Vervolg van de gebeurtenissen opgetekend vanuit de oude schoutsrekeningen uit de 14e, 15e en 16e eeuw op basis van de items kerken, kapellen, kloosters en geestelijken.
Diefstal bij een Leidse priester
Dierick Willemssoen blijkt geboren te zijn in Someren en heeft enige tijd inwoning gehad bij een Leidse priester. Er werd een aanklacht tegen hem ingebracht nadat bekend werd dat hij die priester bestolen zou hebben. Het zou gaan om een zijden wambuis, een ‘coralen pater noster’, waarmee een rozenkrans is bedoeld.
Maar daar bleef het kennelijk niet bij, want volgens geheime bronnen zou hij nog veel meer op zijn kerfstok hebben. In het Jan Heijmshuis, waar hij regelmatig vertoefde als een van de dienaren van Jan Heijm, zou hij een ‘zwarte tabbert’ gestolen hebben. Maar hij maakte het nog bonter.

Het is bekend dat heel veel kloosters bezittingen hadden binnen veel Brabantse dorpen. Zo werd in de akte het klooster Hooidonk genoemd en ook het dorp Asten. Op beide plaatsen is hij op rooftocht gegaan en wist op beide plaatsen, onverschrokken als hij was, een paard weg te halen en te ontvoeren. Uiteindelijk voegt de hij zich bij een groep ruiterknechten die het platteland continue onveilig maakten en de bewoners veel overlast bezorgden. Maar… ze zaten hem natuurlijk op de hielen en uiteindelijk werd hij te Oss gesnapt, gearresteerd en acuut overgebracht naar de gevangenpoort te ’s-Hertogenbosch. In 1505 nam de hoogschout een kordate beslissing en veroordeelde deze schavuit tot de galg, want dat was het enige verdiende loon dat hem toekwam!
Een triest ongeluk
Janne Lob ging in 1509 door het leven als wagenman in dienst van de Zusters van Orthen. Hij is regelmatig onderweg en had het druk want dit klooster bezat vele goederen in het Brabantse land. Hij zal voor de kloosterzusters aardig wat afgestruind hebben in deze regio. Op een dag overkwam hem iets wat hij zijn leven lang niet meer zou vergeten. Op de terugweg van een van de hoeven van het klooster kwam hij terug in ’s-Hertogenbosch en passeerde een van de bruggen. Tot zijn grote schrik dook ineens een klein meisje op wat hij veel te laat zag en overreed het kind, dat ter plekke zou overlijden. Aan het slot van de akte vermeldt de verteller dat de ouders van dat kind het hem ‘om Godts wille’ hebben vergeven. Uiteindelijk werd hij wel beboet en moest 18 rijnsguldens betalen.
Een Schijndelaar onthoofd

(bron: Rijksmuseum nr. NG-NM-143-B (opent in een nieuw tabblad))
Lambrecht Peterssen is afkomstig uit Schijndel. Hij stond bepaald niet bekend als een hele brave jongen, want op zijn strafblad stond al een moord geregistreerd, omdat hij destijds hij in Oisterwijk iemand om het leven had gebracht. Maar…iemand die zich regelmatig op dievenpad begeeft of kwade bedoelingen heeft kan van alles bedenken wat niet door de beugel kan. Op een dag scharrelde hij rond in zijn geboortedorp en zijn doelwit was in 1509 de Schijndelse Servatiuskerk. In het geheim forceerde hij een van de ramen en liep linea recta naar het altaar van het bekende Schijndelse Barbaragilde. Daar wist hij diverse juwelen te ontfutselen en smeerde hem. De diefstal werd ontdekt en Lambrecht werd beschouwd als de aanstichter. Hij werd vrij kort daarna achtervolgd en uiteindelijk wist een clubje stoere mannen hem te overweldigen in Sint-Oedenrode. Er was voor hem geen ontkomen aan.
Vrij kort daarna werd hij, zoals zovelen, binnen geleid in de gevangenpoort van ’s-Hertogenbosch waar de scherprechter al ter plaatse was. Die nam hem even stevig onder handen totdat hij al zijn misdaden ruiterlijk toegaf. Het definitieve oordeel zou er in bestaan dat men hem met het zwaard om het leven zou brengen en daarna, om elke voorbijganger te waarschuwen en te onderrichten, werd zijn lichaam op een rad ten toon gesteld! Zo werd men in het verleden geconfronteerd met wat je zoal boven het hoofd zou kunnen hangen als je het verkeerde pad op gaat.
In hetzelfde jaar gebeurde er nog iets bijzonders. Een zekere Matijs Spoer woonachtig in Someren kwam in beeld. Samen met anderen had hij in Roermond gelegen om aldaar ingezetenen in de nacht te helpen halen en vervoeren naar het land van Gelre. Wat dat precies inhield wordt in de akte niet uitvoerig beschreven. Wel zouden hij en zijn kameraden ergens op een heidegebied diverse kooplieden afgeperst hebben, maar op een gegeven moment bleek ook nog dat hij een goede priester afkomstig uit Asten om het leven zou hebben gebracht. Wat een schurk! Logisch dat men hem de binnenkant van de gevangenpoort van Den Bosch liet zien en het uiteindelijke vonnis kwam exact overeen met dat van de Schijndelse Lambrecht.
Gevaarlijke lieden in actie
Het waren destijds niet alleen maar Brabanders die stelend en moordend rondtrokken in de zuidelijke Nederlanden. In 1516 bleek een zekere Anthonis van Oudenaerden uit Vlaanderen bekend te staan als iemand die met de regelmaat van de klok in Bossche kerken of kapellen offerblokken en kisten open brak en er al het geld weghaalde. Het kostte hem in 1516 de strop!
Maar….er waren nog meer van die schavuiten bekend. Genoemd werden Bertram Claus van Grathem alias ‘die Hans’ afkomstig uit het land van Luik. Voorts Hansken die Vlaminck uit Mechelen, Anthonis Henricx van Brussel (al hoorde dat natuurlijk wél bij Brabant), Hubrecht Mychiel Snyders van Neer in het land van Luik, beter bekend als Knoop Busschut. Dan hadden we nog Peter Quadenbrede, Jan Jan Coppens van Beverloo, Jacob Baert van Nieuwkerk in Vlaanderen en Peter Kocks van Sepperen, ook uit het land van Luik. Een stelletje ‘lekkere jongens’ die elkaar maar al te goed kenden.
Na de nodige omzwervingen komen ze aan in Oisterwijk bij het daar gelegen zusterklooster, waar ze met geweld willen binnen dringen. De zusters overhandigen hen het nodige geld en warempel, ze druipen af, op weg naar een volgend slachtoffer nl. de pastoor van Moergestel. Die komt er ook met een geldbedrag goed vanaf. Voorts struinen ze door Oisterwijk en weten diverse inwoners geld af te troggelen.
De volgende ‘statie’ is het godshuis van Postel. Daar aangekomen schieten ze met kruitbussen de kelder open, die vol lag met het nodige bier. Ze slepen maar liefst vier tonnen mee naar buiten. Daarna dringen ze de keuken van het klooster binnen en lopen dreigend af op de kok, want ze willen eten en drinken hebben en bedreigden hem met een moordpoging. De gealarmeerde kloosterlingen doen allerlei verwoede pogingen om dat moorddadig gezelschap uit te kopen. De dievenploeg gaat tenslotte akkoord met de voorstellen die gedaan worden, weten van een lekebroeder nog snel het scapulier van zijn kap af te rukken en verwonden nog enige omstanders.

Vrij kort daarop komt de Bossche schutterij in actie en die slaagt er warempel in het ‘bonte gezelschap’ gevangen te nemen en transporteren die schavuiten richting ’s-Hertogenbosch. Ook zij worden gedood door een zwaard en even later prijken ook hun lichamen op het rad, ten aanschouwe van Jan en allleman!
Archiefbron
Website Henk Beijers Archiefcollectie (opent in een nieuw tabblad), rubriek historisch onderzoek Schoutsrekeningen (opent in een nieuw tabblad)
