Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
De Meierijse schoutsrekeningen op thema (9)

De Meierijse schoutsrekeningen op thema (9)

Henk Beijers

4 juni 2025

Bijgewerkt op 10 juni 2025

Vervolg van de gebeurtenissen opgetekend vanuit de oude schoutsrekeningen uit de 14e 15e en 16e eeuw op basis van de items kerken kapellen kloosters en geestelijken.

Lees eerst deel 8

Een levende mol op een vrouwenbuik

De uitdrukking dat Onze Lieve Heer soms wel heel rare kostgangers in dienst heeft bewijst een zekere Peter Matheussoen alias Lockaert. Hij heeft het gepresteerd om in ’s-Hertogenbosch, in een herberg luisterend naar de naam ‘de Blau deken’, uit pure kwaadwilligheid een horde uit een van de vensters te slaan, die hij acuut aan gruzelementen smeet.

Louis Antoine Carolus, Gezelschap in zestiende-eeuwse kleding in een kroeg, 1849 (bron: Rijksmuseum, nr. RP-P-1889-A-14605. Publiek domein)
Louis Antoine Carolus, Gezelschap in zestiende-eeuwse kleding in een kroeg, 1849 (bron: Rijksmuseum, nr. RP-P-1889-A-14605 (opent in een nieuw tabblad). Publiek domein)

Op een geheel ander tijdstip is hij gesignaleerd samen met een aantal vrienden bij de pastoor of ‘persoen’ van Beers. Zo brutaal als hij was, deinsde hij er niet voor terug om deze pastoor het nodige eten en drinken af te persen. Maar ja… van dit soort figuren is van alles te verwachten. Zo werd hij bijvoorbeeld ook betrapt in een bierhuis in de stad en bedreigde destijds de kroegbaas met de nodige scheldwoorden en eiste van hem dat hij voor hem gratis bier moest tappen. Het mondde uit in een gruwelijke woordenwisseling, maar kennelijk heeft hij zijn zin gekregen. Nog brutaler is zijn actie tegenover de Bossche scherprechter. Bij het huis waar die woonde was hij gearriveerd en prompt daarop sneuvelde een van de ruiten die hij finaal aan diggelen gooide! Ook scheen hij de Bossche burger Goert de Jeger zwaar bedreigd te hebben, maar uit een van de verhoren die door de scherprechter waren gepleegd bleek zelfs nog dat ‘onze vriend’ in 1534 bij een prostituée een levende mol aan haar buik gestoken zou hebben. Hoe verzin je het?

Op een schavot geplaatst   

De Schijndelaar Frans van Bree had kennelijk regelmatig bonje met een zekere Claes van Berkel. Op een dag in 1534 stak hij een bijl door het venster bij Claes z’n huis en sprak nogal dreigende moorddadige taal. Ook kreeg hij het aan de stok met een zekere Lijsbeth en haar zoon die op een hopveldje actief was. Een volgend slachtoffer was de Schijndelse kapelaan, de eerwaarde heer Hendrik Dries, die hij in zijn arm gestoken had.

In 1535 is het Loenis Heijmans die ‘volkomen in de olie’ achter de dienstmeid van de Boekelse pastoor aan rent, want hij wilde met haar ‘zijnen wille doen’! Het liefste zou hij bij haar willen blijven slapen, maar ze weigerde pertinent daarop in te gaan.

Johann Wilhelm Kaiser, Vandalisme in een kerk, 1847 (bron: Rijksmuseum, nr. RP-P-1908-4316. Publiek domein)
Johann Wilhelm Kaiser, Vandalisme in een kerk, 1847
(bron: Rijksmuseum, nr. RP-P-1908-4316. Publiek domein)

Vier jaren later, in 1539, maakten we kennis met Servaes, de zoon van Jan van den Nyeuwenhuijse, afkomstig uit Diessen. Die vertrok op Goede Vrijdag 1538 van Antwerpen naar zijn geboortedorp. Op Paasavond arriveerde hij in Diessen en zou er een misviering bezoeken. Ter plaatse gooide hij eerst zijn kapmantel af en gaf die af. Vervolgens stiet hij driemaal met zijn knie tegen de kerkdeur en trok zijn degen uit de schede. Met dit ontbloot wapen liep hij de kerk in. Te midden van de kerkgangers sloeg hij met die degen heel hard op de stenen vloer en riep, staande bij het koor, ineens luidkeels “Ghy papen, het is genoech gesongen”, griste een zangboek uit iemands handen en hakte het in stukken. Alsof dat al niet storend genoeg was begaf hij zich naar het altaar waar een ‘ontblote kelk’ stond. Die wist hij te bemachtigen en ook die hakte hij in stukken. Onverschrokken als hij was sloeg hij ook de dienstdoende priester, Heer Aert Verculen, met de platte kant van de degen op diens lijf en liet hem zeggen “Myns lyfs genade!” Daarna vluchtte hij de kerk uit en verstopte zich op het kerkhof. Later kwam hij nog ’n keer de kerk binnen, pakte een schoteltje van de kelk en smeet dat door de kerk. Kennelijk was hij ook nog van plan eenzelfde tafereel te herhalen in de Hilvarenbeekse kerk, maar de kerkgangers aldaar wisten dat te voorkomen. De schout werd in kennis gesteld en uit een verklaring bleek dat Servaes krankzinnig scheen te zijn. Desalniettemin werd er op 27 januari 1539 vonnis gesproken en werd Servaes een uur lang met linnen kleren aan op een schavot geplaatst, behangen met boeken en kelken, zodat iedere passant wist om welke misdaden het hier ging.

Uit ongeveer dezelfde periode een vermelding nl. over Janne de Guylicker, geboren te Nederwetten, die van een van de Jonkvrouwen van Hooidonk 30 stuivers ontvangen zou hebben, op voorwaarde dat hij de molen van het klooster niet in brand zou steken. Dierick Aertssoen geboren te Nistelrode had in zijn geboortedorp ten huize van een van de priesters alle ruiten aan diggelen gegooid, wat hem een boete van 14 Karolusgulden had gekost en ten slotte nog een zekere Aert Thijs Kerckhoff die een schelft hout had gestolen uit het bos van het Convent van Hooidonk, wat hem uiteindelijk een boete opleverde van 15 Karolusguldens.

Ter afsluiting van deze serie over kerken kapellen kloosters en geestelijken

In de jaren ’50 van de 16e eeuw troffen we nog enige ‘schurken’ aan. Een zekere Henrick Verhoeven die bij de Oirschotse kerk ineens vier boeven op het spoor kwam die een zwarte ruiterwagen bij zich hadden waaronder Michiel Anthonissen, die Michiel met een soort ‘sinckroer’ de nodige klappen toebracht, krijsende tegen zijn slachtoffer “Ghy boeswicht vlucx hulpt ons cruyen.” Uit vrees nog verder mishandeld te worden gehoorzaamde Michiel.

In 1559 was de hoogschout, met maar liefst 3 metgezellen te paard naarstig op zoek in de regio Waalwijk naar een uitgetreden kloosterling genaamd Heer Gherit Ram van de orde der reguliere kanunniken uit het Convent van Groenendaal. Reden onbekend!

Een Ier en een Engelsman genaamd Christoffel en Robbrecht Fastaert, afkomstig uit Londen, zwierven rond in de Langstraat en in de kerk van Drunen hadden ze ‘het heilig en eerwaardig Sacrament beroofd”. Ze hadden ter plekke bovendien 100 hosties genuttigd. Hun straf loog er niet om, nl. eerst het afhakken van de rechterhand en nadien werden ze aan een ‘halve galg’ gehangen tot de dood erop volgde. Eenmaal hangende hebben ze zelfs om een Engelse biechtvader geroepen afkomstig uit het minderbroederklooster van Antwerpen, zodat ze nog konden biechten alvorens te sterven.

Ten slotte nog een gedurfd staaltje….een zekere Joris Goertssen te Hooge Mierde was zo brutaal om enige karpers te vangen in de vijvers van het klooster Averbode.

Archiefbron

Website Henk Beijers Archiefcollectie (opent in een nieuw tabblad), rubriek historisch onderzoek Schoutsrekeningen (opent in een nieuw tabblad)

Lees ook de andere delen

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.