Het had een doodgewone dinsdag in de winter van 1796 moeten zijn voor de mannen uit Lithoijen. Maar wat begon als een zakelijk uitstapje naar Oss, eindigde in een grimmig schouwspel bij de Mikkelendonk. Terwijl de schippers nog maar net hun hielen hadden gelicht, sloegen twee brutale dieven hun slag op klaarlichte dag. Wat volgde was geen gewone diefstal, maar een confrontatie met getrokken messen, brekende knuppels en veel gevloek.
Op 26 juni 1796 leggen op verzoek van de schout van de meierij van ’s-Hertogenbosch vier getuigen een verklaring af inzake een brutale diefstal op klaarlichte dag van twee rivieraken. De getuigen zijn de 58-jarige oud-drossaard van Lith Pieter Benjamin Papo, de 38-jarige Hendrik de Groot, Jacob Croes, inmiddels 36 jaar oud en de jongste van het stel: Toon van Boekel, knecht van Jan Govers, 26 jaar oud.
Ze wonen alle vier in Lithoijen. Op dinsdag 19 januari 1796 om 9 uur ’s ochtends zijn Papo, De Groot en Croes met de schippers Hendrik en Herman van Lent van Lithoijen naar Oss gevaren tot aan de Mikkelendonk om in Oss enige zaken af te handelen. Toen zij afmeerden kwam ook Mathijs van Ballegooij met zijn schuit aanvaren. Gedrieën zijn zij vandaar naar het centrum van Oss gelopen.
Hevig vloekend
Toen zij ’s middags terugkwamen naar de plek waar de broers Van Lent hun rivieraak hadden afgemeerd, was deze verdwenen. Wel zagen ze twee mannen een eind verderop in zo’n rivieraak staan; ze vloekten hevig tegen elkaar. Eén van de twee herkenden ze als Jacob ter Veld, een herbergier met een café aan de Schalk Kamp te Oss. De tweede persoon herkenden ze niet.
De drie schippers, namelijk de gebroeders Van Lent en Van Ballegooij, liepen in de richting van de aak. Maar de voor hen onbekende persoon joeg hen weg door te dreigen met een stuk hout. Jacob Croes getuigt dat hij één van de schippers hoorde roepen hem zijn aak terug te geven. Om vast te stellen dat hun rivieraken gestolen waren zijn ze gedrieën naar de herberg van Jacob ter Veld gegaan. Ze zagen daar verscheidene schuiten en aken aangemeerd liggen, waaronder die van Hendrik en Herman van Lent en die van Mathijs van Ballegooij. Ze hebben verdere ontwikkelingen niet afgewacht en zijn met een andere schuit naar Lithoijen teruggevaren.
De vierde getuige, Toon van Boekel, verklaart dat hij op 18 januari 1796 met Hendrik van Lent naar Oss is gevaren om de volgende dag, op 19 januari, weer terug te gaan samen met de drie andere getuigen en de drie schippers. Toen hij op 19 januari ’s middags te Mikkelendonk aankwam, trof hij daar de drie schippers aan zonder hun aken. Wel zag hij dat er twee aken in de richting van de Schalk Kamp voeren. Hij is toen met de drie schippers in de richting van de twee aken gelopen. Daar zag de getuige dat Jacob ter Veld en Gijsbert van Mil in de aak van Hendrik en Herman van Lent stonden.
De rivieraak van Mathijs van Ballegooij was aan de aak van de gebroeders Van Lent vastgebonden. Hendrik van Lent vroeg Gijsbert van Mil waarom Van Mil zijn aak niet had laten liggen, waar hij hem had afgemeerd. Daarop antwoordden Ter Veld en Van Mil dat de aak, waarop zij voeren, niet die van Herman van Lent was, maar dat het hun schuit was. Daarbij vloekten beiden hevig. De schippers kregen hun aken niet terug, tenzij ze er voor betaalden.
Stevig handgemeen
Plots sprongen Hendrik en Herman het water in en er ontstond een handgemeen. Ter Veld en Van Mil sloegen met een stuk hout en wel zo hard dat het doormidden brak. Ze sprongen beiden in de voorste schuit en wilden wegvaren. Hendrik van Lent sprong ook in de schuit. Maar toen Ter Veld een groot mes trok en hem daarmee bedreigde sprong hij eruit en liet Ter Veld en Van Mil gaan. Toen Antoon van Boekel met de drie andere getuigen naar de herberg van Jacob te Veld was gelopen, zagen ze daar aangekomen verscheidene aken afgemeerd liggen waaronder de twee van de broers Van Lent en van Mathijs van Ballegooij. Van Boekel zag dat Van Mil en Ter Veld binnen in de herberg waren. Antoon van Boekel en de drie andere getuigen zijn daarop met een andere schuit naar Lithoijen teruggevaren.
De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.


