Vervolg van de gebeurtenissen opgetekend vanuit de oude schoutsrekeningen uit de 14e 15e en 16e eeuw op basis van de items overspel, verkrachting, ontvoering en prostitutie.
Ontvoeringen vanuit Hintham en Den Dungen

door een man (bron: Rijksmuseum Amsterdam nr. RP-P-OB-65.951 (opent in een nieuw tabblad).
Publiek domein)
Ghiben van Vranckenvoert, een man op leeftijd, had kunnen weten dat zijn zoon Henneken in 1450, samen met enige andere kornuiten, afkomstig uit Engelen en Bokhoven, een ontvoering beraamde. In Hintham hadden ze inderdaad op slinkse wijze een jong meisje meegenomen tot buiten de grenzen van Brabant wat vanuit het graafschap Bokhoven natuurlijk niet zo moeilijk was. Aanvankelijk wilde dat groepje kameraden niet meewerken, maar even later toch weer wel. Enige tijd later gonsde het van de geruchten, want de mare deed de ronde dat die ontvoering een plan zou geweest zijn van genoemde Ghiben en diens zoon Henneken bleef toen nog buiten beeld. Juist daarom liet de hoogschout vader Ghiben arresteren en opsluiten. Achteraf bleek toch dat men geen overtuigend bewijs kon leveren over de exacte dader en het bleef voor Ghiben bij een boete van 60 rijnsguldens.
Een zekere Aelken de dochter van Willem van der Boydonck ontvoert in 1450 samen met haar broers Jan, Hein en Gielis een ‘jong meeghdeken van xiii jaren’ in Den Dungen. Ze brengen haar heimelijk de stad ’s-Hertogenbosch binnen en verblijven daar 3 of 4 dagen op een kamer. Het leek een geheime plaats, maar al is de leugen nog zo snel de waarheid achterhaalt ‘m wel! Ja hoor, de hoogschout krijgt de nodige informatie over het voorval en omsingelt het huis waarin die bewuste kamer onderdeel van uitmaakt. De daders worden gevangen genomen, het jonge meiske wordt ter bewaring en verzorging overgedragen aan de Bossche schepenen en de bewuste jongelui mogen een tijdje logeren op de gevangenpoort. Op de dag van de rechtszitting spreekt de schout hen aan over hun niet te tolereren misstap en wordt het vonnis uitgesproken door de Bossche schepenbank. Ze worden verbannen en dienen zich voor eeuwig buiten Brabant en minimaal 20 mijlen buiten de stad Den Bosch te vestigen. Een uitzondering wordt gemaakt voor Aelken omdat ze een vrouwspersoon is en zij komt er af met een boete van 40 rijnsgulden.
Troostende woorden zijn soms verleidelijk
Sander, de neef van een zekere Aert Boems uit Engelen in het land van Heusden ontvoert in 1451 vanuit ’s-Hertogenbosch ‘een jonge maget’ luisterend naar de naam Yken van der Spoeryen, die afkomstig zou zijn uit het land van Gelre. Yken stribbelt natuurlijk tegen maar de ontvoerders weten haar te troosten, zetten haar in een schuit en doen tevens de belofte dat ze haar toch wel weer naar ’s-Hertogenbosch zullen vervoeren. En wat doen ze… ze varen juist de tegenovergestelde richting in nl. Gelre, de smiechten! Tot overmaat van ramp wordt Yken nog beroofd ook, weliswaar voor een luttel bedrag van 2 à 3 gulden, en laten haar vervolgens gaan. Die bewuste Sander gaat er vanuit dat hij zijn veroordeling nu wel zal ontlopen, maar daar vergist hij zich deerlijk in. Hij vertoonde zich wederom in ’s-Hertogenbosch en buiten verwachting wordt hij bij de kraag gegrepen, want kennelijk was onder de Bosschenaren al wel bekend wat hij onlangs voor een streek had uitgehaald. Een beetje geluk had hij overigens wel, want die jonge Yken had zich niet beklaagd bij de schout over dat voorval en zodoende kwam Sander er met een geldboete van 28 rijnsguldens vanaf!

2 houwitsers (foto: Fotopersbureau Het Zuiden, 1940.
Bron: Erfgoed 's-Hertogenbosch nr. 0047865 (opent in een nieuw tabblad). CC BY-NC (opent in een nieuw tabblad))
In 1455 vindt er weer een ontvoering plaats en wederom in Hintham. Het is Henneken Robben uit Bokhoven die het deze keer gemunt heeft op een zekere Agneesken de dochter van Willem Heijmans. Hij grijpt haar vast, zet haar op een kar en stuurt zijn paard de richting in buiten Brabant. Een dan gebeurt er iets wonderlijks: Agneesken besluit bij de ontvoerder te blijven wonen en keert niet terug naar Hintham. De hoogschout krijgt hier lucht van en overweegt daarna beslag te leggen op de goederen van Agneesken, maar dan dient zich ineens een familielid van Agneesken aan, genaamd Jan Goessens, die alle rechten afkoopt voor 50 rijnsguldens. Achter de schermen van dit proces werd duidelijk dat er veel meer personen betrokken waren geweest bij deze ontvoering, want genoemd worden o.a. Wouter Merten ‘ketelbuter’, Willem van Ghynhoven met hetzelfde beroep, Ghyben van Vranckenvoert, Deenken Henricxssoen, Mychiel van Buckhoven, Hein die Gheister, Rob van Buckhoven, Rob Diercxsoen en Sander die Bye.
Getuigenis in de vierschaar
Jan Goedens, Jan die Molnere en Jan den Keesmeker, allen uit Lommel, hadden zich eraan misgrepen om in hun huis onder te brengen en op te vangen een zekere Henneken der Weduwen, die tegen haar wil en dank een ‘jonge maeht’ genaamd Lijsken Betyts had ontvoerd. Ondanks dat is ze toch met Henneken in ondertrouw gegaan en heeft ze hem zelfs het jawoord gegeven en is in het huwelijk getreden. Er waren ook nog twee Lommelse lieden die zich schuldig hadden gemaakt aan het huisvesten van genoemde Henneken, nl. Jan Arntssoen en Wouter Schoermans. Die twee bleken Brusselse poorters te zijn van origine. In 1453 werden ze door de Brusselse autoriteiten vervolgd en verhoord.

Amsterdam nr. RP-P-1948-352 (opent in een nieuw tabblad). Publiek domein)
Een jaar later verschijnt in de Bossche vierschaar de Bosschenaar Henneken Zecker. Die had zich misgrepen aan Emken Spierincx uit Oss. Ze was toen nog klein, jong en straatarm en ging al bedelend door de stad om brood. Op een avond kwam ze bij Henneken aan. Hij deed de deur open en smeekte haar met allerlei mooie woorden toch maar binnen te komen en dan zou hij zorgen voor eten en drinken. Via bedrog en valse beloften schopt hij het zover dat de bedelaarster bij hem op bed komt liggen en hij stuurt er op aan ‘met hoer syn boeverye te doen’! Hij bedrijft de nodige ontuchtige handelingen. Daags daarna laat hij Emken weer vertrekken en die vertelt haar verhaal aan enige andere vrouwen. Binnen de kortste keren was men in Den Bosch op de hoogte en Henneken had men zo te pakken, die zijn zonden mocht overdenken op de gevangenpoort. De Bossche schepenen ontboden Emken op een rechtszitting en tijdens die vierschaar vertelde ze wat haar was overkomen ten huize van Zecker. Uiteindelijk door bemiddeling van goede vrienden werd Henneken in 1454 veroordeeld tot 60 lichte Arnoldusguldens van 15 kromstaarten per stuk aan de jonge maagd, 100 Peters aan de Hertog van Brabant of een bedevaart naar Sint Jacob in Gallicië en de komende vier jaren was het hem verboden in Brabant te verschijnen en werd hij dus tijdelijk verbannen!
Archiefbron
Website Henk Beijers Archiefcollectie (opent in een nieuw tabblad), rubriek historisch onderzoek Schoutsrekeningen (opent in een nieuw tabblad)
