Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
De Meierijse schoutsrekeningen op thema (8)

De Meierijse schoutsrekeningen op thema (8)

Henk Beijers

21 mei 2025

Bijgewerkt op 4 juni 2025

Vervolg van de gebeurtenissen opgetekend vanuit de oude schoutsrekeningen uit de 14e, 15e en 16e eeuw op basis van de items kerken, kapellen, kloosters en geestelijken.

Lees eerst deel 7

Een vrouw op dievenpad

Jean Lepautre, Biechtende vrouw, c. 1658-1670 (Rijksmuseum nr. RP-P-1934-578. Publiek domein)
Jean Lepautre, Biechtende vrouw, c. 1658-1670 (Rijksmuseum nr.
RP-P-1934-578 (opent in een nieuw tabblad). Publiek domein)

Diefstallen bleven in het verleden niet alleen het voorrecht voor mannen want er waren ook best vrouwen die van wanten wisten. Zo belandde in 1528 de vrouw van linnenwever Zebrecht van Heest in de hoofdstad en wist in de Sint Janskathedraal zeven zilte kussens te ontvreemden en maakte in de Sint Jacobskapel een metalen kandelaar buit. Vrij kort daarop betrad ze de biechtstoel en heeft daar vermoedelijk haar misstappen eerlijk opgebiecht, want alles wat ze had weggehaald werd weer ineens keurig teruggegeven. Heeft haar biechtvader haar gemaand met alles maar eerlijk voor de dag te komen en de buit terug te geven!? We zullen het nooit weten. Geheel zonder kleerscheuren kwam ze er overigens ook niet af. Deze arme schamele vrouw, belast met de dagelijkse zorg van de nodige kleine kinderen, werd een boete opgelegd van 12 Karolusguldens.

Maar buiten dat verhaalt de schoutsrekening uit 1528 nog een frappant staaltje. Een zekere Claes Joost Bloemaerts uit Luyksgestel trok regelmatig op met een zekere Jan Winrickssoen. Een duister span, wat van alles bleek te ondernemen wat niet deugde. Op een van hun rooftochten maakten ze het wel heel erg bont. Ze bereikten op een gegeven moment het klooster te Korsendonk, een oud Augustijnenklooster in Oud-Turnhout. Het was een priorij verbonden aan het kapittel van Windesheim. Gesticht door Maria van Gelre, ook wel bekend als Maria van Brabant, de dochter van Hertog Jan III, hertogin-weduwe van Gelre en vrouwe van Turnhout. Tijdens het Franse revolutionaire bewind werd de sluiting van dit klooster definitief en viel het doek voor deze kloosterinstelling [bron: Wikipedia (opent in een nieuw tabblad)].

Claes en Jan waren zo strand om bij een van de hoeven van het klooster een dreigbrief op te hangen. Het hoe en waarom werd in de rekening niet nader gespecificeerd.

Jan Wynrick had overigens ook nog een andere handlanger waarmee hij door onze streken trok. Het was Henrick Henricks Vlocht uit Bergeijk. Op een dag in 1528 braken ze in in de kerk van Bergeijk, kwamen er bij een grote houten kist en roofden er al het geld uit.

Nog een paar andere schavuiten

Jan Gillisz. van Vliet, Man draagt man met kippen, 1635 (Bron: Rijksmuseum, nr. RP-P-OB-61.801. Publiek domein)
Jan Gillisz. van Vliet, Man draagt man met kippen, 1635 (Bron:
Rijksmuseum, nr. RP-P-OB-61.801 (opent in een nieuw tabblad). Publiek domein)

Interessant is ook de rekening anno 1529. Goirt Peter Nefkens komt uit ’s-Hertogenbosch. Ter hoogte van het Vughtse kartuizerklooster vermoordt hij een arme kremer die een mand met hoenders had geladen. Aannemelijk is dat hij veel meer op zijn geweten heeft gehad, want tijdens zijn gevangenschap wordt hij geconfronteerd met een stevige ondervraging en uiteindelijk volgt de onthoofding!’s-Hertogenbosch

Maar er liep nog meer gespuis rond in de Brabantse dreven. Zo trok Quirijn van Crimpen met een aantal kameraden tijdens de nachtelijke uren door de stad ’s-Hertogenbosch om er te ‘pilgeren’, een oud woord voor plunderen. Ze trokken als een stelletje ruiters door de Meierij en belandden uiteindelijk bij het klooster van Soeterbeek onder Nederwetten in het gehucht Boort, pal tegenover het kasteel van Eckart, dat werd bewoond door de reguliere kanunnikessen van Sint Augustinus, ook wel Augustinessen genoemd. Bij de kloosterpoort aangekomen gingen ze nogal gewelddadig te werk. Ze forceerden aldaar een smalle doorgang en wisten het kloostergebouw binnen te dringen. Brutaal als ze waren stormden ze met z’n allen de slaapzaal of het dormitorium binnen. Ze overweldigden aldaar ‘de juffrouwen van het convent’ waarbij diverse zusters de nodige verwondingen opliepen. Onvoorstelbaar hoe ze daar te keer zijn gegaan. Deze geweldsexplosie kon natuurlijk niet onopgemerkt blijven en van overheidswege werd alles in het werk gesteld om die brute kerels te overmeesteren, want nog lukte ook! Na een uitvoerige ondervraging over al hun wandaden werden ze via het zwaard geëxecuteerd.

In een andere schoutsrekening volgt het verhaal van een zekere lekenbroeder  Joost, een van de minderbroeders binnen Den Bosch. Op een nacht in 1529 begaf hij zich buiten het minderbroederklooster richting de gerechtsplaats waar hij bij de galg het lichaam zag liggen van een dode vrouw. Die bleek veroordeeld te zijn tot de strop vanwege de vele diefstallen die ze gepleegd zou hebben. Volgens de overlevering zou hij dat dode lichaam ergens onderweg begraven hebben, wat overigens tegen alle regels zou zijn in die tijd. Het kostte hem aan compositiegeld 14 Karolusguldens.   

Een kerkendief op de brandstapel

Een ciborie uit de kapel in Oijen (bron: BHIC, nr. 1651-000503)
Een ciborie uit de kapel in Oijen (bron: BHIC, nr. 1651-000503)

In 1531 was het ook weer raak. Een zekere Huybrecht Andriessen kon zijn handen niet thuis houden en aangekomen bij het Sint Geertruiklooster in Den Bosch wist hij op het bleekveld een hemd te stelen. Volgens een afgegeven verklaring ‘was hij begaeft van zekere siecten van verscheyden heyligen’, wat die ziekten ook inhielden!

In hetzelfde jaar arriveerde in de Meierij Rutger Janssen van den Bos uit Roesbeek in Vlaanderen, gelegen in de buurt van Kortrijk. Hij had kennelijk iets met kerkplunderingen, want onderweg wist hij in het dorp Wortel bij Hoogstraten drie kelken buit te maken. Hij reisde hiermee verder en eenmaal in Antwerpen aangekomen slaagde hij er in die kelken te verpatsen voor 24 Rijnsguldens. Hij bleef in die regio rondzwerven, drong een kapel binnen te Deurne bij Antwerpen en stal er een koperen ciborie. Maar het bleef niet bij stelen alleen. Eenmaal aanbeland buiten de stad van Sint Thomas in Vlaanderen beging hij een doodslag waarvan ‘den roekeloosen Hans’ het slachtoffer was. Zich bekeren bleek niet in zijn woordenboek te staan, want  hij bleef het dievenpad maar bewandelen een ontvreemdde in de kerk van Mierde vier kelken, een zilveren schaal, enige paternosters en andere juwelen. Men zat hem uiteraard na al die beschuldigingen voortdurend op de hielen en te Mierde wist men hem te pakken te krijgen en via de brandstapel nam hij afscheid van zijn losbandig leven!

Archiefbron

Website Henk Beijers Archiefcollectie (opent in een nieuw tabblad), rubriek historisch onderzoek Schoutsrekeningen (opent in een nieuw tabblad)

Lees ook de andere delen

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.