Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Een letterkundige en geëmancipeerde dame op Nieuw-Borgvliet

Een letterkundige en geëmancipeerde dame op Nieuw-Borgvliet

Willem Kruf

15 juni 2026

Bijgewerkt op 18 juni 2026

Opmerkelijke vrouwen

Tussen 1925 en 1930 woonde een schrijver van formaat op Nieuw-Borgvliet, te weten A.M. de Jong, de geestelijke vader van Merijntje Gijzen. Maar een letterkundige en geëmancipeerde dame woont zo’n dertig jaar eerder op Nieuw-Borgvliet: Catharina Alberdingk Thijm.

Googlen op de naam levert veel hits en gegevens over haar op, waaronder een lemma (opent in een nieuw tabblad) bij het Huygens Instituut. Ook oud-archivaris Cees Vanwesenbeeck schrijft in zijn boek Zoom op Bergen, 500 jaar literatuur in Bergen op Zoom over haar.

Na haar overlijden in Amsterdam op dinsdag 14 januari 1908, maar wonende op Nieuw-Borgvliet, verschijnt in de twee kranten van Bergen op Zoom op vrijdag 17 januari 1908 een artikel die haar leven kort weergeven. Dagblad De Zoom schrijft:

"Te Amsterdam is overleden de schrijfster Catharina Alberding [sic] Thijm. Zij werd in 1848 te Amsterdam geboren; opleiding genoot ze op een Duitsch en Belgisch pensionaat. Een zevental jaren verbleef ze in het Belgische klooster van de "filles de la Croix". Nadat ze dit verlaten had, maakte ze staatsexamen in Duitschland. In ons land teruggekeerd deed ze haar examen voor het L.O. en behaalde haar akten voor Fransche en Duitsche talen. Daarna verbleef ze eenigen tijd te Londen. Te Rotterdam stichtte zij een weekblad; later werd door haar "de Hollandsche Lelie" opgericht (1892) en het "Journal des Jeunes filles". Van 1881 tot 1894 schreef ze verschillende kinderwerken en romans. In 1895 richtte ze te Amsterdam een huis op voor arme zwervende vrouwen en meisjes, dat in 1900 ophield te bestaan. Gedurende de laatste jaren bracht zij geruimen tijd door op Nieuw-Borgvliet, onder onze gemeente."

Alberdingk Thijm

De Avondster memoreert:

"Te Amsterdam is gisternacht in den ouderdom van 59 jaar overleden mej. C.L.M. Alberdingk Thym [sic], dochter van wijlen den hoogleeraar J.A. Alberdingk Thym. Mej. Thym verwierf zich bekendheid als schrijfster van romantische verhalen naar gedenkschriften van vorsten en gekroonde hoofden uit Rusland, Servië en het Napoleontische tijdvak. Maar vooral heeft zij zich doen waardeeren als een vrouw met edele gevoelens, zich geopenbaard hebbende in haar liefde tot armen en nooddruftigen. Het Tehuis voor arme kinderen aan de Prinsengracht is eene stichting van haar. Hoewel zij reeds jaren aan eene nierziekte leed, is haar dood onverwachts gekomen en de pen haar uit de hand gevallen, terwijl zij bezig was een brochure over werkloosheid op te stellen. Mej. Alberdingk woonde 's zomers te Nieuw Borgvliet onder deze gemeente."

Geen onderscheiding, wel echte verdienste

Dagblad De Grondwet schrijft op 3 juni 1886 (opent in een nieuw tabblad) dat Catharina het officierskruis in de Orden del Libertador is toegekend door de president van Venezuela. Maar ook toen was er wat wij nu 'fake news' zouden noemen, of op zijn minst gebrekkige journalistiek. Frank van Doorn van het BHIC wijst opsteller op gelinkt stuk (opent in een nieuw tabblad) in het Katholiek Documentatiecentrum (KDC) te Nijmegen. Hieruit blijkt dat het bericht het gevolg is van een scherts, een grap van haar vader, de hoogleraar.

Maar Catharina heeft zich wel degelijk echt verdienstelijk gemaakt. Ze schrijft later over de positie en emancipatie van vrouwen en houdt zich bezig met sociaal werk door een vijftal jaren een opvanghuis voor dakloze vrouwen en kinderen te runnen. Ook roept zij vrouwen van stand op filantropisch werk te doen.

Kennismaking met de omgeving van Nieuw-Borgvliet

Haar moeder is als weduwe van professor hoogleraar Johannes Alberdingk Thijm vanuit Amsterdam in Hoogerheide, gemeente Woensdrecht, komen wonen. Zij woont daar vanaf 28 augustus 1889 tot haar dood op 13 januari 1894. Zij verblijft in Huize H. Philomena, zijnde een gebouw van een zusterorde. Catharina zal haar moeder hier hebben bezocht. Op de website De moderne tijd (opent in een nieuw tabblad) staat een verhaal van Harry G.M. Prick over Catharina met hierin de volgende passage:

“Pas had zij zich te Hoogerheide bij mijne moeder gevestigd en had daar drie maanden vertoefd, - in dien tijd 18 maal op reis gaande en langs mijn wooning (van haar broer Karel dus) met den stoomtram komende, - of zij is thans te Parijs gaan wonen.”

Dat zij in Parijs is gaan wonen klopt, want blijkens het bevolkingsregister 1880-1900 van de gemeente Woensdrecht vestigt Catharina zich als letterkundige in november 1893 in Woensdrecht, dit met inschrijving per 31 maart 1894 (opent in een nieuw tabblad), met als vorige woonplaats Parijs. Overigens ten tijde van een op 18 november 1890 opgemaakt testament woont Catharina in Brussel en volgens de boedelbeschrijving van de erfenis van haar moeder op 12 februari 1894 in Hoogerheide.

Haar nieuwe vriendin Jacoba van Zoelen vestigt zich zonder beroep op 20 december 1893 met inschrijving op 28 februari 1894 in de gemeente Woensdrecht. Zij komt uit het Belgische Sint-Niklaas, waar zij als meid is ingeschreven per 16 mei 1893 vanuit Amsterdam bij een familie aan de Statiestraat 95. Beide dames wonen in het huis (wijk) B (nummer 227).

Waar staat de woning B 227?

Volgens Louis Minnebach, schrijver over Woensdrecht en oud-klasgenoot van de opsteller, is de vuistregel wijk A Woensdrecht en wijk B Hoogerheide. Vernummering van huizen bij nieuwbouw maakt identificatie van het huis echter complex. De dames bewonen volgens het voormeld bevolkingsregister dus huis B 227. Dit huisnummer komt meermaals terug de bevolkingsregisters.

Echter, twee verschillende folio’s met huisnummer B 227 kennen een gezamenlijkheid, namelijk de maand november 1893. De ene folio met huisnummer B 227 vermeldt dat op 9 november herbergierster Johanna Maria de Coster naar Bergen op Zoom vertrekt. Op 22 februari 1897 verkoopt zij haar huis (dus geen herberg meer) en erf. De tweede folio met dat huisnummer vermeldt dat de letterkundige Cataharina Alberdingk Thijm zich in november 1893 vestigt in Woensdrecht - lees: Hoogerheide tegen de Heide. Overigens koopt Catharina op 26 augustus 1897 een perceel op Nieuw-Borgvliet. Volgens de koopakte woont ze dan te Hoogerheide.

Ervan uitgaande dat het verblijf in West-Brabant doorgaans in de zomerperiode is, lijkt het pand dat nu bekendstaat als Raadhuisstraat 21 te Hoogerheide in de eerste helft van het decennium 1890 wel haar woning te zijn geweest.

Minnebach-Laatste rondje

Nog een overweging. Catharina zal bij de bezoeken van haar moeder misschien in herberg B 227 hebben overnacht en/of - zoals verderop blijkt als liefhebster daarvan – een biertje hebben gedronken, wachtende op de tram naar Bergen op Zoom (opent in een nieuw tabblad). Hoe het huis weer café wordt, staat in het fraaie boek ’t Laatste rondje van voormelde Louis Minnebach. Nu is in het pand slijterij, drankgeschenken De Schaapskooi (opent in een nieuw tabblad) gevestigd, onderdeel van drankenhandel Somers Hendrickx die eerder het pand als café in eigendom heeft.

De dames terug naar Amsterdam en vervolgens naar Nieuw-Borgvliet

De dames worden uitgeschreven in Woensdrecht op 14 juni 1895 en wel naar Amsterdam. Hier zijn de in- en uitschrijvingen als volgt: Catharina uit Woensdrecht 17 juni 1895, naar Bergen op Zoom 22 april 1898, uit Bergen op Zoom 24 oktober 1898, naar Bergen op Zoom 25 april 1899, van Bergen op Zoom 19 oktober 1899 en naar Bergen op Zoom 23 maart 1905.

Op 26 augustus 1897 koopt Catharina een stuk grond van molenaar Jacobus Elst. Zijn molen De Twee Vrienden staat aan de overzijde van het perceel aan de nu Oude Huijbergsebaan. Op 26 maart 1899 wordt nog een perceel onderhands bijgekocht, blijkens de akte van verkoop na haar overlijden op dinsdag 14 januari 1908. Het onroerend goed op een kadastrale veldwerktekening in september 1906, hoek Rembrandtstraat en Oude Huijbergsebaan.

Thijm_8
Bron: West-Brabants Archief.

In Het nieuws van den dag: kleine courant plaatst Catharina op woensdag 10 oktober 1900 een spijtig bericht (opent in een nieuw tabblad):

"Mijnheer de Redacteur! Tot mijn spijt staat mijne gezondheid mij niet toe dezen winter mijn werkkring onder de Amsterdamsche armen te hervatten. Ik verzoek allen, die mijn werk steunen, datgene wat zij mij hadden toegedacht te willen geven aan de Vereeniging Kindervoeding. De welvaart der kinderen is toch belang van het opkomend geslacht. Catharina Alberdingk Thijm, N. Borgvliet (N.-Br.)"

Door verschillende bouwactiviteiten in enkele jaren wordt het een mooi verblijf. Op 3 september 1897 verlenen burgemeester en wethouders vergunning voor de bouw van een woonhuis.

Thijm-10
Bron: West-Brabants Archief.

Op 10 juni 1898 wordt er vergunning verleend voor de bouw van een berging tegen de woning. De bouwaanvragen geschiedt door Catharina en haar vriendin Jacoba van Zoelen. Een vergunning voor een 'waranda', ofwel een veranda tegen haar woning wordt verleend op 10 maart 1899.

Herinneringen aan de overdekte veranda

In dagblad De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad van dinsdag 18 september 1934 vertelt Anton van Duinkerken over Lodewijk van Deyssel, pseudoniem voor Karel Alberdingk Thijm, broer van Catharina: “Beter bewaard is de heugenis van Catharina Alberdingk Thijm te Nieuw Borgvliet, waar zij in haar tuinprieeltje werkte en de aandacht op zich trok door bij dien arbeid bier te drinken.” 

Harry Prick beschrijft die situatie uitvoeriger: “[...] geschriften die destijds door de katholieke clerus werden gekwalificeerd als "streng voorbehouden" aan geestelijk volwassenen. De plaatselijke geestelijkheid nam er bovendien aanstoot aan dat Catharina te Nieuw-Borgvliet vrijwel aan de openbare weg, want in een daaraan grenzend en daarop uit blikkend tuinprieel, placht te werken. Het aanstootgevende was vooral hierin gelegen dat Catharina de aandacht van de dorpelingen trok door bij haar arbeid bier te drinken en daarbij te putten uit een voorraad beugelflessen die zich in slagorde op haar werktafel verhief.”

Mogelijk zit de letterkundige ook in het zicht van de mannen die op de tegenover staande molen De Twee Vrienden graan komen brengen en meel halen.

Weer bouwplannen

Op 14 april 1899 wordt een vergunning afgegeven voor een remise en paardenstal, dus aangenomen mag worden dat de dames gebruikmaken van een rijtuig. Burgemeester en wethouders staan op 6 april 1900 de aanbouw van een badkamer toe. Twee weken later, op 27 april 1900, is er toestemming voor het aanbouwen van een studeerkamer. De laatste bouwvergunning wordt verleend op 3 mei 1907, opnieuw voor een veranda (bron bouwtekeningen: West-Brabants Archief).

Thijm-afb.11
Thijm-afb.12

Het onroerend goed na haar overlijden

Catharina overlijdt op dinsdag 14 januari 1908 in Amsterdam. Als testamentair erfgename verkoopt vriendin Jacoba van Zoelen het onroerend goed op 4 februari 1908 aan het kerkbestuur van de Heilige Antonius Abt. De pers weet al op 31 januari 1908 te melden wat er met het onroerend goed gaat gebeuren:

"Borgvliet (Bergen op Zoom). Het huis met tuin, waar wijlen mej. Catharina Alberingk Thijm des zomers haar verblijf hield, is overgegaan aan het patronaat alhier. Naar we uit goede bron vernemen, komen er nu weldra eerw. Zusters, die vooreerst een bewaarschool zullen openen en ondericht [sic] geven in verschillende handwerken." Uit: R.K. Dagblad Het Huisgezin, vrijdag 31 januari 1908

Dit bericht krijgt zijn beslag in 1914. Het kloostergebouw van de zusters staat er nog steeds en is nu bekend als het Hoofdkwartier.

De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.

Onder deze titel willen we een aantal bijzondere Brabantse vrouwen uit heden en verleden onder de aandacht brengen. In eerste instantie zijn het nu 27 vooral erg historische vrouwen, over wie een verhaal is opgenomen: negen uit de eeuwen voor 1800, twaalf uit de 19e eeuw en zes uit de 20e eeuw, maar dan voornamelijk uit de eerste helft. Het gaat vaak om zelfstandige types die gewoon deden wat ze nodig en/of leuk vonden, ook al gingen ze daarmee tegen de heersende mores in. Zelden speelde daarbij een duidelijk uitgesproken streven naar emancipatie een rol (al gebeurde dat ook). Maar er zijn ook wel degelijk “echte” feministes onder deze vrouwen te vinden. In ieder geval kunnen de meesten van deze vrouwen als rolmodel worden gezien voor de generaties na hen. De selectie die hier aangeboden wordt, is slechts het topje van de ijsberg. We zullen de komende tijd vooral aandacht gaan besteden aan onze eigen tijd. Denk maar aan sportvrouwen als Daphny van den Brand (wielrenster); Anky van Grunsven (dressuurrijdster); Merel de Knegt (hardloopster); Leontien van Moorsel (wielrenster); Miriam Oremans (tennister); Angelique Seriese (judoka); Elsbeth Vink (mountainbikester); Marianne Vos (wielrenster) en Ireen Wüst (schaatster); aan zangeressen als Corry Brokken; Jacqueline Govaert; José Hoebee; Nikki Kerkhof; Corry Konings en Lenny Kuhr; aan actrices als Josine van Dalsum; Sylvie Meis; Liz Snoijink en Monique van de Ven; aan politica’s als Carola Schouten en Mei Li Vos; aan mode-ontwerpsters als Marlies Dekkers en Olcay Gulsen of aan presentatrices als Yvon Jaspers en Lucille Werner. En er zijn vast nog veel meer vrouwen die een plaatsje op deze kaart van Brabant verdienen. We roepen iedereen dan ook op om suggesties te doen over andere “heldinnen” of een levensbeschrijving van hun heldin in te sturen.Ontdek het thema

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.