij door de bezetter aan de kant gezet. Aan het eind van de oorlog was hij actief in het Nationaal Steunfonds, waaruit de illegaliteit werd gefinancierd. In 1946 werd hij plaatsvervangend directeur van de Nederlandse Spoorwegen, een jaar later president-directeur.
Mr. J.W. Holleman
In de dagboeken ook: Hollman. Mr. J.W. Holleman, directeur van verzekeringsmaatschappij ‘Eerste Nederlandsche’ in Den Haag. Hij werd tegelijk met Jan de Quay als gijzelaar vastgehouden in Haaren, namelijk van juli 1942 tot april 1943.
Dick van Hoogenstraten
Jacob E. (Dick) van Hoogenstraten (1898-1991) was ambtenaar in Nederlands-Indië. Van 1942 tot 1949 was hij directeur van het Departement van Economische Zaken aldaar. Hij was betrokken bij de onderhandelingen in 1946 over de onafhankelijkheid van Indonesië, die leidden tot het akkoord van Lingadjatti en ook bij de Ronde Tafel Conferentie van 1949.
F.J. Hoogers
F.J. Hoogers (1895-1992) was actief in de katholieke arbeidersbeweging, in Tilburg en in het Bossche diocees. In de oorlogsjaren was hij tevens secretaris van de afdeling Tilburg van de Nederlandse Unie. Na de bevrijding in 1944 was hij opnieuw actief voor het RK Werklieden Verbond. Hoogers maakte deel uit van de delegatie uit het bevrijde Zuiden die in februari 1945 advies uitbracht aan koningin Wilhelmina in Londen. Van 1945 tot 1961 was hij wethouder voor de KVP in Tilburg.
Kapit. Hoogeweegen
In de dagboeken: Kapit. Hogewegen. Reserve-kapitein E.H.M. Hoogeweegen was een verzetsman (schuilnaam ‘Gerrit’) die na de bevrijding van het Zuiden door de linies was gekomen als vertegenwoordiger van de Raad van Verzet (RVV) en werd opgenomen in de staf van prins Bernhard, als een van de leidende personen in de afdeling Binnenlandse Strijdkrachten.
A.J.M. van der Hoorn
A.J.M. van der Hoorn promoveerde in 1946 op het proefschrift De invloed van de veiling op de ontwikkeling van den handel in groenten en fruit. Jan de Quay was zijn promotor.
René Höppener
In de dagboeken ook: Hoppener. René G.A. Höppener (1903-1983) was een advocaat in Roermond. Voor de oorlog was hij daar gemeenteraadslid en wethouder voor de RKSP. Na de oorlog was hij gedeputeerde in Limburg. In 1956 werd hij staatssecretaris voor Onderwijs in het derde kabinet-Drees, nadien burgemeester in Roermond en lid van de Eerste Kamer voor de KVP. Höppener was net als De Quay actief voor de katholieke verkenners.
Frans Houben
François J.M.A.H. (Frans) Houben (1898-1976) was een schoolgenoot van Jan de Quay op het jezuïetencollege in Katwijk. Toen hij rechten studeerde in Utrecht woonde hij daar twee jaar op hetzelfde adres als Jan de Quay. Hij was voor de oorlog enige tijd secretaris van de katholieke werkgeversorganisatie en werd vanaf 1929 directiesecretaris bij de brouwerij ‘De Drie Hoefijzers’ in Breda en directeur van enkele dochterondernemingen. In de oorlogsjaren woonde hij in Den Haag. Hij spande zich toen in voor financiële ondersteuning van gezinnen van krijgsgevangen of in Engeland verblijvende militairen, en tevens – in interkerkelijk verband − voor de voedselvoorziening in het hongerende westen van Nederland. In 1946 werd hij Commissaris van de Koningin in Limburg. Hij was een broer van Jan en Henri Houben.
Henri Houben
Dr. Henricus M. Houben (1895-1973), arts in Breda en een goede vriend van Jan de Quay. Hij was een broer van Jan en Frans Houben.
Jan Houben
Mr.J. J.A.H. Houben (1893-1968), advocaat in Breda. Vicevoorzitter van de RKSP. Jan Houben was de oudste broer van Henri en Frans Houben.
Kees Houben
In de dagboeken ook: Hoeben. Cornelis L.A.M. (Kees) Houben (1927), zoon van Henri en Zus Houben en arts, zoals zijn vader.
Miek Houben
Leonie M.Th.J. Houben (1929), dochter van Henri en Zus Houben.
Paula Houben
Pauline Ph. M (Paula) Houben-van der Ven (1904-1997) was de echtgenote van Frans Houben.
Pleun Houben
Pauline J.M. (Pleuntje) Houben (1930-2004) was de oudste dochter van Frans en Pauline Houben.
Zus Houben
Adrienne Houben-van Gils (1900-1961) was de echtgenote van Henri Houben. Zus was haar bijnaam.
Majoor mr. C.W. van Houten
Mr. Charles H.J.F. van Houten diende voor de oorlog bij het korps Rijdende Artillerie. In 1943 kwam hij als Engelandvaarder in Londen waar hij plaatsvervangend hoofd werd van het Bureau Inlichtingen. Hij onderhield het contact tussen BI en de koningin en had als gevolg daarvan grote invloed op haar. Na de bevrijding vestigde hij zich in Eindhoven als verbindingsman tussen BI en de staf Binnenlandse Strijdkrachten. Een maand later werd hij toegevoegd aan de staf van prins Bernhard. Dat kwam goed uit, want de koningin had hem gevraagd in de buurt van de prins te blijven ‘om hem veilig door deze periode heen te loodsen’.
Familie Van Hövell tot Westervlier
In de dagboeken: Hovell's. De familie Van Hövell tot Westervlier en Wezenveld bezat in Beers, nabij de Hiersenhoef, het landgoed Ossenbroek.
Frans van Hövell tot Westervlier
In de dagboeken: Hövell. Frans J. baron van Hövell tot Westervlier en Wezeveld (1910-2004) werd in 1937 burgemeester van Amstenrade tot hij in 1941 werd vervangen door een NSB’er. In 1944 keerde hij terug op zijn post, die hij tot zijn pensionering in 1975 combineerde met het burgemeesterschap van Oirsbeek. Hij was een broer van Naud en Rolof van Hövell.
Naud van Hövell tot Westervlier en vrouw
In de dagboeken: Noud H. + vrouw. Arnold M.J. (Naud) baron van Hövell tot Westervlier en Wezenveld (1911-1991) was jurist. Hij was advocaat in Breda en later rechter en vicepresident bij de rechtbank in ’s-Hertogenbosch. Hij trouwde in 1940 met jvr. Walburga A.M. (Wally) von Fisenne. Hij was een broer van Frans en Rolof van Hövell.
Rolof van Hövell tot Westervlier
In de dagboeken: Rol. Rolof D.O. baron van Hövell tot Westervlier en Wezeveld (1917-2007) bracht net als zijn broers een groot deel van de vakanties van zijn jeugd door op huize Ossenbroek in Beers. In 1951 werd hij burgemeester van het nabijgelegen Haps en bleef dat tot zijn pensionering in 1982. Hij was een broer van Frans en Naud van Hövell.
Els van Hugenpoth
Elisabeth A.P. barones van Hugenpoth tot den Berenclaauw (1902-?), dochter van jvr. Elisabeth van Meeuwen en Jan baron van Hugenpoth tot den Berenclaauw.
Tante Lies van Hugenpoth
Jvr. Elisabeth E. van Meeuwen (1876-1946) echtgenote van mr. Jan B.W. baron van Hugenpoth tot den Berenclaauw (1864-1951)
Riet van Hugenpoth
Maria F.J. barones van Hugenpoth tot den Berenclaauw (1905-1985), dochter van jvr. Elisabeth van Meeuwen en Jan baron van Hugenpoth tot den Berenclaauw.
Johannes Hulsman
Johannes B.H. Hulsman (1892-1972) was hoofdredacteur van de krant Ons Noorden. In 1945 werd hij voor de KVP raadslid in Groningen en vervolgens wethouder.
Herman van Hulten
Herman J. van Hulten (1885-1979) was van 1919 tot 1925 burgemeester van Vlierden. Van 1925 tot zijn pensionering in 1950 was hij burgemeester van Haps, waarna hij werd opgevolgd door Rolof van Hövell tot Westerflier en Wezeveld.
Mr. Charles Hustinx
Mr. Charles M.J.H. Hustinx (1902-1982) was advocaat. Hij maakte deel uit van de delegatie uit het bevrijde Zuiden die in februari 1945 in Londen de koningin informeerde. Zijn benoeming in oktober 1944 als waarnemend burgemeester van Nijmegen werd in juni 1945 omgezet in een definitieve aanstelling. Hij zou aanblijven tot 1 januari 1968. Vanaf oktober 1945 was hij gedurende tien maanden lid van de Eerste Kamer voor de KVP.
Dr. Gerard Huysmans
Dr. Gerard W.M. Huysmans (1902-1948), directeur van de Centrale Coöperatieve Boerenleenbank in Eindhoven en een van de voormannen van de katholieke werkgeversorganisatie. Na de bevrijding was hij adviseur van het Militair Gezag. Ook was Huysmans lid van de zuidelijke delegatie die in januari naar Londen reisde voor gesprekken met de koningin. In februari 1945 trad hij als minister van financiën toe tot het derde kabinet Gerbrandy. In 1946 werd hij minister van Economische Zaken in het kabinet Beel.
Eusje Ingen Housz
Eugénie S. Ingen Housz (1903-?), weduwe van Charley P.R. van Geuns (1899-1943) en nicht van Jan de Quay.
Noud Ingen Housz
Arnold J. Ingen Housz (1896-1972), neef van Jan de Quay langs moederszijde.
Hans s'Jacob
Hendrik L. (Hans) s’Jacob (1906-1967) was een partijloze financiële deskundige. In 1945 werd hij secretaris-generaal op het departement van financiën. In het kabinet- Drees-Van Schaik was hij enkele maanden minister van Oorlog en Marine.
Mr. Jacobs
Mr. J.H. Jacobs was van januari tot mei 1945 een van de directeuren van de HARK, de Hulpactie Rode Kruis.
L. Jansen
Het Economisch Technologisch Instituut Noord-Brabant (ETIN) in Tilburg publiceerde in 1946 ‘strikt vertrouwelijk’ de studie Het probleem St. Willibrord, waarin L. Jansen verslag deed van zijn veldonderzoek naar de zorgelijke maatschappelijke situatie in het dorp.
Louis Jansen
Ook: de Kap en Burg. Jansen. Lodewijk Frank Willem Jansen (1915-2010) was tijdens de oorlog als gemeentesecretaris van IJsselstein actief in het verzet. Hij was oprichter van het illegale blad Christofoor, waarvan hij samen met Kees ten Hagen de hoofdredactie vormde. Van 1946 tot 1960 was hij burgemeester van Cuijk en Sint Agatha, daarna tot 1980 van Oss. Tussen 1980 en 1984 was hij waarnemend burgemeester van Maasdriel.
Jules Janssen
Ir. Jules J.A. Janssen was tijdens de oorlog een van de leidende figuren in de Nijmeegse illegaliteit (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers en Knokploeg). Na de bevrijding zette hij zich in voor de Raad van Ondergrondse Actie (Roa) die later opging in de GOIWN, de Gemeenschap van Oud-Illegale Werkers in Nederland. Tevens was hij actief in de Binnenlandse Strijdkrachten.
Annie Janssens-de Beer
Anna M.C.A. (Annie) de Beer (1900-1965), echtgenote van Frans J.M.H. Janssens.
Fock Janssens
In de tekst ook: Fok. Alphonsus A.M.J. (Fock) Janssens Emzn. (1895-1954) was bankier en werkzaam in effecten en verzekeringen. Hij was een broer van Frans en Frits Janssens.
Frans Janssens
Franciscus J.M.H. (Frans) Janssens (1890-1954) was een broer van Frits en Fock Janssens. Hij werkte in het familiebedrijf, de wollenstoffenfabriek Janssens de Horion in Tilburg.
Frits Janssens
De jurist F.B.I.M. (Frits) Janssens (1899-1970) kwam uit een familie van Tilburgse textielfabrikanten. Hij studeerde net als De Quay in Utrecht en net als deze was hij sinds de jaren dertig betrokken bij de katholieke verkennersbeweging. Van 1956 tot 1961 was hij daar hoofdcommissaris. Zijn landgoed De Halse Barrier onder Boxtel maakte in de oorlog deel uit van een ontsnappingsroute voor geallieerde piloten. Frits Janssens werkte bij de Hollandse Kunstzijde Unie in Breda en was van 1939 tot 1951 inspecteur bij Staatsbosbeheer. Later was hij enkele jaren voorzitter van de Vakgroep Baksteenindustrie. Van 1958 tot 1968 was hij, gelijktijdig met Jan de Quay, lid van de Tilburgse Studieclub P.C. de Brouwer, zoals eerder ook zijn broer Fock.
Dr. G.J.B.A. Janssens
Dr. G.J.B.A. Janssens was psychiater en geneesheer-directeur van het Geneeskundig gesticht Voorburg in Vught.
Jean-Baptiste Janssens
Jean-Baptiste Janssens S.J. (1889-1946) was van 1946 tot aan zijn dood generaal-overste van de jezuïetenorde.
Laurent Janssens
Laurentius C.M.J. (Laurent) Janssens (1899-1975), directeur van de Tilburgse wollenstoffenfabriek Janssens Van Buren. Bestuurder van talrijke katholieke maatschappelijke organisaties. Hij werd van 1935 tot 1966 steeds weer verkozen in de gemeenteraad en was wethouder van 1939 tot 1961. Van juli 1942 tot april 1943 verbleef hij als gijzelaar in Haaren.
Dolf Joekes
Adolf M. (Dolf) Joekes (1885-1962) kwam in 1925 in de Tweede Kamer voor de VDB. In 1942 werd hij gegijzeld in Sint-Michielsgestel, waar hij een van de ‘Heeren Zeventien’ was. Later zat hij nog gevangen in het Oranjehotel en in Buchenwald. Joekes stapte in 1946 over naar de PvdA. Van 1948 tot 1952 was hij minister van Sociale Zaken.
Mr. H.W.J.M. de Jong
Mr. H.W.J.M. de Jong (?-1970) was secretaris van het bestuur van de Radboudstichting die zich de bevordering van het katholieke wetenschappelijke onderwijs ten doel had gesteld.
Mgr. dr. Jan de Jong
Jan de Jong (1885-1955) was sinds 1936 aartsbisschop van Utrecht en als zodanig de hoogste autoriteit van de rooms-katholieke kerk in Nederland. Al voor de oorlog keerde hij zich onverzettelijk tegen het nationaal-socialisme. In de oorlogsjaren sprak hij in herderlijke brieven enkele malen zijn afkeuring uit over maatregelen van de bezetter. In 1946 werd hij door paus Pius XII tot kardinaal benoemd.
Dr. Lou de Jong
Louis (Lou) de Jong (1914-2005) was historicus en journalist. Om reden van zijn joodse achtergrond vluchtte hij op 15 mei 1940 naar Londen. Hij werd daar verslaggever en later directeur van Radio Oranje. Na de oorlog kreeg hij de leiding van het in mei 1945 opgerichte Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Tussen 1969 en 1994 publiceerde hij het standaardwerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog.
Mr. Bonne de Jonge
Jhr. mr. B.C. (Bonne) de Jonge (1875-1958) was in 1917 en 1918 minister van Oorlog en van 1931 tot 1936 gouverneur-generaal in Nederlands-Indië. De Jonge was voorstander van een sterk overheidsgezag. In 1940 werd hij door De Quay benaderd als mogelijke ‘sterke man’ van de Nederlandse Unie.
Dr. Jane de Jongh
In de dagboeken: De Jong. Adriana W. (Jane) de Jongh (1901-1982) was een historica. Als feministe was zij betrokken bij de Nederlandse en de internationale vrouwenbeweging. Nadat het Korps Vrouwelijke Vrijwilligers, dat in 1938 mede door haar was opgericht, in 1941 door de bezetter werd opgeheven, werkte zij ondergronds aan een nieuwe organisatie, de Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers (U.V.V.) die bij de bevrijding al meteen 200 afdelingen kende.
Mr. Jan Jonkman
Mr. Jan J. Jonkman (1891-1976) was voorzitter van de Volksraad in Nederlands-Indië. Voor de PvdA werd hij minister van Overzeese Gebiedsdelen in het eerste kabinet-Beel. Nadien was hij van 1951 tot 1966 voorzitter van de Eerste Kamer.
Mevr. de Josselin de Jong
Elisabeth P. van den Hoek, de echtgenote van prof. Jan P.B. de Josselin de Jong (1886-1964), hoogleraar volkenkunde aan de Leidse universiteit, die tegelijk met Jan de Quay gegijzeld was in Sint-Michielsgestel.
Prinses / Koningin Juliana
Juliana Louise Emma Marie Wilhelmina, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, hertogin van Mecklenburg, prinses van Lippe-Biesterfeld (1909-2004). Koningin der Nederlanden van 1948 tot 1980. In 1947 en 1948 was zij al een tijdlang prinses-regentes, toen haar moeder, Koningin Wilhelmina, het koninklijk gezag tot tweemaal toe tijdelijk neerlegde. Prinses / koningin Juliana was gehuwd met prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld.
Lt.-kol. W.O. Julius
Luitenant-kolonel W.O. Julius, vertegenwoordiger van het Militair Gezag in Londen.
Annemie Jurgens
Annemie Jurgens (1928), oudste dochter van Nol en Sina Jurgens-van der Lande.
Bertha Jurgens
Huberta Jurgens-van der Lande (1903-2000), zus van de echtgenote van Jan de Quay en gehuwd met Rudi Jurgens.
Jan Jurgens
Jan R.F. Jurgens (1900-1981), een broer van Nol Jurgens, de zwager van Jan de Quay. Bijzonder is dat deze op 21 september in zijn dagboek noteert: ‘Bij Jan Jurgens niemand in huis maar allen waren in leven.’ Nog maar enkele weken later zouden alsnog twee van de vijf kinderen van Jan Jurgens, 6 en 9 jaar oud, bij een bominslag in Nijmegen om het leven komen.
Prof. Joop Jurgens
Johannes W.G.P. (Joop) Jurgens (1895-1963), sinds 1939 hoogleraar handelsrecht en internationaal privaatrecht aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen.
Liedeke Jurgens
Lydeke Jurgens (1932), dochter van Nol en Sina Jurgens-van der Lande.
Marion Jurgens
Marion Jurgens (1938), dochter van Nol en Sina Jurgens-van der Lande.
Rose-Mary Jurgens
De Quay schrijft ook "Mary Rose", maar bedoelt ook dan waarschijnlijk Rose-Mary Jurgens (1929), dochter van Jan R.F. Jurgens en Joy Anderson (1900-1993).
Nol Jurgens
Arnoldus J. (Nol) Jurgens (1897-1971), een zwager van Jan de Quay, want gehuwd met Sina van der Lande, een zus van Maria. Hij woonde voor de oorlog in Duitsland, waar hij werkte bij de margarinefabriek in Goch. Was daarnaast honorair-consul voor Nederland in Kleef. Verhuisde in 1939 vanwege het nazi-bewind naar Nijmegen. Na de bevrijding werd hij daar hoofd van het Centraal Bureau Oorlogsslachtoffers. Nol was een broer van Jan Jurgens en een zwager van zijn achterneef Rudi Jurgens, die immers eveneens met een meisje Van der Lande was getrouwd.
Nol Jurgens jr.
In de dagboeken ook: Nolly. Arnoldus A.J. Jurgens (1929), zoon van Nol Jurgens en Sina van der Lande. Hij werd in 1959 priester gewijd in de Britse congregatie missionarissen van Mill-Hill.
Rudi Jurgens
Rudolf G.M. (Rudi) Jurgens (1903-1987) studeerde scheikunde en natuurkunde in Amsterdam. Hij trad in 1927 in dienst van het familiebedrijf, de Margarine Unie. Werkte voor de oorlog in Hamburg en in Engeland, waar hij in 1941 lid werd van de Raad van Bestuur van Unilever. In 1944 kwam hij bij het Militair Gezag, in september stak hij over naar bevrijd gebied. Hij was een zwager van Jan de Quay, want gehuwd met Bertha van der Lande, de zus van Maria.
Ruud Jurgens
Rudolf C.M. Jurgens (1928), zoon van Rudi Jurgens en Bertha van der Lande.
Sina Jurgens
Gezina Jurgens-van der Lande (1895-1992), echtgenote van Nol Jurgens en een schoonzuster van Jan de Quay.
Thur Jurgens
In de dagboeken: Tuur. Arthur C.M. (Thur) Jurgens (1906-1980), directeur van een steenfabriek in de Ooy. Hij was een jongere broer van Jan de Quays zwager Rudi Jurgens.
Ward Jurgens
Richard J.J. Jurgens (1931-1988), zoon van Jan R.F. Jurgens en Joy Anderson (1900-1993).
Dré Kaag
Andrea M.L.J. Kaag (1932), dochter van Han en Rie Kaag.
Han Kaag
Henricus A. (Han) Kaag (1897-1970). Hij was vanaf 1927 hoogleraar economie aan de R.K. Handelshogeschool in Tilburg, zodoende een collega van Jan de Quay en tevens een goede vriend. Kaag was na de bevrijding ook lid van het College voor Economische Aangelegenheden.
Rie / Ria Kaag
Maria A.L.J. Mulder (1903-1969), echtgenote van Han Kaag.
Tonneke Kaag
Antonia M.A. Kaag (1930), dochter van Han en Rie Kaag.
Dr. G. Kalsbeek
Luitenant-kolonel G. Kalsbeek was hoofd van de afdeling RAO, Recreatie en Algemene Ontwikkeling, die begin 1946 in de plaats was gekomen van de dienst AVOS, Alles voor Onze Soldaten.
Arnold de Kat Angelino
Arnold D.A. de Kat Angelino (1891-1969) was een sinoloog. Voor de oorlog was hij werkzaam als ambtenaar voor Chinese zaken in Batavia, maar ook verrichtte hij diverse diplomatieke diensten voor zowel het koloniale bewind in Batavia als voor de Nederlandse regering. In 1929-1930 publiceerde hij een studie Beleid en bestuurszorg in Nederlandsch-Indië, waarin hij het koloniale bewind verdedigde en de Indonesische nationale ambities bagatelliseerde. Ook na de oorlog probeerde hij de Nederlandse belangen in Indonesië te bevorderen.
Pater Kees Kerremans s.j.
Kees Kerremans s.j. (1901-1995) was van 1942 tot 1950 provinciale overste van de Nederlandse jezuïeten.
Piet Kerstens
Petrus A. (Piet) Kerstens (1896-1958) was voor de RKSP minister van Handel, Nijverheid en Scheepvaart in het tweede kabinet-Gerbrandy in Londen. Nadat hij in conflict was geraakt met andere kabinetsleden en tevens in ongenade viel bij koningin Wilhelmina, werd hij in 1944 ontslagen. De verbittering daarover is hem zijn leven lang bijgebleven. Van 1946 tot 1947 was hij hoofdredacteur van dagblad De Tijd en van 1946 tot 1952 lid van de Eerste Kamer voor de KVP.
Lodewijk Kesper
Lodewijk A. Kesper (1892-1963), griffier van de Tweede kamer van 1931 tot 1945. In september 1945 werd hij benoemd tot Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland.
J.B.W. Kickert
J.B.W. Kickert was raadheer en later voorzitter van het Gerechtshof in 's-Hertogenbosch.
Overste W. Kist
Luitenant-kolonel W. Kist, Commandant Grensbewaking van het Militair Gezag.
Mr. Eelco van Kleffens
Mr. Eelco N. van Kleffens (1894-1983) was van 1939 tot mei 1945 minister van Buitenlandse Zaken.
Kol. J.W. Klein
In de dagboeken: Kleyn. In 1918 was de toen nog res.kap. J.W. Klein een van de kopstukken van de vereniging Volksweerbaarheid. In 1945 werd de vereniging heropgericht onder leiding van Klein, inmiddels res.kol. b.d.
Fien Klerks
De huishoudster op de Hiersenhof.
Cors Kleywegt
In de dagboeken: Klijweg. Corstiaan (Cors) Kleywegt (1899-1967) was voor de oorlog docent wiskunde aan de christelijke kweekschool De Klokkenberg in Nijmegen, waar hij na de bevrijding directeur werd. Hij was actief in de Nederlandse Unie.
Karel Klijzing
In de dagboeken: Kleyzing. J.F. (Karel) Klijzing was een Haagse inspecteur van politie die in juni 1942 was ondergedoken en van daaruit illegaal werk verrichte. In januari 1944 week hij via Spanje uit naar Engeland. Enkele maanden later al had hij in Londen de feitelijke leiding over het Bureau Bijzondere Opdrachten, een geheime dienst. Toen koningin Wilhelmina zich in april 1945 blijvend in Nederland vestigde, was Klijzing verantwoordelijk voor haar veiligheid en die van haar familie.
Marga Klompé
Margaretha A.M. (Marga) Klompé (1912-1986) was een KVP-politica. Ze studeerde scheikunde aan de Universiteit Utrecht en promoveerde in de wis- en natuurkunde. In de oorlogsjaren was ze actief in het verzet. In 1943 werd ze vice-voorzitter van de Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers. Na de oorlog sloot ze zich aan bij de Nederlandse Volksbeweging, maar net als De Quay koos ze uiteindelijk voor de KVP. In 1948 werd ze voor die partij kamerlid. In 1956 volgde haar benoeming tot minister voor Maatschappelijk Werk, waarmee ze de eerste vrouwelijke minister van Nederland werd. In die positie was ze verantwoordelijk voor de invoering van de Bijstandswet.
Dr. C. Koch
Dr. C.F. Koch was officier van gezondheid in het Nederlandse leger. In mei 1940 was hij met militairen van uiteengeslagen legeronderdelen via België en Frankrijk naar Engeland ontkomen. In 1941 werd hij naar Zuid-Afrika gezonden om daar Nederlanders te rekruteren voor de strijd tegen Duitsland. Nadien was hij in Londen werkzaam bij het Bureau Organisatie Generale Staf.
Drs. Max Kohnstamm
De historicus Max Kohnstamm (1914-2010) zat tijdens de oorlog drie maanden gevangen in Kamp Amersfoort. Na zijn vrijlating werd hij opnieuw vastgezet, nu als gijzelaar in Haaren en in Sint-Michielsgestel, waar hij behoorde tot de Heren Zeventien. Van 1945 tot 1948 was hij particulier secretaris van koningin Wilhelmina. Sinds de jaren vijftig was hij in diverse functies werkzaam voor de Europese beweging. Max Kohnstamm was een zoon van prof. Philip Kohnstamm.
Prof. Philip Kohnstamm
Prof. dr. Philip A. Kohnstamm (1875-1951) was natuurkundige, filosoof en pedagoog. Hij was de grondlegger van de onderwijskunde in Nederland. Philip Kohnstamm was de vader van Max Kohnstamm.
Mr. G. Kolfschoten
Mr. G.M.J. Kolfschoten, advocaat en procureur in ’s-Hertogenbosch.
Hans Kolfschoten
Henri A.M.T. (Hans) Kolfschoten (1903-1984) was voor de oorlog secretaris van de RKSP en directeur van het partijbureau. Hij werd in 1945 minister van Justitie in het kabinet-Schermerhorn-Drees. In 1946 nam hij zitting in de Eerste Kamer en werd hij benoemd tot burgemeester van Eindhoven. In 1957 verruilde hij deze post voor Den Haag.
Mr. E. Koning
E.D.M. Koning (? - 1950) was voor de oorlog directeur van het Centraal Instituut voor Industrialisatie. In de oorlogsjaren was hij in Londen hoofd van de afdeling Nijverheid van het ministerie van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, later Handel, Nijverheid en Landbouw.
Lou Koning
Louis Henri (Lou) Koning was een zeeman die zich in de crisisjaren liet omscholen tot boekhouder. Hij was als lid van de Communistische Partij van Nederland betrokken bij de Februaristaking, werd gearresteerd en belandde via kamp Schoorl en kamp Amersfoort in Haaren. Daar kreeg hij als rechterhand van kampcommandant Wacker in feite de dagelijkse leiding over het kamp. In die positie zette hij zich achter de schermen in voor het welzijn van gevangenen en gijzelaars.
Hendrik van Koningsbruggen
In de dagboeken ook: Koningsburger. Hendrik A.J.M. van Koningsbruggen (1909-1966) was een KVP-politicus. Sinds 1939 was hij burgemeester van de gemeenten Harmelen en Veldhuizen. In de jaren 1945-1946 nam hij ook het burgemeesterschap waar van Vleuten en Haarzuilens. In 1950 werd hij benoemd in Culemborg.
Pater Petrus van der Kooij
Petrus van der Kooij (1893-1969) was ingetreden bij de Congregatie van de Priesters van het H.Hart van Jezus (SCJ). Hij studeerde kerkelijk recht en theologie in Rome en was onder meer studentenmoderator in Delft. Pater van der Kooij was mede oprichter van het ‘Studiegenootschap Neerlands Toekomst’ in Den Haag dat zich na de oorlog bezighield met de politieke verhoudingen tussen Nederland en Duitsland, in een tijd waarin tal van plannen werden ontwikkeld om delen van Duits grondgebied te annexeren.
Kol. H. Koot
Kolonel Henri Koot (1883-1959) was een Nederlandse beroepsmilitair en cryptografisch specialist. In de bezettingstijd werd hij enkele malen voor korte tijd door de Duitsers gevangen genomen. In 1941 was hij werkzaam voor het secretariaat van de Nederlandse Unie. Toen aan het eind van de bezetting de Nederlandse verzetsbewegingen werden gebundeld in de Binnenlandse Strijdkrachten, werd hij commandant daarvan in het bezette Nederland.
Bep van Kooten
B.J.C. van Kooten. Hij was onder de schuilnaam ‘Bep’ betrokken bij de illegaliteit, te weten de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers/Landelijke Knokploegen. Hij was sabotage-commandant van de Knokploegen in Midden-Limburg. Prins Bernhard benoemde hem in september 1944 tot commandant van de Stoottroepen-Limburg. In december veroorzaakte hij nogal wat opwinding toen Limburgse stoottroepers op zijn bevel vier prominenten − onder wie oud-minister Gelissen − oppakten, naar later bleek ten onrechte. (Zie dagboek 13 december 1944).
Pater Johannes Kors O.P.
Joannes A.A.M. Kors (1885-1966) was een pater dominicaan. Naar zijn kloosternaam Benedictus schreef hij zijn naam als J.B. Kors. Hij werd in 1923 hoogleraar theologie in Nijmegen en verwierf daar groot gezag. In 1945 werd hij voorzitter van de KRO, die onder zijn leiding de grootste omroepvereniging van Nederland werd.
Mr. Leonardus Kortenhorst
Mr. Leonardus G. Kortenhorst (1886-1963) was advocaat en prominent lid van de RKSP en vervolgens van de KVP. Hij was voor die partijen van 1925 tot 1963 lid van de Tweede Kamer. Van 1948 tot 1963 was hij Kamervoorzitter.
Mr. C.M. Kousemakers
Mr. C.M. Kousemaker (1902-?) studeerde rechten in Leiden en economie en bedrijfsleer in Tilburg, onder meer bij De Quay. Hij werd in de bezettingsjaren gegijzeld in Haaren.
Prof. Hendrik Kraemer
In de dagboeken ook: Prof. Kramer. Hendrik Kraemer (1888-1965) volgde een opleiding tot zendeling en studeerde in Leiden Indonesische taal- en letterkunde. Was van 1922 tot 1937 actief als zendeling op Java. Verbleef tijdens de bezetting als gijzelaar in kamp Beekvliet en werkte daar met Willem Banning aan een nieuwe kerkorde voor de hervormde kerk.
Ferdinand Kranenburg
Ferdinand J. Kranenburg (1911-1994) had rechten gestudeerd in Leiden. Hij was de zoon van prof. mr. Roelof Kranenburg, die in 1942 door de Duitsers werd ontslagen als hoogleraar staatsrecht in Amsterdam en daarna enkele maanden gegijzeld in Sint-Michielsgestel.
Mr. B. van Kreel
De jurist mr. dr. B.H.A. van Kreel was werkzaam bij de spoorwegen, eerst in Nederland, vervolgens in Nederlands-Indië. Hij werd uiteindelijk directeur van het Amsterdamse kantoor van de Deli Spoorwegmaatschappij. Van Kreel was voorzitter van de sociëteit ‘De Groote Club’ in Amsterdam. In 1944 werd hij commissaris bij Noury & Van der Lande.
J. Krekelberg
J.J.M. Krekelberg, kaderlid van de Nederlandse Unie in Maastricht en nadien actief in het verzet in Limburg.
L. Kreymborg
L.M.H. Kreymborg, een Nijmeegse koopman, had in de bezettingsjaren een belangrijk aandeel gehad in de distributie vanuit Nijmegen van het illegale blad Je Maintiendrai. Meteen na de bevrijding van Nijmegen was hij betrokken bij het persbureau Illegale Pers dat van het Militair Gezag zeggenschap kreeg in de Nijmeegse naoorlogse legale pers. Maar zijn belangrijkste activiteiten waren gericht op de naoorlogse uitgave van Je Maintiendrai als weekblad.
Jan Kroef
In de dagboeken: Koefs en Kroeft. Jan Kroef, tuinbouwdeskundige en 1945-1970 voorzitter van de RK Boerenbond Haps.
Mr. H. Kronenberg
Mr. H. Kronenberg (1878-1955) was van 1924 tot 1954 president-commissaris bij Noury & Van der Lande.
Prof. W.F.J.M. Krul
Prof. ir. W.F.J.M. Krul, hoogleraar weg- en waterbouwkunde aan de Technische Universiteit in Delft, was net als De Quay commissaris bij de machinefabriek Hollandia.
Generaal Hendrik Kruls
Hendrik J. Kruls (1902-1975), een beroepsmilitair en jurist. Hij kwam in mei 1940 naar Londen als adjudant van de minister van Defensie, Van Dijxhoorn. In 1943 begon hij daar met de organisatorische opzet en uitbouw van het Militair Gezag. In september 1944 werd hij benoemd tot chef-staf van het Militair Gezag. Koningin Wilhelmina gaf haar aanvankelijke verzet tegen hem op, toen zij constateerde dat hij in de praktijk goed samenwerkte met haar schoonzoon, de bevelhebber van de Binnenlandse Strijdkrachten. Zijn onafhankelijke koers bracht hem echter in conflict met het Londense kabinet.
Kobus Kuch
‘Kobus Kuch’ was een creatie van de cabaretier Louis Noiret die daarmee in 1939 en 1940 optrad op amusementsavonden voor de soldaten, georganiseerd door de Dienst O&O (Ontwikkeling en Ontspanning).
Harry van Kuijk
Harry van Kuijk (1888-?), een Tilburgse ondernemer en eigenaar van een timmerfabriek. In de oorlogsjaren ontwikkelde hij plannen om na de bevrijding vliegtuigen te gaan produceren. Daartoe werd bij Leende een terrein gereedgemaakt als vliegveld, wat voor de bezetter verborgen bleef. Na de bevrijding van Eindhoven werd het korte tijd door de geallieerden gebruikt. De fabricage van vliegtuigen zou echter nooit van de grond komen.
G.J. Kuiper
G.J. Kuiper, bankdirecteur in Maastricht. Tijdens de oorlog behoorde hij (onder de schuilnaam ‘Heinz’) tot de provinciale leiding van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers in Limburg. Toen na de bevrijding van Maastricht op 14 september de voormalige verzetsmensen samengingen in een plaatselijk Comité van Illegale Werkers (CIW) om zo sterker te staan tegenover de autoriteiten, werd Kuiper als ‘oudste lid’ daarvan de voorzitter. Namens het CIW was hij in november 1944 betrokken bij de oprichting van de Gemeenschap van Oud Illegale Werkers in Nederland (GOIWN) die het gehele bevrijde gebied omvatte.
Simon Kuneman
Simon O. Kuneman (1910-1988) was actief geweest binnen de Nederlandse Unie. In 1945 werd hij directeur van het bureau van de NVB. Kuneman was tevens de rechterhand van Albert Plesman, de directeur van KLM. Ook was Kuneman betrokken bij de oprichting van het Nederlands Opleidingsinstituut voor het Buitenland (N.O.I.B) in Breukelen, thans bekend als Nyenrode Business Universiteit.
Kapt. R.E. Laan
Kapitein R.E. Laan, verbonden aan de sectie Economische Zaken van het Militair Gezag, speciaal belast met de voedselvoorziening.
Jef van Laarhoven
Jef van Laarhoven was eigenaar van herberg De Zwarte Leeuw in Helvoirt, op de kruising van de Rijksweg en de Torenstraat. Die brandde daags na kerstmis 1944 af na een botsing van geallieerde voertuigen, geladen met munitie. Van Laarhoven moest jaren ijveren voor een schadevergoeding.
Georges Labouchère
Georges Ch. Labouchère (1896-1971), een kunst- en architectuurhistoricus en monumentenzorger. Hij was tevens fascist van het eerste uur in de beweging ‘De Bezem’. In de oorlog meldde hij zich als vrijwilliger voor het Legioen Nederland van de SS. Hij werd echter afgekeurd en aan de universiteit van Utrecht aangesteld als buitengewoon hoogleraar Geschiedenis van de middeleeuwse bouwkunst in Nederland. Na de bevrijding gearresteerd, werd hij in 1948 veroordeeld tot negen jaar gevangenis met aftrek van voorarrest. Mede door zijn welwillende medewerking aan de geschiedschrijving van dr. L. de Jong kwam hij in 1950 vervroegd vrij.
Ir. Rutger Laman Trip
Jhr. ir. Rutger E. Laman Trip (1905-1985), directeur bij Philips, bestuurssecretaris van het Rode Kruis in Eindhoven en hoofd van het Bureau voor Sociaal Werk aldaar. Hij werd door generaal Kruls in de rang van majoor aangesteld als Hoofd van de sectie Sociaal werk voor Oorlogsgetroffenen, en daarmee als verbindingsofficier tussen het Militair Gezag en de hulpverlenende instanties. Hij was met Mgr. Hendrikx en E. de Vlam oprichter van de HARK (Hulpactie Rode Kruis – 450 medewerkers, 10.000 vrijwilligers). Deze kreeg van het Militair Gezag het alleenrecht op de verdeling van hulpgoederen.
Arnold Lamping
Arnold Th. Lamping (1893-1970) was een Nederlandse diplomaat, vooral betrokken bij economische aangelegenheden. In mei 1940 verbleef hij in Parijs en kreeg opdracht naar Londen te reizen. Daar werd hij benoemd tot waarnemend secretaris-generaal van het departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart.
Kapitein A.A. Land
Ritmeester A.A. Land, verbonden aan de sectie Binnenlandse Zaken van het Militair Gezag.
Antoon van der Lande
Antoon L.M. van der Lande (1890-1981) was de oudste broer van De Quays echtgenote Maria. Hij had in 1926 het familiebedrijf Noury & Van der Lande vaarwel gezegd en was met steun van zijn vader eigenaar geworden van De Wit’s Deken Industrie in Helmond, door hem omgevormd tot de NV Hatéma, een textielfabriek met vestigingen in Helmond, Deurne en Geldrop. Zijn beide zwagers Jan de Quay en Willem Coebergh waren in de jaren dertig commissaris in dit bedrijf. Voor de oorlog was Van der Lande enige tijd lid van de NSB, totdat de bisschoppen in hun Vastenmandement van 1934 de katholieken dit verboden. Hij zegde toen zijn lidmaatschap op.
Bep van der Lande
E.M.A. (Bep) van der Lande-van den Bogaert (1892-1971), echtgenote van Antoon van der Lande.
Bernard van der Lande
Bernard L.M. van der Lande (1898-1966) was een broer van De Quays echtgenote Maria. Hij was getrouwd met de Tilburgse Angela Van Dooren.
Chris van der Lande
In de tekst ook: Cris. Christobel (Chris) van der Lande- Anderson (1904-1996), echtgenote van Gerrit J.L. van der Lande.
Frans van der Lande
Mr. Franciscus L.M. (Frans) van der Lande (1920-1983), zoon van Piet L.M. van der Lande.
Gèle van der Lande
Angela L. M.A. (Gèle) van der Lande- Van Dooren (1897-1991), echtgenote van Bernard van der Lande.
Gerrit van der Lande
Gerrit J.M. van der Lande (1899-1994), een broer van Maria en dus een zwager van Jan de Quay. Woonde sinds de jaren ’20 in Engeland, waar hij leiding gaf aan bedrijfsonderdelen van het familiebedrijf Noury & Van der Lande. Majoor, later luitenant-kolonel bij het Militair Gezag, vanaf 1 april 1945 provinciaal militair commissaris Limburg.
Ietje van der Lande
Geertruida J.M. (Ietje) van der Lande-Sterck (1909- 1991), echtgenote van Jozef van der Lande.
Jan van der Lande
Jan A.L. van der Lande (1896-1949), een broer van Maria, Gerrit en Antoon van der Lande. Jan van der Lande was getrouwd met Lida Jurgens, een zus van Nol Jurgens, die weer getrouwd was met Jans zus Sina. Hij gaf vanaf 1928 leiding aan de chemische en de door hemzelf gestichte farmaceutische tak van het familiebedrijf Noury & Van der Lande. Werd tijdens de bezetting wegens hulp aan een verzetsgroep gedurende vijf maanden gevangen gehouden in Sint-Michielsgestel. Zijn oudste zoon overleed in 1945 kort na zijn bevrijding door Amerikaanse soldaten aan de gevolgen van Duitse gevangenschap.
Johannes van der Lande
Vader van der Lande: Johannes Chr. L. van der Lande (1862-1943), de schoonvader van Jan de Quay.
Joke van der Lande
Joke Steinweg, dochter van Joop Steinweg, die van 1929 tot 1942 burgemeester van Nijmegen was, en Christina J.M.F. van Spaendonck (1889-1972). Zij was getrouwd met Lodewijk van der Lande
Jozef van der Lande
Jozef P.L. (Jopie) van der Lande (1908-1981) was de jongste broer van De Quays echtgenote Maria.
Liedeke van der Lande
Liedeke van der Lande, een dochter van Antoon van der Lande.
Lily van der Lande
Elisabeth M.Th.A. (Lily) van der Ven-van der Lande (1924 - ?), dochter van Bernard L.M. van der Lande. Zij trouwde in november 1945 met Hans van der Ven (1921-1992).
Lodewijk van der Lande
Ludovicus A.L. (Lodewijk) van der Lande (1906-1980), broer van De Quays echtgenote Maria. Hij was getrouwd met Joke Steinweg, dochter van de Nijmeegse burgemeester J.A.H. Steinweg.
Miep van der Lande
Maria J. (Miep) van der Lande – Straeter (1893-1972), echtgenote van Piet van der Lande.
Mina van der Lande-Jansen
In de dagboeken: Moeder, of: Moeder L., later ook: Oma. Mina van der Lande-Jansen (1869-1954), de schoonmoeder van Jan de Quay.
Nol van der Lande
A.A.L. (Nol) van der Lande, jongste zoon van Jan A.L. van der Lande.
Noor van der Lande
Eleonora C.A.M. (Noor) van der Lande-Mutsaerts (1908-1993), echtgenote van Willem van der Lande.
Piet van der Lande
Piet L.M. van der Lande (1891-1979) was een broer van De Quays echtgenote Maria. Hij was getrouwd met de Tilburgse Maria J. (Miep) Straeter. Vanaf 1922 had hij samen met zijn broer Jan de dagelijkse leiding over het familiebedrijf Noury en Van der Lande. Piet van der Lande was verder onder meer curator van de Economische Hogeschool in Tilburg, van het Nederlands Opleidingsinstituut voor het Buitenland (NOIB), thans Universiteit Nijenrode en voorts commissaris bij de tabaksfabriek Mignot & De Block.
Wilhelmien van der Lande
Wilhelmien E.M. van der Lande (1893-1961), een oudere zus van Maria, in tweede echt getrouwd met Willem H.F. Coebergh (1891-1968).
Willem van der Lande
Wilhelmus J.L. (Willem) van der Lande (1904-1987), broer van De Quays echtgenote Maria.
Majoor de Lange
Majoor S.G.P. de Lange, districts militair commissaris van het Militair Gezag, aanvankelijk in Helmond, vanaf begin november in Tilburg.
Kees van Lanschot
Cornelis G.J. van Lanschot (1897-1953) was de tiende generatie firmant en voorzitter van de Raad van Bestuur van F. van Lanschot Bankiers in ’s-Hertogenbosch.
Co van Ledde Hulzebosch
Christiaan J. (Co) van Ledden Hulsebosch (1877-1952) was een forensisch onderzoeker.
Henricus F. van der Leemputten
In de dagboeken: Pater Gervasius. Pater Gervasius was de kloosternaam van Henricus F. van der Leemputten o.f.m. cap. (1884-1958). In 1918 vroeg Hendrik Moller hem als docent godsdienstleer en pedagogiek aan de Katholieke Leergangen. Hij zou er tot 1948 blijven. Bisschop Diepen benoemde hem in 1921 tot moderator van de Tilburgse studentenvereniging Sint-Leonardus. In 1929 werd hij ook directeur van de Mariacongregatie van Studenten van de Economische Hogeschool.
Gerard van der Leeuw
Gerard van der Leeuw (1880-1950), theoloog en hoogleraar godsdienstwetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij was afkomstig uit de CHU maar raakte in 1945 betrokken bij de Nederlandse Volksbeweging en werd lid van de PvdA. In het kabinet- Schermerhorn-Drees was hij minister van Onderwijs, maar nadien werd hij weer hoogleraar in Groningen.
Marius Levenbach
Marius G. Levenbach (1896-1981), jurist en hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Ir Otto van Lidt de Jeude
Jhr. ir. Otto C.H. van Lidth de Jeude (1881-1952) was voor de oorlog in diverse kabinetten minister van Waterstaat. In het tweede kabinet Gerbrandy was hij van 1942 tot 1945 minister van Oorlog. Zijn dagboeken uit die periode geven een fascinerend beeld van de onderlinge verhoudingen in het kabinet en die van het kabinet met koningin Wilhelmina.
Piet Lieftinck
Piet Lieftinck (1902-1989) was voor de oorlog hoogleraar Economie aan de Hogeschool in Rotterdam. Tijdens de bezetting werd hij gegijzeld in Sint-Michielsgestel. Afkomstig uit de CHU werd hij in 1946 lid van de PvdA. Van 1945 tot 1952 was hij minister van financiën in de eerste vier naoorlogse kabinetten. In 1955 werd hij directeur van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank.
Magda Linthorst
Magdalena G.M. Linthorst, dochter van P.J.J. Linthorst en Louisa Maria Cornelia Rijven, buurtbewoner in de wijk van de familie De Quay.
Paul Linthorst
Paul Linthorst (1931-?), zoon van P.J.J. Linthorst en Louisa Maria Cornelia Rijven, buurtbewoner in de wijk van de familie De Quay.
P.J.J. Linthorst
Drs. Petrus Johannes Joseph Linthorst(1902-?), buurtbewoner in de wijk van de familie De Quay. Hij was accountant en regelde De Quays financiën.
Hans Linthorst Homan
Johannes (Hans) Linthorst Homan (1903-1986). Hij was vanaf 1937 commissaris van de koningin in Groningen. In 1940 gaf hij met Jan de Quay en Lou Einthoven leiding aan de Nederlandse Unie. Van deze drie was Linthorst Homan het meest geneigd tot concessies aan de nazi’s. Vanaf juli 1943 werd hij door de Duitsers gegijzeld, aanvankelijk in Haaren, vervolgens in Sint-Michielsgestel. Zijn rol in de Nederlandse Unie was voor de regering reden om hem na de bevrijding niet te laten terugkeren als commissaris van de koningin. Nadat een zuiveringscommissie over de Nederlandse Unie had geoordeeld, kreeg hij in 1947 alsnog met teugwerkende kracht eervol ontslag.
Majoor Linthorst Homan
Harry P. Linthorst Homan (1905-1989). Hij was voor de oorlog advocaat in een praktijk met zijn broer Hans en daarna directiesecretaris bij Philips. Toen hij als verzetsman in 1942 dreigde te worden gearresteerd vluchtte hij naar Engeland. Hij werd er ambtenaar op het ministerie van Binnenlandse Zaken van de Nederlandse regering in ballingschap en vervolgens Hoofd sectie Binnenlandse Zaken van het Militair Gezag. In die functie moest hij zijn broer Hans berichten dat deze was gestaakt als commissaris van de koningin in Groningen.
Dr. Lips
Deze Lips was – blijkens een notitie van De Quay – chemicus. Hij was een broer van de scheepsschroevenfabrikant Max Lips uit Drunen.
Litjens
Jan Litjens, een verzetsstrijder uit het Gelderse Winssen. Eind oktober woonde hij een vergadering bij van rayonleiders van de vroegere Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers waar stevige kritiek werd geleverd op de autoriteiten. Niet alleen op de provinciaal militair commissaris Gelderland van het Militair Gezag, overste Van Everdingen, maar ook op ‘een zekere Baron van Voorst tot Voorst’, ofwel De Quays zwager Eduard, die door Van Everdingen zonder overleg met de staf in Brussel tot waarnemend commissaris van de koningin in Gelderland was benoemd.
Hein Loeff
Hendrik J.M. Loeff (1895-1973) werd in juni 1944 door de bezetter ontslagen als burgemeester van Vught. In november werd hij aangesteld als waarnemend burgemeester in ’s-Hertogenbosch, welke benoeming een jaar later werd omgezet in een definitieve aanstelling.
Jan Loeff
Jan A.L.M. Loeff (1898-1985) was een Rotterdamse advocaat. Hij was namens de KVP gemeenteraadslid in Rotterdam.
Han Loevendie
In de dagboeken: Louvendie. Han W. Loevendie (1922-2011), drager van het Verzetskruis, studeerde in 1949 af aan de Tilburgse Hogeschool. In zijn later leven vervulde hij vele bestuursfuncties, onder meer bij de katholieke werkgevers, bij de Tilburgse Hogeschool, bij de Katholieke Leergangen, bij het Tilburgse conservatorium, de Raboudstichting en het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant.
Johann Logemann
In de dagboeken ook: Logeman. Johann H.A. Logemann (1892-1969) was voor de oorlog hoogleraar staatsrecht in Batavia en lid van de progressieve ‘Stuw’ groep. In de bezettingsjaren was hij als Indische gijzelaar geïnterneerd in Buchenwald, in Haaren en in Sint-Michielsgestel. In het kabinet-Schermerhorn-Drees was hij voor de PvdA minister van Overzeese Gebiedsdelen en leidde als zodanig de onderhandelingen met de Indonesische republikeinen op de Hoge Veluwe, die echter niet tot resultaat leidden. Na zijn ministerschap en een korte periode als kamerlid werd hij opnieuw hoogleraar, en wel in Leiden.
Drs. Piet van Loon
Piet van Loon (1918-?), een Waalwijkse fabrikantenzoon, studeerde economie aan de Tilburgse Hogeschool en volgde colleges bij De Quay met wie hij een hartelijke verstandhouding had. Hij was actief voor de Nederlandse Unie als oprichter en voorzitter van de afdeling Langstraat e.o.. Vervolgens raakte hij betrokken bij het verzet. Na de bevrijding werd hij directeur van Brabants Volksherstel, onderdeel van Nederlands Volksherstel dat hulpverlening coördineerde op ‘materieel, fysiek en moreel’ gebied. Ook van de opvolger van Brabants Volksherstel, het in 1947 opgerichte Provinciaal Opbouworgaan Noord-Brabant (PON) was Piet van Loon de eerste directeur.
Majoor F. Looringh van Beeck
Majoor, later kolonel F. Looringh van Beeck (1895-1970), ook wel bekend als ‘Oom Paul’. Hij was afkomstig uit Zuid-Afrika en – op rijks kosten − overgekomen naar Engeland om zich als vrijwilliger in te zetten voor de bevrijding van Nederland. Bij de Prinses Irene Brigade voerde hij het bevel over de versterkingscompagnie.
Alexander Loudon
Alexander Loudon (1892-1953) gaf vanaf 1938 leiding aan het Nederlands gezantschap in Washington. Toen dit in mei 1942 werd verheven tot ambassade, werd hij de eerste Nederlandse ambassadeur in de Verenigde Staten.
John Loudon
Jhr. John Loudon (1866-1955), minister van Buitenlandse Zaken tijdens de Eerste Wereldoorlog. Van 1919 tot 1940 was hij Nederlands ambassadeur in Parijs.
Stephanus Louwes
Stephanus L. Louwes (1889-1953) was een landbouwkundig ingenieur. Al voor de oorlog werd hij benoemd tot hoofd van het Rijksbureau Voorbereiding Voedselvoorziening in Oorlogstijd. In mei 1940 werd hij door generaal Winkelman aangesteld als directeur-generaal voor de Voedselvoorziening. Hij heeft deze functie gedurende de gehele bezettingstijd en onder steeds moeilijker omstandigheden vervuld. Zeker in de laatste maanden voor de algehele bevrijding vervulde hij een spilfunctie bij het bestrijden van de honger.
Paul Lubbers
Paul J. Lubbers (1901-1963) was sinds 1930 directeur van de machinefabriek Hollandia in Krimpen aan de IJssel, een dochteronderneming van de Amsterdamse Ballast Maatschappij (A.B.M.) van de gebroeders De Vilder. In 1955 kocht hij van hen de aandelen. In de oorlog weigerde hij leveringen aan de Wehrmacht. Hij werd toen enige tijd gegijzeld in Haaren. Paul Lubbers was de vader van de latere minister-president Ruud Lubbers.
Joop Lücker
Joseph M. (Joop) Lücker (1914-1980) was van 1945 tot 1964 hoofdredacteur van De Volkskrant. Deze katholieke krant zou onder zijn leiding uitgroeien tot een van de belangrijkste dagbladen van Nederland.
Mr. Johannes van Maarseveen
Mr. Johannes H. van Maarseveen (1894-1951) was van 1937 tot 1946 lid van de Tweede Kamer voor de RKSP en de KVP. Van 1946 tot 1951 was hij afwisselend minister van Justitie en van Binnenlandse Zaken.
Mr. dr. Gerrie van Maasdijk
Mr. dr. Iohann G. (Gerrie) van Maasdijk (1906-1997) was voor de oorlog journalist voor De Telegraaf en onder meer correspondent in Berlijn, waar hij een kritische houding aannam tegenover het nazisme. Kapitein Van Maasdijk was in 1945 lid van de staf van prins Bernhard en werd vanwege zijn journalistieke achtergrond hoofdredacteur van Pen Gun. Van 1949 tot 1956 was hij algemeen secretaris van de hofhouding.
Majoor Mackay
A.W.R. baron Mackay, hoofd van de sectie Financiën van het Militair Gezag.
Jos Maenen
In de dagboeken: Manen. J.H. (Jos) Maenen (1888-1972) was lid van de Tweede Kamer voor de RKSP, resp. KVP 1931-1933 en 1946-1963. Daarnaast lid van Gedeputeerde, resp. Provinciale Staten in Limburg.
Dr. L.J. van der Mandele
Dr. L.J. van der Mandele, reserve officier van gezondheid.
Gebroeders Mandos
Franciscus H.W. (Frans) Mandos (1910-1977) dan wel Cornelius A.M. (Kees) Mandos (1913-2001). Beide broers waren Tilburgse kunstenaars.
Guus en Fieke Mannaerts
August H.C. Mannaerts (1892-1975), schoenfabrikant in Tilburg, gehuwd met Josephina G.M. Keijzer (1907-1979).
Hein Mannaerts
Hein A.J. Mannaerts (1886-1981) was een Tilburgse schoenfabrikant. Vanaf 1919 was hij voorzitter van een Tilburgse ondernemersvereniging, later was hij vele jaren voorzitter van de Tilburgse Kamer van Koophandel en van 1950 tot 1960 ook van de gezamenlijke Kamers van Koophandel in Nederland. Mannaerts was tevens voorzitter van het E.T.I.N., lid van Provinciale Staten en van Gedeputeerde Staten.
Sicco Mansholt
Sicco L. Mansholt (1908-1995) was boer in de Wieringermeer en actief in de SDAP. In 1945 werd hij minister van Landbouw in het kabinet-Schermerhorn-Drees en bleef dit, in zes achtereenvolgende kabinetten, tot 1958. Vervolgens was hij van 1958 tot 1972 eurocommissaris voor Landbouwbeleid in Brussel.
Frans Marchant d'Ansembourg
In de tekst: d’Ansembourg. Franciscus R.W.H.M.J. graaf de Marchant et d’Ansembourg (1902-1976) was klasgenoot van Jan de Quay op het internaat van de jezuïeten in Katwijk. Hij werd diplomaat en was vanaf 1951 ambassadeur, onder meer bij het Vaticaan.
Max Marchant d'Ansembourg
M.V.E.H.J.M. (Max) graaf de Marchant et d’Ansembourg (1894-1975) was een politicus van de RKSP die in 1933 toetrad tot de NSB. Voor deze partij werd hij Statenlid in Limburg en lid van de Eerste en Tweede kamer. In 1941 werd hij door de bezetter benoemd tot Gouverneur in Limburg. In 1946 werd hij veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf, uit te zitten op zijn kasteel in Amstenrade. In 1954 werd hij in vrijheid gesteld.
Prinses Margriet
Margriet Francisca (1943), prinses der Nederlanden, prinses van Oranje-Nassau, prinses van Lippe-Biesterfeld.
Jacques Maritain
Jacques Maritain (1882-1973), een Franse filosoof wiens ideeën over een christelijk humanisme grote invloeden hadden op katholieke jongeren, ook in Nederland. Het personalistisch socialisme zoals dat in de Nederlandse Volks Beweging opgeld deed, was mede gebaseerd op de filosofie van Maritain.
Ir. Van Markvoort
Ir. Van Markvoort, werkzaam voor de Dienst Uitvoering Werken (DUW), in 1944 door het Militair Gezag in het leven geroepen ter regulering en bestrijding van de onvrijwillige werkloosheid.
Martens
Bewoner van boerderij de Repelvoort aan de Graafsedijk in Beers.
Louis de Mast
Drs. Ludovicus J.G. (Louis) De Mast (1903-1983) was van 1946 tot 1968 gemeentesecretaris van Tilburg.
Maj. Theo Mathon
Th. E.E.M. (Theo) Mathon (1900-1988), beroepsofficier. Gaf in 1948 leiding aan het bureau voor politiek-militaire aangelegenheden van de generale staf. Werd later Nederlandse liaison-officier bij SHAPE, Supreme Headquarters Allied Powers Europe. Ook was Mathon bijzonder hoogleraar Militaire Geschiedenis in Utrecht. In de jaren dertig had De Quay intensief contact gehad met zijn broer Hans Mathon (1883-1938), eveneens beroepsofficier en initiatiefnemer voor het Comité Nationale Veiligheid, dat pleitte voor verruiming van de defensie-uitgaven. Jan de Quay was daarvan voorzitter.
Chris Matser
Chris G. Matser (1904-1973) was een metselaarszoon die in 1931 voor de RKSP raadslid werd in Arnhem. In 1935, midden in de crisistijd, werd hij wethouder van Sociale Zaken. In de laatste oorlogswinter na de Slag om Arnhem bekleedde hij, min of meer op eigen initiatief, het burgerlijk gezag in de Veluwezoom van Arnhem tot Rhenen. Na de bevrijding werd hij burgemeester van Arnhem, aanvankelijk waarnemend, maar in juni 1946 definitief. Als zodanig speelde hij een belangrijke rol in de wederopbouw van de stad. Ook was hij vanaf 1946 lid van het Dagelijks Bestuur van de KVP en korte tijd ook Kamerlid. In 1956 werd hij lid van de Eerste Kamer.
D.A. van Meegeren OSA
D.A. van Meegeren, augustijner monnik. Met artikelen in het blad Christofoor en een brochure Over de politieke toekomst van Nederland en de houding der katholieken mengde hij zich in het debat daarover en koos daarbij de zijde van de vernieuwers.
Ir. Cees van Meel
Ir. C.J. (Cees) van Meel (1903-1963). Landbouwkundig ingenieur en voor de oorlog landbouwconsulent van de NCB. Was van 1942 tot 1944 gijzelaar in Beekvliet. Na de bevrijding waarnemend burgemeester van Hilvarenbeek. Van november ’44 tot maart ’45 secretaris van de NCB, vervolgens tot november ’45 Provinciaal Voedselcommissaris.
Mr. Th.H. de Meester
Mr. Th. H. de Meester, consul-generaal in Londen en lid van het London Committee van het Nederlandse Rode Kruis.
Eduard van Meeuwen
Jhr. Eduard A.E. van Meeuwen (1876-1946), vicepresident van het Gerechtshof in ’s-Hertogenbosch.
Marie van Meeuwen - Smits
Marie M. Smits (1896 -?), tweede echtgenote en weduwe van jhr. Eduard A.E. van Meeuwen.
Jacob Meij
Jacob L. Meij jr. (1900-1966) begon als onderwijzer, volgde verdere opleidingen in boekhouden en accountancy en promoveerde in 1946 in Tilburg bij Piet van Berkum op Beschouwingen over weerstandsvermogen en financiële reorganisatie van ondernemingen. In 1948 werd hij hoogleraar bedrijfshuishoudkunde in Groningen.
N.G. van der Meij
In de dagboeken ook: v.d. Mey. N.G. van der Meij (1891-1961) was hoofdcommissaris van politie in Den Haag van 1935 tot september 1940. Hij werd door de bezetter op staande voet ontslagen nadat de NSB’er Peter Ton bij rellen in Den Haag om het leven was gekomen.
Arnold Meijer
In de dagboeken: Meyer. Arnold J. Meijer (1905-1965), een gesjeesde priesterstudent en vervolgens journalist in Oisterwijk. Oprichter, in 1934, van het fascistische en antisemitische Zwart Front, dat in 1940 werd omgedoopt tot Nationaal Front. De partij had een beperkte aanhang, vooral in Brabant. Na de oprichting van de Nederlandse Unie waren er gesprekken met Meijer over samenwerking dan wel fusie, die echter op niets uitliepen. Na de oorlog werd Meijer gearresteerd, maar wist te ontsnappen naar België. In 1946 meldde hij zich alsnog bij de autoriteiten en werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.
Dries van Melsen
Andreas G.M. (Dries) van Melsen (1912-1994) studeerde scheikunde en filosofie in Utrecht. Al voor de oorlog was hij betrokken bij het tijdschrift Het Gemeenebest dat streefde naar versterking van de volksgemeenschap. Binnen de werkgemeenschap Christofoor, die voortkwam uit het gelijknamige illegale blad, nam hij deel aan discussies over de taak van katholieke intellectuelen. Na de oorlog werd Van Melsen, deels als opvolger van Titus Brandsma, in Nijmegen benoemd tot lector en later hoogleraar in de natuurfilosofie, logica , logistiek en inleiding tot de wijsbegeerte. Hij stond in Nijmegen mede aan de wieg van de faculteit wiskunde en natuurkunde.
Burgemeester Aloys Mes
Mr. Aloys J.J.M. Mes (1899-1974) was een katholiek politicus. Van 1926 tot 1945 was hij burgemeester van Heinkenszand en gedurende enkele jaren ook van Overzande. Tevens was hij van 1935 tot 1941 lid van Provinciale Staten van Zeeland en vanaf 1937 ook lid van de Tweede Kamer namens de RKSP.
Pastoor Hendrikus Mets
In de dagboeken: Metz. Hendrikus Th. Mets (1891-1969) was een r.k. priester die samen met de latere kardinaal De Jong professor was geweest aan het grootseminarie Rijssenburg. Kort voor de oorlog werd hij pastoor van de Sint-Willibrordparochie aan de Minrebroederstraat in Utrecht. Van juli 1942 tot september 1943 was hij gijzelaar in Haaren.
Jo Meynen
In de dagboeken ook: Majoor Mynen, Mijnen, Meijnen. Mr. Jo Meynen (1901-1980) was een politicus voor de ARP. Hij was directielid bij Philips. In de oorlog was hij actief in het verzet, vooral in de pilotenhulp. Onder De Quay werd hij secretaris-generaal van het ministerie van Oorlog. Toen in juni 1945 het kabinet Schermerhorn-Drees aantrad was hij daarin, als opvolger van De Quay, zelf minister van Oorlog.
Prof. Leonardus Michels
Leonardus C. Michels (1887-1984), taal- en letterkundige. Hij gaf les aan de Katholieke Leergangen en het Odulphuslyceum in Tilburg. In 1946 werd hij hoogleraar Nederlandse en Indo-Germaanse taalkunde in Nijmegen.
Emilie Michiels van Kessenich-Van Meeuwen
In de dagboeken: Mevr. Michiels. Jkvr. Emilie L.J.M. van Meeuwen (1907-1970), de eerste echtgenote van Willem baron Michiels van Kessenich (1902-1992), burgemeester van Maastricht.
Jeanne Michiels van Kessenich-Van Meeuwen
In de dagboeken: Tante Jeane Michiels. Jkvr. Jeanne C.R. van Meeuwen (1868-1946), weduwe van François G.H. baron Michiels van Kessenich (1868-1939).
Willem baron Michiels van Kessenich
In de dagboeken: Michiels. Willem baron Michiels van Kessenich (1902-1992) was sinds 1937 burgemeester van Maastricht. In 1941 werd hij door de bezetter aan de kant gezet, op de dag van de bevrijding van Maastricht, 14 september 1944, werd hij op last van het Militair Gezag in zijn ambt hersteld.
Edgar Michiels van Verduijnen
Edgar F.M.J. baron Michiels van Verduijnen (1885-1952) was vanaf september 1939 de Nederlandse gezant in Londen. In januari 1942 werd hij minister zonder portefeuille in het kabinet Gerbrandy, speciaal belast met Buitenlandse Zaken naast minister Van Kleffens.
Th. van Mierlo
Kapitein Th.A.M.F. van Mierlo was directeur van de gemeentelijke energiebedrijven in Tilburg tot hij door de Duitsers werd ontslagen en gevangen gezet. Na zijn vrijlating werd hij actief in het verzet. Hij speelde een leidende rol bij het werk van Knokploegen en Ordedienst. Na de bevrijding werd hij ETO (Eerst Toegevoegd Officier) van de districts militair commissaris Tilburg van het Militair Gezag, majoor de Lange. Eind april 1945 volgde hij hem in deze functie op. De in Tilburg alom gerespecteerde Van Mierlo was de drijvende kracht achter initiatieven om economische collaboratie aan te pakken. Hij had ook in november 1944 namens de illegaliteit een klacht ingediend tegen de benoeming van Barend van Spaendonck in het College voor Economische Aangelegenheden.
Mr. Eugène van Mierlo
Mr. Eugène L.H.M. van Mierlo (1900-1976) was voor de RKSP wethouder en loco-burgemeester in Breda. In 1942 werd hij door de bezetter wegens anti-Duitse houding ontslagen. Na de bevrijding van de stad keerde hij op zijn post terug. Nadat burgemeester Van Slobbe in december 1944 tijdelijk op non-actief was gesteld, fungeerde hij ruim elf maanden als waarnemend burgemeester van Breda.
Frans van Miert
Drs. Franciscus I.A.M. (Frans) van Miert (1906-1984) was een katholiek priester. Van 1934 tot 1950 was hij moderator van het Odulphuslyceum in Tilburg.
Mignot & De Block
Mignot & de Block, een sigarenfabriek in Eindhoven, die produceerde van 1858 tot 1969. Vanaf 1911 werden ook sigaretten gemaakt.
Frank Mignot
Frank Mignot (1910-2003) werd in 1939 onderdirecteur van Mignot & De Block. Hij was de zoon van Remi P.P.A.M. Mignot (1878-1953), die sinds 1903 de leiding had over de fabriek.
Mies Mignot-Schellens
Mies Mignot-Schellens (1918-1989), dochter van Toon Schellens en gehuwd met Paul A.M.G. Mignot (1904-1980) wiens familie de directie voerde over de Eindhovense tabaksfabriek Mignot & De Block.
Pater C. Minderop
Kees Minderop, een jezuïet. Hij was wiskundeleraar, onder meer aan het Ignatiuscollege in Amsterdam en verbleef in 1944 in klooster Mariëndaal (opent in een nieuw tabblad) in Velp waar de jezuïeten hun priesterstudenten opleidden.
Mej. Moers
De huishoudster van de pastoor van Beers.
Mr. Willem de Mol OP
In de dagboeken: Mr. de Mole O.P. De dominicaan Willem de Mol. Zijn moeder was een zus van De Quays schoonmoeder Mina van der Lande-Jansen.
Bob Molenaar
Bob Molenaar (1923-2013) was als student actief in de studentenbeweging van de Nederlandse Unie en betrokken bij het illegale blad Je Maintiendrai. Met Vic Beermann richtte hij de afdeling Gelderland op van de NVB. Hij werd lid van de PvdA en was actief in de Europese beweging.
Majoor F.J. Molenaar
Majoor F.J. Molenaar diende bij de Prinses Irenebrigade als commandant van de IIde Gevechtsgroep. Hij raakte op 13 augustus 1944 gewond bij een Duitse mortieraanval nabij Château Sanit-Côme in Normandië. In 1945 werd hij adjudant van minister Jan de Quay.
Moll van Charente
Ds. G.H. Moll van Charente (1901-1981) was een hervormd predikant, van juni 1939 tot juni 1945 werkzaam in ’s-Hertogenbosch. Hij was bijzonder actief in de Nederlandse Unie. Samen met o.a. Maan Sassen gaf hij leiding aan het vormingscentrum van de Unie in Wargashuyse in Vught en was hij verantwoordelijk voor de ideologie van de Unie zoals die begin 1941 werd gepubliceerd. Hij behoorde tot de vernieuwingsgezinden. Na de bevrijding trad hij op als geestelijk verzorger van geïnterneerde politieke delinquenten.
Rector Piet Mommersteeg
P.J.M.H. (Piet) Mommersteeg (1897-1966), een r.-k. priester en maatschappelijk werker, was directeur van het Diocesaan Sociaal Caritatief Centrum in ’s-Hertogenbosch.
Monchen
Pater A.F.M. Monchen, een benedictijner monnik die als Engelandvaarder majoor-aalmoezenier werd in Londen. Hij was ook lid van de Buitengewone Raad van Advies, in 1942 ingesteld door de regering om, bij het ontbreken van een volksvertegenwoordiging, haar van advies te dienen. De Raad functioneerde tot september 1944.
Veldmaarschalk Bernard L. Montgomery"
Bernard L. Montgomery (1887-1976), Britse veldmaarschalk en bevelhebber van de Britse 21ste Legergroep tijdens de bevrijding van West-Europa.
Huib van Mook
Hubertus J. (Huib) van Mook (1894-1965) was een Nederlandse bestuurder in Nederlands-Indië, die voorstander was van een progressieve Indonesische politiek. In januari 1941 werd hij luitenant-Gouverneur-Generaal, in november van dat jaar minister van Koloniën in het tweede Kabinet-Gerbrandy. Na de Japanse capitulatie was hij de hoogste vertegenwoordiger van het Nederlandse gezag in Indië. Hij was actief betrokken bij onderhandeling met de Republiek Indonesië. Van Mook verloor echter geleidelijk aan het vertrouwen van een belangrijk deel van de Nederlandse politiek en werd in 1948 tot ontslag gedwongen.
Kapt.-Lt. ter zee C. Moolenburgh
In de dagboeken: Molenburg. Kapt.-Lt. ter zee C. Moolenburgh was voor de oorlog hoofd van het bureau Inlichtingen van de marinestaf en werd in 1940 marine attaché in Londen. In 1944 werd hij als liaison officier bij SHAEF, het geallieerde oppercommando, toegevoegd aan de Britse 21ste Legergroep.
Drs. Hein Moonen
Henri (Hein) Moonen (1919-?), zoon van de in 1944 gefusilleerde Waalwijkse burgemeester E.C. J. Moonen, deed in 1935 doctoraal examen in Tilburg. Hij werkte bij textielfabriek Van Puijenbroek in Goirle en vervolgens bij het ETIN, werd daar directeur, en bleef dat tot 1974. Hein Moonen was een schoonzoon van J.A.H. Steinweg.
Mevr. Henriëtte Moonen
Henriëtte A.C. Sassen, weduwe van Eduard C.J. Moonen (1876-1944), burgemeester van Waalwijk sinds 1924. Hij werd op 6 september samen met twee jonge Waalwijkers bij het raadhuis gefusilleerd als represaille voor de arrestatie van enkele Landwachters de dag tevoren, op Dolle Dinsdag. Een van de jongens overleefde op wonderbaarlijke wijze.
Dr. Julianus Moorman
Dr. Julianus J.M. Moorman (1889-1974) promoveerde in de taalwetenschap. Hij werd leraar Nederlands en directeur van de gemeentelijke HBS in Nijmegen. Wegens verzetswerk van zijn kinderen, betrokken bij de KP Nijmegen, werden Moorman, zijn vrouw en drie van zijn kinderen vastgezet in Kamp Vught, waar zijn zoon Jules in mei 1944 werd geëxecuteerd. Moorman was na de oorlog betrokken bij de Nederlandse Volksbeweging en werd uiteindelijk lid van de PvdA.
C.Th.L. Moors
C.Th. L. Moors (1876-1971), een Brabantse boer, was van 1928 tot 1946 voorzitter van de NCB, de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond.
Tante Cor van de Mortel-van Rijckevorsel
In de dagboeken: Tante Corry. Jvr. Cornelia M.E. van Rijckevorsel (1877-1957), echtgenote van Eduard van de Mortel.
Oom Eduard van de Mortel
In de dagboeken: Oom E. Eduard H. van de Mortel (1869-1949), een broer van De Quays moeder Joanna van de Mortel.
Tante Eus van de Mortel
Eugenia R.J. van de Mortel (1872-?), zuster van de moeder van Jan de Quay, weduwe van Johannes F. Ingen Housz (1855-1945).
Fien van de Mortel
Josephien van de Mortel-Houben, echtgenote van de Tilburgse burgemeester Jan van de Mortel.
Jan van de Mortel
Jan Chr. A.M. van de Mortel (1880-1947) was burgemeester van Tilburg sinds januari 1940, maar werd in juli 1944 door de bezetter aan de kant geschoven toen hij weigerde Tilburgers aan te wijzen voor graafwerk in Zeeland. Hij belandde toen voor korte tijd in het gijzelaarskamp Sint-Michielsgestel. Na de bevrijding van Tilburg hervatte hij zijn ambt. De oorlogsjaren hadden voor het echtpaar Van de Mortel een tragisch verloop. In december 1940 verongelukte een dochter. Hun zoon Joost werd wegens verzetsactiviteiten voor het blad Trouw in augustus 1944 gefusilleerd in Kamp Vught. Zijn oudere broer Jan was al eerder wegens verzetswerk gearresteerd en werd van februari 1943 tot april 1945 gevangen gehouden in verschillende concentratiekampen. Hij overleed in 1956 aan de gevolgen daarvan.
Jan van de Mortel
Joannes B.C.M. van de Mortel (1902-1990) was directeur van een Bossche verzekeringsmaatschappij en een toonaangevende figuur in het Bossche openbare leven. Hij was een volle neef van Jan de Quay.
Majoor Mourik Broekman
Majoor van Mourik Broekman, hoofd van de sectie Politie van het Militair Gezag.
Jozef Mous
In de dagboeken: Den heer Mans. Jozef Mous (1882-1967). Sinds 1910 werkte hij bij de Staatsmijnen, vanaf 1937 als adjunct-directeur.
Theodorus Mulders
Theodorus H. Mulders promoveerde in 1945 op het proefschrift Verkeerswegen en geographische arbeidsverdeeling.
De Muralt
Jhr. dr. ir. W.J.J. de Muralt werd door minister van Sociale Zaken Van den Tempel aangesteld als tijdelijk rijksbemiddelaar inzake arbeidsconflicten.
Anton Mussert
Anton A. Mussert (1894-1946) was oprichter van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). In de oorlogsjaren collaboreerde hij met de bezetter. Hij werd na de bevrijding wegens hoogverraad ter dood veroordeeld en terechtgesteld.
Benito Mussolini
Benito A.A. Mussolini (1883-1945), leider van de fascistische partij in Italië die in 1922 een greep naar de macht deed en een dictatuur vestigde. In de Tweede Wereldoorlog was hij een bondgenoot van nazi-Duitsland. In 1943 werd hij afgezet en in 1945 door partizanen vermoord.
Frits Mutsaerts
Frederic R.M. (Frits) Mutsaerts (1895-1967), textielfabrikant in Tilburg. Hij was actief in het maatschappelijk leven, onder andere als raadslid. Frits Mutsaerts was een broer van de Bossche bisschop Wilhelmus Mutsaerts.
Mgr. Wilhelmus Mutsaerts
Wilhelmus P.A.M. Mutsaerts (1889-1964), r.k. priester en telg uit een Tilburgse familie van textielfabrikanten, werd in 1942 benoemd tot coadjutor van Mgr. A.F. Diepen, de bisschop van ’s-Hertogenbosch. In 1943 volgde hij deze op als bisschop.
Hans Muyser
De jurist Henricus C.A. Muyser (1901-1976) werd in januari 1942 benoemd als burgemeester van de toen nieuw gevormde gemeente Nieuw-Ginneken. Na de bevrijding werd hij ontslagen. Pas in 1951 kreeg hij een nieuwe post toegewezen als burgemeester van Bakel en Milheeze.
Berend Nauta
Berend Nauta (1906-1988) werd in augustus 1940 secretaris van het gewest Groningen van de Nederlandse Unie. Hij werd in mei 1942 gegijzeld in Sint-Michielsgestel en belandde anderhalf jaar later in een krijgsgevangenkamp in Duitsland. Na de bevrijding was hij werkzaam bij het Militair Gezag in Groningen en was hij hoofd Rijksvoorlichtingsdienst in Groningen en Drenthe. Vanaf 1946 vervulde hij enkele burgemeestersposten.
Lambertus Neher
Lambertus Neher (1889-1967) werd in 1935 directeur van de Haagse gemeentelijke telefoondienst. Als prominent verzetsman was hij actief in de coördinatie van het inlichtingenwerk. Voor de OD bouwde hij een illegaal telefoonnet op. Hij was betrokken bij de Grote Adviescommissie voor de Illegaliteit. In 1944 zocht de regering hem aan voor het College van Vertrouwensmannen. Na de bevrijding werd hij directeur-generaal van de PTT.
Nelissen
In de dagboeken mogelijk ook: Nilissen. Piet Nelissen, jachtopziener van de familie Van Hövell tot Westerflier en Wezeveld op Ossenbroek.
W. van Nes
W. van Nes was directeur van de Nederlandsche Vlasspinnerij N.V., die bestond van 1916 tot 1969 en die eigendom was van de familie Van Puijenbroek.
Maj. Nicolas
Ir. C.M.J.A.F. Nicolas, districtscommandant van de Ordedienst in Heerlen. Nicolas was ingenieur bij het Staatstoezicht op de Mijnen. Op 11 oktober 1944 stelde Kruls hem aan tot inspecteur-generaal van de mijnen. Twee dagen later werd hij tevens benoemd tot districts militair commissaris voor de Mijnstreek.
Van Nievelt
Van Nievelt was tegelijk met De Quay commissaris bij De Wit’s Dekenindustrie in Helmond, het bedrijf van De Quays zwager Antoon van der Lande.
Student Nijdam
In de dagboeken ook: Nydam. Ofwel Assuerus Bernardus J.A. Nijdam (1917-1970), ofwel zijn broer Bernardus P.J.A. Nijdam (1920 -?). Beiden studeerden na de oorlog in Tilburg en woonden bij elkaar in een huis op de Heuvel. Bernardus P.J.A. was Engelandvaarder geweest en werd daar agent bij de Britse geheime Dienst SOE. In april 1945 werd hij gedropt boven Nieuwkoop en raakte daarbij zwaar gewond. Zijn broer Assuerus B.J.A. was in de oorlogsjaren betrokken bij pilotenhulp. Hij promoveerde in 1950 in Tilburg in de sociologie op een proefschrift Goirle, een sociografische studie over de criminaliteit en de moraliteit van een grensgemeente in de Tweede Wereldoorlog.
Vader Bernardus Nijdam
In de dagboeken ook: Nydam. Bernardus J.A. Nijdam (1892-1968) werkte van 1912 tot 1922 voor de margarinefabrikant Jurgens. Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog werd hij directeur van een fabriek van Jurgens nabij Londen, waar ook zijn zoon Bernardus P.J.A. werd geboren. In 1922 begon hij voor zichzelf een zeepfabriek in Rhenen, waarna hij steeds vaker felle concurrentie ondervond van dezelfde firma Jurgens, inmiddels opgegaan in Unilever, die zich ook op dat terrein had begeven.
Willem Nije
Willem H. Nije (1902-?) was boekhouder, en in 1940 chef financiën van de Nederlandse Unie. Zijn vader, een huisschilder, was in 1885 veroordeeld tot zes jaar tuchthuisstraf wegens brandstichting.
Nilissen
Buurtbewoner in Beers. Mogelijk Petrus H. Nelissen (1888-?), jachtopziener van de familie Van Hövell tot Westerflier en Wezeveld op Ossenbroek.
Generaal v. Nijnatten
Adrianus A. van Nijnatten (1880-1948) was van 1938 tot 1940 commandant van het IIIde Legerkorps. Hij werd in 1942 na enkele maanden wegens zijn leeftijd ontslagen uit krijgsgevangenschap. Na de geallieerde invasie dook hij onder. In oktober 1944 werd hij, als enige opperofficier in bevrijd gebied, belast met de organisatie van een nieuwe landmacht en een vrijwilligersleger voor Nederlands-Indië.
Wilhelmus Nijsen
Wilhelmus C.M. Nijsen (1895-1957) was referendaris ter secretarie in Hilversum toen hij in 1941, zij het met enige aarzeling, de functie van wethouder aanvaardde, die hem door de NSB-burgemeester Jhr. mr. Ernst von Bönninghausen was aangeboden. Jan de Quay zou hem later omschrijven als een ‘bekwaam en rechtschapen’ persoon, die ‘door naoorlogse omstandigheden tussen wal en schip’ was geraakt.
Carolus van Nispen tot Sevenaer
In de dagboeken: Zevenaar. Jhr. Carolus H.J.I.M. van Nispen tot Sevenaer, vrijheer van Kessenich en heer van Hunsel (1893-1972) was van 1933 tot zijn pensionering in 1958 burgemeester van Mill en Sint-Hubert. In 1933 was hij in tweede echt gehuwd met Anna L.H.M. van Baar (1897-1966).
Uri Nooteboom
Urias H.A. (Uri) Nooteboom (1903-1945). Hij was journalist van de Maasbode tot dit blad in 1940 verboden werd. Vervolgens was hij actief in de Nederlandse Unie. Na de bevrijding werd hij hoofdredacteur van De Gelderlander, een betrekking waarvoor hij al in 1942 gevraagd was door prof. Titus Brandsma. In de korte tijd dat hij deze functie vervulde, schreef hij een groot aantal aansprekende en inspirerende hoofdartikelen die zelfs de aandacht trokken van de regering in Londen Hij kwam om het leven toen hij in april 1945 bij een reportage aan het IJsselfront werd getroffen door een Duitse kogel die van de overzijde van de rivier was afgeschoten.
Prof. Jan Nuboer
Prof. dr. Jan F. Nuboer (1900-1979), sinds 1943 hoogleraar Geneeskunde in Utrecht. Nuboer was vriend en lijfarts van prins Bernhard en net als deze een fervent jager.
Johannes Nuboer
Johannes F.W. Nuboer (1901-1984), marineofficier en militaire adviseur van minister-president Gerbrandy. Als zodanig was hij secretaris van de Commissie Oorlogvoering van het kabinet Gerbrandy. Hij vergezelde de minister-kwartiermakers in november 1944 bij hun overtocht naar bevrijd gebied.
Fam. van Nunen
In de dagboeken: Van nuenen. A.A.M. van Nunen, apotheker op de Heuvel in Tilburg. Hun zoon Jan-Willem was de verloofde van Juf, ofwel Ria van Zwetsloot, het kindermeisje van de familie De Quay.
C.J. van Nus
C.J. van Nus (1919-1949) was actief voor de Nederlandse Unie in Rotterdam en kwam in het najaar van 1940 werken op het algemeen secretariaat van de Unie op de afdeling Propaganda en Organisatie. Van mei 1942 tot april 1943 werd hij gegijzeld in Sint-Michielsgestel. Na de bevrijding was hij als lid van de Binnenlandse Strijdkrachten privésecretaris van de Rotterdamse burgemeester Oud.
Pater Nuy S.J.
Pater Rutgerus Nuy S.J. (1903-1948) was een Nederlandse jezuïet die geboren werd in Nijmegen en tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet betrokken was, onder meer door het onderduiken van joden te faciliteren. Hij werd in 1944 gearresteerd en in concentratiekampen in Duitsland en Polen gevangengehouden, waar hij ook zijn werk als priester voortzette, en overleed na zijn bevrijding kort na de oorlog in 1948.
Mr. Willem Offerhaus
Mr. Willem A. Offerhaus (1897-1961), notaris in Groningen. Tijdens de bezetting was hij geïnterneerd in Haaren, Sint-Michielsgestel en Kamp Vught. In 1946 was hij lid van de Ereraad Nederlandse Unie. In 1954 werd hij Commissaris van de Koningin in Groningen.
Antoine Oldendorff
Antoine Oldendorff (1912-1970) was van 1940 tot 1945 lector sociologie aan de Katholieke Economische Hogeschool in Tilburg en als zodanig een collega van Jan de Quay.
Generaal van Oorschot
Generaal-majoor Johan W. van Oorschot (1875-1952) was kort voor de oorlog hoofd van de Nederlandse geheime dienst, maar moest aftreden wegens het Venlo-incident. Bij het uitbreken van de oorlog trad hij opnieuw in dienst. In de meidagen vertrok hij als afgevaardigde van de opperbevelhebber, generaal Winkelman, naar Londen. In 1944 werd hij, inmiddels gepensioneerd generaal-majoor, alsnog benoemd tot het hoofd van het Bureau Bijzondere Opdrachten, maar de feitelijke leiding daarover was in handen van twee Engelandvaarders, Kas de Graaf en – bovenal − Karel Klijzing.
Arie Oosterlee
Arie Oosterlee (1890-1955) was directeur van een kweekschool in Nijmegen. Net als De Quay was hij actief in de Nederlandse padvinderij. Als hoofdcommissaris werd hij door de bezetter gearresteerd en vastgehouden in het Oranjehotel in Scheveningen. Na de bevrijding leidde hij onder staatssecretaris Jo Cals de dienst Vorming Buiten Schoolverband. Vervolgens werd hij directeur-generaal bij het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen.
Ir. Frans Otten
Ir. P.F.S. (Frans) Otten (1895-1969). Na zijn studie in Delft trad hij in 1924 in dienst van Philips in Eindhoven. Een jaar later trouwde hij met de oudste dochter van Anton Philips, Annetje. In 1927 werd hij onderdirecteur en in 1931 administratief en financieel directeur. In 1939 volgde hij zijn schoonvader op als algemeen directeur. Bij de Duitse inval in mei 1940 week de complete directie met hun gezinnen uit naar Engeland en kort nadien naar de Verenigde Staten. Meteen na de bevrijding keerde Otten naar Eindhoven terug en speelde daar een nadrukkelijke rol in het publieke debat over de wederopbouw van Nederland.
Pieter Oud
Pieter J. Oud (1886-1968) was voor de oorlog onder meer kamerlid voor de VDB, minister van Financiën en tot 1941 burgemeester van Rotterdam. In februari 1946 stond hij mede aan de wieg van de PvdA, die hij echter in 1947 al weer verliet. Kort nadien richtte hij met Dirk Stikker de VVD op.
Van Overbeek
Mgr. drs. J.C. van Overbeek, rector van wat toen nog het Doofstommen Instituut heette, in Sint-Michielsgestel.
Maj. Pahud de Mortanges
Charles Pahud de Mortanges (1896-1971), een Nederlandse beroepsmilitair die voor de oorlog bekendheid kreeg doordat hij als springruiter gouden medailles won op de Olympische Spelen van Parijs, Amsterdam en Los Angeles. In 1943 wist hij als krijgsgevangene te ontsnappen. Na een maandenlange tocht via België, Frankrijk en Spanje bereikte hij Gibraltar, vanwaar hij overstak naar Engeland. Op voorspraak van zijn vriend prins Bernhard werd hij in maart 1944 benoemd tot plaatsvervangend commandant van de Prinses Irene Brigade.
Charles Palstra
Charles J. Palstra (1906-1955), reserve-kolonel bij de afdeling Comptabiliteit van het ministerie van Oorlog.
Burgemeester Alphons Panis
Alphons G.M. Panis (1909-1975) was van 1929 tot 1965 burgemeester van Berkel-Enschot, met een onderbreking van de jaren 1937-1947, toen hij burgemeester was in de gemeente Haaren.
J.J. Pas
J.J. Pas was actief geweest binnen de Nederlandse Unie. In 1945 werd hij onderdirecteur van het bureau van de NVB.
Ad Paulen
Adriaan (Ad) Paulen (1902-1985) was ingenieur bij de Staatsmijnen en actief lid van de Nederlandse Unie. In 1943 werd hij gegijzeld in Sint-Michielsgestel. Na de oorlog werd Paulen, die in de jaren twintig een bekende atleet was geweest, actief als sportbestuurder, onder meer bij de Nederlandse Atletiek Unie (KNAU) en het Nederlands Olympisch Comité (NOC).
Wibo Peekema
In de dagboeken: Pekema. Wibo G. Peekema (1899-1967), sinds 1939 hoofd juridische afdeling van het ministerie van Koloniën. In 1940 ging hij met de regering naar Londen, met achterlating van zijn echtgenote, jvr. Dora (Dolly) Dibbets (1898-1953), die zich vervolgens ontpopte als spion en verraadster voor de Duitsers. Ook was zij naar verluidt de maîtresse van Rijkscommissaris Seyss-Inquart. In 1945 liet Peekema zich van haar scheiden.
Majoor Pelt
Adriaan Pelt (1892-1981) was hoofd van de Regeringsvoorlichtingsdienst in Londen en hoofd van de Sectie Voorlichting van het Militair Gezag.
Bart van Pelt
Norbertus J. (Bart) van Pelt (1889-1958), wollenstoffenwever die via vakbondswerk in de politiek kwam. Naar verluidt was hij de eerste Tilburger die openlijk voor het socialisme koos. Van 1919 tot 1956 was hij raadslid in Tilburg.
Mr. Sjef Peters
Mr. J.B.G.M. (Sjef) Peters (1900-1981) was de rechterhand van Barend van Spaendonk, onder meer als adjunct-secretaris van de Kamer van Koophandel in Tilburg. In de bezettingsjaren was hij ook secretaris van het Rijksbureau voor Wol en Lompen.
Generaal Phaff
Generaal-majoor Hendrik J. Phaff (1887-1949) was militair attaché in Londen en tevens adjudant van Koningin Wilhelmina. Vervolgens was hij achtereenvolgens commandant van de Nederlandse Brigade, de latere prinses Irene Brigade, Inspecteur van de Nederlandse troepen in Engeland en hoofd van de militaire missie van de Nederlandse regering bij SHAEFF, het geallieerde opperbevel, maar in alle gevallen werd hij na korte tijd weer uit die functie ontheven.
Frits Philips
Ir. Frederik J. (Frits) Philips (1905-2005), de enige zoon van Anton Philips. In 1935 trad hij toe tot de directie van het Philipsconcern. Toen de directie in de meidagen uitweek naar Engeland en de Verenigde Staten, bleef hij achter in Eindhoven. Als gevolg van een staking in de Philipsfabrieken belandde Frits Philips in mei 1943 in het kamp Beekvliet. Hij zat daar gevangen tot september van dat jaar. Na de bevrijding nam hij het initiatief voor de ‘fabrikantenkring’, waarin de grote ondernemers samenwerkten. Ook liet hij in december 1944 een brochure uitgeven, getiteld Nederland zal Herrijzen, die was geïnspireerd op de ideeën van de Morele Herbewapening, waarvan Frits Philips een fervent aanhanger was. Kerngedachte was dat eendracht een basisvoorwaarde was voor de herrijzenis van Nederland.
Guust Philips
Majoor A. Philips, werkzaam bij de sectie Juridische Zaken van het Militair Gezag.
Pater Bernardus Pillen
In de dagboeken: Pille. (Waarschijnlijk) Pater drs. Bernardus H.A. Pillen o.f.m. (1910-?), als geestelijk adviseur verbonden aan katholieke sociale organisaties.
Charles van der Plas
Charles O. van der Plas (1891-1977), diplomaat en bestuurder in Nederlands-Indië die door velen verfoeid werd om zijn progressieve opvattingen, maar die evenmin geaccepteerd werd door de Indonesische nationalisten.
Lt. kol Van de Plassche
Luit.kol. J.G.M. van de Plassche (1888-1961) was vanaf de jaren ’30 hoofd van de sectie IIIA van de Generale Staf en als zodanig verantwoordelijk voor het vergaren van inlichtingen over het buitenland. In 1945 gaf hij leiding aan het Afwikkelingsbureau Londen.
August Plate
August Plate (1881-1953), een Rotterdamse ingenieur, was voorzitter van de Scheepvaartvereniging Zuid, de sociale organisatie van de Rotterdamse havenondernemingen. Van 1934 tot 1946 was hij ook voorzitter van het hoofdbestuur van de Nederlandse Maatschappij voor Handel en Nijverheid. Plate was voorzitter van de Ereraad Nederlandse Unie.
Albert Plesman
Albert Plesman (1889-1953) had in 1919 de basis gelegd voor de KLM, waarvan hij de eerste directeur werd. Met grote gedrevenheid, niets en niemand ontziend, bouwde hij de onderneming verder uit. Vanaf mei 1941 zat hij een jaar lang gevangen in het Oranjehotel in Scheveningen. Nadien werkte hij vanuit zijn huis aan wederopbouw van de KLM. Onmiddellijk na de bevrijding van Oost-Nederland, half april, trok hij naar het bevrijde Zuiden, waar hij contact had met prins Bernhard en ging vervolgens via Londen naar de Verenigde Staten om vliegtuigen aan te schaffen en lijndiensten op te zetten.
Jan van der Ploeg
Johannes G. (Jan) van der Ploeg (1916-1986) was in 1940-1941 secretaris van het gewest Rotterdam van de Nederlandse Unie. In 1945 werd hij woordvoerder van de Nederlandse Volksbeweging. Hij sloot zich aan bij de PvdA en was van 1967 tot 1982 voor deze partij wethouder in Rotterdam. Daarna had hij nog vijf jaar zitting in de Eerste Kamer.
Mgr. Poels
Hendrikus A. (Henri) Poels (1868-1948) was een r.k. priester en bijbelgeleerde. Een wetenschappelijke carrière werd om reden van zijn modernistische opvattingen door de kerkleiding gedwarsboomd . In plaats daarvan werd hij in 1910 aalmoezenier in de Limburgse mijnstreek, waar hij zich krachtig inzette voor verbetering van de levensomstandigheden van de arbeiders. In 1939, hij was toen 71, nam hij ontslag als hoofdaalmoezenier.
Max van Poll
Maximus J.M. (Max) van Poll (1881-1948) was een Nederlandse journalist die in 1929 Kamerlid werd voor de RKSP met als aandachtsgebied koloniale aangelegenheden. In 1946 werd hij lid van de Commissie Generaal voor Nederlands-Indië, een driemanschap dat samen met gouverneur-generaal Van Mook onderhandelde met de Republiek Indonesië, wat in 1947 resulteerde in het Akkoord van Lingadjatti.
Willem Pompe
Prof.dr. Willem P.J. Pompe (1893-1968), hoogleraar strafrecht, eerst aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen, vanaf 1928 aan de Universiteit Utrecht. Uit verontwaardiging over het onrecht dat door de bezetter werd aangedaan, nam hij in 1943 ontslag en dook hij onder.
J.E.A. Post Uiterweer
In de dagboeken: Post Uiterweerd. J.E.A. Post Uiterweer was een marine officier. In mei 1940 kwam hij als adjudant van minister Dijxhoorn naar Londen.
Kolonel Posthumus Meijes
In de dagboeken ook: Posthumus Meyes. Willem Christiaan Posthumus Meijes (1895-1966) was in Londen secretaris van de Buitengewone Raad van Advies voor het Regeringsbeleid. Later werd hij de tweede man bij het Militair Gezag na de chef-staf, generaal Kruls. Van oorsprong was hij beleggingsadviseur. Zijn benoeming tot sous-chef diende ook om het burgerlijk element in het Militair Gezag te benadrukken, om de vrees weg te nemen, vooral bij koningin Wilhelmina, voor het Militair Gezag als exclusieve organisatie van beroepsmilitairen. Voor hen had zij na de snelle nederlaag van het Nederlandse leger in mei 1940 weinig waardering meer.
Prof. Van der Pot
Combertus W. van der Pot (1880-1960), sinds 1921 hoogleraar Staatsrecht, Administratief recht, Staatkundige geschiedenis en Volkerenrecht in Groningen. Zijn benoeming in 1940 tot rector magnificus werd door de Duitsers ingetrokken, uit onvrede over zijn in 1940 verschenen Handboek van het Nederlands Staatsrecht. In 1945 ging zijn benoeming alsnog in.
P.A.M. Preusting
P.A.M. Preusting (1885-?) was commissaris van politie in Tilburg van 1932 tot 1942 − toen hij werd ontslagen − en van 1946 tot 1950.
Claudius Prinsen
Claudius A. Prinsen (1896-1952) was burgemeester van Roosendaal van 1932 tot 1942, toen hij werd vervangen door een NSB’er. In 1944 keerde hij op zijn post terug. Van 1947 tot aan zijn overlijden was hij burgemeester van Breda.
Max Prinsen
Marinus J. (Max) Prinsen (1899-1971) was een fiscalist die werkte bij de belastingdienst. In de oorlog werd hij op Binnenlandse Zaken de rechterhand van secretaris-generaal Frederiks. Na de oorlog volgde hij deze op en werd zo een vertrouweling van minister Beel. Prinsen was van 1946 tot 1950 ook secretaris van de ministerraad en in 1949 tevens secretaris van de Ronde Tafel Conferentie met Indonesië.
Henri van Puijenbroek
In de dagboeken ook: v. Puyenbroek. Hendrikus J. (Henri) van Puijenbroek (1877-1960) gaf sinds 1916 leiding aan de Nederlandsche Vlasspinnerij N.V. in Tilburg, die was voortgekomen uit de Koninklijke Textielmaatschappij H. van Puijenbroek in Goirle.
Mr. Jo van der Putt
Mr. J.J.A. van der Putt, advocaat te Eindhoven. Al tijdens de bezettingsjaren was hij betrokken bij gedachtevorming over de naoorlogse maatschappelijke en politieke ordening. Na de bevrijding bepleitte hij in woord en geschrift een radicale vernieuwing. Hij was betrokken bij Eindhovense initiatieven op dit gebied zoals het comité Eenheid bij Verscheidenheid en de Democratische Vereeniging.
Cypriaan Quarles van Ufford
Jhr. Cyprianus G.C. Quarles van Ufford (1891-1985) was van 1924 tot 1934 griffier van de Staten van Utrecht. Van 1934 tot 1941 en van 1945 tot 1946 was hij burgemeester van Apeldoorn. Nadien werd hij Commissaris van de Koningin in Gelderland.
Overste Quarles van Ufford
Majoor, later luitenant-kolonel Jhr H.G.A. Quarles van Ufford was voor het Militair Gezag verbindingsofficier met het Eerste Canadese Leger en gaf ook leiding aan de stafschool van het Militair Gezag in Brussel. Hij volgde in februari 1945 majoor De Lange op als districts militair commissaris in Tilburg en kreeg daar na tien weken ongevraagd ontslag omdat hij het probleem van de economische collaboratie onvoldoende krachtig zou hebben aangepakt. Hij werd toen provinciaal militair commissaris in Zuid-Holland.
Johan Quarles van Ufford
Jhr. Johan W. Quarles van Ufford (1882-1951) was sinds 1921 commissaris van de koningin in Zeeland en werd al in mei 1940 door de Duitsers ontslagen. Per 15 november 1944 werd hij door de Londense regering in zijn ambt hersteld.
Tante An de Quay
Anna J.S. de Quay (1876-1949), onder de kloosternaam mère Caspara religieuze in de orde van de zusters franciscanessen van Heythuysen. Sinds 1870 was de orde actief in de missie in Nederlands-Indië. Anna de Quay overleed in 1949 in Semarang.
Cas de Quay
Caspar de Quay, Jans oudste broer (1899-1986). Hij was jezuïet en missionaris in Nederlands-Indië en aansluitend in Indonesië (Yogjakarta).
Cas de Quay
Cas de Quay (1934), de derde zoon van Jan en Maria de Quay.
Oom Cas de Quay
Gaspard W.E. de Quay (1879-1942), een broer van De Quays vader Rudolph en echtgenoot van Josepha M.A. Alberdingk Thijm, ofwel tante Seeph.
Claartje de Quay
Claartje de Quay is het achtste kind van Jan en Maria, geboren in 1943 toen Jan vastzat als gijzelaar.
Hanna of Hanneke de Quay
Hanneke de Quay (1933), de tweede dochter van Jan en Maria de Quay.
Jan (Jantje) de Quay
Jan de Quay (1938), de dan jongste zoon van Jan en Maria de Quay.
Joanna E.R. de Quay-van de Mortel
In de dagboeken: moeder, of: Moeder Q., Oma Q. Joanna E.R. de Quay-van de Mortel (1874-1951), de moeder van Jan de Quay.
Lidwien de Quay
In de dagboeken ook: Liduin, Liduina, Lydwien. Koosnaam: Piene. Lidwien de Quay (1936), de derde dochter van Jan en Maria de Quay.
Luce de Quay
Lucie de Quay (1903-1986), de oudste zus van Jan.
Maas de Quay
Emmanuel Franciscus Maria (Maas, Maasje) de Quay (1947). Zoon van Jan en Maria.
Oom Maas de Quay
Emmanuel J.G. de Quay (1873-1920), pastoor van Druten en een broer van De Quays vader Rudolph. Hij overleed na een maandenlang ziekbed op de Hiersenhof.
Maria de Quay-van der Lande
Maria van der Lande (1902-1988), de echtgenote van Jan de Quay, die hij had leren kennen in hun beider studententijd in Utrecht en met wie hij in 1927 getrouwd was.
Miebeth (Miebet) de Quay
Miebeth de Quay (1930), de oudste dochter van Jan en Maria de Quay.
Roos de Quay
Rosa de Quay (1911-1971), de zus van Jan, gehuwd met Eduard baron van Voorst tot Voorst (1892-1972).
Rudolph de Quay
Rudolph B.A.N. de Quay (1868-1933), vader van Jan de Quay.
Rudolphine de Quay
In de dagboeken: Nicht Rudolphine. Rudolphine L.D.H. de Quay (1881-1954), religieuze in de Verenigde Staten. Rudolphine was een dochter van Eugenius F.H. de Quay (1837-1885), een broer van de grootvader van Jan de Quay.
Rutger de Quay
Rutger de Quay (1931), de tweede zoon van Jan en Maria de Quay.
Ruud de Quay
Ruud de Quay (1928), de oudste zoon van Jan en Maria de Quay.
De tantes De Quay
Luce (1875-1953) en Lot de Quay (1871-1947), twee ongehuwde zussen van de vader van Jan de Quay. Tot 1938 hadden ze op de Hiersenhof gewoond, nadien verhuisden ze naar een pension in Groesbeek.
Tante Seeph de Quay
Josepha de Quay-Alberdingk Thijm (1886-1980), de echtgenote van oom Cas de Quay, een broer van de vader van Jan de Quay.
Ds. Johan Raams
Ds. Johan A. Raams (1889-1970), Nederlands-hervormd predikant, verbleef in gijzelaarskamp Haaren van juli 1942 tot juni 1943.
Toon Ramselaar
A.C. (Toon) Ramselaar (1899-1981) was een katholiek priester die in de jaren dertig betrokken was bij het tijdschrift De Gemeenschap van kritische katholieke jongeren. Tevens was hij actief in de verkennersbeweging. Als zodanig had hij intensief contact met Jan de Quay die voor de oorlog immers diocesaan commissaris was bij de verkenners.
Ritmeester Willem van Reede
Willem C.H. van Reede (1907-?), beroepsofficier. Werd kort na terugkeer uit krijgsgevangenschap benoemd tot tijdelijk Ritmeester en adjudant van de minister van oorlog. Van 1954 tot 1964 was hij Gouverneur van de K.M.A. in Breda.
Louis Regout
Ludovicus F.H. (Louis) Regout (1891-1966), telg uit de Maastrichtse ondernemersfamilie, fabrikanten van porselein, tegels en glas. Hij begon zijn carrière in de diplomatieke dienst, maar na de plotse dood van zijn vader in 1915 nam hij de leiding van de fabrieken over. Door zijn weigering samen te werken met de Duitse bezetter werd hij vanaf 1942 ruim een jaar gegijzeld in Sint-Michielsgestel. Hij was politiek actief in de Staten van Limburg en de Eerste Kamer. Van 1935 tot 1948 was hij curator van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Louis Regout was een broer van Theo Regout.
Theo Regout
Theodore J.H. (Theo) Regout (1901-1988) kwam uit de bekende de Maastrichtse fabrikantenfamilie. Hij was als leeftijdgenoot van Jan de Quay tegelijk met hem schoolgegaan op het jezuïetencollege in Katwijk. Theo Regout was zeer reislustig en deed daarvan verslag in films waarmee hij een groot publiek trok. In de oorlogsjaren werkte hij in de fabriek van zijn familie, de tegel- en aardewerkfabriek Mosa. Theo was een broer van Louis Regout.
Kol. A. van der Reijt
In de dagboeken ook: v.d. Reydt, v.d. Rydt, v.d. Reijdt. A.C.H. van der Reijt, inlichtingenofficier.
Hendrik Reinink
Hendrik J. Reinink (1901-1979) was jurist en hoge ambtenaar. In 1940 werd hij voorzitter van de Nederlandsche Gemeenschap, een organisatie die zich keerde tegen de verzuiling. Vanuit die positie kwam hij in beeld als vierde man in de leiding van de Nederlandse Unie, maar door meningsverschillen met de andere drie haakte hij af. Na de bevrijding werd Reinink op het departement van Onderwijs directeur-generaal van Kunsten en Wetenschappen. In het naoorlogse Nederland was hij zeer actief op cultureel gebied, onder meer als voorzitter van het Holland Festival, van 1947 tot 1972.
Remmen
Cor J.J. Remmen (1893-1964) werd in 1918 op de leeftijd van 25 jaar burgemeester van Oeffelt. Tijdens de bezetting werd hij gegijzeld in Haaren en Sint-Michielsgestel. Na de bevrijding keerde hij terug op zijn post in Oeffelt. In 1952 volgde een benoeming in Budel.
Mr. Jan Resius
Mr. Jan C. Th. Resius (1888-1951) was gedelegeerd commissaris bij Noury & Van der Lande, het familiebedrijf van De Quays schoonfamilie. Hij was jurist, lid van Provinciale Staten en gedeputeerde in Overijssel. In de oorlogsjaren werd hij gegijzeld in Sint-Michielsgestel en in Kamp Vught.
Gen. Izaäk Reynders
In de dagboeken ook: Reijnders. Generaal Izaäk H. Reynders (1879-1966), sinds 1934 chef van de Generale Staf, werd na de algemene mobilisatie in augustus 1939 Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht. Een conflict met minister Dijxhoorn kostte hem zijn positie. In februari 1940 volgde eervol ontslag. Hij werd opgevolgd door generaal Winkelman.
Aat van Rhijn
In de dagboeken: Van Rijn. Mr. dr. A.A. (Aat) van Rhijn (1892-1986) trad op 9 mei 1940, een dag voor de Duitse inval, als minister van Landbouw en Visserij toe tot het tweede kabinet De Geer. Na zijn aftreden in 1941 was hij voorzitter en min of meer enig lid van de Buitengewone Algemene Rekenkamer die toezicht hield op de uitgaven van de regering in ballingschap. In 1944 werd hij secretaris-generaal van Sociale Zaken onder minister Van den Tempel. In bevrijd gebied onderhield hij een moeizame relatie met het Militair Gezag.
Louis Rietveld
Louis C. Rietveld (1895-1988) was sinds 1932 werkzaam op het ministerie van Defensie. Vanaf juni 1945 tot aan zijn pensionering in 1960 was hij daar secretaris-generaal.
Pater Leopold van Rijckevorsel
Leopold M. van Rijkckevorsel (1884-1955) was een Brabantse jezuïet die zich beijverde voor de missionering van Nederlands-Indië.
Ir. J.C.N. Ringeling
Ir. J.C.N. Ringeling (1897-1972) was hoofdingenieur bij Rijkswaterstaat.
Harm Roelfsema
Harm Roelfsema (1909-2003), een onderwijzer in Groningen en al voor de oorlog actief voor ‘De Groninger Gemeenschap’ werd in 1941 adjunct-secretaris van de Nederlandse Unie. Als zodanig speelde hij een belangrijke rol in de centrale organisatie. Na de oorlog was hij voor de PvdA wethouder, burgemeester en gedeputeerde.
Frits Roëll
Jhr. Willem F. (Frits) Roëll (1903-1984) trad in 1939 in dienst bij het Kabinet der Koningin. In 1959 werd hij daar directeur.
Gen. Willem Roëll
Jhr. Willem Roëll was vanaf 1932 commandant van het veldleger. Verbleef tijdens de oorlog drie jaar in krijgsgevangenschap in Duitsland. In 1946 was hij voorzitter van de adviescommissie militaire zuivering.
Franciscus Roels
Franciscus M.J.A. Roels (1885-1962), hoogleraar in de Toegepaste Psychologie in Utrecht en promotor van Jan de Quay. In 1941 trad hij toe tot de Germaanse SS. Om die reden werd hij in 1945 oneervol ontslagen.
Frans Roelvink
F.J.M. (Frans) Roelvink, veearts uit Oirschot en kamergenoot van De Quay in het gijzelaarskamp Haaren.
Gen. N.A.A. van de Roemer
Generaal-majoor Dr. N.A.A. van de Roemer (1885-1945) was Inspecteur Geneeskundige Dienst bij de Landmacht en ambtshalve lid van het dagelijks bestuur van het Nederlandse Rode Kruis.
Fam. Roessingh
In de dagboeken ook: Roessing. Roessingh was een arts uit Beek bij Nijmegen. Zijn vrouw vond met haar pas geboren kind tijdelijk onderdak op de Hiersenhof.
Frans Roeterink
In de dagboeken: Roeterinck. Frans M. Roeterink (1894-1979), elektrotechnisch ingenieur en directeur bij Philips, waar hij zich vooral bezighield met opleidingsvraagstukken. In 1949 werd hij bijzonder hoogleraar telecommunicatie aan de TU in Delft. Ook was hij een van de initiatiefnemers van het Nederlands Opleidingsinstituut voor het Buitenland (N.O.I.B) in Breukelen, thans bekend als Nyenrode Business Universiteit.
Herman van Roijen
In de dagboeken: Van Royen. J.H. (Herman) van Roijen (1905-1991). Trad als diplomaat in de voetsporen van zijn vader. Werd in augustus 1939 benoemd als chef van de diplomatieke dienst. Tijdens de bezetting betrokken bij het politieke verzet, onder meer als lid van het Vaderlands Comité en om die reden drie maal gearresteerd. Ging in 1944 in opdracht van het College van Vertrouwensmannen via bevrijd gebied naar Londen. In juni 1945 werd hij minister in het kabinet Schermerhorn Drees, aanvankelijk zonder portefeuille, maar al spoedig op de post Buitenlandse Zaken.
Mr. H. van Romburgh
In de dagboeken: Van Romburg. Mr. H. van Romburgh was consul-generaal van Nederland in Brussel.
Carl Romme
Carl P.M. Romme (1896-1980) was advocaat en actief in de politiek als lid van de RKSP. Tevens was hij als lector en nadien hoogleraar sociale wetgeving aan de Tilburgse Hogeschool een collega van De Quay. In 1937 werd hij minister van Sociale Zaken in het vierde kabinet Colijn, dat mede door onenigheid over zijn beleid in 1939 ten val kwam. Na de bevrijding spande hij zich in voor terugkeer van een eigen katholieke politieke partij. Dat werd de KVP, waarvan hijzelf fractievoorzitter werd. Romme heeft er in belangrijke mate aan bijgedragen dat veel katholieke vernieuwers, ook De Quay en Sassen, uiteindelijk tot dezer partij toetraden.
Aalm. Karel Roncken
Karel W.A.H. Roncken (1901-1973), r.k. priester. In 1939 volgde hij de legendarische dr. Henri Poels op als Hoofdaalmoezenier van Sociale Werken in het bisdom Roermond. In deze functie combineerde hij namens de katholieke Kerk de belangenbehartiging van, en het toezicht op het maatschappelijk leven van de arbeiders in de Mijnstreek. In januari 1945 werd Roncken door Frans Wijffels geselecteerd voor de delegatie die vanuit het bevrijde Zuiden naar Londen reisde voor gesprekken met koningin Wilhelmina.
G.A.M. van Rooij
In de dagboeken: van Rooy. G.A.M. van Rooij was griffier van Noord-Brabant van 1946 tot 1962.
P.A.G.M. van Rooy
P.A.G.M. van Rooy, verzetsman uit Eindhoven, actief in de GOIWN.
Daniël Ross van Lennep
In de dagboeken: Rost van Lennep. Daniël P. Ross van Lennep (1888-1949) was hoofdingenieur bij de Staatsmijnen.
Tanny van Rooy
Een kostschoolvriendin van Miebeth de Quay.
Ton Rottier
Antoine C.J. (Ton) Rottier (1910-1992) studeerde economie aan de Tilburgse Hogeschool. Sinds 1936 werkte hij bij de Staatsmijnen. In 1949 kwam hij daar in de directie en tussen 1962 en 1973 was hij president-directeur. Zijn proefschrift zou hij – ondanks de hoge verwachtingen van De Quay – nooit afronden. Maar in 1967 kreeg hij alsnog een eredoctoraat in Tilburg, om wat door zijn promotor prof. dr. Piet van Berkum ‘verantwoordelijk ondernemerschap’ werd genoemd, ten tijde van de mijnsluiting en de omvorming van de staatsmijnen tot het chemieconcern DSM.
(Gerard) Rutten
Gerard Rutten (1902-1982) was een kunstenaar die in de jaren twintig het vak van cineast leerde in de UFA Studio’s in Berlijn. In 1941 week hij via Spanje uit naar Engeland. Hij werd daar opgenomen in de staf van prins Bernhard en later ook in het Militair Gezag. In 1944 raakte hij verwikkeld in een competentiestrijd met Adriaan Pelt, hoofd Rijksvoorlichtingsdienst, over de vraag wie van hen beiden Hoofd Voorlichting van het Militair Gezag moest worden.
(Theo) Rutten
F.J.Th. (Theo) Rutten (1899-1980) had evenals Jan de Quay psychologie gestudeerd in Utrecht. Vanaf 1930 was hij daarin hoogleraar aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Hij maakte deel uit van de delegatie uit het bevrijde Zuiden die begin 1945 naar Londen reisde om koningin Wilhelmina te informeren over de situatie en de stemming in bevrijd gebied.
C.A.W. Ruyg
C.A.W. Ruyg (1896-?) was een vertegenwoordiger uit Amsterdam. Hij werd gegijzeld in Beelvliet in Sint-Michielsgestel van mei 1942 tot december 1943.
Geert Ruygers
In de dagboeken ook: Ruigers, Ruigers. Gerardus J.N.M. (Geert) Ruygers (1911-1970) was leraar Nederlands in Roosendaal. Voor de oorlog was hij actief in de beweging Brabantia Nostra. In 1940 trad hij toe tot de Nederlandse Unie en werd hoofdredacteur van het gelijknamige blad. Vervolgens nam hij deel aan het verzet als redacteur van het blad Je Maintiendrai. Geert Ruygers was actief in de Nederlandse Volksbeweging en trad van daaruit toe tot de PvdA. Van 1946 tot 1970 was hij kamerlid voor deze partij.
De Ruyter van Steveninck
In de dagboeken ook: De Ruiter v. Steveninck. Albert C. de Ruyter van Steveninck (1895-1949), een Nederlandse militair die in 1941 in Engeland het bevel kreeg over de Prinses Irene Brigade.
Louis Sadée
Karel Louis A.M.H. (Louis) Sadée (1886-1972) was een oliehandelaar in Rotterdam. Hij was een neef van Jan de Quay.
Hoofdaalmoezenier J.M.F. de Sain
J.M.F. de Sain was hoofdaalmoezenier van de vloot.
Piet Sanders
Piet Sanders (1912-2012), studeerde rechten in Leiden en werd advocaat in Schiedam. Hij was in 1942 een van de jongste gijzelaars in Sint-Michielsgestel. In 1945 benoemde Schermerhorn hem tot secretaris-generaal van Algemene Oorlogvoering, en tevens tot secretaris-generaal van de ministerraad. Vervolgens werd hij secretaris-generaal van de Commissie-Generaal voor Nederlands-Indië. In die rol was hij betrokken bij de onderhandelingen met de republiek Indonesië die leidden tot het akkoord van Lingadjatti. Maar in 1947 nam hij ontslag uit onvrede over de politionele actie die door de regering begonnen was. Hij werd opnieuw advocaat in Schiedam en later hoogleraar burgerlijk recht in Rotterdam. Sanders en zijn echtgenote behoorden tot de meest vooraanstaande kunstverzamelaars in Nederland.
Mr. J.C. van Sandick
Mr. J.C. van Sandick, secretaris van de Eindhovensche Fabrikantenkring.
Francois van ’t Sant
Francois van ’t Sant (1883-1966) werd in 1916 op 33-jarige leeftijd hoofdcommissaris van politie in Utrecht en vier jaar later in Den Haag. In die functie hielp hij bij het toedekken van financiële en seksuele escapades van prins Hendrik. Zodoende won hij het vertrouwen van koningin Wilhelmina en werd haar particulier secretaris. Hij reisde met haar mee naar Londen, waar hij naast zijn positie als particulier secretaris enige tijd hoofd was van de Centrale Inlichtingendienst en Directeur van Politie. Van ’t Sant had bij velen in Londen – en ook bij de illegaliteit in Nederland – een verdachte reputatie. In 1944 moest hij onder druk van onder meer Gerbrandy en van Churchill aftreden als particulier secretaris.
Kol. Sas
Majoor, later luitenant-kolonel Gijsbertus J. (Bert) Sas (1892-1948) was kort voor de oorlog en ten tijde van de Duitse inval militair attaché in de Nederlandse ambassade in Berlijn. Dankzij zijn goede relaties met kolonel Hans Oster van de Duitse contraspionage, de Abwehr, kon hij regelmatig militaire geheimen doorgeven aan het hoofdkwartier en de regering. Zijn berichten, ook die over een ophanden zijnde Duitse aanval op Nederland, werden doorgaans echter niet geloofd. In de oorlogsjaren was hij actief in Canada waar hij Nederlandse dienstplichtigen opleidde en nadien weer in Londen, waar hij betrokken was bij de opbouw van een Nederlands naoorlogs leger.
Fiet Sassen
Sophie R.M. Sassen-Romme, nicht van de RKSP-politicus Carl Romme en echtgenote van Maan Sassen.
Maan Sassen
Mr. E.M.J.A. Sassen (1911-1995) was advocaat in ’s-Hertogenbosch. In 1939 werd hij lid van Provinciale Staten van Noord-Brabant. Tijdens de bezetting was hij actief lid en min of meer ideoloog van de Nederlandse Unie. Van mei 1942 tot december 1943 verbleef hij als gijzelaar in Sint-Michielsgestel, waar hij deelnam aan de discussies over de vernieuwing van de Nederlandse samenleving en de oprichting van een brede volksbeweging die in de plaats moest komen van het vooroorlogse partijstelsel. Hij was een prominente medewerker van de illegale bladen Je Maintiendrai en Christofoor. Na de bevrijding schreef hij diverse opiniërende artikelen over de gewenste maatschappelijke en politieke veranderingen. Sassen maakte deel uit van de Zuidelijke delegatie die in februari 1945 in Londen de koningin informeerde.
Prof. Sassen
Prof. dr. Ferdinand L.R. Sassen (1894-1977), priester en hoogleraar filosofie aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Van 1945 tot 1946 was hij directeur-generaal van de Departement van Onderwijs, daarna werd hij benoemd tot hoogleraar aan de Universiteit Leiden.In 1948 werd hij voorzitter van de afdeling Hoger Onderwijs van de Onderwijsraad. Ook was hij betrokken bij de voorbereiding van de stichting van de Technische Hogeschool Eindhoven.
Joop van Schaik
In de dagboeken: van Schaick. J.R.H. (Joop) van Schaik (1882-1962), jurist en prominent politicus voor de RKSP. Hij was voorzitter van de Tweede Kamer van 1929 tot 1933 en wederom van 1937 tot 1948. Van 1933 tot 1935 was hij minister van Justitie in het tweede kabinet-Colijn. Na de oorlog formeerde hij met Willem Drees het tweede kabinet-Drees, waarvan hij vicevoorzitter was en tevens minister van Staatkundige Hervorming van het Koninkrijk. Ook fungeerde hij korte periodes als minister van Verkeer en Waterstaat en van Binnenlandse Zaken. Vanaf 1957 was hij lid van de Raad van State.
Toon Schellens
Antoon C.J.M. Schellens (1887-1954), fabrikant en directeur van de Wollenstoffenfabriek H. Eycken & Zn in Geldrop. Toon Schellens was kunstverzamelaar. In zijn villa aan de Parklaan in Eindhoven, waar hij De Quay ontving, had hij een grote collectie schilderijen van onder andere De Haagse School.
Prof. Schermerhorn
Willem (Wim) Schermerhorn (1894-1977) was hoogleraar aan de Technische Universiteit in Delft, maatschappelijk betrokken en lid van de links-liberale Vrijzinnig-Democratische Bond. In 1935 behoorde hij tot de oprichters van de beweging Eenheid door Democratie die zich keerde tegen het opkomende fascisme. Van mei 1942 tot december 1943 zat hij als gijzelaar in Sint-Michielsgestel, waar hij kampleider was en – als een van de Heeren Zeventien – hoogst actief in de gesprekken over de vernieuwing van Nederland. Hij was een van de grondleggers van de na de bevrijding op te richten Nederlandse Volksbeweging, waarvan hij in mei 1945 de eerste voorzitter werd. Een maand later werd hij minister-president van het eerste naoorlogse kabinet Schermerhorn-Drees.
Leo Schlichting
In de dagboeken ook: Slichting. mr. Leo G.A. Schlichting (1898-1968) was sinds 1937 hoofdredacteur van het katholieke dagblad De Tijd. In 1943 werd hij door de bezetter ontslagen. In een illegale brochure keerde hij zich in 1944 tegen de terugkeer van de RKSP. Na de bevrijding nam hij zijn taak als hoofdredacteur weer op, tot 1946. Later werd hij hoogleraar Politieke Wetenschappen in Nijmegen. In 1959-1960 was hij daar rector magnificus.
Jos Schmutzer
Jozef I.J.M. (Jos) Schmutzer (1882-1946) was gepromoveerd geoloog. In Nederlands-Indië had hij een tijd lang de leiding over een suikeronderneming, die hij met zijn broer van zijn ouders had geërfd. In 1930 werd hij hoogleraar in Utrecht. Wegens zijn inzet, al voor de oorlog, voor slachtoffers van het nazi-regime in Duitsland werd hij al in juli 1940 door de bezetter gearresteerd. Hij zat onder meer gevangen in Sachsenhausen en Buchenwald, alvorens hij weer naar Nederland werd overgebracht. Daar werd hij vastgehouden in Haaren en Sint-Michielsgestel. Uit dit laatste kamp wist hij te ontsnappen, waarna hij onderdook. In februari 1945 werd hij minister van wat niet langer Koloniën heette, maar Overzeese Gebiedsdelen.
Mr. Jan Schokking
De advocaat mr. dr. Jan J. Schokking (1898-1979) richtte zich voor de oorlog al tegen de ideologische verzuiling in Nederland. Hij was onder meer actief in de beweging Eenheid door Democratie. In 1945 werd hij algemeen directeur van het Nederlands Genootschap voor Internationale Zaken (NGIZ) en hoofdredacteur van de Internationale Spectator.
Mr. L. Scholten
Mr. dr. Lubbertus W.G. Scholten (1898-1969) was een anti-revolutionaire rechtsgeleerde. In 1946 was hij lid van de Ereraad Nederlandse Unie. Scholten was voor de oorlog directeur en docent aan een christelijke kweekschool in Utrecht. In de Tweede Wereldoorlog was hij twee en een half jaar geïnterneerd, achtereenvolgens in Kamp Schoorl, in Buchenwald en in Sint-Michielsgestel. Van 1945 tot 1947 was hij secretaris van het Hooge College voor de Rechterlijke Macht, en daarna lid en vicepresident van het Bijzonder Gerechtshof in Amsterdam. In 1948 werd hij bijzonder hoogleraar in Leiden in de parlementaire geschiedenis.
Overste Schoonenberg
Luitenant-kolonel L.J.A. Schoonenberg (1901-?) was voor de oorlog werkzaam bij de militaire inlichtingendienst GS III. In de oorlog was hij in Londen adjunct militaire attaché bij de geallieerde regeringen in ballingschap en voor het ministerie van Oorlog liaisonofficier bij de ambassade van de Verenigde Staten.
Mr. Gerrit van der Schrieck
Mr. G.E.F.M. (Gerrit) van der Schrieck (1900-1964), advocaat in Breda, in mei 1940 lid van het voorlopig gemeentebestuur aldaar en sinds 1932 directeur van de Bank Van Mierlo.
Majoor De van der Schueren
Jan B.G.M. ridder De van der Schueren (1899-1990) was elektrotechnisch ingenieur en werkte als industrieel in het buitenland. In de bezettingsjaren verbleef hij in Londen, waar hij toetrad tot het Militair Gezag. Tijdens de bevrijding werd hij aangesteld als provinciaal militair commissaris Noord-Brabant.
Drs. H.H. Schure
In de dagboeken ook: Schuure. Drs. H.H. Schure, leraar in Maastricht, was actief in de Nederlandse Unie en raakte vandaaruit betrokken bij het verzet. Na de oorlog zette hij zich in voor de Nederlandse Volksbeweging.
Majoor Schürmann
In de dagboeken: Majoor Schuurman. Majoor, later luitenant-kolonel C.W.A. Schürmann. Hij was de ETO (Eerst Toegevoegd Officier) van de provinciaal militair commissaris Limburg van het Militair Gezag, majoor H.J.H. Vullinghs, die echter al na amper een maand vanwege zijn weinig doortastende houding werd overgeplaatst naar Brussel. Schürmann was zijn opvolger. Hij bleef in Limburg tot 1 april 1945, waarna hij werd benoemd tot provinciaal militair commissaris in Noord-Holland en in Limburg werd opgevolgd door de Quays zwager Gerrit van der Lande.
Dr. Wim Schuyt
Dr. W.J. (Wim) Schuyt (1909-2009) was actief in de Nederlandse Unie en raakte van daaruit betrokken bij het illegale blad Christofoor, waarvan hij na de oorlog de hoofdredacteur werd. Hij vertegenwoordigde de groep Christofoor in de GAC, de Groote Adviescommissie der Illegaliteit. In 1956 werd hij Kamerlid voor de KVP.
Schwebel
Ernst A. Schwebel (1886-1955) was een Duitse jurist die in juni 1940 werd aangesteld als Beauftragte van Rijkscommissaris Seyss-Inquart voor de provincies Zuid-Holland en Zeeland.
Freddy Schweigman
F.W.J. (Freddy) Schweigman (1902-1979) was leraar werktuigbouwkunde aan de Bossche M.T.S. Hij promoveerde in 1946 in Groningen op een natuurkundig onderwerp.
Serraris
Jhr. mr. W.J.Th Serraris, jurist en ambtenaar die in 1943 door de bezetter werd ontslagen. Hij dook onder en deed illegaal werk. Na de bevrijding werd hij hoofd van de afdeling Politieke Zaken van de Binnenlandse Strijdkrachten. Als zodanig kwam hij in heftig conflict met de procureur-generaal Speyart van Woerden over de kwestie van de arrestatiebevoegdheid in bevrijd gebied.
Seys-Inquart
Arthur Seys-Inquart (1892-1946) was een Oostenrijkse jurist en nazi die in 1938 een belangrijke rol speelde bij de Anschluss van Oostenrijk bij nazi-Duitsland. In mei 1940 benoemde Hitler hem tot Rijkscommissaris voor de bezette Nederlandse gebieden, de hoogste Duitse functionaris in Nederland. In 1946 werd hij met andere prominente Duitse oorlogsmisdadigers in Neurenberg berecht en ter dood veroordeeld.
Soetan Sharir
Soetan Sjahrir (1909-1966) was een Indonesische politicus, actief in de onafhankelijkheidsbeweging. Omdat hij zich in de oorlog had verzet tegen de Japanse bezetting was hij – anders dan Soekarno – voor veel Nederlanders aanvaardbaar als gesprekspartner. Sjahrir was intensief betrokken bij het Akkoord van Lingadjatti. Van november 1945 tot juli 1947 was hij de eerste minister-president van Indonesië.
Pastoor Sicking
Jacob J.M. Sicking (1894-1984), sinds 1937 pastoor van de Eindhovense parochie Sint-Joris (opent in een nieuw tabblad) in Stratum. In de bezettingstijd verbleef hij als gijzelaar in Haaren. In januari 1943 werd hij overgeplaatst naar het gijzelaarskamp in Sint-Michielsgestel, waar hij enkele maanden later, in mei, werd ontslagen. Na de bevrijding beijverde hij zich voor de financiering van een katholieke krant in Eindhoven. Toen het dagblad Oost-Brabant tot stand was gekomen, werd hij daar benoemd tot bisschoppelijk censor.
Overste Silbiger
Kurt H. Silbiger (1908- ) was een Nederlandse militair die in 1942 met zijn gezin uit Nederland naar Engeland vluchtte. In 1944 werd hij aangesteld als hoofd van de 1ste afdeling van het ministerie van Oorlog.
Mr. Otto Six
Jhr. mr. Otto E.W. Six (1879-1966) was sinds 1929 secretaris-generaal van het ministerie van Koloniën, dat sinds het aantreden van het derde kabinet Gerbrandy was omgedoopt tot ministerie van Overzeese Gebiedsdelen.
Majoor P. Six
Majoor jhr. mr. P. Th. Six (1905-1973) was een jurist die in Londen deel uitmaakte van de Buitengewone Raad van Advies voor het Regeringsbeleid. Later werd hij opgenomen in het Militair Gezag en vervolgens in de staf van prins Bernhard, waar hij samen met de majoors Van Houten en Frowein veel invloed had. Om die reden werden zij aangeduid als ‘de drie musketiers’.
Mr. Willem Six
Jhr. Mr. Willem C. Six (1902-1983) was chef kabinet van de burgemeester van ’s-Gravenhage.
B. van Slobbe
Bartholomaeus W.Th van Slobbe (1882-1956) was een beroepsofficier die in 1936 burgemeester van Breda werd. Hij werd in februari 1944 door de bezetter vervangen. Na de bevrijding begeleidde een enthousiaste menigte hem naar het stadhuis waar hij zijn post weer innam. Hij werd echter, tot zijn ontzetting, begin december door het Militair Gezag gestaakt als burgemeester, dat wil zeggen op non-actief gesteld. Na onderzoek over zijn functioneren in bezettingstijd, dat pas in oktober 1945 was afgerond, werd hij weer in zijn ambt hersteld. Hij bleef aan tot november 1947.
Overste C. Slot
Kapitein-luitenant ter zee C.E. Slot, provinciaal militair commissaris Zeeland van het Militair Gezag.
Prof. Mathieu Smeets
Prof. dr. Mathieu J.H. Smeets (1896-1984) werkte op het ministerie van financiën en doceerde sinds 1931 aan de Katholieke Hogeschool in Tilburg. In 1946 werd hij daar buitengewoon hoogleraar in de Leer der Openbare Financiën. Drie jaar later werd hij hoogleraar Belastingrecht.
P.W.M. Smeets
P.W.M. Smeets uit Nijmegen was in dienst van de Nederlandse Spoorwegen. In de oorlogsjaren werd hij gegijzeld in Beekvliet in Sint-Michielsgestel, waar hij voorbereidingen trof voor een ontsnapping. In 1945 zette hij voor de NS een geheime informatiedienst op.
Gabriël Smit
Gabriël W. Smit (1910-1981) groeide op als oud-katholiek maar, zoals De Quay hier beschrijft, koos later voor de rooms-katholieke kerk. Overigens zou hij deze in 1969 weer verlaten. Gabriël Smit was dichter en journalist, onder meer voor De Volkskrant.
Lt.-gen. W. Smith
Luitenant-Generaal Walter Bedell Smith (1895-1961) was de staf-chef van de geallieerde opperbevelhebber generaal Eisenhower.
Jacques Smits
Tuinman op de Hiersenhof in Beers.
Frans Smits van Oyen
F.J.M. (Frans) Smits van Oyen (1895-1984) was politicus voor de RKSP en de KVP. Voor de oorlog was hij wethouder in Eindhoven en Statenlid in Noord-Brabant. Vanaf juni 1946 was hij korte tijd lid van de Tweede Kamer. Nadien was hij actief als agrarisch bestuurder.
Jan Smits van Oyen
Jhr. mr. Jan Th.M. Smits van Oyen (1888-1978). Hij was vanaf 1921 gedurende tien jaar burgemeester van Nuenen, Gerwen en Nederwetten en vervolgens lid van het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Tijdens de bezetting was hij enige tijd gevangene in Buchenwald. Omdat de commissaris van de koningin, jhr. mr. dr. A. van Rijckevorsel bij de bevrijding herstellende was van een lichte beroerte, maar ook omdat diens houding in de bezettingstijd niet onomstreden was, werd Smits van Oyen benoemd tot waarnemer. Hij zou in de functie aanblijven tot hij in 1946 werd opgevolgd door Jan de Quay.
J. Smits van Waesberghe S.J.
(Waarschijnlijk) Joseph M.A.F. (Jos) Smits van Waesberghe S.J., musicoloog. Hij was hoogleraar in de muziekwetenschap aan het Berchmanianum in Nijmegen en van 1945 tot 1947 algemeen secretaris van de Koninklijke Nederlandse Federatie van Toonkunstenaarsverenigingen.
L.P.J. Smulders
Majoor, later luitenant-kolonel ir. L.J.P. Smulders, commissaris bij het Militair Gezag en assistent van de overste De van der Schueren, die hij in april 1945 opvolgde als provinciaal militair commissaris Noord-Brabant.
Kolonel Snijders
In de dagboeken: Kolonel Snyders. F.J.H. Snijders was in Londen hoofdambtenaar geweest op het departement van Justitie, voor hij als luitenant-kolonel bij het Militair Gezag hoofd werd van de sectie Juridische Zaken en nadien als kolonel sous-chef van het Militair Gezag.
Jan Snijders
In de dagboeken ook: Snyders. Johannes Th. (Jan) Snijders (1910-1997) was vanaf 1947 lector psychotechniek aan de Hogeschool in Tilburg. In 1954 werd hij hoogleraar psychologie in Groningen.
Aarnout Snouck Hurgronje
Jhr. Aarnout M. Snouck Hurgronje (1882-1951), secretaris-generaal op het ministerie van Buitenlandse Zaken van 1921 tot 1941 en van 1945 tot 1948. Hij was ook voorzitter van het College van secretarissen-generaal van juni 1940 tot augustus 1941. In die functie werd hij intensief geraadpleegd over het initiatief tot oprichting van de Nederlandse Unie.
Soekarno
Soekarno (1901-1970) was een strijder voor de onafhankelijkheid van Indonesië die hijzelf in augustus 1945 uitriep. Hij werd de eerste, zelfbenoemde, president en bleef dat tot hij bij de staatsgreep van generaal Soeharto in 1966 zijn macht verloor.
Drs. Pieter Soels
Drs. Pieter Soels, leraar scheikunde aan de gemeente H.B.S. in Nijmegen.
Majoor J. Somer
Majoor Jan M. Somer (1899-1979) was voor de oorlog officier in het KNIL en docent aan de KMA in Breda. Vanaf begin 1941 gaf hij leiding aan een spionagegroep in Brabant. Om die reden moest hij uiteindelijk vluchten. In januari 1943 bereikte hij Londen na een maandenlange tocht via Zwitserland, Suriname, Curaçao en de Verenigde Staten. In Londen werd hij tweede man en vervolgens hoofd van het Bureau Inlichtingen. Een dag na de bevrijding van Eindhoven vestigde hij het hoofdkwartier van BI in het Van Abbe Museum.
Willem van Sonsbeeck
Willem G.A. van Sonsbeeck (1877-1969) was voor de oorlog griffier van de Tweede kamer en burgemeester van Breda. In 1936 werd hij benoemd tot gouverneur van Limburg, een functie die hij vervulde totdat de Duitsers in 1941 de NSB’er graaf Marchant d’Ansembourg in zijn plaats aanstelden. In augustus 1944 ging hij deel uitmaken van het College van Vertrouwensmannen. Een maand later, na de bevrijding van Maastricht, hervatte hij zijn werk als gouverneur. De argwaan van De Quay over vernieuwingsgezindheid van Van Sonsbeeck werd bevestigd door de vele conflicten die deze in 1944 en 1945 had met vertegenwoordigers van het voormalige verzet, vooral inzake het trage verloop van de bestuurlijke zuiveringen in Limburg.
Barend van Spaendonck
Mr. dr. B.J.M. (Barend) van Spaendonck (1896-1967) vervulde een centrale en stimulerende rol in vele sociaal-economische netwerken in Tilburg en Noord-Brabant, vooral in zijn rol als secretaris van werkgeversorganisaties, onder meer van textiel en van schoenen en leder en bij de Kamer van Koophandel. Ook was hij bestuurslid van de Katholieke Leergangen en van de Tilburgse Economische Hogeschool. In de oorlogsjaren trad hij op als directeur van het Rijksbureau voor Wol en Lompen, een positie waarin hij voortdurend moest balanceren tussen Duitse eisen en maatregelen enerzijds en de belangen van de ondernemingen en hun arbeiders anderzijds. In het voorjaar van 1944 werd hij een maand gevangen gezet in Haaren. Zijn benoeming na de bevrijding tot lid van het College van Economische Aangelegenheden riep verzet op. Het Militair Gezag voelde zich gedwongen een onderzoekscommissie in te stellen naar de gedragingen van Van Spaendonck tijdens de bezetting, later volgde nog een tweede onderzoek op nationaal niveau. Na veertien maanden werd Van Spaendonck volledig gezuiverd.
Charles van Spaendonck
Charles F.J.M. van Spaendonck (1912-2001), fabrikant van de wollenstoffenfabriek André van Spaendonck & Zonen. Hij voerde de directie samen met zijn broer Rob (1916). Deze was betrokken bij het verzet in Tilburg en werd na de door verraad mislukte aanslag in januari 1944 op de NSB-politieman en mensenjager Piet Gerrits gearresteerd en in de Drunense Duinen geëxecuteerd. Hun beider jongere broer Frans (1920) werd als lid van de Trouw-groep in mei 1944, nota bene door dezelfde Piet Gerrits, op zijn onderduikadres gearresteerd en gevangen gezet in Kamp Vught. Als enige van de vijfentwintig van de Trouw-groep werd hij daar niet geëxecuteerd, maar wegens gebrek aan voldoende bewijs veroordeeld tot levenslang. Vanuit Vught werd hij op transport gesteld naar Duitsland waar hij in maart 1945 in Buchenwald overleed.
Dré van Spaendonck
Andreas M.J. (Dré) van Spaendonck (1895-1957) was leraar oude talen en geschiedenis aan het St. Odulphuslyceum in Tilburg en teven bibliothecaris van de R.K. Leeszaal. Hij was een broer van Barend van Spaendonck.
Karel van Spaendonck
Karel J.A.M. van Spaendonck (1885-1960), directeur van de Rotterdamse Bank in Tilburg.
Maria van Spaendonck-Loven
Maria C.C. Loven (1883-1958), weduwe van de Tilburgse wollenstoffenfabrikant Frans A.J.M. van Spaendonck (1882-1936). Zij was de moeder van Charles van Spaendonck en ook van Rob van Spaendonck (1916-1944) en Frans van Spaendonck (1920-1945) die beiden als gevolg van verzetswerk in de oorlog om het leven kwamen.
Wim van Spaendonck
Wim C.A.M. van Spaendonck (1903-1977), eigenaar van de wollenstoffenfabriek Triborgh aan de Bisschop Zwijssenstraat.
Mr. Frans Spat
Mr. Frans E. Spat (1896-?) was directiesecretaris van Philips. Na de oorlog was hij ook betrokken bij de EVO, de Eigen Vervoerders Organisatie, belangenbehartiger van het goederenvervoer.
Mr. Dr. Th. W. F. Speetjens
Théophile Willem Frans Speetjens (1894-1977) was directeur van de Rotterdamsche Bank in Venlo, waar hij ook in het openbare leven actief was. Hij promoveerde op 1 februari 1940 aan de Katholieke Universiteit Nijmegen op het proefschrift De ontbinding van de Naamlooze Vennootschap naar Nederlandsch Recht. In 1947 trad hij als penningmeester hij toe tot het bestuur van het Centrum voor Staatkundige Vorming. Het jaar daarop werd hij benoemd tot kantonrechter-plaatsvervanger in Venlo. In 1953 was hij lid van een commissie van de KVP die de staatkundige eenheid van het katholieke volksdeel onderzocht.
A.B. Speekenbrink
In de dagboeken ook: Spekenbrink of Spekenbrinck. Antonius B. Speekenbrink (1905-1977) groeide op in Nederlands-Indië, studeerde economie in Rotterdam en werkte sinds 1934 bij het ministerie van Economische Zaken, in de oorlogsjaren in Londen. In 1945 werd hij directeur-generaal van de dienst buitenlandse economische betrekkingen op het ministerie. Nadien werkte hij als diplomaat in Indonesië en de Verenigde Staten. In 1957 werd hij gouverneur van de Nederlandse Antillen.
Mr. E. Speyart van Woerden
Eduard L.M.H. baron Speyart van Woerden (1890-1986) was sinds 1934 procureur-generaal bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. In september 1940 werd hij door de Duitsers ontslagen, in januari 1941 als gijzelaar naar Buchenwald overgebracht en vervolgens naar Sint-Michielsgestel, waar hij in september 1944 wist te ontsnappen. Na de bevrijding van ’s-Hertogenbosch hervatte hij zijn functie van procureur-generaal en dus ook hoofd van de politie in het Zuiden. De chaotische situatie bij arrestaties van politieke verdachten en de toestanden in de interneringskampen waren hem een gruwel. Zijn pogingen om de situatie weer in het spoor van wetten en regels te krijgen, bracht hem in hevig conflict met de voormalige illegaliteit, gesteund door het Militair Gezag. Toen de illegaliteit in januari 1945 dreigde met een aanslag tegen Speyart van Woerden, wist Kruls te bewerkstelligen dat deze samen met minister van Justitie Van Heuven Goedhart naar Londen werd teruggeroepen.
Pater G.F. Spiekman
In de dagboeken: Speckman. G.F. Spiekman (1905 - ?) was rector van het klooster Brakkenstein van de paters van het Allerheiligst Sacrament (S.S.S.) in Nijmegen. Hij was gijzelaar in Haaren van juli 1942 tot november 1943.
Majoor Jaap Staal
Jacob J. (Jaap) Staal (1913-1981) was een Engelandvaarder die dienst nam bij een Brits regiment. Tijdens operatie Market Garden in 1944 werd hij, als lid van een Jedburgh-team, ingezet achter de vijandelijke linies. In 1947 emigreerde hij naar Zuid-Afrika.
Jacques Stalpers
(Waarschijnlijk) Jacobus A. (Jacques) Stalpers (1922-2003). Hij deed doctoraal economie in Tilburg in 1945 en doctoraal psychologie in Leiden in 1953. Hij promoveerde in Nijmegen in 1964 en was eerst lector en vanaf 1965 hoogleraar sociale pedagogiek in Tilburg.
H. Staring
H. Staring, een luchtmachtofficier, was in 1941 gedurende tien maanden Algemeen Secretaris van de Nederlandse Unie.
A.W.L.T. van Starkenborgh Stachouwer
In de dagboeken: Starkenborch, Starkenborg en Starkenboirgh. Alidius W.L. Tjarda van Starkenborgh Stachouwer (1888-1978) was een bestuurder en diplomaat. Voor de oorlog was hij Commissaris van de Koningin in Groningen en gezant in Brussel. In 1937 werd hij gouverneur-generaal in Nederlands-Indië. De oorlogsjaren bracht hij door in Japanse gevangenschap. Na de bevrijding keerde hij niet in zijn functie terug.
Mr. Maurice Steenberghe
mr. Henri Paul Maurice Steenberghe (1902-1986), advocaat en procureur. Hij was een broer van Max Steenberghe.
Mr. Max Steenberghe
Mr. Max P.L. Steenberghe (1899-1972), bedrijfsjurist en vervolgens directeur van de N.V. Van Puijenbroeks Textielfabrieken in Goirle. Als politicus van de RKSP werd hij in 1933 minister van Economische Zaken in het tweede kabinet Colijn. Twee jaar later diende hij zijn ontslag in uit protest tegen het vasthouden aan de Gouden Standaard. In 1937 kreeg hij opnieuw de post Economische Zaken, nu in het vierde kabinet Colijn en hij zette dit voort in het tweede kabinet De Geer dat aantrad in 1939. Toen het kabinet in mei 1940 besloot naar Engeland uit te wijken, weigerde hij aanvankelijk mee te gaan. Uiteindelijk voegde hij zich bij zijn collega’s, maar pas nadat hij persoonlijk in naam van het kabinet het regeringsgezag had overgedragen aan generaal Winkelman. In Londen nam hij regelmatig afstand van het beleid van de inmiddels als minister-president aangetreden Gerbrandy, waardoor hun verhouding snel verslechterde. In 1941 nam hij ontslag als minister. Nadien kreeg hij een functie als belangenbehartiger van Nederland in de Verenigde Staten op het gebied van economie, financiën en scheepvaart.
Maxje Steenberghe
Amédée Maximilien F.M. Steenberghe (1930), zoon van Max Steenberghe.
To Steenberghe
Catharina Th. M. Ausems, echtgenote van Max Steenberghe.
Zus Steenberghe-Aussems
Adriana A.M. Berkvens (1902-?), echtgenote van Henri P.M. Steenberghe.
Prof. Fons Steger
Prof. dr. Alphonsus M.A.A. (Fons) Steger (1874-1953) doorliep het gymnasium te Katwijk en werd later als chemicus hoogleraar in Delft. Van 1922 tot 1945 was hij voor de RKSP lid van de Eerste Kamer.
Mr. A. Steinkühler
In de dagboeken: Steinküller. Mr. A.M.C.J. Steinkühler (1900-1952) was secretaris van de Kamer van Koophandel in Zuid-Oost Brabant en werd na de bevrijding door het Militair Gezag aangetrokken als adviseur voor economische aangelegenheden. Tevens werd hij bestuurslid van de door Frits Philips in het leven geroepen ‘Eindhovensche Fabrikantenkring’. Steinkühler was een van de ondertekenaars van het Eindhovens Adres. Ook was hij als auteur betrokken bij een ‘Rapport omtrent de zuivering van het Nederlandsch bedrijfsleven’ waartoe generaal Kruls opdracht had gegeven.
Willem Steinmetz
Willem Steinmetz (1891-1968) was vanaf 1931 voor de RKSP gemeenteraadslid in Amsterdam. Twee jaar later kwam hij ook in de Tweede Kamer. In 1942 werd hij door de bezetter gegijzeld in Sint-Michielsgestel.
Joop Steinweg
In de dagboeken ook: Steinwegen en Steenweg. J.A.H. (Joop) Steinweg (1876-1973) was van 1929 tot 1942 burgemeester van Nijmegen. Hij was getrouwd met de Tilburgse Christina J.M.F. van Spaendonck (1889-1972), een halfzuster van Barend van Spaendonck. Hun dochter Joke trouwde met Lodewijk van der Lande, een broer van De Quays echtgenote Maria.
Paul Steinweg
Paul J.D. Steinweg (1917-2011), zoon van de burgemeester van Nijmegen, J.A.H. Steinweg, die in 1942 onder druk van de bezetter had moeten aftreden. Zelf werkte hij bij de gemeentesecretarie van Tilburg, maar was inmiddels ondergedoken. Mogelijk hield dit verband met de spectaculaire overval door een verzetsgroep op de Tilburgse gemeentesecretarie in januari 1944, ook wel bekend als ‘de Tilburgse zegeltjeskraak’. Van 1946 tot 1982 was hij zelf burgemeester, namelijk van Son en Breugel.
Dirk Stikker
Dirk U. Stikker (1897-1979) was ondernemer. Hij was betrokken bij de heroprichting, in 1946, van de Liberale Staatspartij onder de naam Partij van de Vrijheid. In januari 1948 ging deze op in de VVD. Stikker was daarvan de eerste partijvoorzitter. Van 1948 tot 1952 was hij minister van Buitenlandse Zaken in de eerste twee kabinetten-Drees. Later werd hij ambassadeur bij de NAVO, waarvan hij in de jaren zestig secretaris-generaal werd.
Pater Siegfried Stokman
In de dagboeken ook: Stockman. Jacobus G. (kloosternaam Siegfried) Stokman o.f.m. (1903-1970), was als franciscaan werkzaam bij de katholieke vakbeweging (RKWV). Voor en tijdens de oorlog was hij ook adviseur van kardinaal De Jong inzake arbeidsaangelegenheden. In 1944 vertegenwoordigde hij de Nederlandse bisschoppen in het College van Vertrouwensmannen, door het kabinet Gerbrandy ingesteld ter voorkoming van een gezagsvacuüm bij de bevrijding. Als zodanig werd Stokman de belangrijkste politieke adviseur van kardinaal De Jong. Hij werd mede daardoor een centrale figuur in de pogingen om na de oorlog de katholieken opnieuw te verenigen in een al dan niet vernieuwde politieke partij.
Benno Stokvis
De letterkundige en advocaat Benno J. Stokvis (1901-1977) was sinds 1935 lid van de CPN en vanaf 1946 kamerlid voor deze partij. In 1952 brak hij met de CPN. Drie jaar later sloot hij zich aan bij de PvdA en nog later bij DS’70.
Rie Stokvis-Knapper
Marie (Rie) Stokvis-Knapper (1903-1970) kwam als Engelandvaarder in 1942 naar Londen. Ze was daar onder meer betrokken bij de oprichting van het Vrijwillig Vrouwen Hulpkorps van de landmacht. Ten tijde van de bevrijding was ze adjudant van Koningin Wilhelmina.
Hermanus van Straelen
Hermanus J.J.M. van Straelen was sinds de jaren dertig aalmoezenier. In juni 1945 volgde een benoeming tot hoofdlegeraalmoezenier.
Joop Sträter
In de dagboeken ook: Straeter en Strater. Josephus V.M. (Joop) Straeter (1894-1965), fabrikant van wollen stoffen in Tilburg. Hij was een broer van Miep van der Lande-Straeter, een schoonzus van Jan de Quay. Straeter was net als De Quay lid van de Tilburgse Studieclub P.C. de Brouwer.
Mr. A. Struycken
In de dagboeken: Struijken. Mr. A.A.M. (Teun) Struycken (1906-1977), een Bredase jurist. Hij was voor de oorlog als RKSP’er gemeenteraadslid en wethouder in Breda, alsmede lid van Provinciale Staten. Van mei 1942 tot januari 1944 was hij gijzelaar in Beekvliet, waar hij als een van de Heeren Zeventien deelnam aan de gesprekken over de politieke en maatschappelijke inrichting van het naoorlogse Nederland.
Ko Suurhoff
In de dagboeken: Suurhof. J.G. (Ko) Suurhoff (1905-1967) was een socialistisch politicus. Al voor de oorlog was hij actief in de SDAP en het NVV. In 1945 was hij betrokken bij de oprichting van de PvdA. Een jaar later kwam hij voor die partij in de Tweede Kamer. In de kabinetten Drees II en III fungeerde hij als minister van Sociale Zaken, van 1952 tot 1958. In de jaren zestig was hij in het kabinet-Cals minister van Verkeer en Waterstaat.
Isidoor Swane
Isidoor A. Swane (1876-1948), advocaat en procureur te Vught, gehuwd met Maria A.H. (Mia) Jurgens (1884-?). Van 1918 tot 1922 was hij Kamerlid voor de RKSP.
Mia Swane-Jurgens
Maria Jurgens, echtgenote van Isidoor Swane.
Mgr. Sweens
Alexander F.M. Sweens (1864-1945) was een katholiek priester. Van 1921 tot 1940 was hij president van het Groot Seminarie in Haaren.
Anton Swinkels
Anton H.J. Swinkels (1900-1971). In 1928 startte hij als een van de eerste full-time architecten in Nederland een architectenbureau in Maastricht. Voor de oorlog ontwierp hij enkele kenmerkende Maastrichtse gebouwen in de stijl van de Amsterdamse School.
Mevr. A. Taminiau
A.M.J. Taminau-Hillen, de schoonmoeder van Barend van Spaendonck uit diens eerste huwelijk.
Dr. A. Taminiau
Dr. A. (Pum) Taminiau, huisarts in Tilburg en zwager van Barend van Spaendonck.
Sjeng Tans
Jean G.H. (Sjeng) Tans (1912-1993) was voor de oorlog lid van de RKSP, maar werd als echte doorbraak katholiek via de Nederlandse Volksbeweging lid van de PvdA. Hij werd voor deze partij zowel Kamerlid als partijvoorzitter.
Sal Tas
Salomon (Sal) Tas (1905-1976), journalist en socialistisch politicus. Hij was een van de oprichters van de PvdA, voor welke partij hij zitting had in de Amsterdamse gemeenteraad. Als journalist werkte hij voor Het Parool.
Mr. B. Tellegen
Mr. B.D.H. Tellegen (1885-1964) was griffier van Provinciale Staten van Zeeland.
Dr. F. Tellegen
F.Ph.A. Tellegen (1904-1985) promoveerde in Delft in de technische wetenschappen en studeerde daarnaast theologie en wijsbegeerte. In 1945 werd hij landelijk voorzitter van de Katholieke Actie, een op leken gerichte organisatie waarmee de kerk de secularisering wilde tegengaan.
Jan van den Tempel
Jan van den Tempel (1877-1955) was een vakbondsman en politicus van de SDAP. Van 1915 tot 1939 was hij lid van de Tweede Kamer, vervolgens werd hij minister van Sociale Zaken in het kabinet De Geer II. Hij bleef aan tot februari 1945.
Admiraal Jan Willem Termijtelen
In de dagboeken: Admiraal Termytelen. Jan Willem Termijtelen (1893-1977) was een Nederlands marineofficier. Bij het uitbreken van de oorlog deed hij dienst in Nederlands-Indië. In 1941 kwam hij, inmiddels schout-bij-nacht, op verzoek van minister Fürstner van Marine naar Londen. Daar werd hij chef van de marinestaf en tevens secretaris-generaal bij het ministerie. Vanaf 1944 was hij ook Directeur der Luchtstrijdkrachten. In 1944 werd hij bevorderd tot vice-admiraal.
Mr. G. van Tets van Goudriaan
In de dagboeken: Van Tets. Jhr. mr. George C.W. van Tets van Goudriaan (1882-1948) was sinds 1921 directeur van het Kabinet van de Koningin.
Mr. Frans Teulings
Mr. Franciscus G.C.J.M. (Frans) Teulings (1891-1966) behoorde tot een Bossche familie van uitgevers en courantiers. Hij was voor de oorlog secretaris van de RKSP en sinds 1929 lid van de Tweede Kamer voor deze partij. In 1940 keerde hij zich tegen de Nederlandse Unie, die hij een antidemocratische gezindheid verweet. Net zo verzette hij zich na de bevrijding tegen de Doorbraak. Vernieuwers als De Quay kregen van hem het verwijt dat zij met hun plannen de weg bereidden voor degenen die streefden naar versterking van het uitvoerend gezag, onder wie koningin Wilhelmina. Teulings wilde herstel van de vooroorlogse verhoudingen en dus ook een terugkeer van de RKSP.
Leo Teulings
Leonardus J.J.M. (Leo) Teulings (1890-1973) was directeur van drukkerij C.A. Teulings in Den Bosch en medeoprichter van de Verenigde Nederlandse Uitgeverijen (VNU). Leo Teulings was een broer van Frans Teulings. Jan de Quay was commissaris bij de VNU.
J.A. Teunissen Bruggink
In de dagboeken: Theunissen. J.A. Teunissen Bruggink, een Nijmeegse student, had in de bezettingsjaren een belangrijk aandeel gehad in de distributie vanuit Nijmegen van het illegale blad Je Maintiendrai. Meteen na de bevrijding van Nijmegen was hij betrokken bij het persbureau Illegale Pers dat van het Militair Gezag zeggenschap kreeg in de Nijmeegse naoorlogse legale pers. Maar zijn belangrijkste activiteiten waren gericht op de naoorlogse uitgave van Je Maintiendrai als weekblad.
Ir. Gauthier H. Thal Larsen
In de dagboeken ook: Thiel Larssen. Ir. Gauthier H. Thal Larsen (1899-1965) was van oorsprong Zweeds. Hij was bedrijfsleider van de apparatenfabriek bij Philips en raakte al vroeg betrokken bij het verzet, waar hij fungeerde als waarnemend commandant van de Ordedienst in het gewest Eindhoven. Na de bevrijding werd hij Hoofd van het Centraal Vrijwilligersbureau in Eindhoven.
Frans-Jozef van Thiel
Mr. F.J.F.M. (Frans-Jozef) van Thiel (1906-1993) was een Brabantse advocaat en ondernemer. In mei 1942 werd hij korte tijd gegijzeld in Sint-Michielsgestel, maar al snel ontslagen op medische gronden. Na de bevrijding had hij zitting in de gemeenteraad van Helmond. Van 1948 tot 1952 was hij lid van de Tweede Kamer namens de KVP. Vervolgens werd hij in het kabinet-Drees II de eerste minister voor Maatschappelijk Werk. Nadien was hij nog zestien jaar kamerlid, waarvan zeven jaar als voorzitter.
Pater Rudolph van Thiel S.J.
Rudolph J.W.M. van Thiel (1904-1969), jezuïet, was een oudere broer van Frans-Josef van Thiel.
Thijssen Barendonk
In de dagboeken ook: Thyssen. Eigenaar van De Barendonck, een landgoed en voormalig kasteel in Beers.
Karel Thomas
C.P.N. (Karel) Thomas, leider van de Ordedienst in ’s-Hertogenbosch en half november 1944 door overste De van der Schueren van het Militair Gezag benoemd tot districts militair commissaris ’s-Hertogenbosch.
Mr. Jan Thomassen
Mr. Jan Thomassen (1908-1951) was van 1946 tot 1951 particulier secretaris van prins Bernhard. Hij was een broer van Wim Thomassen.
Wim Thomassen
Willem (Wim) Thomassen (1909-2001), een onderwijzer die voor de oorlog bestuurssecretaris was van de sociaaldemocratische jeugdbeweging, de AJC. Hij was groot voorstander van vernieuwing van de SDAP, dat wil zeggen verbreding tot een partij waarin ook anderen dan de traditionele aanhangers zich thuis konden voelen. In de bezetting drong hij tot tweemaal toe binnen in kamp Beekvliet om deel te nemen aan de vernieuwingsdiscussies. Hij was redactielid van Je Maintiendrai, Vrij Nederland en Christofoor. Na de oorlog was hij secretaris van de Nederlandse Volksbeweging en aansluitend daarop van de PvdA.
Willem H. Thorbecke
Willem H. Thorbecke was een Nederlandse vliegenier die tijdens de oorlog dienst deed in het 622ste squadron van de RAF dat met Lancasters bombardementsvluchten uitvoerde op Duitse doelen, maar in april 1945 ook betrokken was bij voedseldroppings boven bezet Nederland. Hij werd in december 1945 onderscheiden met het DFC, een hoge Britse onderscheiding. Jan de Quay was behulpzaam bij zijn vroegtijdige demobilisatie in 1945.
Willem J.R. Thorbecke
Willem J.R. Thorbecke (1892-1989) was Nederlands ambassadeur in China tot hij in 1935 wegens echtscheiding werd ontslagen uit diplomatieke dienst. Hij werd vervolgens hoogleraar Staatswetenschap aan Emory University in Atlanta in de V.S.
Tiels
Buurtbewoner van de Hiersenhof.
John Tissot van Patot
In de dagboeken: Tissot v. Talbot. John Tissot van Patot (1871-1948), kolonel der mariniers.
Loek des Tombe
Antoine L. (Loek) des Tombe (1907-1987) werd, na eerdere posten in Abcoude en Soest, medio 1946 benoemd tot burgemeester van Apeldoorn.
A. Tops
A.A. Tops. Hij was actief in kringen van oud-illegalen in Eindhoven en trad daar ook op als vertegenwoordiger van het blad Je Maintiendrai.
Generaal A. van Tricht
Aleid G. van Tricht (1886-1969) was in 1940 militair attaché in Bern en Rome. In Zwitserland verleende hij in de oorlogsjaren steun aan talrijke vluchtelingen en Engelandvaarders.
Mr. Leonardus Trip
Mr. Leonardus J.A. Trip (1876- 1947) was van 1931 tot 1941 en van mei 1945 tot april 1946 directeur van de Nederlandsche bank. In 1946 werd hij voorzitter van de Ereraad Nederlandse Unie, maar moest wegens ziekte deze functie al snel overdragen aan J.P. Fockema Andreae.
Ir. Theo Tromp
Ir. Theo Ph. Tromp (1903-1984) was directeur van de radiobuizenfabriek van Philips. In de oorlog gaf hij onder de schuilnaam ‘Harry’ leiding aan een verzetsgroep (Geheime Dienst Nederland) die vooral economische inlichtingen doorgaf aan Londen. Na de bevrijding was hij kapitein bij het Bureau Inlichtingen. Tromp was betrokken bij het Eindhovens Adres en eveneens lid van de Zuidelijke delegatie die in februari 1945 naar Londen reisde. In april 1945 werd hij minister van Waterstaat in het derde kabinet Gerbrandy.
Charles Truijen
Dr. Charles Truijen, directeur van de N.V. Kunstzijdespinnerij Nyma in Nijmegen.
Fons Tuinstra
Fons Tuinstra was waarnemend hoofdredacteur van het Limburgse blad Veritas, dat in 1941 was verboden door de bezetter, maar vanaf september 1944 weer dagelijks verscheen. Met een oplage van 89.000 in februari 1945 was het veruit de grootste krant van Zuid-Limburg. Vanaf 15 maart verscheen de krant onder de naam Gazet van Limburg.
Kapt. H. van Tuyl van Serooskerken
In de dagboeken ook: v. Tuyl, v. Tuijl. H.W.J. baron van Tuyl van Serooskerken, adjudant van prins Bernhard.
Abraham van Uxem
Abraham van Uxem (1911-1996) was van 1939 tot 1942 secretaris van de Zeeuwsche Landbouwmaatschappij en van 1942 tot 1945 bedrijfskundig consulent van het Landbouw Economisch Instituut in Zeeland.
Willem Vasbinder
In de dagboeken ook: Vastbinder. Willem Vasbinder (1900-1974), een technicus bij waterleidingmaatschappijen, was in de oorlog in Groningen actief voor de Nederlandse Unie. Later kwam hij in het verzet. In 1945 was hij chef staf van de Binnenlandse Strijdkrachten in Groningen. Vervolgens werd hij als lid de PvdA burgemeester in Bellingwolde.
Mr. B. ter Veer
Mr. B.I.A.A. ter Veer (1899-?) was rechter in Breda en Den Haag. In 1944 stelde Kruls hem aan als hoofd Juridische Zaken van het Militair Gezag. Vervolgens werd hij hoofd Bijzondere Rechtspleging op het ministerie van Justitie.
Mr. Joris in 't Veld
Mr. dr. Joris in ’t Veld (1895-1981) was een sociaaldemocratisch politicus. Van 1937 tot 1948 was hij lid van de Eerste Kamer voor de SDAP en vervolgens voor de PvdA. In 1937 werd hij burgemeester van Zaandam. Nadat hij in 1941 door de bezetter was ontslagen, keerde hij in 1945 terug op zijn post, totdat hij in 1948 minister werd van Wederopbouw en Volkshuisvesting. In 1946 was hij lid van de Ereraad Nederlandse Unie.
Mr. Petrus van der Velden
In de dagboeken: V.d. Velde. Mr. Petrus I.J.M. van der Velden (1890-1954). Sinds 1931 was hij voor de RKSP wethouder in Nijmegen. Na het gedwongen aftreden van burgemeester Steinweg in mei 1942 was hij waarnemer totdat de NSB’er Van Lokhorst in april 1943 op die post werd benoemd. Direct na de bevrijding werd hij wederom als waarnemend burgemeester geïnstalleerd,. Dat stuitte op bezwaren van de voormalige illegaliteit, die meende dat hij te meegaand was geweest tijdens de bezetting en ook van enkele katholieke prominenten die vonden dat hij te zeer een exponent was van de oude politieke garde. Daarop werd Van der Velden op 16 oktober door de districts militair commissaris van het Militair Gezag, ir. A. Blaauw, vervangen door mr. Charles Hustinx.
Eddy van der Ven S.J.
Eduard J.M. (Eddy) van der Ven (1899-?) was een oudere broer van Paula van der Ven, de echtgenote van De Quays vriend Frans Houben. Eddy van der Ven was jezuïet.
Frans van der Ven (Frank Valkenier)
Frans J.H.M. van der Ven (1907-1998), econoom en dichter – onder het pseudoniem Frank Valkenier. Vanaf 1938 was hij lector, vanaf 1945 hoogleraar aan de Economische Hogeschool in Tilburg. Hij was in de jaren dertig en veertig een van de drijvende krachten achter de beweging en het tijdschrift Brabantia Nostra, zowel in rol van voorzitter als die van hoofdredacteur. Vanuit die positie bouwde hij enthousiast mee aan het apparaat van de Nederlandse Unie. In 1941 werd hij door de bezetter gegijzeld in Sint-Michielsgestel. Frans was een broer van Eddy van der Ven en vanPaula van der Ven, de echtgenote van De Quays vriend Frans Houben.
Hans J.E. van der Ven
Henry J.E. (Hans) van der Ven (1921-1992) trouwde in november 1945 met Elisabeth M.Th.A. (Lily) van der Lande (1924 - ?), dochter van Bernard van der Lande, zwager van Jan de Quay.
Hans J.M. van der Ven
Henri J.M. (Hans) van der Ven (1917-?) was een jongere broer van Paula van der Ven, de echtgenote van De Quays vriend Frans Houben. Hij trouwde in december 1945 met Coleta J.M. Diepen (1919-?)
Noud v.d. Ven
(Mogelijk) Arnold J.M. van der Ven (1903-?), een broer van Paula van der Ven.
Phlip van der Ven
Phlip van der Ven zijn vrouw waren bevriend met het echtpaar de Quay. Volgens De Quay was hij een broer van Frans en Eddy van der Ven.
A.M.H. van de Venne
A.M.H. van de Venne (1902-?) was directeur van een Nijmeegse bouwmaterialenhandel toen hij in augustus 1942 werd gegijzeld in kamp Haaren. Hij verbleef daar tot december 1943.
Prof. J.A. Veraart
Prof.mr. J.A. Veraart (1886-1955), econoom en politicus. Vooral actief op het gebied van arbeidsaangelegenheden. Hij was voor de oorlog enige tijd Kamerlid voor de RKSP, maar brak met de partij vanwege het crisisbeleid van de regering en het aandeel daarin van de partij. Hij bracht de oorlogsjaren door in Londen, was enkele jaren economisch adviseur van minister-president Gerbrandy, tot deze hem in 1944 ontsloeg nadat hij – als overtuigd voorstander van de parlementaire democratie – in het Londense Vrij Nederland kritiek had geleverd op de plannen van het kabinet Gerbrandy voor de bestuursvoorziening in bevrijd gebied.
Mevr. Louise Verbrugge
Louise O. Verbrugge van ’s Gravendeel- jvr. Prisse (1889-1985) was afkomstig uit een Belgische adellijke familie en werd na het vertrek van koningin Wilhelmina naar Engeland haar hofdame.
Dr. Frans Vercammen
Dr. F.A. (Frans) Vercammen (1896-1971), leraar Nederlands en geschiedenis, en van 1937 tot 1944 ook conrector, aan het Odulphuslyceum in Tilburg. Als gepassioneerd kunsthistoricus en kunstliefhebber was hij ook de motor achter de in 1940 opgerichte Tilburgse Kunstkring. De Vercammens waren buren van De Quay in de Burgemeester Damsstraat in Tilburg.
Anton Verdijk
De Eindhovense burgemeester Anton Verdijk (1877-1951). In 1942 was hij door de bezetter ontslagen. Op de dag van de bevrijding van de stad, 18 september, werd hij door de plaatselijk verzetsbeweging PAN opgehaald en in triomf naar de Markt gebracht, waar hij door het voorlezen van een proclamatie aan de dolgelukkige menigte weer in zijn ambt werd hersteld.
Dr. Frans Verhagen
Frans B.A.M. Verhagen (1911-1993) promoveerde bij mgr J.A. Goossens op het proefschrift Geldrop: economisch-statistische beschrijving van een industriëele plattelandsgemeente vanaf het begin der 19e eeuw. Later nam hij het initiatief tot oprichting van de Stichting tot Behoud van Monumenten van Bedrijf en Techniek in het Zuiden van Nederland, en in 1983 ook van het Weverijmuseum in Geldrop.
Mr. Frans Verheyen
Jhr. mr. Franciscus X.H. (Frans) Verheyen (1896-1983), kantonrechter in ’s-Hertogenbosch. De Quay kende hem van zijn kostschooltijd in Katwijk De Breul en van zijn studietijd in Utrecht.
Pater Verhofstad
C.J.W. (Karel) Verhofstad s.j. (1905-1982) was rector van het Canisiuscollege in Nijmegen. Later gaf hij geschiedenis en economie aan het Ignatiuscollege in Amsterdam.
Mr. dr. Willem Verkade
Mr. dr. Willem Verkade (1905-1990) promoveerde als jurist in Leiden op de staatkundige denkbeelden van Thorbecke. Hij was sociaal-democraat en onder meer stadsredacteur van het dagblad Het Volk. Verkade was medeoprichter van het maandblad Het Gemeenebest, dat voor de oorlog streefde naar versterking van de volksgemeenschap. In de bezetting was hij actief in de Nederlandse Unie en voor het illegale blad Je Maintiendrai. Na de bevrijding zette hij zich in voor de NVB.
Hilda Verwey-Jonker
In de dagboeken: Mevr. Verwey. Hilda Verwey-Jonker (1908-2004). Zij was in 1932 de eerste afgestudeerde socioloog in Nederland. In 1935 werd zij, als enige vrouw, lid van de gemeenteraad van Eindhoven en wel voor de SDAP. Tijdens de oorlog was ze actief in het verzet. Na de bevrijding was ze een van de leidende figuren in kringen van vernieuwers in Eindhoven. Ze werd, wederom als enige vrouw, opgenomen in de Zuidelijke delegatie die in januari 1945 naar Londen reisde voor gesprekken met koningin Wilhelmina.
Johannes Maria Vianney (Pastoor van Ars)
Jean Baptiste Marie Vianney (1786-1859) was ruim 40 jaar pastoor van Ars-sur-Formans (F.). In 1925 werd hij heilig verklaard.
W. Vijftigschild
W. Vijftigschild was psycholoog. Rond 1950 was hij waarnemend directeur van het psychologisch laboratorium aan de Katholieke Universiteit Nijmegen dat was opgericht door prof. Theo Rutten.
Luitenant-generaal J.F. van der Vijver
In de dagboeken: Generaal van de Vijver. Luitenant-generaal J.F. van der Vijver was in 1940 hoofd van de missie van de Nederlandse opperbevelhebber, generaal Winkelman, bij het Franse hoofdkwartier. In Londen gaf hij onder meer leiding aan het Bureau Bijzondere Aangelegenheden, dat belast was met de voorbereiding van de terugkeer van koningin en regering. Hij was ook secretaris-generaal van het ministerie van Oorlog.
Fons de Vilder
De gebroeders A.F. (Fons) (1893-1954) en C.F. (Frans) de Vilder (1896-1970) waren directeuren van de Amsterdamse Ballast Maatschappij (ABM), de grootste aannemersmaatschappij van Nederland. Het was tevens de moedermaatschappij van Hollandia, waar Jan de Quay commissaris was. In de oorlog had ABM opdrachten aangenomen van de bezetter, maar ook diverse opdrachten geweigerd. Tegelijk hadden de gebroeders op uiteenlopende manieren steun verleend aan het verzet en aan tallozen die door de bezetter in de knel waren geraakt. Desalniettemin raakten zij, beschuldigd van economische collaboratie, na de oorlog verwikkeld in een juridisch steekspel dat tot juni 1951 zou aanslepen.
Mr. Jan de Vilder
Jan F. de Vilder (1895-1968) was advocaat en procureur. Hij was een broer van Fons en Frans de Vilder.
Ir. Marinus de Vink
Ir. Marinus de Vink (1908-1996) kwam in 1943 bij de Provinciale Planologische Dienst van Zeeland. Van 1945 tot 1973 was hij daar directeur.
Mr. J. de Visser
Mr. J. de Visser, ambtenaar bij ministerie van Algemene Zaken was aangesteld als secretaris van de Ereraad Nederlandse Unie.
Wouter Visser
Dr. Wouter J.A. Visser (1904-2002) was een kunsthistoricus die in 1936 aantrad als de eerste directeur van het Van Abbe Museum in Eindhoven. Een jaar later werd hij daar tevens gemeentearchivaris, maar in 1942 legde hij beide functies neer. In oktober 1944 kreeg hij een aanstelling als hoofd van de voorlopige commissie Monumentenzorg in het bevrijde Zuiden. Een maand later benoemde Kruls hem tot adviseur voor Nederlandse monumenten en kunstschatten bij het Militair Gezag, waarbij hij in januari 1945 als kapitein werd ingelijfd.
Wim Visser 't Hooft
De theoloog Willem A. (Wim) Visser ’t Hooft (1900-1985) verbleef tijdens de oorlog in het neutrale Zwitserland van waar hij contacten onderhield met kerken in de verschillende oorlogvoerende landen. Ook speelde hij een rol in het berichtenverkeer tussen het verzet in Nederland en de regering in ballingschap in Londen. In 1948 werd hij de eerste secretaris-generaal van de Wereldraad van Kerken.
R. Vissers
R.G.E. Vissers was een buurtgenoot van Jan de Quay en directeur van het Economisch-Technologisch Instituut voor Noord-Brabant (E.T.I.N.).
Morris Viteles
Morris S. Viteles (1898-1996), een Amerikaanse psycholoog van Russische afkomst. Hij was een toonaangevende pionier op het gebied van de bedrijfspsychologie, de studierichting waarin De Quay was afgestudeerd. Het ligt voor de hand dat beiden elkaar ontmoet hebben tijdens de gecombineerde, vier maanden durende huwelijks- en studiereis die Jan en Maria de Quay in 1927 maakten naar de Verenigde Staten.
E. de Vlam
E.M.J. de Vlam, directeur van een textielfabriek in Heeze en bestuursvoorzitter van het Nederlandse Rode Kruis in bevrijd gebied. Met Mgr. Hendrikx en jhr. Laman Trip oprichter van de HARK, de Hulpactie Rode Kruis.
Maria Vlot-Kuiper
In de dagboeken: Mevr. Vlot. Maria L. Kuiper (1909-?), weduwe van Cornelis Vlot (1906-1944). Deze was actief lid van de Nederlandse Unie, onder meer als gewestelijk commissaris in Utrecht. Nadien was hij redactielid van het illegale blad Je Maintiendrai. In augustus 1944 werd hij door de bezetter gearresteerd en twee maanden later met anderen gefusilleerd in Haarlem, als represaille voor de aanslag door het verzet op de Haarlemse politieman Fake Christ.
Nic Vlot
Nicolaas G. (Nic) Vlot (1916-1992) was tijdens de oorlog in Hilversum betrokken bij de illegale pers, onder meer het blad V.O.D.: Voorlichtingsdienst van Je Maintiendrai. In oktober 1944 coördineerde hij in opdracht van de Binnenlandse Strijdkrachten de verschijning van de dagelijks verschijnende nieuwsbladen in Het Gooi. Nic Vlot was geen familie van Cornelis Vlot.
David van Voorst Evekink
In de dagboeken ook: Van Voorst Eveking. David van Voorst Evekink (1890-1950), een Nederlandse militair was voor de oorlog militair attaché in Parijs. Week uit naar Londen, was daar enige tijd commandant van de Prinses Irene Brigade en vervolgens hoofd van het Bureau Organisatie Generale Staf.
Commissaris Arthur van Voorst tot Voorst
In de dagboeken: Arthur E.J. baron van Voorst tot Voorst (1858-1928), commissaris van de koningin in Noord-Brabant van 1894 tot 1928. Hij was de vader van Eduard van Voorst tot Voorst, de zwager van Jan de Quay.
Berend van Voorst tot Voorst
Berend-Jan baron van Voorst tot Voorst (1944), zoon van Eduard van Voorst tot Voorst en Rosa de Quay.
Cuna van Voorst tot Voorst
Dochter uit het eerste huwelijk van Eduard van Voorst tot Voorst, met Jvr. Theresia Smits (1894-1932).
Eduard van Voorst tot Voorst
Eduard H.J. baron van Voorst tot Voorst (1892-1972). Deze was tot 1935 burgemeester van Ubbergen en nadien lid van Gedeputeerde Staten van Gelderland. Vanaf 17 oktober 1944 was hij waarnemend commissaris van de koningin in het bevrijde deel van Gelderland. Hij was een zwager van Jan de Quay, want gehuwd met diens zus Rosa (1906).
Gen. Herman van Voorst tot Voorst
Generaal-majoor Herman F.M. baron van Voorst tot Voorst (1886-1971) werd in 1940 chef generale staf onder het opperbevel van generaal Winkelman. Net als zijn broer Godfried en om dezelfde reden was hij de gehele oorlogsperiode krijgsgevangene in Duitsland. Van 1946 tot 1949 was hij lid van de Eerste Kamer voor de KVP en van 1949 tot 1961 lid van de Raad van State.
Generaal J.J.G. van Voorst tot Voorst
In de dagboeken: Generaal Van Voorst. Generaal J.J.G. (Godfried) baron van Voorst tot Voorst (1880-1963) was tijdens de mobilisatie en in de meidagen van 1940 commandant van het veldleger. Omdat hij weigerde zijn woord van eer te geven dat hij zich niet tegen de Duitse autoriteiten zou verzetten, werd hij als krijgsgevangene naar Duitsland overgebracht, waar hij tot de Duitse nederlaag in 1945 zou verblijven. Na de bevrijding was hij voorzitter van de Commissie verantwoording krijgsgevangen officieren der Koninklijke Landmacht, ingesteld op grond van het Zuiveringsbesluit 1945. De commissie onderzocht 2900 gevallen, waarvan 150 nader door de militaire commissie van advies werden beschouwd.
Miek van Voorst tot Voorst
Miek: Maria C.J. (Miek) van Voorst tot Voorst (1923-2008), dochter uit het eerste huwelijk van Eduard van Voorst tot Voorst. Zij trouwde in 1949 met mr. Frans J.J.L. van Lanschot.
Sweder van Voorst tot Voorst
In de dagboeken: Sweder van Voorst of Van Voorst. Mr. Sweder G.M. van Voorst tot Voorst (1910-1988) was een Nederlands diplomaat. Hij werkte van 1940 tot 1944 als sous-chef van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Londen. Keerde nadien terug op de Nederlandse ambassade in Brussel waar hij al voor de oorlog werkzaam was geweest.
Tessy van Voorst tot Voorst
Theresia M.L. baronesse van Voorst tot Voorst (1932), dochter uit het eerste huwelijk van Eduard van Voorst tot Voorst, met Jvr. Theresia Smits (1894-1932).
Wendy van Voorst tot Voorst
In de dagboeken ook: Wendie. Wendela Th.M. (Wendy) van Voorst tot Voorst (1922-1983) was het oudste kind uit het eerste huwelijk van Eduard van Voorst tot Voorst. Zij trouwde in 1950 met dr. Piet van Loon uit Waalwijk
Koos Vorrink
Jacobus J. (Koos) Vorrink (1891-1955). Een sociaal-democraat in hart en nieren. Voor de oorlog voorzitter van de AJC. In 1934 werd hij voorzitter voor de SDAP, een jaar later ook Eerste-Kamerlid voor die partij. Samen met anderen stond hij aan de basis van het verzetsblad Het Parool. Ook was hij betrokken bij het Nationaal Comité dat plannen maakte voor een tijdelijke overgangsregering ten tijde van een Duitse capitulatie. In april 1943 werd hij gearresteerd en overgebracht naar het gijzelaarskamp Haaren. Een jaar later werd hij gevangen gezet in Sachsenhausen, waar hij in april 1945 werd bevrijd.
Hein Vos
Hein Vos (1903-1972) was een econoom en lid van de SDAP, later de PvdA. In de jaren dertig ontwierp hij met Jan Tinbergen het Plan van de Arbeid. In 1945 werd hij minister van Handel en Nijverheid in het kabinet-Schermerhorn-Drees en vervolgens minister van Verkeer in het eerste kabinet-Beel. Als enige minister verzette Vos zich tegen het beleid van de Nederlandse regering inzake Indonesië.
Admiraal Carel de Vos van Steenwijk
Viceadmiraal Carel de Vos van Steenwijk (1885-1959) was voor de oorlog enige tijd adjunct gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. In 1936 nam hij ontslag bij de marine, maar na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwam hij terug in actieve dienst. In oktober 1944 werd hij benoemd tot viceadmiraal.
Hans de Vries Reilingh
In de dagboeken De Vries Reiling. De geograaf Hans D. de Vries Reilingh (1908-2001) werd in 1949 hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. In de oorlogsjaren had hij deel uitgemaakt van leidende kringen in de Nederlandse Unie.
Pater Berry Vroom
Berry Vroom S.J. was lid van de Jezuïetenorde. In 1928 werd hij priester gewijd en vervolgens was hij werkzaam in Amsterdam en in Nijmegen. In november 1945 kreeg hij een aanstelling als aalmoezenier bij de Koninklijke Marine. Berry Vroom was een huisvriend van Jan de Quay.
Ir. J. Waardenburg
Ir. J.D.J. Waardenburg was van 1929 tot 1949 directeur gemeentewerken in Alphen aan de Rijn. Hij werd in de oorlog gegijzeld in Beekvliet in Sint-Michielsgestel.
Majoor J. van den Wall Bake
Majoor, later luitenant-kolonel J.W.H. van den Wall Bake, hoofd sectie Arbeidszaken van het Militair Gezag.
Gerard van Walsum
Gerard E. van Walsum (1900-1980) was een politicus van de C.H.U, die zich na de oorlog aansloot bij de PvdA, waar hij lid was van het hoofdbestuur. Hij was tevens actief als raadslid in Rotterdam, als lid van Provinciale Staten van Zuid-Holland en als lid van de Tweede en later ook de Eerste Kamer. Van 1948-1952 was hij burgemeester van Delft en vervolgens, tot 1965, van Rotterdam.
Jan Waterink
Jan Waterink (1890-1966), predikant, pedagoog en psycholoog. Werd in de jaren twintig benoemd tot hoogleraar aan de VU in Amsterdam, in onder meer catechese, pedagogiek en psychotechniek.
Henri Weijers
In de dagboeken: baard Weyers. Hendrikus F.J. (Henri) Weijers (1874-?) trouwde in 1911 met de Tilburgse Maria A.A.J Arnold. Van 1900 tot 1918 was hij directeur van een steenfabriek in Udenhout en later bestuurslid van de Algemene R.K. Werkgeversvereniging. Weijers was van 1921 tot 1951 lid van de Studieclub P.C. de Brouwer, dus deels gelijktijdig met Jan de Quay. De bijnaam ‘Baard Weijers’ had oorspronkelijk betrekking op zijn oom Gerard A. Weijers (1840-1928), een man met een rijzige gestalte en een grote, zwarte baard. Maar deze is kennelijk later op hem overgegaan.
Gerard en Jan Weitjens
G.M.J.A. (Gerard) Weitjens (1903-1978) aan de Bredaseweg, dan wel J.F.M. (Jan) Weitjens (1904-1984) aan de Ringbaan West, beiden buurtgenoten van De Quay. Beiden hadden ook tegelijk met de Quay op het internaat Katwijk De Breul van de jezuïeten in Zeist gezeten. De broers Weitjens voerden sinds 1934 samen de directie over de wollenstoffenfabriek van Mommers aan de Goirkestraat in Tilburg.
Griet Weitjens
Margaritha M.J.L. Weitjens (1933), dochter van Jan Weitjens.
Jan Weitjens jr.
Zoon van Jan en Til Weitjens. Hij trad in bij jezuïeten en werkte in de missie in Indonesië.
Til Weitjens-Janssens
In de dagboeken ook: Til Weytjens. Mathilda M.Th. Janssens (1906-?) echtgenote van Jan F.M. Weitjens.
Mr. J. Welsing
Mr. J.I.M. Welsing (1913-?) was een Nederlandse diplomaat die diverse ambassadeursposten bekleedde.
Charles Welter
Charles J.I.M. Welter (1880-1972), katholiek politicus. Was voor de oorlog enkele malen minister van Koloniën. Hij trad af in 1941 na een conflict met minister-president Gerbrandy. Welter was tegenstander van de dekolonisatie van Nederlands-Indië. Na de oorlog was hij lid van de Eerste Kamer (1945-1946) en van de Tweede kamer (1948-1963).
Mr. Philip Werner
In de dagboeken: Heer Werrner. Mr. Philip Werner (1904-1990) was directeur van het arbeidsbureau in Eindhoven. In november 1944 werd hij aangesteld als adviseur van het Militair Gezag voor arbeidszaken in Limburg, Zeeland en Gelderland. Philip Werner was bevriend met Louis Beel.
Pater Cornelis Wessels S.J.
Cornelis N.P. Wessels (1880-1964), een Brabantse jezuïet, was docent aan het Willibrorduscollege in Katwijk in de jaren dat Jan de Quay daar leerling was. Later gaf hij ook les aan het Canisiuscollege in Nijmegen en het Ignatiuscollege in Amsterdam.
Frans Weve OP
In de dagboeken: Weve. De dominicaan F.N.M. (Frans) Weve (1884-1976) was vanaf de oprichting tot aan zijn emeritaat in 1954 hoogleraar sociale wijsbegeerte en algemene filosofie aan de Tilburgse Hogeschool. Zowel voor als na de oorlog trad hij op als rector-magnificus.
Notaris Karel Weve
In de dagboeken ook: Fam. Weeve. Mr. Karel J.H.M Weve, notaris in Nijmegen en buurman van mevrouw Van der Lande-Jansen, de schoonmoeder van De Quay. In 1951 werd hij extern secretaris van de Raad van Commissarissen van Noury en Van der Lande.
Jan Wever / Fam. Wever
Dr. Johannes A. (Jan) Wever (1899 -?), accountant en bedrijfsadviseur, was een buurtgenoot van Jan de Quay in Tilburg. Na de bevrijding werd hij officier bij het Militair Gezag. Ook was hij voorzitter van het comité Tilburg October 1944 voor hulp aan oorlogsslachtoffers. Jan Wever was gehuwd met Josepha J.M. Vollaers (1909-1949).
Deken A. Wiegerinck
In de dagboeken: Wiegering. A.G.G.M. Wiegerinck, deken van Utrecht.
Henk van der Wielen
Hendrik G.W. (Henk) van der Wielen (1903-1990), sociograaf, was voor de oorlog actief in de beweging voor volkshogescholen. Hij werd in juli 1940 secretaris van de Nederlandse Unie. Van daaruit kwam hij in de verzetsgroep rond het blad Je Maintiendrai.
Agnes Wijffels
Agnes Wijffels (1931), dochter van Frans Wijffels.
Frans Wijffels
Ir. Frans C.M. Wijffels (1899-1968) was mijnbouwkundige en inspecteur-generaal van de Staatsmijnen. Jan de Quay kende hem uit het gijzelaarskamp in Gestel, waar zij beiden tot de ‘groep Banning’ behoorden, die ambitieuze plannen ontwierp voor een vernieuwing van de naoorlogse Nederlandse samenleving. Na de bevrijding drong hij – sterker nog dan De Quay – aan op snelle uitvoering daarvan. Dank zij de steun die hij had van de illegaliteit en het Militair Gezag was hij een van de leidende figuren in de delegatie van zeventien personen die in januari 1945 vanuit het bevrijde Zuiden naar Londen reisde om de koningin te informeren over de situatie in bevrijd gebied. In februari 1945 werd hij benoemd tot minister van Sociale Zaken in het derde kabinet Gerbrandy. Hij was een broer van Toon Wijffels.
Toon Wijffels
Drs. A.H.M. (Toon) Wijffels (1906-1971) had in Tilburg economie gestudeerd en sociale wetenschappen. Hij was voor de oorlog een van de leidende figuren in de beweging Brabantia Nostra. Tevens was hij redacteur van het tijdschrift Het Gemeenebest, maandblad ‘ter bevordering van de volksgemeenschap’ dat verscheen tussen 1938 en 1940. De redactie organiseerde in 1939 de zogeheten Woudschotenconferenties, waar ook De Quay als spreker optrad. In de bezettingsjaren was Toon Wijffels actief voor de Nederlandse Unie en in de illegale bladen Christofoor en Je Maintiendrai. Na de bevrijding was hij secretaris van de provinciaal militair commissaris Noord-Brabant van het Militair Gezag, ridder De Van der Schueren. Hij was een broer van Frans Wijffels.
Dr. Aart van Wijk
Dr. Aart van Wijk (1902-1976) was een gepromoveerd natuurkundige die sinds 1927 werkte bij het NatLab van Philips. In de bezetting raakte hij betrokken bij het verzet en ontwikkelde zich als specialist in het vervalsen van documenten. Na de bevrijding was hij actief in de Eindhovense afdeling van de georganiseerde oud-illegaliteit. Tevens trad hij toe tot het Militair Gezag.
Antonius van Wijnbergen
Antonius I.M.J. baron van Wijnbergen (1869-1950), president-curator van de R.K. Hogeschool in Tilburg.
Koningin Wilhelmina
In de dagboeken ook: Koningin, H.M. Wilhelmina, prinses der Nederlanden, prinses van Oranje-Nassau, hertogin van Mecklenburg (1880-1962), koningin der Nederlanden van 1890 tot 1948.
Pater Christianus Willekens
In de dagboeken ook: Wilkens. Christianus J.A. Willekens (1894-1966) was een r.k. priester uit het missieklooster van ‘de Rooi Harten’ in Tilburg. Hij was gijzelaar in Beekvliet in Sint-Michielsgestel van juli 1942 tot november 1943.
Mgr. Willekens
Petrus J. (Peerke) Willekens s.j. (1881-1971) was een Brabantse jezuïet die in 1928 werd uitgezonden naar Nederlands-Indië. Zes jaar later werd hij daar benoemd tot apostolisch vicaris. De katholieke kerk in Indonesië werd na de oorlog door Willekens aangepast aan de gewijzigde machtsverhoudingen. Hij bleef er tot zijn dood in 1971.
Joan Willems
Joan M. Willems (1909-1974), archeoloog. Had voor de oorlog al kritiek op de koers van de RKSP. Hij was actief in Brabantia Nostra en toen in 1940 de Nederlandse Unie werd opgericht, zette Willems hiervoor de afdeling Noord-Brabant op. In 1940 en 1941 werd hij korte tijd gegijzeld in Sint-Michielsgestel. Nadien werkte hij mee aan de bladen Je Maintiendrai en Christofoor en hield daarin pleidooien voor samengaan van katholieken en andersdenkenden in één progressieve partij. Toen na de oorlog de katholieke vernieuwingsgezinden onder leiding van De Quay alsnog toetraden tot de KVP, leverde Willems daarop forse kritiek. Hij bleef consequent, koos als een van de weinige katholieke jongeren voor de PvdA en nam voor die partij zitting in de Tweede Kamer.
Overste J. Wilson
Johannes J.C.P. Wilson (1893-1975), officier bij de Genie. In 1939 werd hij, inmiddels luitenant-kolonel, benoemd tot hoofd Algemene Operatiën bij de Generale Staf van generaal Winkelman. Van 1942 tot 1945 was hij krijgsgevangene in Duitsland. In 1946 werd hij kwartiermeester-generaal van de landmacht.
Friedrich Wimmer
Friedrich Wimmer (1895-1965) was een Oostenrijkse nazi. Hij werd in het bezette Nederland onder Seyss-Inquart Generalkommissar für Verwaltung und Justiz en in de rang van SS-Brigadeführer tevens plaatsvervanger van de Rijkscommissaris.
Generaal Henri Winkelman
Generaal Henri G. Winkelman (1876-1952) was in mei 1940 opperbevelhebber van het Nederlandse Leger. Nadat de regering op 13 mei was uitgeweken naar Londen, werd hem door minister Steenberghe ook het regeringsgezag opgedragen. Na het bombardement op Rotterdam tekende hij op 15 mei de capitulatie. Nadien weigerde hij echter met de Duitsers mee te werken. Toen hij op 29 juni 1940 in Den Haag leiding gaf aan de demonstraties van Anjerdag werd hij gearresteerd en als krijgsgevangene naar Duitsland gebracht. Hij bleef daar tot mei 1945.
Ir. P. Wirtz
Ir. P.A.A. Wirtz was mijningenieur, later directeur van de Oranje-Nassau-mijnen.
Ir. Herman Witte
Ir. Herman B.J. Witte (1909-1973) was als directeur gemeentewerken waarnemend burgemeester van Bergen Op Zoom tot hij in 1946 vast benoemd werd. Van 1952 tot 1959 was hij minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting. In 1959 werd hij burgemeester van Eindhoven.
Mr. Piet Witteman
Mr. P.J. (Piet) Witteman (1892-1972) was advocaat en politicus voor de KVP, waarvan hij ook enige tijd voorzitter was. In 1942 was hij acht maanden lang gegijzeld geweest in Sint-Michielsgestel. Na de oorlog werd hij gedeputeerde in Noord-Holland. Vanaf september 1947 was hij een jaar lang minister van Binnenlandse Zaken en vervolgens nog vijftien jaar lid van de Eerste Kamer.
Jo Wüthrich
In de dagboeken: Wütrich. J.R.E. (Jo) Wüthrich (1903-1944) was met Cornelis Vlot betrokken bij het illegale blad Je Maintiendrai. Beiden werden in augustus 1944 door de bezetter gearresteerd. Enkele maanden later werden zij, met anderen, in Haarlem gefusilleerd als vergelding voor de aanlag op de politieman Fake Christ.
Reinhard Zinkann
In de dagboeken ook: Zinnekan, Zunkan. Reinhard F. Zinkann (1901-1989) was de oudste zoon van de zakenman Reinhard Zinkann, die in 1899 met de technicus Carl Miele de firma Miele oprichtte. Zinnkan kwam in 1938 met zijn gezin naar Nederland toen hij door het nazibewind onder druk werd gezet om te scheiden van zijn joodse echtgenote Elisabeth Rügheimer (1889-?). In de oorlog verleende Zinkann steun aan de illegaliteit. Door onderduik wist hij aan vervolging te ontkomen. Zijn zoon werd novice bij de jezuïeten in Grave. In 1947 emigreerde Zinkann met zijn vrouw en dochter naar de Verenigde Staten waar hij onder de naam R.F. Timken-Zinkann een kunsthistorische autoriteit werd. Jan de Quay was commissaris bij Miele Waschmachine Maatschappij in Amsterdam.
Kapt. Van Zinnicq Bergmann
In de dagboeken: van Zinnicq Bergman. Robbert J. E. M. (Robbie) van Zinnicq Bergmann (1917-2004) was een cavalerieofficier die als Engelandvaarder gevechtspiloot werd bij de RAF. Hij voerde honderden missies uit, ook boven Nederland. Na de oorlog volgde hij Erik Hazelhoff Roelfzema op als adjudant van koningin Wilhelmina. In 1947 werd hij hofmaarschalk, een functie die hij – onder drie koninginnen – uitoefende tot 1980.
Jurr. Zoetmulder
A. Jurriaan Zoetmulder (1881-1972) was beeldend kunstenaar, romancier, toneelschrijver en journalist. Sinds 1923 eigenaar van een drukkerij en hoofdredacteur van het vrijzinnig-katholieke Eindhovensch Dagblad. Zoetmulder werd in de bezettingsjaren gegijzeld in Beekvliet in Sint-Michielsgestel.
Majoor Zouteriks
Th.W. Zouteriks, Nederlandse militair. In Londen waarnemend hoofd van de 2de afdeling van het departement van Oorlog.
Saal van Zwanenberg
Salomon (Saal) van Zwanenberg (1889-1974) was als directeur van de N.V. Zwanenberg’s Slachterijen en Fabrieken in Oss een toonaangevende figuur in de Nederlandse vleesverwerkende industrie. In 1923 stond hij tevens aan de wieg van de N.V. Organon, een farmaceutisch bedrijf dat slachtafval verwerkte tot geneesmiddelen. Bij het uitbreken van de oorlog vluchtte hij met zijn gezin op een Uruguayaans diplomatiek paspoort via Zwitserland naar Engeland. Hij spande zich daar bijzonder in voor hulpverlening aan Joden, zowel zij die hadden kunnen ontkomen als degenen die in Nederland waren achtergebleven. De Quay en Zwanenberg (en hun beider echtgenotes) raakten goed bevriend.
Ria van Zwetsloot
In de dagboeken: Juf. Ria van Zwetsloot, kindermeisje bij de familie De Quay.