Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Oud Strijp (11): Beeldenstorm en openlijke geweldpleging met verenigde krachten

Oud Strijp (11): Beeldenstorm en openlijke geweldpleging met verenigde krachten

Gerard Strijards

19 februari 2025

Bijgewerkt op 24 februari 2025

In het westelijk gelegen deel van de Lage Landen werden in de eerste helft van 1566 veel stadskerken aangevallen door bendes die het kerkelijk meubilair aan barrels sloegen. Waaronder veel heiligenbeelden.

Georganiseerde opruiing

Martin Luther
Maarten Luther, 1528 (bron: Wikimedia Commons).

De schenkers van deze beelden, de altaarbedienaars en de stichters van fundaties die de verering van deze beelden beoogden, werden soms, bij verzet, flink afgedroogd. Ook in Eindhoven, waar een wonderbaarlijk Mariabeeld in de Sint-Katharinakerk aanleiding had gegeven tot molest tegen hen, die wilden voorkomen dat de wonderdadige beeltenis losgewrikt en in de Dommel geworpen zou worden. Het beeld, zwaar gerestaureerd, prijkt nu in de Woenselse Sint-Petruskerk in een kapel ter opwekking van nieuwe volksdevotie en stichting. 

Het is via computeranimaties voorzien van een nieuwe glanzende, negentiende eeuwse uitmonstering naar de smaak van die tijd, en beantwoordt stellig niet meer aan de oorspronkelijke uiterlijke verschijningsvorm die het in die Sint Katrien had. Zie: https://gerardstrijards.nl/woensel-een-kerkgeschiedenis-voortgestuwd-door-vijftien-eeuwen/  Maar de geschiedenis ervan leert hoezeer de Kempen destijds verscheurd werden door deze geweldplegingen door rondtrekkende baldadige bendes uit het verre Zuiden, ingehuurd door de Vlaamse protestanten, die ook Brabant wilden opschudden en betrekken bij hun staatkundige revoltes. Luther had de verering van beelden gebrandmerkt als bijgeloof, de kerken als een kraam van santen (heiligen). De Augustijn had er niet bij gezegd dat de kerk ook nooit aanbidding van beelden had toegelaten of zelfs voorgeschreven.

De beeldenverering

De kerk had geleerd dat er mensen waren die voorbeeldig aan de christelijke Heilsgeschiedenis hadden deelgenomen en dat je gerust hun voorspraak mocht inroepen om tot een verstandhouding met God te komen. Maar Luther hield wel van opzwepende praat. Calvijn iets minder. Die was evenwel consequenter en leerstelliger in zijn uitgangspunt dat alleen geloofsaanvaarding door bijbelstudie de ziel redt. De gelovige is daarbij op zichzelf aangewezen. Organiseert hij zich daarbij, dan is toch die institutie een toevallig bijkomend middel.

Calvijn ziet wel dat de verenigde samenkomst om de studie van de bijbel te verrichten onder onderwijzing van iemand die daarvoor heeft dóórgeleerd de aanvaarding vergemakkelijkt. En dat die deelneming begunstigd moet worden. Hij zit daardoor dicht op iets wat op volkssoevereiniteit lijkt. Een gruwel voor de bij de Gratie Gods regerende Habsburgers. Die ervoeren de welgeorganiseerde aanvallen op beelden en kerken – geleid vanuit West-Vlaanderen – als een provocatie tegen de grondwettige regeringsvorm. Daartegen moest gewapenderhand opgetreden worden.

Het politionele veldleger

Johannes Calvijn
Johannes Calvijn (bron: Wikimedia Commons).

Madrid zond dus een veldleger. Onder leiding van de geduchte Spaanse Veldheer Alva. Hij moest over de Alpen; het vijandige Frankrijk stond geen doortocht toe. In augustus kwam hij in Luxemburg aan. Hij trad nu via expedities op tegen de brandhaarden. Politionele acties, zoals de Nederlanders de rekolonisatie-offensieven noemden in 1947-1949. Madrid zag dat niet als een oorlog; dan zou er een soevereine tegenstander moeten zijn.

Alva liet zijn leger de beproefde linkerbedding nemen van het Maasdal vanaf Namen. Het lag dus voor de hand dat het ná Luik bij Horn uit deze bedding zou marcheren, via Kempenland noordwaarts. Zijn berekeningen kwamen er op neer, dat dit veldleger hier en daar schansen kon leggen met brigades, die wellicht van het veld zouden kunnen leven. Een effectieve bezetting zou waarachtig niet nodig zijn: de Brabo’s leken vooral bevreesd en afwachtend, maar revolutionair, neen, dat kon hij ze echt niet noemen.

Het donderend afschieten van een vuurroer was vaak genoeg om zodanig te imponeren dat iedereen zich wel wachtte om de aandacht nog op zich te vestigen. Neen, in Braboland zat de vijand niet echt. Die zat boven de Grote Rivieren, met name de Rijn, een voor een leger bijna onoverkomelijke hindernis, want een brug over deze snelstromende gletsjerrivier was door pontonniers niet te leggen. Naar Amsterdam, naar Den Haag, want daar zat het echte gespuis.

Naar Holland

Naar het echt opstandige Holland, waar de geletterde ketters zouden huizen.  Via het eiland van Dordrecht, ontstaan door de genoemde Sint Elisabethsvloed, afgeschermd door de nieuwe mangrovekreken van de Biesbosch. Vanuit Dordt zou dan steunpunt genomen kunnen worden om over de Noord te zwaaien en de onafzienbare watermassa’s te passeren, eventueel via pontons. De beproefde route. De Gelderse troepen hadden haar ook gevolgd.

Alva had de militaire stafkaarten van Jacob van Deventer tot zijn beschikking, waar de routes vanaf Hasselt minutieus ingetekend waren conform de driehoeksmetingen waarin deze cartograaf zo’n meester was. Eindhoven stond er op, maar zelfs Strijp en ook dat men daar wegens de moerassigheid beter weg kon blijven. Alle militaire details die voor de tactische manoeuvres relevant konden zijn staan erin. Karel V had opdracht gegeven tot deze militaire cartografie, maar zulks in de stellige vooronderstelling dat een militaire veldtocht tegen de Lage Landen nooit nodig zou zijn, mits de overheden te Brussel maar wijs, terughoudend en geduldig zouden optreden bij de invoering van het nieuwe bestuursmodel.

Van Deventer had uit dien hoofde zich van zijn taak gekweten met opgave van alles wat voor een toekomstige operatie wellicht nodig zou zijn. Van Deventer had daartoe zelfs in “De Wildeman” logies genomen aan de Markt te Eindhoven en juist daarom zijn de Kempen zo ongelooflijk gedetailleerd van oriëntatiepunten – vooral duivenhuizen en kerktorens – bodemgradiënten, doorwaadbare plaatsen en legeringsmogelijkheden voorzien. Helaas had Karel het karakter van zijn stuurse zoon misrekend. Deze nazaat was snel getergd, beheerste dan de emoties in het geheel niet meer maar bleef besluiteloos. Totdat hij, voor de noodzaak van direct handelen gesteld, de slechtste oplossing koos. De verwoesting van Kempenland is er één tragisch voorbeeld van. Maar daaraan zijn reeksen toe te voegen die nog verbazen.

Eindhoven ca. 1550, Jacob van Deventer
Eindhoven op de kaart van Jacob van Deventer, ca. 1550 (bron: Wikimedia Commons).

De binnenrukking

De verkenningstroepen rukten op over Valkenswaard, maar zagen meteen dat wat er op de route lag niet veel zaaks was en zeker, dat de expeditionaire macht geen toereikende requisities kon doen ter proviandering. Kennelijk waren er al meerdere vijandelijke troepen deze legers vooraf gegaan en hadden grondig geplunderd. Dat werd doorgegeven naar de achteropdringende tros die daarom uitzwermde om elders voor de proviandering zorg te dragen, eventueel op de rechter Maasoever.

Er was verder geen militaire geregelde tegenstand te duchten, want er was geen echte tegenstander met staatsmacht die een georganiseerd zwaardmonopolie kon doen gelden, niet in deze desolate Kempen. Er was geen echte, serieus te nemen, vijand, dacht Alva, die meende dat hij het met zijn staf behaaglijk kon maken in en rondom Brussel. Geen vijand, geen oorlog, zelfs geen gewapend conflict.

Waar zit de vijand nu eigenlijk?

De Lage Landen konden dat niet zijn, die vijand, die ellendige graven nog minder. Alva onthoofdde bekwaam. Maar de onrust bleef. Ook in deze barre contreien. Holland blies haar aan. Alva moest verlenging aanvragen voor zijn veldleger. Hij moest waarachtig bezettingen gaan leggen. Dat was buiten verwachting. Hij ging nu bezettingsheffingen toepassen. Dat verergerde de opstandigheid. Dus vroeg hij additionele gespecialiseerde troepen. Holland zette zichzelf onder water. Die troepen kwamen in Zuid-Oost Brabant te liggen. Dat werd een militair barrièregebied.

Voor de Stripenaren maakte dat niets meer uit. Die hadden niets meer. Voor Eindhoven wel. Daar kon ingekwartierd worden. Maar dat riep tegenacties op vanwege de opstandelingen, aangestuurd vanuit Holland. De regeringsleider daar, Johan van Oldenbarneveldt, wilde na 1572 dat de gewelddadigheden zich in dat barrièregebied afspeelden. Dat lukte. Eindhoven werd belegerd, gaf zich over. Dan kwam de tegenpartij, belegerde, Eindhoven gaf zich over enzovoort, tot 1602. Toen kwam er een soort tijdelijke wapenstrekking, gevolgd door een bestand in 1609.

Platgebrand Strijp

Twaalfjarig Bestand
Het Twaalfjarig Bestand (bron: Wikimedia Commons).

De Strijpenaren hadden er niks aan. Want hun neringen en bedrijven lagen toch al plat. Geen nagel om aan de kont te krabben. Overleven was het parool. Maar dat was nauwelijks inwilligbaar. Klagen hield niet. Deed men dat, dan was de machthebbende partij erop geattendeerd dat er ergens nog mensen zich roerden. Die kregen dan aanslagen en gijzelingen. Totdat de machthebber zich terugtrok, dan kwam er een andere. Niemand wist vanwege wie.

Maar ook daarbij kon men beter niet klagen, vanwege dezelfde reden. Deze tijd heet de retorsie-tijd. Waarbij de bezetters afwisselend oninbare aanslagen, cijnzen en heffingen opleggen. De Kempen gingen er kapot aan. De Strijpenaren hadden het voordeel dat hun beekdal berucht was als moerasgebied, waar een milicien alleen maar ziektes op deed. De huurlingen vermeden dit heksenland dus zoveel mogelijk. Inkwartieringen waren niet erg gewild.

Heksenland

Men sliep in de schuur of herd tóch onder open hemel. Heksen alom, kraaien, gagels, berucht als basis voor toverelixer, moerassen, spookgestalten en dwaallichten, vooral op de Woenselse Heide waarover huiveringwekkende mares de ronde deden onder de in hun borstplaten huiverend voortsjokkende lansknechten en vuurroerdragers. Steeds bleken soldaten verdwenen op mysterieuze wijze. Verzopen in de Strijpse zwampen, van de weg geraakt en door hun zware toerusting opgezogen in de modder en het veen. Het recommandeerde dus niet tot legering.

Lees hier verder in Oud Strijp (12): De Raad van State...

Ga hier terug naar Oud Strijp (10): Strijper doodsnood.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.