Een agrarisch dorp met ruim 3.000 inwoners, dat was Waspik aan het begin van de 20ste eeuw. Het omliggende land was weliswaar uiterst vruchtbaar, maar akkerbouw was er nauwelijks mogelijk: het wassende rivierwater nam regelmatig bezit van de lager gelegen delen. Alleen gras was er in overvloed.

Ogenschijnlijk een karige opbrengst, maar in gedroogde vorm was gras een onmisbare grondstof: het leverde hooi voor de paarden. En paarden waren in het pre-machinale tijdperk ontzettend belangrijk: zij leverden immers de paardenkrachten. In de steden werden alle koetsen, alle trams, alle wagens getrokken door paarden. En dan het leger: voor alle rijdende onderdelen waren paarden nodig.

Waspik leverde hooi, in grote hoeveelheden en van de allerbeste kwaliteit. Niet alleen voor de binnenlandse markt, er werd ook geëxporteerd naar België, Frankrijk, Duitsland, Engeland. Aan deze bloeiende hooihandel werd enorm veel geld verdiend. Niet door de boeren, niet door de maaiers, maar door de ‘hooibaronnen’, zoals de schatrijke Willem de Roon, eigenaar van de plaatselijke Stoom-, Hooi- en Strooperserij en Hakselfabriek.
Hendrik de Roon, geboren in 1881 was zijn oudste zoon en in 1905 koopt hij een auto. Afgaande op de afmetingen zal het een bescheiden Benz Comfortable zijn geweest. De Roon kreeg hiervoor het rijksnummer 2009.
Een jaar later wordt dat kenteken vervangen door het provinciale nummerbord N-442 (opent in een nieuw tabblad). Hendrik de Roon laat dan ook nog een andere auto registreren onder nummer N-465 (opent in een nieuw tabblad), vermoedelijk een Dechamps, een fors rijtuig van Belgisch fabrikaat.

