Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
De geschiedenis van de Lithse eendenkooi

De geschiedenis van de Lithse eendenkooi

Noud Sommers

29 april 2025

Bijgewerkt op 1 mei 2025

Noud Sommers, kooiker op de Lithse eendenkooi, dook in de geschiedenis van 'zijn' kooi. Dat leidde tot een aanvulling op het artikel dat over deze kooi op onze website staat.

Lithse Kooi op een schattingskaart, bijgewerkt tot 1866 (bron: NL-HtBHIC_1084_509_001)
Lithse Kooi op een schattingskaart, bijgewerkt tot 1866 (bron: NL-HtBHIC_1084_509_001 (opent in een nieuw tabblad))
Lithse kooi (omcirkeld) op een kaart uit 1921 (NL-HtBHIC_7346_108_0001, detail)
Lithse kooi (omcirkeld) op een kaart uit 1921
(NL-HtBHIC_7346_108_0001 (opent in een nieuw tabblad), detail)

Op 10 maart 1631 vraagt ene Antonie Reindertz vergunning voor aanleg van ene voghelkoy op zijn grond in de Broekgraft te Lith aan de domproost van Luik. Dit was een hoog geplaatst politiek en religieus persoon die een grote invloed had.

Domproost van het Prinsbisdom Luik (die meerdere bezittingen in de regio beheerde) is op dat moment Arnold van Bocholtz, tevens aartsdiaken en domproost van Hildesheim; hij geeft Antonie toestemming voor de aanleg van de voghelkoy tegen betaling van een jaarlijkse recognitiecijns (belasting) van 31 artois gulden. Daarmee is de Lithse eendenkooi een van de oudere kooien in de regio.

Enige jaren later blijkt Antonie te zijn overleden en zijn er schijnbaar financiële problemen. Zijn weduwe Teuniske, vraagt aan de domproost om een verlaging van de recognitiecijns. De domproost stemt toe en het nieuwe bedrag wordt 18 artois gulden.

Op 18 januari 1657 draagt Jan Geurt Hanrix sijne gerechtigheid in de vogelskooy in erfmangeling [ruil van onroerend goed. Redactie] op aan de weduwe Teuniske weduwe van Antonie Reindertz.

In 1733 schieten vorster (boswachter) Johannes van Roothuyse en Nicolaas van Tilborgh, jager in dienst van de Vrouwe van Geffen, een wolf (teef) bij de Lithse voghelkoy; een dag later wordt deze naar de Griffie te Oss gebracht tegen een beloning.

F. van der Borght verklaart eigenaar te zijn van de Lithse kooi (bron: BHIC, 7323-104-144)
F. van der Borght verklaart in 1807 eigenaar te zijn van de
Lithse kooi (bron: BHIC, 7323-104-144 (opent in een nieuw tabblad))

Kooyman van de Lithse voghelkooy Jan van Schijndel houdt twee mannen aan die in oktober (vangseizoen) met een bootje hooi willen ophalen in het Marense Veld. Dit was schijnbaar erg verstorend voor de wilde eenden en er stonden grote boetes op als er verstoring plaatsvond binnen de afpalingskring van 753 meter vanuit hart van de eendenkooi, oftewel 200 Rijnlandse roeden, waarmee men toentertijd gewoon was te rekenen.

In 1786 huwt Antonius Reuser, geboren in 1766 in Vught en telg uit een bekende kooikers- en poeliersfamilie, met Anna van den Bogaart uit Lith. Antonius pacht de Lithse eendenkooi. Zoon Antonius jr., geboren in 1793, gaat later naar de Dreumelse kooi en zoon Pieter, geboren in 1801, naar de Horssense kooi.

In 1807 blijkt F. van der Borght uit Lith al 12 jaar eigenaar van de Lithse kooi. Twaalf jaar later vindt er op verzoek van Johannes Dionysius van der Borght een verkoop van een partij hout plaats aan de Lithse kooi; 47 kopen hout voor een prijs van 192 gulden en 80 cent.

Wilhelmus van Elten, geboren in 1784, is eigenaar van de Lithse kooi in 1825.

Andries van Balgoy duikt op in de archieven in 1861 als pachter/eigenaar (?) van de Lithse kooi.

Bijzondere vangst op de Lithse kooi (bron: Boxmeersch Weekblad, 13 sept. 1890)
Bijzondere vangst op de Lithse kooi (bron: Boxmeersch Weekblad, 13 sept. 1890 (opent in een nieuw tabblad))

In 1872 komt er weer een Reuser in beeld, Peter Reuser, geboren in 1847 in Appeltern, wordt kooiman in Lith; hij blijft dat tot 1908. Zoon Cornelis Antonius, geboren in 1875, wordt kooiman in Maren, zoon Cornelis jr., geboren in 1880, volgt vader Peter op in Lith.

Een van de vier vangpijpen van de Lithse kooi (foto: collectie Noud Sommers)
Een van de vier vangpijpen van de Lithse kooi (foto: collectie Noud Sommers)

Cornelis overlijdt in 1948 en zijn kinderen verkopen de kooi aan Adrianus (Aai) van Zoest, winkelier, boer en jager te Lith. Aai bouwde een varkensstal voor aan de Gewandeweg op het kooiperceel en ving nog vele jaren aardig wat wilde eenden op de Lithse kooi.

Links: opbouw vangpijp op traditionele wijze met geschilde wilgentakken. Rechts: kooiker Noud Sommers loert door kijkgat naar de eenden op de kooiplas met kooikershond Wim (foto's: collectie Noud Sommers)
Links: opbouw vangpijp op traditionele wijze met geschilde wilgentakken. Rechts: kooiker Noud Sommers loert door kijkgat naar de eenden op de kooiplas met kooikershond Wim (foto's: collectie Noud Sommers)

In 1964 brandt de Lithse kooi geheel uit; niet lang daarna verkoopt de familie Van Zoest de kooi aan Staatsbosbeheer (SBB), die vervolgens de varkensstal laat slopen.

kooihond Wim met vrouwtje slobeend op de voorgrond (foto: collectie Noud Sommers)
Kooihond Wim met slobeend (v.) op de voorgrond (foto: collectie Noud Sommers)

Jagers/kooikers die vervolgens in beeld komen bij de verpachting van de Lithse kooi vanaf 1966: Berkelmans, Crauwers uit Oisterwijk, Person uit Schijndel, M. v.d. Water uit Haarsteeg. In 1978 kwam kooiker Jok van Bijnen in dienst van SBB, hij beheerde ook de Kesselse kooi van SBB en de Haarsteegse kooi de Sompen in zijn woonplaats Haarsteeg. Jok ving in het jachtseizoen in opdracht van zijn werkgever de bejaagbare soort de wilde eend voor de poelier en het zg. blauwgoed; de andere soorten werden geringd voor wetenschappelijk onderzoek. Jok heeft vele wintertalingen, slobeenden, smienten, pijlstaarten, krakeenden, kuifeenden, tafeleenden en zomertalingen geringd op de Lithse kooi. Ook heeft hij vele jonge kooikers mede opgeleid in het kooivak en ringwerk. Hij is nog steeds actief op de eendenkooi de Sompen in Haarsteeg. Vanaf halverwege de jaren '90, ongeveer van 1995 tot en met 1998, is Giel van der Maazen uit Lith als kooiker aanwezig.

Rond 1998 komt Diel van Helvoort, geboren in 1936 in Vlijmen, in beeld als pachter/kooiker op de Lithse eendenkooi, het begin van een 25-jarige carrière in Lith. Ook Diel stamt uit een echte kooikersfamilie, die vroeger de Nieuwe Kooi in de Vughtse Gement bezat, tegenwoordig eigendom Natuurmonumenten. Zijn opa, vader en broers hadden allen kooikersbloed door hun aders stromen. Diel ving wilde eenden in het jachtseizoen voor de bout en ringde i.s.m. met collega kooiker Hans de Jonge, die begin 2000 op de Lithse kooi in beeld kwam, alle andere soorten eenden zoals hier boven beschreven. In 2012 komt ook Noud Sommers op de kooi, in eerste instantie om te helpen met snoei- en maaiwerk en later in de leer bij Diel als volwaardig kooiker; van wie kan je het vak nou beter leren? Helaas is Diel van Helvoort ons ontvallen in maart 2025.

Een wintertaling (mannetje) voor ringwerk gevangen (foto: collectie Noud Sommers)
Een wintertaling (m.) voor ringwerk gevangen (foto: collectie Noud Sommers)

Noud Sommers ondertekent in juni 2021 een gebruikersovereenkomst met SBB voor de Lithse eendenkooi en zet samen met Hans de Jonge het werk van Diel voort.

Tegenwoordig worden ook de meeste wilde eenden geringd, net als de slobeend, smient, wintertaling, krakeend, kuifeend en - vrij zeldzaam - pijlstaart, bergeend en de zomertaling. In 2024 ging het om in totaal 430 eenden. Sommige van deze eenden worden onderzocht op vogelgriepvirus i.s.m. de afdeling Virologie van de Erasmus Universiteit in Rotterdam en worden daarna in goede gezondheid weer in vrijheid gesteld. De eendenkooi is een gesloten natuurreservaat en al eeuwen lang een waardevol stiltegebied voor flora en fauna!

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.