Vught is van oudsher een forensendorp waar de rijkeren zich terugtrokken, weg van de drukke en stinkende stad. Vooraanstaande families als Van Rijckevorsel, De la Court, Zinnicq Bergman en Fentener van Vlissingen waren er gevestigd. Toch waagde dit ‘oude geld’ zich in de begintijd niet aan een automobiel, dat kwam pas later.

Vóór 1906, als de provinciale kentekens worden ingevoerd, rijdt er maar één auto in Vught en die is het eigendom van een typisch voorbeeld van wat toen werd gezien als ‘nouveau riche’: de machinefabrikant Henri Grasso (1863-1944).
Zijn vader was begonnen als smid in Den Bosch en werd gaandeweg ‘Fabrikant in stoomwerktuigen’. Zoon Henri neemt in 1887 als 24-jarige de leiding over van het bedrijfje – er werken dan 18 mensen - en vanaf dat moment gaat het hard. De goede contacten met de Osse margarinefabrikanten Van den Bergh en Jurgens zorgen voor vele orders, de fabriek wordt te klein, uitbreidingsmogelijkheden in Den Bosch ontbreken en in 1896 verhuist Louis zijn bedrijf naar Vught. In 1913 keert de fabriek terug naar Den Bosch, er werken dan honderden mensen.

Wikimedia Commons (opent in een nieuw tabblad). Publiek domein)
Henricus Adrianus Maria Grasso was een technisch begaafd man, hij ontwikkelde de koelmachines waarmee het bedrijf uiteindelijk internationale faam zou bereiken. Zijn belangstelling voor auto’s is dan ook niet verwonderlijk.

In 1903 kocht hij een Belgische auto, een Linon van maar liefst 10 PK en werd hij ook meteen lid van de Nederlandsche Automobiel Club. Als rijkskenteken kreeg hij nummerbord 979. Als in 1906 de provinciale kentekens worden uitgereikt, blijkt hij de houder van twee nummerborden: N-124 (opent in een nieuw tabblad) en N-125 (opent in een nieuw tabblad).

