De snelle groei van de bevolking leidde in Eindhoven Strijp tot de stichting van een nieuwe parochie. En een nieuwe kerk. Maar dat ging niet zonder slag of stoot.
Teresia-cultus

De Beierse internuntius Eugenio Pacelli, de latere Paus Pius XII, had te Lisieux de immense kerk toegewijd aan de tot de eer der altaren verheven toegewijde maagd die al heel vroeg bij de carmelitessen had mogen intreden, nog voordat zij de canonieke meerderjarigheid had. Teresia beloofde dat zij vanuit de hemelen regens van rozen zou doen neerdalen op de strijdende en lijdende kerk, voor wie zij in de naaste toekomst grote euvelen voorzag.
Deze rozen werden in de diverse art deco-ornamentaties verwerkt, onder meer in de in gedreven koper uitgevoerde retabelranden van het hoogaltaar in de Strijper kerk maar ook in de protuberansen rondom deze heilige, als witmarmeren standbeeld uitgevoerd in de Teresiakapel achterin de kerk, recht van het hoogaltaar. Charles Eyck (1897-1983), de befaamde voortrekker van de Limburgse school met Henri Jonas en Joep Nicolas nam het motief over bij zijn diverse muurschilderingen in deze kerk.

Het art-deco gehalte van deze Strijpse kerk
Maar ook bij de plateelornamentaties in de interieurwanden. Zijn typische voorstellingen kom je ook tegen in fresco’s in de voormalige refter van het Eindhovense Augustijnerklooster Mariënhage. Vooral Eyks kruiswegstaties zijn vanwege de onherleidbare stijlvoering gerenommeerd, vooral die uit de Teresiakerk op de Heuvel. Deze toewijding van dit bedehuis aan deze modernere heilige was dus mediamiek goochem bekeken van Toon Mooren, want de artistieke mare van dat bedehuis drong door in de elitaire laag van de progressieve religieuze kunstenaars in de Lage Landen.

Bijzondere aandacht verdienen de schilderingen in de sacristie achter en boven de immense credenstafel in de sacristie. Je ziet vergelijkbare voorstellingen terug in de Sint-Antonius Abt-kerk aan de Scheveningseweg, waarbij een van de pleurants bij de voltrekking van het schervengericht op Golgotha tot de verbijstering van de passant de gelaatstrekken van de Italiaanse politicus Benito Mussolini vertoont.

Deze referte aan die toonaangevende regeringsleider in het begin der dertiger jaren verraadt ons ook hoe makkelijk de religieuze kunst derailleert in een door de kerk afgewezen richting van totalitarisme. Dat valt overigens noch Mooren noch Eyck aan te rekenen. Het gaat hier om de expressie van een diepgevoeld verlangen naar een gezaghebbende leider, waartoe sommigen destijds, in de interbellaire periode, ook Christus trachtten te modificeren. Het fascisme was acceptabel in diverse roomse kringen, daar men daar meende dat de parlementaire vertegenwoordigende democratie eigenlijk zoveel defecten vertoonde dat ze als afgedaan en obsoleet kon gelden.
Roomse gezagshandhaving
We zien in de Teresiakerk voortdurende verwijzingen van Eyck naar het Romeinse Gezag dat de katholiek in deze verwarde jaren, waarin steeds maar geroepen werd om gezagshandhaving, tot stut moest zijn voor de handpalm. Dat deze stut een rietstok bleek die de palm doorboorde, naar het woord der Openbaring, werd ook Charles Eyck duidelijk tijdens de barre bezettingsjaren 1940-1945 toen hij in Kempenland moest onderduiken, omdat hij principieel bezwaren koesterde tegen de Kulturkammer die de Duitser de Nederlanders wilde opsolferen.

In die jaren schilderde Eyck de fantastische voorstellingen in de scheidswand tussen schip en absis in de Strijper Teresiakerk. Maar ook hier de referte aan het onfeilbare gezag van de plaatsvervanger van Christus via een afbeelding van het front van de Sint-Pieter en de Loggia della Benedizioni, waarvandaan Pius XI inmiddels het staatstotalitarisme indringend verworpen had middels de zendbrieven “Mit Brennender Sorge” en “Non Abbiamo Bisogno”. Het ging de Strijpenaren overigens uiteraard voorbij, net zoals de meeste bewoners van onze gezellige moerasdelta.
Het maakt de voorstelling op die wand niet minder indringend en uniek. Maar wel werd bisschop Diepen aan de rand van de parochiegrens ontvangen met schallend heilgezang en de Romeinse Groet met Passo Romano, betoond door pelotons schoolknapen, herauten en gardonneurs. Wisten zij veel? Ik geef een strofe uit het couplet weer: Laat blij ons lied’ren schallen/op deze plechtigen stond/nu luid omjuicht door allen/Ons Aller Vader komt! /Bekleed met heilige machten/als hooge dienaar Gods/ komt Gij den tempel wijden/Gods Huis ons aller trots! /Heil, bisschop, Heil/!
Florerend parochiaal leven
De parochie, immuun voor deze staatkundige koortsflakkeringen, groeide als kool. Er kwam een groot zusterklooster met fröbelschool en jongens- en meisjesschool en de talloze belendende verenigingen en sociale inrichtingen van maatschappelijk hulpbetoon. Zoals het onwaardeerbare Teresiapension. Waar ook onbemiddelde bejaarden hun oude dag mochten uitdienen, verzorgd onder toezicht van de zusters van het kostbaar bloed uit Aarle-Rixtel. Men bedenke dat ouderenzorg destijds geen voorwerp van overheidszorg was. En dat de Algemene Wet Ouderdomsvoorzieningen naoorlogs is, op het moment geslagen dat de rijksoverheid eindelijk aan het eind der vijftiger jaren de geleide loonpolitiek kon loslaten.
Met een vloedgolf aan welvaartsfenomenen, waaronder thuiszorg en flankerende voorzieningen om de ouderen in staat te stellen zo lang mogelijk in eigen onderhoud en zelfstandigheid te verblijven. Iets wat destijds in ieder geval niet voorzienbaar was. Mooren stelde het inmiddels wat minder best. Hij bleef een aangepikte in de ren der zwartrokken. Geruchten waarden eind veertiger jaren rond in de geloofsgemeenschap dat m’nheer pastoor hem wel erg graag lustte en ook gelden aanwendde voor vermeerdering van de schatten der wijnkelder op de pastorie die eigenlijk voor religieuze doeleinden bestemd waren.

priesterfeest, 1954 (foto: E. & B. Bron: Regionaal Historisch
Centrum Eindhoven, fotonr. 251846 (opent in een nieuw tabblad)
Maar clementie en gezagshandhaving vereisten dat de bisschoppelijke curie zorgvuldig en gecamoufleerd ingreep. Mooren werd eerder met emeritaat gezonden dan doorgaans gebruikelijk. Met de bijbehorende plechtigheden, pontificalia en loftuitingen. Hij werd in 1947 opgevolgd door pastoor Bernard de Beer (opent in een nieuw tabblad) die zich gelukkig prees aan het hoofd van deze bruisende en florerende geloofsgemeenschap te mogen staan.
Zijn moeder kwam, met de fraaie nertsmantel van de welgestelde notabele vrouw omhuld, met haar Heerzoon pralend aan in de open calèche, minzaam handgroetend en welwillend luisterend naar het zware koper van de Harmonie van het Strijps Muziekcorps. Haar zoon staat er wat bedremmeld bij. Aan hem is het “Aan u, o Koning der eeuwen (opent in een nieuw tabblad)” wat minder besteed. Dat daverende lied gold destijds eigenlijk als volkslied der roomsen in hun zuil. En niemand kent het nog. Zo vergaat de roem der mensheid. Bernard de Beer zou deze teloorgang intens moeten meemaken.



