Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Oud Strijp (10): Strijper doodsnood

Oud Strijp (10): Strijper doodsnood

Gerard Strijards

18 februari 2025

Bijgewerkt op 21 februari 2025

Alva, die de effectiviteit van de door de Nederlandse adeldom georganiseerde verzetskracht op locatie grotelijks had onderschat, moest bezettingen legeren en nieuwe expeditionaire brigades aanvragen in Madrid.

Een bestendig bezettingsleger

Dat was ontzettend duur en werd op de Brabo’s vooral verhaald. Madrid begréép stomweg de weerstand van de Nederlanders niet. Het meende dat het nieuwe rechtssysteem met veel zorgplichten ten laste van de centrale regering te Brussel stomweg de mindere klassen van de bevolking ten goede kwam. De boeren, ambachtslieden, transporteurs, vervrachters, wederverkopers en lagere beambten zouden in koopkracht door de aanmerkelijke accijnsverlagingen vooruitgaan.

Als de waterstaat, de transportwegen, de beurtvaartwatergangen door het rijk werden onderhouden en er centrale waterschappen en heemraadschappen kwamen, kon eindelijk iets gedaan worden aan de doorlopende overstromingen in de moerasdelta tussen Schelde en Rijn. De Sint Elisabethsvloed van 1421 had aangetoond hoe weinig de gewesten hadden gemaakt van een interregionaal dijkbeheer: Holland en West-Brabant waren bijna verzopen.

Hertog van Alva
Fernando Álvarez de Toledo y Pimentel, derde hertog van Alba, beter bekend als 'Alva' (bron: Wikimedia Commons).

De verdeling van de waterstaatslasten

Bedenk: ook Brabant had er enorm veel van te lijden gehad. Maar daaraan is historiografisch later nooit zoveel aandacht besteed. Niettemin werd de Brabantse waterstaat er enorm door aangetast, mede, doordat de Grote Rivieren door deze overstromingen zuidwaarts werden verlegd en daar overlaatgebieden gingen vormen. Daardoor werd de afwatering van Dommel, Tongelreep en Gender noordwaarts ook belemmerd, zodat Strijp met nog meer winterse watermassa’s bleef kampen dan voorheen.

Holland had al een uitgekiend dijkagesysteem. Op de restauratie daarvan en ook de verzekering van de dijklichamen dáár werd de komende eeuwen alle aandacht geconcentreerd. Maar niet op de Brabantse perikelen. Brabant werd immers een militair legeringsgebied en een barrièrestreek. Waar de grote slagen die de tachtigjarige oorlog kenmerkten voortaan gevoerd werden. Waarom daar iets restaureren, als daarna toch alles weer door militair geweld teniet zou gaan? Holland legde het er op aan, dat het zelf gevrijwaard zou blijven van deze slagen.

Decennia had het geduurd totdat de kom van Holland was leeg gehoosd en de havenbekkens van Brabant weer toegankelijk waren. Karel V had ingegrepen met de oprichting van het heemraadschap van Amstelland. Hoe heilzaam had dat instituut niet gewerkt? Er werd door Brussel omgezien naar een waterschap ter beheersing van Dommel, Gender, Aa, Tongelreep, Doode Dommel en belendende graven, watergangen, beken en overlopen.

Met dat langdurige verzuurde stilstaande water in hun brede beddingen over de Brabantse Centrale Slenk zou het dan afgelopen zijn. Maar wat deden de Nederlanders? Ze bleven herrie schoppen zonder iets te weten van dat nieuwe systeem. Opgejaagd door geestdrijvers eisten ze godsdienstvrijheid. Maar het merendeel hunner bleef trouw katholiek! Ze wilden zelf de bijbel uitleggen, maar ze konden nauwelijks lezen!

De propaganda-oorlog

Ze waren in de ban van hun adel. Dat was het. Die hadden volksverlakkende propaganda opgezet, omdat die adel zijn immuniteitspositie kwijt zou raken. Alva moest, hoe hemeltergend dit alles ook was, nu toch nieuwe belasting opleggen: Madrid wilde compensatie voor de werving van nieuwe bezettingstroepen. Via de tiende penning. Een belasting toegevoegde waarde – BTW – bij elke koop of verkoop van roerende goederen. Omzetbelasting. Náást al voorziene belastingen.

Het verzet hiertegen was nationaal. Het wakkerde de opstand en dus de gewelddadigheden aan. Spanje wilde nog steeds niet van “oorlog” spreken. Het heeft door de onlusten zelfs het belastingsysteem nooit kunnen effectueren. Maar het was, zeker in onze ogen, rechtvaardiger dan het oude. Het ging Strijp niets meer aan. We vinden nog wel protesten uit Strijp tegen beslagnames en inkwartieringen uit de tijd tussen 1570-1609. Strijp zelf verkeerde in agonie. Een terminale fysieke toestand voorafgaand aan het biotisch afsterven, waarbij het stuiptrekkende lichaam nog compensatiemechanismen activeert, gericht op het bestrijden van het wegebben van de vitale krachten.

Spaanse Furie Antwerpen
Verbeelding van de Spaanse Furie in Antwerpen, 4 november 1576, op een prent uit 1620 (bron: Wikimedia Commons).

De Stripers vogelvrij

De Strijpenaren in hun voortdurend blank staand beekdal van Gender, Dode Dommel en Dommel, stonden buiten iedere wet, hadden geen basisvoedsel meer van betekenis en nauwelijks woningen die de naam mochten hebben. Het kerkje op de stripe was goddeloos verlaten, geblakerd, leeggeroofd. Zelfs de graven op het kerkhof zijn geroerd. Een lijk kan een zilveren scapulier hebben, de beugels van de handvatten van de kisten kunnen waarde hebben.  Hun laatste pastoor Petrus Philipszoon is er al lang vandoor in 1580. Hij vluchtte naar Leuven. Hij had gedacht dat hij als eerbaar pastoor gevrijwaard zou zijn door de plaatselijke overheden tegen wederrechtelijke aanrandingen door soldaten, bedelaars en gedeserteerde miliciens. Dat was een vergissing. Daarover klaagt deze priester in verzoekschriften aan zowat iedereen in de buurt, die een ambtelijke status heeft of schijnt te hebben. Hij heeft het niet over zijn gelovigen.

Hij baadt in zelfmedelijden. Hij is een notabele, schrijft hij, een ambtenaar die gestudeerd heeft. Hoe kan de overheid lijdelijk toezien hoe zeer hij verkort wordt, waar blijft rechtsherstel? Kennelijk krijgt hij geen soelaas en ineens is hij weg. Naar het zuiden, waar het Spaanse gezag weer effectief heerst en een eerbaar priester de hulp geeft die hem toekomt.

Diepe stilte daalt over Stripe. Geen plunderaar komt er nog als de oorlog heftig hervat wordt in 1621, wanneer het bestand dat Holland trof afloopt. Want er is niks, dat weet iedereen. Als Den Bosch zwicht voor de opstandelingen in 1629 en een vloed vluchtelingen uitwaaiert over de Kempen, komt ook niemand heul zoeken in Strijp. Zo blijft het tot de Vrede van Münster in 1648.

Armoe een zegen

De deerniswekkende nooddruft van de Strijpenaars redt hen in zoverre. En al die tijd wordt toch om erbarmen gesmeekt bij de Golgothasteen bij de kerkruïne. Aan de verweerde en schier onherkenbare Maria, mater consolatrix onder het kruis van de Verlosser. De moeder Gods en van de soldaten. Nehalennia, zaliger gedachtenis, die de Strijpenaren al lang kwijt zijn. Sedert mensenheugenis, die kortstondig is.

Lees hier verder in Oud Strijp (11): Beeldenstorm en openlijke geweldpleging...

Ga hier terug naar Oud Strijp (9): Gedwongen legeringen en leveringen te Strijp.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.